invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

RSZK: De dementieketen verbeteren

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

RSZK gaf tijdens de In voor zorg-bijeenkomst 'Goede dementiezorg' op 9 en 27 november een presentatie over het verbeteren van de dementieketen en het vormgegeven van familiezorg binnen een Zorg3hoek.

De RSZK – met 9 locaties vertegenwoordigd in de Brabantse Kempen – werkt al sinds 2011 aan een betere dementieketen. Dianne Engels, bestuurder zorg en behandeling, vertelt hoe de verbetering vorm kreeg. Daarna is het woord aan de meegekomen medewerkers. Enthousiast vertellen zij over de nieuwe werkwijze, waarin de zorg3hoek een belangrijke plaats heeft. Engels: ‘Onze medewerkers leveren het grootste aandeel in de verandering.’

Twee eyeopeners

Het was in 2009 dat Engels een medewerker hoorde verzuchten dat mantelzorgers altijd zo veel tijd kostten. Niet veel later merkte ze dat het nog helemaal niet vanzelfsprekend was dat collega’s van de dagbesteding hun informatie deelden met collega’s van het verpleeghuis. Het waren twee eyeopeners die het begin van een verandering vormden. ‘Ik wilde de interne dementieketen verbeteren. En ik wilde bereiken dat cliënten en familie bij ons het gevoel hebben dat ze in hun laatste thuis komen, waar ze het leven zelf mogen invullen.’

Programmaraad

De RSZK stelde een programmaraad samen, begeleid door In voor zorg!, met zorgmedewerkers van alle locaties en andere inhoudelijk betrokkenen. Hun opdracht was: hoe kunnen we de cliënt van binnenkomst tot ontslag of overlijden beter begeleiden? Heel bewust koppelde de RSZK de programmaraad los van de organisatie, met een eigen budget en de mogelijkheid zelf de implementatie op te pakken. ‘De programmaraad had dus veel vrijheid’, vertelt Engels. ‘Ze besloten 3 pilots te gaan draaien om de verbeteringen die ze bedacht hadden te testen.’

Op zoek naar een mens

Tegelijkertijd boog de programmaraad zich over de benodigde cultuuromslag. Engels: ‘Want wie durft nou tegen collega’s te zeggen dat dingen beter kunnen? Medewerkers vinden over het algemeen dat het allemaal goed gaat op de locaties.’ De realiteit was echter dat de RSZK veel verschillende gesprekken met cliënten en mantelzorgers voerde: het wachtlijstgesprek, het opnamegesprek en ga zo maar door. En de informatie uit al die gesprekken deelde de RSZK onvoldoende. Zodra de cliënt het verpleeghuis binnenkwam, nam de verzorging het letterlijk over en deed de familie een stap terug. ‘Uiteraard allemaal met de beste bedoelingen’, zegt Engels. Ze leest een stukje voor uit het boekje 'Op zoek naar een mens', van Leo van Erp. Hij schrijft over de uitdagingen van het ouder worden, waaronder het verpleeghuis. ‘Deze verhalen deelden wij met medewerkers en mantelzorgers. Om samen te komen tot betekenisvolle zorg.’

Zorg3hoek

Dan neemt beleidsmedewerker Peet van Laar het woord. Ze vertelt dat de RSZK zich steeds bewuster werd dat met de cliënt een heel systeem binnenkomt. ‘Een systeem van mensen die allemaal bij het leven van de cliënt horen. Wij hebben de zorg3hoek ontwikkeld, met bovenaan de cliënt. Zijn leven en welzijn zijn het uitgangspunt. Dat betekent dus oog hebben voor de dingen die belangrijk voor hem zijn.’ Aan weerszijden van de voet van de driehoek bevinden zich de familie – waarmee de RSZK een volwaardige samenwerking aangaat – en het professioneel systeem van de RSZK. Vervolgens bedacht de RSZK een keten van gesprekken in de zorg3hoek, formele momenten waarop medewerkers met de cliënt en zijn familie in gesprek gaan. De meegekomen medewerkers lichten de keten van begin tot eind toe.

Het transferbureau

Anja is teamleider kleinschalig wonen, pg en somatiek. Zij vertelt dat de interne keten start bij het transferbureau. Daar komt de zorgvraag binnen, wordt informatie verzameld en gekeken naar welke locatie de cliënt kan én wil verhuizen. ‘Vroeger bleef veel informatie “hangen” bij het transferbureau. Het werd niet verder verspreid of te laat. Nu zorgen we dat de informatie op de juiste plek terechtkomt. En we pakken het gesprek breder op. Bijvoorbeeld met het document “hoe bent u het gewend”. Daarmee brengen de cliënt en zijn naasten in beeld welke gewoontes en ondersteuning belangrijk zijn in het leven van de cliënt. Zodat de cliënt ook na de verhuizing naar een verpleeghuis zijn leven zoveel mogelijk kan voortzetten met de dingen en de mensen die belangrijk voor hem zijn. Ook verzorgen we rondleidingen op locaties. Want het is belangrijk dat de familie een goed beeld krijgt van de gewenste locatie, om tot een goede keuze te kunnen komen.’

Voorbereidend gesprek

Margriet is verzorgende op een open pg-afdeling. ‘Al voor de verhuizing organiseren we een voorbereidend gesprek met de cliënt en zijn familie. Daarin proberen we te achterhalen welke dingen de cliënt gewend is te doen. Want die moeten zoveel mogelijk doorgaan. Bijvoorbeeld een kaartclubje, biljarten, een koor, weekendjes weg met de kinderen. Ook maken we een Ecogram, om te zien wie belangrijk zijn voor de cliënt.’ Ze vertelt dat het wel even wennen was. ‘Mijn eerste gesprek was met een gezin met 6 kinderen en die waren het nergens over eens. Toen heb ik voorgesteld een nieuwe afspraak te maken, zodat ze er eerst even samen over konden nadenken. Dat tweede gesprek liep perfect. Ze waren erachter gekomen dat ze allemaal het zelfde doel hadden: het beste voor hun moeder.’

Welkomstgesprek

Op de dag van de verhuizing vindt het welkomstgesprek plaats. Vroeger heette dat het opnamegesprek, vertelt Daniëlle, verpleegkundig ondersteuner op een kleinschalige pg-afdeling. ‘Meestal hadden we al wat summiere informatie van het transferbureau gekregen. Zo’n opnamegesprek verliep volgens een strak lijstje. We gaven veel algemene informatie. En we adviseerden om zang- of kaartclubjes af te zeggen. Want die hadden we hier in huis ook. Vervolgens namen we letterlijk de rolstoel over en schoven we de zorg van de familie aan de kant.’ Het welkomstgesprek verloopt heel anders. ‘Vooraf krijgen we uitgebreide informatie van het transferbureau. We begeleiden de cliënt en zijn familie naar de afdeling. Daar beginnen we het gesprek met “hoe gaat het met u”. Ook vragen we hoe de weg naar de verhuizing toe is verlopen. Het woord “verhuizing” gebruiken we heel bewust, opname klinkt zo klinisch. We willen het bij ons als thuis laten voelen.’

Praktisch gesprek

Francine is cliëntbegeleider op een kleinschalige pg-voorziening. Zij vertelt over het praktisch afstemmingsgesprek dat 2 tot 4 weken na de verhuizing plaatsvindt. ‘Iedereen is dan een beetje gewend en wij beginnen de cliënt te kennen. Het praktisch gesprek is bedoeld voor de puntjes op de i. En om de samenwerking buiten de zorg meer vorm te geven. Wij merken dat familieleden vlak na de verhuizing even rust nodig hebben. Na verloop van tijd geven ze zelf aan wat ze leuk vinden om op te pakken. Helpen bij een activiteit bijvoorbeeld. Een stukje praktische zorg kan ook.’ Francine vertelt over een dame van Surinaamse bijeenkomst die bij de RSZK woont. ‘Haar dochter was gewend regelmatig bij haar moeder in bed te slapen. Dit was voor beiden belangrijk. Maar de zorg thuis was erg zwaar geworden en de dochter voelde zich overbelast. Een paar weken na de verhuizing – de dochter had wat afstand genomen en was tot rust gekomen – gaf ze aan het contact met haar moeder te missen. Sinds dat moment slaapt ze elke week weer een nacht bij haar moeder. Tot beider tevredenheid.’

Kernteamoverleg

Eenmaal gesetteld in het verpleeghuis vinden 2 keer per jaar besprekingen van het zorgleefplan plaats. Karin, teamleider kleinschalig wonen pg, licht toe. ‘We houden een voorbereidend kernteamoverleg met behandelaren en een medewerker van het team. Dat is nog zonder cliënt en familie. De insteek is “wat kunnen we nog meer bieden”. Zo komen we tot een voorstel voor mogelijke behandeling of ondersteuning. Het voorbereidende gesprek is bedoeld om kritisch, open en eerlijk behandelopties met elkaar te bespreken. Tijdens de zorgleefplanbespreking – mét familie en als het mogelijk en gewenst is ook de cliënt – koppelt een van de behandelaren, meestal de psycholoog of de arts, de bevindingen uit het kernteamoverleg terug. Cliënt en familie hebben het laatste woord. Het kernteamoverleg is nieuw en heeft als voordeel dat we meer in gesprek gaan met elkaar en vervolgens ook met de cliënt en de familie.’

Aan het eind van de presentatie staat Dianne Engels nog even stil bij de lezing waarmee Machteld Huber de bijeenkomst opende. ‘In haar definitie van gezondheid staan eigen regie, welbevinden en zingeving centraal. En dat is precies waar de RSZK de aandacht op richt. Met succes, maar tegelijkertijd hebben we nog hele stappen te maken. We blijven leren.’

Verslag door: Ingrid Brons

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg