invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Pakt u de ruimte voor kwaliteitsverbetering? Leg de lat hoog!

Gepubliceerd op:

Een sterkere positie voor de cliënt en ruimte voor de professional, dat zijn de hoofdthema’s waar een kopgroep van aanbieders van verpleeghuiszorg mee aan de slag zal gaan in het kader van het vernieuwingsprogramma ‘Ruimte voor verpleeghuiszorg’ zoals gepresenteerd op www.langdurigezorg.nl.

Manon Jansen, programmamanager Kwaliteit Verpleeghuizen en Anno Pomp, Coördinator Strategie langdurige zorg van het Ministerie van VWS gaven op 19 mei een toelichting op de brief van staatssecretaris Van Rijn, waarin alle aanbieders van verpleeghuiszorg worden uitgedaagd om een voorstel in te dienen om vrij van belemmeringen de best mogelijke kwaliteit van zorg te kunnen gaan leveren en als voorbeeld te dienen voor de rest van de sector.

Authenticiteit

‘Ouderen die te maken krijgen met kwetsbaarheid en ziekte willen nog steeds zelf hun leven kunnen inrichten met behoud van authenticiteit. De scheidslijn tussen gezond zijn of ziek zijn is tegelijkertijd niet meer zo zwart wit. Er is tegenwoordig veel meer sprake van een glijdende schaal’, schetst Manon Jansen de maatschappelijke ontwikkelingen die aanleiding zijn geweest voor de grote hervormingen in de langdurige zorg met als motto: Zo thuis als mogelijk.

Regeerakkoord

Nu de wettelijke kaders die de ‘zorg voor mensen die dat nodig hebben’ zijn vormgegeven komt een andere doelstelling uit het regeerakkoord aan  bod, namelijk: werken aan kwaliteit van de verpleeghuiszorg. Hiertoe presenteerde staatssecretaris Van Rijn in februari zijn plan ‘Waardigheid en Trots, liefdevolle zorg voor onze ouderen’. ‘En met onze ouderen bedoelen we: de ouderen van onze maatschappij en dus niet de ouderen van ons verpleeghuis’, benadrukt Manon. ‘De essentie van het plan is namelijk dat er gewerkt wordt aan een betere relatie tussen cliënt, mantelzorger en zorgverlener.’

Bladerdak

kwaliteitsboom

Maar wat verstaan wij nou precies onder kwaliteit? Manon gebruikt een boom als metafoor. ‘Allereerst moet de veiligheid op orde zijn. Als er iets mis is met de wortels van een boom, dan valt hij om. De stam van de boom is de kwaliteit van zorg die geleverd wordt, die is de drager van dat wat de boom echt mooi maakt; zijn kroon. Het bladerdak van de boom staat voor de kwaliteit van leven.’ Maar hoe zorgen we ervoor dat het landschap van de langdurige zorg vol bloeiende bomen komt te staan? ‘Dat is een zaak van lange adem. Daar is echt een paradigmashift voor nodig’, zegt Manon.

5 speerpunten

En hoe gaan we daar concreet aan werken? Het plan voor kwaliteitsverbetering kent 2 sporen: enerzijds wordt er ingezet op streng toezicht en anderzijds wordt er gewerkt aan structurele kwaliteitsverbetering via 5 speerpunten.

  • Speerpunt 1: de relatie tussen cliënt, mantelzorger en zorgverlener. Manon: ‘Deze wordt versterkt door het invoeren van een zorgplanbespreking die leidt tot een zorgleefplan voor elke cliënt. We willen dat cliënten, hun mantelzorgers en de zorgverleners samen het gesprek aangaan over risico’s en leefbaarheid, dat er cliëntondersteuning geboden wordt en dat de positie van de cliëntenraad versterkt wordt. Daarnaast zet het ministerie sterk in op ZorgkaartNederland zodat cliënten een bewuste keuze kunnen maken.’
  • Speerpunt 2: de basis moet op orde zijn. Manon: ‘De IGZ gaat haar toezicht vernieuwen. Dat wil zeggen: meer cliëntgericht maken. En het ministerie gaat regelen dat er bestuurlijke onder toezichtstelling mogelijk wordt.’ Organisaties waar de basis niet op orde blijkt te zijn, en waar dus een urgent kwaliteitsvraagstuk ligt, kunnen ondersteuning krijgen van In voor zorg!.
  • Speerpunt 3: inzet op professionaliteit. Manon: ‘De professionals bepalen uiteindelijk de kwaliteit van de zorg die geleverd wordt. Zorginstituut Nederland gaat een leidraad maken voor een verantwoorde personeelssamenstelling. Er wordt gekeken naar hoe het onderwijs en de arbeidsmarkt beter op elkaar kunnen aansluiten. En ook voor het huidige zorgpersoneel moet structureel de mogelijkheid geboden worden om bij te leren.’
  • Speerpunt 4: bestuurlijk leiderschap. Een verbetertraject kan niet slagen zonder commitment van de bestuurder. Bestuurders moeten de drijvende kracht zijn achter de voorstellen die wij honoreren voor het programma ‘Ruimte voor verpleeghuizen.’
  • Speerpunt 5: transparantie. Manon: ‘Tot slot moeten wij de maatschappij laten zien wat de kwaliteit is die wij leveren en wat de verbeteringen zijn die wij bewerkstelligen.’

Trots

Anno Pomp neemt het stokje van Manon over. Hij neemt het publiek verder mee in het ‘waarom, wat en hoe’ van het vernieuwingsprogramma ‘Ruimte voor verpleeghuizen’. Anno: ‘Dit plan heeft vorm en inhoud gekregen dankzij een reeks aan werkbezoeken en gesprekken met vertegenwoordigers uit het veld. Het is goed om te zien dat verschillende van hen die we gesproken hebben, hier nu ook aanwezig zijn. Wat wij voor ogen hebben met dit deel van het vernieuwingsprogramma, is het ruimte geven aan het enthousiasme voor kwaliteitsverbetering en de beroepstrots binnen de sector!’

Ruimte

‘U kunt, door de lat hoog te leggen en een ambitieus voorstel in te dienen voor kwaliteitsverbetering, een best practice worden waar de hele sector van kan leren en uw ervaringen zullen vervolgens als input dienen voor beleidsvorming. Het programma biedt u de kans om een bijdrage te leveren aan de maatschappelijke discussie, zodat Nederland ziet welke kwaliteit er in de verpleeghuissector geboden wordt. U krijgt een podium om te laten zien wat u bereikt met uw vernieuwingen.’

Motivatie

En welke voorwaarden stelt het ministerie dan aan de voorstellen voor deelname aan het programma? Anno: ‘Het belangrijkste is uw motivatie. Als je graag wilt kan alles. Als u de basis op orde heeft, u onderschrijft de 5 speerpunten van het plan ‘Waardigheid en Trots’, er is bestuurlijk commitment en u bent bereid om uw ervaringen te delen dan ligt de weg open voor deelname. Tot slot hebben wij als uitgangspunt dat de ervaringen van cliënten en mantelzorgers de basis zijn voor kwaliteitsverbetering en daarom stellen wij deelname aan ZorgkaartNederland verplicht. Voorstellen waarin duidelijk is aangeven dat de positie van de cliënt er beter op wordt en er meer ruimte is voor de professional hebben daarbij een grotere kans om geselecteerd te worden.’

Supportteam

En hoe ziet de ondersteuning vanuit het programma er concreet uit? Anno: ‘We zullen deelnemers groeperen binnen een aantal thema’s op basis van hun voorstellen, zodat zij onderling leergroepen kunnen vormen. Er worden per themagroep supportteams samengesteld met een vertegenwoordiger van het ministerie, een coach en een lid van de taskforce. Daarnaast zal er voor alle deelnemers gezamenlijke ondersteuning worden ingericht voor  het bieden van expertise, monitoring en communicatie.’

Vragen

Na afloop van de presentaties was er ruimte voor vragen vanuit de zaal, die direct door het ministerie beantwoord werden.

  • Vraag 1: Is er binnen ‘Waardigheid en Trots’ ook aandacht voor de rol van de mantelzorger bij kwaliteitsverbetering en worden mantelzorgers betrokken bij de uitvoering van dit vernieuwingsprogramma?
    Antwoord 1: Er is contact met Mezzo en ook de NPCF (lid van de Taskforce) brengt de positie van de mantelzorger regelmatig onder de aandacht als onderdeel van kwaliteitsverbetering.
  • Vraag 2: Participatie van de cliëntenraad is belangrijk bij dit programma, maar houden jullie ook rekening met de cliëntenraad in de planning en de manier van communiceren over dit programma?
    Antwoord 2: Om zorginstellingen de gelegenheid te bieden hun cliëntenraad input te laten leveren voor hun voorstel, is de deadline voor het indienen van een voorstel uitgesteld. Ook zal bekeken worden op welke manier cliëntenraden meer direct kunnen worden benaderd in de communicatie over het programma.
  • Vraag 3: Een vereiste voor deelname aan het programma is dat een zorginstelling ook deelneemt aan ZorgkaartNederland. Maar beschikt een cliënt wel over de kennis om kwaliteit van zorg te beoordelen?
    Antwoord 3: Van een cliënt wordt niet verwacht dat hij/zij op de hoogte is van alle kwaliteitsnormen van controlerende instanties, daarom geldt ook dat de basiskwaliteit op orde moet zijn bij deelnemende organisaties.
  • Vraag 4: Is er in dit programma ook aandacht voor belevingsfactoren zoals inrichting van de omgeving, aangezien deze van grote invloed zijn op de kwaliteit van leven?
    Antwoord 4: Dit kan als onderwerp opgenomen worden in een voorstel. Verbeterplannen kunnen breed ingaan op het verbeteren van de kwaliteit van leven.
  • Vraag 5: Hoe moet je als deelnemer omgaan met het feit dat je, om de kwaliteit van leven te kunnen verbeteren, risico’s moet accepteren en daarmee niet aan alle kwaliteitsnormen van controlerende instanties kunt voldoen?
    Antwoord 5: Benoem expliciet de risico’s die kunnen voortkomen uit een voorstel tot verbetering van kwaliteit van leven. Er kunnen dan specifieke afspraken gemaakt worden met de controlerende instanties.
  • Vraag 6: Welke ondersteuning biedt het programma concreet?
    Antwoord 6: Er komt ondersteuning in de vorm van procesbegeleiding en communicatie. Daarnaast kan er specifieke expertise ter beschikking gesteld worden via een supportgroep, afhankelijk van de voorstellen.

Verslag door: Vera Hendrikse

Meer weten

Dossier(s)

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg