invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Thematranche Welzijn: Van merkbare naar meetbare effecten

Gepubliceerd op:

Er is grote behoefte aan harde cijfers over meetbare effecten van sociaal werk. Tijdens de bijeenkomst 'Monitoren van effecten: autonomie, verbondenheid, substitutie' van de Thematranche Welzijn op 12 januari 2016 zijn twee good practices gepresenteerd.

Sjoerd Visser liet met behulp van de Effectencalculator zien dat preventief werken door Sint Jozef Wonen en Zorg samen met partners een besparing van € 45.000,- per casus oplevert. Jeanne Aerts toonde met V-office aan dat ook het preventief werken van de LEVgroep in Helmond tot flinke besparingen leidt. Zo is doorverwijzing naar dure zorg in een jaar tijd meer dan gehalveerd. ‘Goede, inspirerende praktijkvoorbeelden,’ concludeerde projectleider Marie-Antoinette Bäckes. ‘Rode draad in beide verhalen is het belang van het gesprek met je stakeholders waarin je aantoont hoe effectief je bent.’

Naar meetbare effecten

Er is niet alleen behoefte aan verhalen over de resultaten van sociaal werk, maar ook aan harde cijfers over de effecten. Kun je effecten van je werk in het sociaal domein laten zien? Wat is de impact daarvan? En wat levert dat op voor klanten, burgers, medewerkers en financiers? Er zijn ook twijfels. Kun je een preventieve sector zoals welzijn langs een harde meetlat leggen? Is het effect van welzijn wel in cijfers uit te drukken? Zijn er niet altijd allerlei andere factoren die een rol spelen? Kost dat monitoren niet teveel tijd? Is het beschikbare instrumentarium adequaat? Al deze vragen spelen in de Thematranche Welzijn, memoreert Marie-Antoinette Bäckes bij de opening  van deze bijeenkomst. Deelnemers zijn de interne projectleiders, In voor zorg-coaches, de leden van de begeleidingscommissie en enkele gasten.
De trajecten van de Thematranche zijn halverwege, maar toch moet een aantal deelnemers nog starten met de 0-metingen. Het is de bedoeling dat alle deelnemers na deze bijeenkomst besluiten wanneer de metingen plaatsvinden en met welk instrumentarium dat gebeurt.

‘In de bijeenkomst in het najaar van 2015 stonden de merkbare effecten centraal,’ zegt Bäckes. ‘Zien we in gedrag of de manier waarop we met elkaar samenwerken al veranderingen die vertrouwen geven? Persoonlijk, bij de bestuurder en bij de intern projectleider? In de organisatie, bij de leidinggevenden, medewerkers, vrijwilligers? En in de samenleving en in het systeem, in de samenwerking met gemeenten, in de wijken en buurten, bij klanten? Ik herinner mij enthousiaste verhalen over soms kleine merkbare effecten, die hoopvol zijn. Nu gaat het niet om merkbare effecten, maar om meetbare effecten. Deze zijn net zo belangrijk om in de loop van dit jaar te kunnen laten zien!’

De Effectencalculator

Kwetsbaarheidsproblematiek voorkomen

Kwetsbaarheid vroegtijdig opsporen en preventief werken teneinde grotere problemen en duurdere zorg te voorkomen. Dat wilde Sint Jozef Wonen en Zorg bereiken. Deze organisatie biedt verzorging, verpleging, thuiszorg en welzijnsdiensten in Meijel en omgeving. Meijel is een dorp met 6.000 inwoners in de Limburgse gemeente Peel en Maas.

‘Mensen met drankproblemen bijvoorbeeld,’ zegt In voor zorg-coach Sjoerd Visser. ‘Als je daar te laat bij bent, is er vaak niets meer aan te doen. Kwetsbaarheidproblematiek willen we zoveel mogelijk voorkomen. Met die insteek zijn we bij Sint Jozef van start gegaan. Maar hoe meet je dat? Daarover was Sint Jozef in gesprek met In voor zorg! We maken gebruik van de zelfredzaamheidsmatrix. Daarmee kun je laten zien dat mensen vooruitgaan in hun sociale omgeving. We zochten naar hardere indicatoren. Veel kwetsbare mensen die naar de huisarts gaan, hebben geen duidelijke lichamelijke klachten, maar zijn eenzaam. Het huisartsenbezoek zou omlaag moeten. Mantelzorgers zijn vaak zwaar belast en kunnen dan overspannen raken. Dan zou je die overspannenheid moeten meten en aantonen dat je die vermindert. Als je dit soort dingen met valide meetinstrumenten kunt meten, is dat goed. Maar onze ervaring is: het is moeizaam, het werkt niet.’

Als je dat soort metingen wilt doen, loop je volgens Visser tegen allerlei problemen aan. Het is lastig om de juiste personen te vinden bij wie je klachten kunt meten en bij wie je ook nog eens aan kunt tonen dat die klachten dankzij jouw aanpak verminderen. Tellen van huisartsenbezoeken leek eenvoudig, maar de huisartsen in Meijel en omgeving weigerden deze gegevens door te geven. ‘Wellicht dachten zij: als wij minder mensen in onze spreekkamer krijgen, daalt onze inzet. Daar werken wij niet aan mee.’ Bij Sint Jozef gooiden ze het over een andere boeg en gingen ze aan de slag met de Effectencalculator.

Wat-als-scenario’s op niveau van klant, organisatie en samenleving

Om optimaal gebruik te kunnen maken van de Effectencalculator, moest Sint Jozef drie vragen beantwoorden: Hoe maak ik hard wat mijn initiatief oplevert (de businesscase)? Voor wie maak ik mijn businesscase? Hoe kom ik van theorie naar praktijk?

Om een goede businesscase uit te werken, maakte men gebruik van Business Model Canvas en het bijbehorende ‘Waarde Propositie Ontwerp’. Aan de hand van dit model kun je onder meer vaststellen wie je klanten zijn, welke diensten je levert, wat die diensten opleveren en wat daarvan de kosten zijn. ‘Maar dat is niet genoeg,’ zegt Visser. ‘Want hoe overtuig je je financier dat je die effecten daadwerkelijk met jouw diensten gaat bereiken?’

De Effectencalculator is het resultaat van diverse evaluaties in het sociale domein en kunnen we beschouwen als een uitbreiding van het Business Model Canvas. In de Effectencaltulator staan drie vragen centraal:

  1. Wat gebeurt er in het leven van de bewoner/cliënt?
  2. Welke interventie heeft hij of zij nodig?
  3. Wat is het prijskaartje daarvan?

De meerwaarde van de interventie stel je vast door dezelfde drie vragen ook te stellen voor de situatie zonder interventie. Om het prijskaartje vast te stellen, bereken je niet alleen de kosten van de eigen organisatie, maar ook die van alle andere die bij die interventie betrokken zijn. ‘Je kunt de kosten van een huisuitzetting vaststellen,’ licht Visser toe. ‘De kosten die de politie maakt om mensen aan te pakken die over straat zwerven. De kosten van ziekenhuisopnames. Met de Effectencalculator breng je in beeld welke partijen diensten leveren en wat de kosten daarvan zijn. Maar ook welke partijen investeren en welke partijen profijt hebben van die investeringen. Zo kan het zijn dat ziektekostenverzekeraars profiteren van investeringen van de gemeente in zorg en welzijn. En dat huisartsen daardoor omzet verliezen. In feite maak je met de Effectencalculator “wat-als-scenario’s” op drie niveaus: klant, organisatie en omgeving.’

De Effectencalculator kan een goede analyse opleveren om met verschillende partijen in gesprek te gaan. ‘Je kunt aantonen dat een preventieve interventie van jouw organisatie andere partijen geld oplevert, terwijl je er zelf op verliest. Dan kun je de vraag stellen: zijn jullie bereid mij te betalen als ik die interventie uitvoer?’

Casus oude vrouw en verslaafde kleinzoon

Ter illustratie belicht Visser een concrete casus. Een oudere vrouw wordt regelmatig bezocht door haar aan drugsverslaafde kleinzoon, die in een ander dorp woont. De vrouw is kwetsbaar, maar kan nog prima zelfstandig wonen en haar eigen boontjes doppen. De jongen wil geld. Als ze dat niet geeft, veroorzaakt hij overlast in de buurt. Om van hem af te zijn, trekt ze toch maar weer haar portemonnee. Daarmee hoopt ze te voorkomen dat de jongen gaat stelen. De vrouw gaat slechter slapen, raakt in financiële problemen omdat haar kleinzoon haar besteelt, wordt steeds onzekerder, valt af en toe, gaat zichzelf slechter verzorgen en raakt in een sociaal isolement. Mede omdat de buurt last van haar kleinzoon heeft.

Voor deze casus heeft Visser twee scenario’s in beeld gebracht. Boven de tijdsbalk, die van januari 2015 tot januari 2016 loopt, staat de integrale benadering en daaronder de referentieaanpak. De integrale benadering is de aanpak van verschillende organisaties en het sociale netwerk van de vrouw. Daarin zien we onder meer dat het maatschappelijk werk de contacten met haar dochter en de rest van de familie verbetert. Dat vrijwilligers haar bezoeken en helpen met boodschappen doen, omgaan met geld en haar betrekken bij activiteiten in de buurt. Haar dochter komt ook wekelijks en houdt zich meer bezig met haar zoon. De wijkverpleegkundige regelt een aantal voorzieningen, opdat de vrouw zelfstandig kan blijven wonen. Voor de kleinzoon is de verslavingszorg ingeschakeld. De wijkagent houdt de buurt in de gaten. Ook de kosten van al deze interventies zijn in beeld gebracht.

In januari 2016 concludeert de vrouw: ‘ Ik voel me weer veilig in en om mijn huis. Ik heb nu een betere band met mijn kleinzoon en ik merk dat de buren een oogje in het zeil houden en bijspringen als ik hen nodig heb. Mensen in de buurt zijn ook blij dat de overlast die mijn kleinzoon veroorzaakte  onder controle is. Ik  voel me minder afhankelijk, omdat ik weer zelf mijn boodschappen kan doen. Ik heb mijn financiën op orde.’

In de referentieaanpak is in kaart gebracht welke interventies nodig zijn als de problemen van de vrouw en haar kleinzoon niet worden aangepakt. De vrouw wordt ziek, heeft extra zorg en huishoudelijke verzorging nodig. Uiteindelijk kan zij niet meer zelfstandig wonen en verhuist zij naar een verzorgingshuis. Bovendien voelen buurtbewoners zich onveilig en schakelen zij regelmatig de politie in. Ook hier zijn alle kosten in beeld gebracht. Daarbij is gebruik gemaakt van de “Maatschappelijke prijslijst” die onderdeel is van de Effectencalculator. Alle kosten zijn opgenomen in een overzicht, waarin duidelijk wordt welke partij welk bedrag betaalt en hoe hoog de winsten of besparingen zijn die organisaties kunnen realiseren.

Besparing van miljoenen euro’s

Van de 6.000 inwoners van Meijel zijn er naar schatting achthonderd kwetsbaar. Voor vijf personen heeft Visser scenario’s als hierboven uitgewerkt en samen met alle betrokken partijen de kosten vastgesteld. Daarvoor hebben zij een jaar de tijd genomen. Met de Effectencalculator tonen zij aan dat de integrale aanpak gemiddeld een besparing oplevert van € 45.000,- op jaarbasis per casus en dat integraal, preventief werken daarmee potentieel miljoenen euro’s aan besparingen oplevert. Het gebruik van de Effectencalculator leidde tot een herschikking van financieringsstromen. De ziektekostenverzekeraars profiteren van besparingen en kunnen een gedeelte van de verliezen van andere partijen compenseren, die dankzij deze preventieve aanpak minder omzet hebben.

Een belangrijke aandachtspunt bij het werken met de Effectencalculator is het besef dat effecten altijd hypothetisch zijn. Visser: ‘Je weet immers nooit zeker wat er gebeurd zou zijn als je producten of diensten niet had geleverd en andersom. Tweede aandachtspunt is dat je draagvlak creëert bij alle betrokken partijen. Daarbij moet je niet alleen kijken naar wie voordeel heeft, maar vooral ook wie nadeel heeft.’

Een belangrijke succesvoorwaarde is een goede communicatie aan het begin van het traject, concludeert Visser. ‘Je moet goed duidelijk maken wat je wilt bereiken en geen partijen afschrikken. Wij willen met deze werkwijze kwetsbare mensen vinden, maar geen taken overnemen van andere partijen. Je moet weten waar de gevoeligheden liggen.’

V-office

Meer eigen kracht en minder zorgconsumptie

Wat is de toegevoegde waarde van de LEV-groep voor de gemeenten, andere financiers en de maatschappij? Hoe kunnen we de kostprijs en de overhead van de organisatie verlagen? Als antwoord op deze vragen wilde de Raad van Toezicht van de LEV-groep een advies van deze welzijnsorganisatie, die actief is in Helmond en omgeving. Bovendien wilde de RvT weten met welke veranderstrategie de organisatie de gewenste situatie kon bereiken.

De LEV-groep heeft een visie ontwikkeld die erop gericht is dat mensen zoveel mogelijk gebruik maken van hun eigen kracht en minder zorgconsumptie afnemen.  De organisatie stimuleert de eigen kracht door de sociaal-economische positie en participatie van burgers te versterken. Dat levert autonomie, competentie en signaleren op als maatschappelijke meerwaarde.

De ‘zorgzame buurt’ versterkt leefbaarheid en sociale cohesie en de maatschappelijke meerwaarde daarvan is welbevinden en minder zorgconsumptie. Actieve burgers profiteren van het steunpunt voor vrijwilligers en mantelzorgers en dat levert verbondenheid als maatschappelijke meerwaarde op. Het vangnet biedt kwetsbare mensen tijdelijke ondersteuning. Minder zorgconsumptie is hier de maatschappelijke meerwaarde. In 2015 ging 45 procent van het totale budget van de LEV-groep naar het vangnet. De ambitie is om dit percentage te verlagen naar 20 procent door een grotere inzet in de preventie.

‘Dat is ambitieus, maar we leggen de lat hoog om de beweging gaande te houden,’ zegt waarnemend LEV-groep bestuurder Jeanne Aerts. ‘Onze strategie werd: de positie in de eigen regio versterken in combinatie met verbreden in de keten. Om concurrerend te zijn, is het noodzakelijk om de kostprijs en de overhead te verlagen. Daarnaast moet je “dichtbij”  zijn. Je kunt de gunfactor verhogen door het samenspel met de wijkteams en zichtbaar in de wijk te zijn door vrijwilligers, mantelzorgers en cliënten als ambassadeurs van je organisatie in te zetten.’ Ook de samenwerking met zorg, wonen, werkgevers en onderwijs is een belangrijk onderdeel van de nieuwe strategie van de LEV-groep.

Nieuwe functie: de LEVnetwerker

De LEV-groep maakt onderscheid tussen de wijkwerker, de LEVnetwerker en de vangnetwerker. De Wijkwerker is actief in het domein van preventie, vroegsignalering, ondersteuning en nazorg. De vangnetwerker biedt tijdelijke ondersteuning en heeft korte lijnen met specialistische zorg. ‘De LEV-netwerker is een nieuwe functie,’ zegt Aerts. ‘Die zorgt er voor dat mensen niet te lang in het vangnet blijven, maar ook dat mensen met wie de wijkwerker werkt de hulp krijgen die ze nodig hebben.’

Het managementteam fungeert als coördinatieplatform waarin een collectieve verantwoordelijkheid geldt, de verantwoordelijkheden zoveel mogelijk verdeeld zijn en de directeur-bestuurder de rol van voorzitter vervult. Het MT richt zich vooral op strategie, verandermanagement en talentontwikkeling.

Beoogde effecten van de aanpak zijn het vergroten van de zelfredzaamheid en de eigen kracht van klanten; preventie en substitutie (minder zorgconsumptie door inzet welzijnswerk); en tenslotte versterking van de samenwerking met de sectoren zorg, wonen, leefbaarheid, werk en onderwijs onder regie van de gemeente.

Autonomie en zelfredzaamheid nemen aantoonbaar toe

Met behulp van V-office meet de LEV-groep de zelfredzaamheid en eigen kracht van de klant. Bij het afsluiten van een traject van het maatschappelijk werk wordt de klant gevraagd of hij op eigen kracht verder kan, of hij gebruik maakt van zijn sociaal netwerk, of hij zijn situatie kan hanteren en of zijn vaardigheden en zelfvertrouwen zijn vergroot.  De antwoorden worden opgeslagen in V-office. Daardoor krijgt men inzicht in de effecten van de dienstverlening, zowel individueel als collectief per regio. Omdat professionals direct baat hebben bij registratie, zijn zij gemotiveerd om deze uit te voeren. Gewoonlijk vult de professional de antwoorden van de klant in, maar de klant kan dat ook zelf doen.

Op de vraag of de klant op eigen kracht verder kan, antwoordde 46 procent in 2014 ja en 45 procent deels. Voor 2015 zijn deze percentages respectievelijk 47 en 46. Uit de cijfers blijkt dat autonomie en zelfredzaamheid toenemen. ‘We zijn bezig de registratie aan de nieuwe situatie aan te passen, zodat we thema’s als autonomie, zelfredzaamheid, competenties en burgerinzet daarin een plek kunnen geven,’ vertelt Aerts. ‘Bovendien is de registratie nu te probleemgericht. We willen ook laten zien wat er in de wijken gebeurt met matches die gemaakt worden tussen kwetsbare en weerbare burgers en of de betrokkenheid in buurten groter wordt.’

Doorverwijzing naar tweede lijn meer dan gehalveerd

De LEVgroep toon met V-office aan dat de duur van trajecten voor algemeen maatschappelijk werk en opvoedondersteuning met 10 procent afnam. ‘Het aantal korte contacten is licht gestegen,’ zegt Aerts. ‘Wellicht komt dat omdat er beter wordt gesignaleerd. Het past bij de preventieve insteek.’ De gemiddelde duur van korte contacten is in 2015 teruggebracht van 1,7 naar 1,5 uur. De gemiddelde looptijd van trajecten is gedaald van 142 dagen in 2014 tot 99 dagen in 2015, terwijl de bestede tijd daalde van 7,37 tot 7,13 uur per traject. Doorverwijzingen naar duurdere zorg in de tweede lijn daalde van 178 in 2014 naar 72 in 2015: meer dan een halvering.

Dienstverlening met inzet van vrijwilligers is gestegen van 76,6 procent naar 79,6 procent. Uit tevredenheidsonderzoek blijkt dat 75 procent van de vrijwilligers zich gewaardeerd en ondersteund voelt in het werk en dat 74 procent weet waar zijn of haar verantwoordelijkheid ophoudt en die van de beroepskracht begint.

Ook de positionering van de LEV-groep in de regio is gemeten, waarbij onder meer is gekeken naar indicatoren als ‘preferred supplier’, bekendheid in de regio en zichtbaarheid in de wijken. ‘De integrale kostprijs is flink afgenomen, van € 73,25 per uur in 2015 tot € 67,50 in 2016,’ zegt Aerts. ‘Daar zit alles in, ook de huren van accommodaties.’ De overhead is afgenomen van 20 tot 17,2 procent en het ziekteverzuim daalde van 4,67 tot 4,6 procent, inclusief zwangerschapsverloven.’ Het aantal productieve uren wil de organisatie verhogen tot uiteindelijk 1500.

‘Het systeem verloopt nog niet zo gladjes, maar we zijn tevreden met de vorderingen die we maken,’ concludeert Aerts. ‘De duidelijke opdracht van de RvT en onze deelname aan In voor zorg! hebben daaraan bijgedragen, evenals het draagvlak in de Ondernemingsraad en de Vrijwilligersraad en de participatie van deze beide raden.’ Andere succesvoorwaarden zijn het organisatiemodel, dat alle lagen in de organisatie raakt, en de nieuwe functie van LEVnetwerker als versterking van de ingezette trend.

Klanteffectmeter

De Klanteffectmeter is als vragenlijst ontworpen door de MOgroep en Stimulansz en deze organisaties hebben dit instrument doorontwikkeld met Tevreden.nl. Met deze Klanteffectmeter kunnen deelnemers aan de Thematranche Welzijn aantonen of de autonomie (zelfredzaamheid) van burgers of klanten is toegenomen en of preventie en substitutie tot lagere kosten hebben geleid. Bellis van den Berg, senior programmamedewerker onderzoek en monitoring bij In voor zorg!, legt uit dat het instrument vóór en na een activiteit of interventie kan worden gebruikt, zodat men inzicht krijgt in de bijdrage van die activiteit of interventie aan het welzijnsdoel. Bovendien levert dit instrument inzicht op in klantervaringen. 

De vragenlijst omvat 35 vragen die gekoppeld zijn aan verschillende welzijnsdoelen, zoals maatschappelijke participatie, zorgen voor elkaar (ontvangen), zorgen voor elkaar (geven) en leefbaarheid en veiligheid. In de Thematranche Welzijn wordt dit instrument gebruikt voor drie welzijnsdoelen: zelfredzaamheid/eigen kracht, burgerinzet en preventie. Burgers of klanten kunnen op een schaal van vijf – van helemaal oneens tot helemaal eens – aangeven of ze het eens zijn met een stelling. Bijvoorbeeld: ‘Ik heb zelfvertrouwen’.

Binnen de Thematranche Welzijn gaat een pilot van start om het instrument verder te verfijnen. Organisaties die bij de thematranche zijn aangesloten, kunnen deelnemen aan deze pilot. De pilot duurt een jaar, begint met een nulmeting en eindigt met een eindmeting. Deelnemende organisaties hebben de mogelijkheid om interventiegerichte vragen toe te voegen en krijgen de beschikking over een eigen digitale omgeving. Bovendien krijgen zij een training en een handleiding. Organisaties die aan deze pilot willen deelnemen, worden verzocht zich vóór 31 januari 2016 aan te melden.

In Oldenzaal wordt al met de Klanteffectmeter gewerkt. ‘Wij werken met sociale teams en meten niet wat de inzet van welzijn apart oplevert, maar de welke resultaten we samen bereiken,’ zegt Gineke Annink, leidinggevende bij welzijnsorganisatie Impuls in Oldenzaal. ‘Het mooie van dit instrument is dat je per klant kunt laten zien welke bijdrage je hebt geleverd aan bijvoorbeeld zelfredzaamheid of preventie.’

Verslag door Kees Neefjes

Meer weten

Dossier(s)

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg