invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Het ABC’tje van Azora: omgaan met onbegrepen gedrag

Gepubliceerd op:

Onbegrepen gedrag komt bij dementie veel voor. Azora werkt sinds 2003 met de ABC-methodiek. Met succes, lichtte ouderenpsycholoog Mirjam van Roekel op 9 en 27 november tijdens de bijeenkomst over goede dementiezorg toe. Haar collega Lusi Rachmat, specialist ouderengeneeskunde, vertelde hoe Azora een fixatievrije instelling werd. Locatiemanager Hannie Bulten startte de presentatie met een korte introductie op de visie van Azora.

Visie

Azora staat voor Aandacht, Zelfstandigheid, Onderscheid, Relatie en Ambitie. Deze 5 begrippen zijn de pijlers van de visie. De zorgaanbieder uit de Achterhoek heeft 7 locaties met verpleeg- en verzorgingshuiszorg en verhuur van appartementen, die ook uitvalsbasis voor de thuiszorg zijn. ‘We hebben aandacht voor onze cliënten, voor hun naasten, voor collega’s en vrijwilligers’, vertelt Hannie Bulten. ‘We streven zelfstandigheid van cliënten en medewerkers na. Onderscheid staat voor wie we zijn en wat we doen. Relatie betekent dat we nog intensiever met familie willen samenwerken. En met ambitie willen we onze medewerkers stimuleren en faciliteren om de werkprocessen te verbeteren.’ Werken vanuit de visie en multidisciplinair samenwerken vindt Azora belangrijk. Het gebruik van de ABC-methodiek bij onbegrepen gedrag is daar een voorbeeld van.

Onbegrepen gedrag

Azora had behoefte aan een manier om onbegrepen gedrag methodisch in kaart te brengen, vertelt ouderenpsycholoog Mirjam van Roekel. ‘ABC sprak aan, omdat de methode eenvoudig, helder en multidisciplinair is.’ Inmiddels heeft Azora 4 ABC-docenten en een co-docent, en zijn binnen de psychogeriatrie alle verzorgenden geschoold. Ook de borging is op orde. Dat is een vereiste, aldus Van Roekel. Bij Azora is er brede steun van het management, is het ABC ingebed in het ECD en is de psycholoog van de eigen afdeling betrokken bij de scholing.

De ABC-methodiek

De principes van de ABC-methodiek zijn helder. De A staat voor ‘actie’. Van Roekel: ‘Dat moet een concrete actie zijn, een beschrijving van het onbegrepen gedrag. Dus niet “onrustig”, maar “cliënt staat vaak op en loopt achter het personeel aan ” of “cliënt zit overal aan”.’ De B staat voor ‘bewegers’. ‘Dat zijn de aanleidingen voor het onbegrepen gedrag. Bewegers kunnen intern zijn – zoals pijn of angst – of extern. Externe bewegers zijn geluid, koud of warm, licht. Maar de belangrijkste externe beweger zijn de medewerkers.’ De C staat voor ‘consequentie’. ‘Hoe wordt het onbegrepen gedrag in stand gehouden? Is er sprake van een negatieve spiraal?’ En dan is er nog de S van ‘samen’. ‘Een ABC’tje maak je met het hele team. Ook betrekken we de familie actief.’

Casus

Van Roekel beschrijft de casus van een 87-jarige man. Hij woont in een kleinschalige pg-woning en heeft de ziekte van Alzheimer. Hij vertoont agressief gedrag tijdens zorgmomenten. Team en psycholoog besluiten een ABC-observatieformulier in te vullen. Als interne bewegers noteren ze onbegrip, als gevolg van de voortschrijdende dementie. Externe bewegers zijn de dekens weghalen, uitkleden, wassen en draaien in bed. Meneer wordt dan boos, gaat schoppen en slaan. Medewerkers proberen hem te kalmeren door rustig te praten en over zijn rug en schouders te wrijven. Soms helpt dat. Andere keren laten ze hem met rust om op een later tijdstip verder te gaan met de zorg.

Nieuwe bewegers

Medewerkers en familie willen bereiken dat meneer zo min mogelijk stress ervaart tijdens de zorg. Dit uit zich in minder agressief gedrag. Om het gedrag van meneer te veranderen zoekt het multidisciplinaire team naar nieuwe bewegers. Voorbeelden zijn de inzet van een aromastreamer om een rustige sfeer te creëren, slechts een keer per dag omkleden, weinig taal gebruiken, de hand van meneer van bovenaf vastpakken, de deken niet helemaal weghalen, en de telefoon uitzetten tijdens de verzorging. Ook besluit het team dat medewerkers meneer altijd in tweetallen verzorgen, waarbij één medewerker de regie neemt, terwijl de ander non-verbaal voor veiligheid zorgt.

Rustiger

Na evaluatie blijkt dat de nieuwe benadering werkt. Meneer is rustiger en vertoont veel minder agressief gedrag. Inmiddels kan een medewerker de verzorging ook prima alleen af. Wel valt op dat het bij de ene medewerker net wat beter gaat dan bij de andere. Daarvoor zet Azora VIO of video interventie in de ouderenzorg in, gericht op positief leren van het eigen handelen. Van Roekel benadrukt dat de ABC-methode niet alleen werkt bij agressie, maar ook bij depressie, agitatie of seksueel ontremd gedrag. Inmiddels is bij 80% van de pg-bewoners een ABC gestart. De psycholoog is telkens de caseholder. Ze sluit af met een tip: ‘Wacht niet te lang met signaleren en inschakelen. Dat komt het welbevinden van zowel cliënten als medewerkers ten goede. Ik druk teams op het hart dat ik liever 2 keer voor niets kom dan 2 keer te laat.’

Vrijheidsbeperking

Dan neemt Lusi Rachmat, specialist ouderengeneeskunde, het woord. Zij vertelt dat in de jaren ’90 steeds meer aandacht voor de negatieve effecten van vrijheidsbeperkende maatregelen opkwam. ‘Negatieve berichtgeving in de media speelde daarbij een belangrijke rol.’ De definitie van vrijheidsbeperking luidt: alle fysieke maatregelen die de bewegingsvrijheid van mensen beperken, zoals gordels, tafelbladen, bedhekken, rolstoelen op rem, diepe stoelen, infrarood en camera’s. Rachmat voegt toe dat hiertoe ook chemische fixatie behoort, medicatie dus.

Valpartijen

Zorginstellingen kiezen voor fixatie om verschillende redenen. Om te zorgen dat een cliënt niet uit bed of stoel valt bijvoorbeeld. Maar ook om onrustig of onveilig gedrag te beperken en dwalen of de verwijdering van medische hulpmiddelen te voorkomen. Maar is het wel nodig? Volgens Rachmat niet. Ze illustreert het met de feiten rondom vallen. ‘Het achterwege laten van fixatiemiddelen leidt niet tot een toename van valpartijen met ernstig letsel. Overigens bestaat slechts bij 2% tot 5% van alle valpartijen een risico op ernstig letsel. En dat risico is bij frequente “vallers” juist lager dan bij bewoners die weinig vallen.’

Fixatievrije instelling

Rachmat staat stil bij de effecten van vrijheidsbeperkende maatregelen. ‘Voorbeelden van lichamelijke gevolgen zijn incontinentie, decubitus en afname van de spiermassa. Psychische gevolgen zijn verslechtering van het cognitief functioneren, depressie en agressie. Fixatiemiddelen kunnen bovendien letsel toebrengen, zoals blauwe plekken en schaafwonden, of zelfs dodelijke ongevallen veroorzaken.’ Azora heeft sinds 2010 het waarborg fixatievrije instelling. Uitgangspunt voor Azora is de visie, de kwaliteit van leven. ‘In de praktijk betekent dat jezelf kunnen zijn, veilig en vrij bewegen, doen wat je leuk en zinvol vindt en ervaren dat je erbij hoort. Daar passen geen vrijheidsbeperkende maatregelen bij.’

Aanpak

Om de vrijheidsbeperkende maatregelen terug te dringen richtte Azora een werkgroep op. Dat was in 2004. Een plan van aanpak volgde. ‘Hierin waren een nulmeting, voorlichting en een evaluatie opgenomen’, vertelt Rachmat. De cijfers lieten al snel een daling in het aantal fixatiemiddelen zien. Met uitzondering van een kleine toename in 2007, toen Azora overging op kleinschalige teams. Dat was ook een mooi moment om opnieuw aandacht voor fixatiemiddelen te vragen. De voorlichting liep door in 2008, net als de klinische lessen. En er kwam een lijst met alternatieven. ‘Daarop staan bijvoorbeeld de ABC-methode, de verzwaringsdeken en meer activiteiten, zoals rolstoeldansen en “snoezelen”. We hebben een speciale snoezelkamer met prettige lichtjes en geuren.’

Weerstand familie

Echte hobbels ondervond Azora niet op de weg naar fixatievrije zorg, aldus Rachmat. ‘Natuurlijk waren er tegenstanders, maar die zijn er altijd. Een belangrijk aandachtspunt was de ervaren verantwoordelijkheid van de verzorgenden. Zij maakten zich zorgen dat er toch iets zou gebeuren tijdens hun dienst. Voor hen was de steun van het management heel belangrijk.’ Ook voelden teams zich niet altijd begrepen. ‘Het zijn de verzorgenden die 8 uur lang tussen onrustige bewoners zitten. Een arts moet begrip daarvoor tonen en uitleggen waarom hij bijvoorbeeld geen medicatie geeft.’ Daarnaast moet een fixatievrije instelling rekening houden met weerstand van familie. ‘Soms kiest familie voor een ander huis, omdat ze het niet met ons beleid eens zijn. Nu duidelijk is dat er geen calamiteiten plaatsvinden, wordt die weerstand wel minder.’

Tips

Rachmat sluit haar presentatie af met een aantal tips:

  • Neem de belevingsgerichte visie als uitgangspunt.
  • Laat het managementteam duidelijkheid scheppen.
  • Blijf informeren en communiceren.
  • Scholing en alternatieven bedenken zijn en blijven belangrijk. Creatief zoeken naar alternatieven is een kunst. Azora besteedt hier veel aandacht aan, binnen het team en multidisciplinair.
  • Ook domotica is een vorm van vrijheidsbeperking. Zet techniek alleen in als het echt nodig is.

Verslag door: Ingrid Brons

Meer weten

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg