invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Workshop Anton Constandse: vanuit een herstelondersteunende visie naar een toekomstbestendig organisatiemodel

Gepubliceerd op:

De Stichting Anton Constandse biedt mensen met een ernstige psychische aandoening een passende woonplek met individuele begeleiding, ambulante begeleiding en een daginvulling om zodoende een zo goed en zinvol mogelijk bestaan op te bouwen. Op 9 oktober 2015 verzorgde de organisatie een workshop tijdens de bijeenkomst 'Cliënt en professional leidend in de GGZ. Herstelgerichte visie als basis voor nieuwe organisatievormen'. De presentatie over de nieuwe manier van werken werd gegeven door directielid Ronald van Aken, bureau-eigenaar van het bestuursbureau beleids- kwaliteits- en communicatiezaken Ian Plug en sociaal psychiatrisch ondersteuners Marco Koetsier en Madhuvi Biere.

Herstelondersteunende visie

De Stichting Anton Constandse bereidde zich, door een omschakeling naar werken vanuit een herstelondersteunende visie, vanaf 2009 voor op de toekomst. De organisatie formuleerde allereerst een nieuwe doelstelling: ondersteuning bieden aan mensen met ernstige psychische aandoeningen, zodat zij met succes en naar tevredenheid hun leven kunnen inrichten naar eigen inzicht, in een omgeving die daarbij past. Deze doelstelling werd gekoppeld aan vier kernwaarden:

  • de mens staat centraal
  • zelf verantwoordelijkheid dragen
  • samenwerken op basis van vertrouwen
  • wij zijn transparant en aanspreekbaar

Als je wilt samenwerken vanuit eigen verantwoordelijkheid, dan heb je vertrouwen nodig en moet je elkaar kunnen en durven aanspreken.

Toekomstbestendig organisatiemodel

In 2010 zette de stichting de verandering in naar een toekomstbestendig organisatiemodel. Uitgangspunten hierbij waren:

  • Laat de bewoner/cliënt regisseur zijn over zijn eigen leven en mogelijkheden.
  • Laat de professional regisseur zijn over de eigen beroepsuitoefening en beroepspraktijk.

Om de cliënt op een herstelondersteunende manier te bejegenen, was professionalisering van medewerkers nodig. De Stichting Anton Constandse heeft hiervoor een nieuw beroep geïntroduceerd: de sociaal psychiatrisch ondersteuner (SPO). Om medewerkers op te leiden tot dit beroep, ontwikkelde de stichting samen met de Hogeschool Leiden een post-hbo-opleiding.

Zelfstandig en verantwoordelijk

Medewerkers die de opleiding doorliepen, kwamen terecht in werkeenheden die bestaan uit SPO’ers en sociaal psychiatrisch medewerkers (SPM’ers). Verantwoordelijkheden, die eerder elders in de organisatie lagen, zoals in- en uitstroom van bewoners/cliënten en financiële zaken van de werkeenheid, werden verdeeld onder de SPO’ers. Zij werden eindverantwoordelijk in het team. De SPO’ers worden ondersteund door de SPM’ers.

De nieuwe manier van werken werd gekaderd door een constructie van delegatie en mandaat. De beroepsuitoefening is gedelegeerd. Dit houdt in dat SPO’ers zelfstandig verantwoordelijk zijn voor het bieden van herstelondersteunende zorg en voor het onderhoud van de eigen deskundigheid. Het voeren van een beroepspraktijk wordt door de bestuurder via mandaat bij de SPO’ers gezamenlijk neergelegd. Daarmee zijn zij verantwoordelijk voor het in stand houden van de werkeenheid, in naam van het bestuur. De SPO’ers tekenen een regelement waarin de delegatie en het mandaat staan beschreven.

Consequenties

Welke consequenties had het nieuwe werken voor de organisatie? De Stichting Anton Constandse werd opgeknipt in drie organisatieonderdelen:

  • de bestuursorganisatie
  • de serviceorganisatie
  • de hulpverleningsorganisatie

De bestuursorganisatie stelt de kaders, waarbinnen professionals hun werk doen. De serviceorganisatie (ondersteunende afdelingen) werkt ondersteunend aan de werkeenheden. Onder de hulpverleningsorganisatie vallen de werkeenheden.

Door veel te communiceren over het waarom en over wat de verandering voor mensen zou betekenen, werd draagvlak gecreëerd voor de nieuwe manier van werken. Cruciaal voor de komende jaren is dat medewerkers elkaar professioneel aan durven spreken en dat een ieder, van directeur tot SPM’er, de nieuwe manier van werken in het DNA krijgt.

Vragen aan de organisatie

  • Meer eigen verantwoordelijkheid voor begeleiders levert veel werk op voor begeleiders. Heeft een cliënt daar baat bij? Ian: Eén aspect van herstel is het hernemen van verantwoordelijkheden en eigen regie. Als medewerker kun je op deze manier als voorbeeld dienen voor je cliënt. Je maakt (gedeeltelijk) hetzelfde proces door.
  • Wat merken cliënten van de nieuwe manier van werken?
    Marco antwoordt met een voorbeeld: een cliënt die niet meegaat tijdens een bewonersvakantie mag nu het deel van het ontspanningsbudget, dat voor hem was bestemd, inzetten om een verre reis naar familie mogelijk te maken. Eerder was dit ondenkbaar.
  • Was de opleiding er eerst of de vraag naar een nieuwe manier van organiseren?
    Ian: De opleiding komt voort uit de behoefte om herstel een veel steviger plek te geven binnen de organisatie. Om dit mogelijk te maken is een nieuw beroep ontwikkeld met bijbehorende opleiding, en een nieuwe organisatiestructuur die ruimte biedt aan de nieuwe beroepsbeoefenaar.
  • Hoe word je opgeleid tijdens de opleiding?
    Ian: Je wordt opgeleid tot beroepsbeoefenaar, maar je leert ook hoe je gezamenlijk een beroepspraktijk voert.

Verslag door Damiët Kuin

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg