invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Cindy Hobert: een platform voor diverse doelgroepen

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Eind 2012 werd het dorp Luttenberg in Overijssel opgeschrikt door het nieuws dat verzorgingshuis Maria-Oord moest sluiten. Het huis kon niet voldoen aan de nieuwe eisen voor intramurale zorg. Wat betekende dat voor de ouderen van Luttenberg? Op hun oude dag alsnog verhuizen naar Raalte? Vanuit de huisartsenpraktijk ontstond een vernieuwend initiatief: OZOverbindzorg. Het is een ‘virtueel verzorgingshuis’, dat de communicatie in het netwerk rondom de cliënt verzorgt. De cliënt is de eigenaar. Op de bijeenkomst ‘Innovatieve toepassingen met technologie in de zorg’ op 17 maart gaf mede-oprichtster Cindy Hobert een presentatie.

We moeten het samen doen

‘In Zwolle en omgeving zijn wel dertig thuiszorgorganisaties actief’, vertelt Hobert. ‘En allemaal hebben ze een app en allemaal zeggen ze “de dokter kan meedoen”. Maar de dokter kan niet overal aan meedoen, dat lukt gewoon niet. Dat zegt overigens niets over de app, die kan fantastisch zijn. Bovendien is er nu een nieuwe speler in het veld, de gemeente. Ook weer met een eigen app. Er is zoveel versnippering, terwijl wij ervan overtuigd zijn dat we het samen moeten doen.’ Praktijkmanager Cindy Hobert, huisarts Ger van der Vlies en adviseur Frits Lauterbach bedachten daarom OZOverbindzorg, een onafhankelijk sociaal-medisch netwerk, gemaakt voor de cliënt.

Serviceorganisatie

‘Wij zijn gaan innoveren vanuit de cliënt’, zegt Hobert. ‘En betrekken daarbij nadrukkelijk alle samenwerkingspartners.’ Want OZOverbindzorg is een serviceorganisatie, die zorgt voor lokale samenwerking. Partners rondom een cliënt kunnen hier belangrijke informatie delen. Het cliëntenbelang staat altijd voorop. ‘Stel dat een wijkverpleegkundige met een cliënt beeldbelt en signaleert dat de vrouw moeilijk opstaat en struikelt over kleedjes. Hoe deelt ze dat? Dan is het handig als er een communicatieplatform is. Waar alle mensen die betrokken zijn bij deze cliënt de informatie kunnen lezen.’

Bestellingen bij de apotheek

Hobert benadrukt dat het niet de bedoeling is dat organisaties hun dossiers delen via OZOverbindzorg. ‘Meestal is dat helemaal niet nodig. Om een voorbeeld te noemen: het rapport van de fysiotherapeut komt niet in OZO, maar wel dat mevrouw drie keer per week moet wandelen.’ Ze vertelt dat de bestellingen bij de apotheek een van de eerste dingen waren die via OZOverbindzorg gingen lopen. ‘Achteraf gezien heel logisch, want als mensen belden stonden ze maar zo twintig minuten in de wacht.’ OZO biedt dus gemak en tijdwinst. En dat geldt ook voor de beeldbellende verpleegkundige uit het voorbeeld hierboven: vóór OZO zou ze de huisarts hebben gebeld om haar zorgen te delen en te horen hebben gekregen dat hij terug zou bellen. In negen van de tien gevallen gebeurde dat niet binnen haar dienst.

Zo werkt OZOverbindzorg

In OZOverbindzorg krijgt een cliënt (of zorgvrager) een eigen pagina op een website. ‘De cliënt en/of zijn mantelzorger is de eigenaar. Daarnaast is er een coördinator – vaak de wijkverpleegkundige of de praktijkondersteuner van de huisarts – die samen met de cliënt het overzicht houdt.’ De cliënt bepaalt vervolgens welke zorgverlener toegang krijgt tot zijn OZO-dossier, en geeft daar ook toestemming voor. In de opslaghistorie ziet de cliënt wie wanneer in zijn dossier heeft gekeken. ‘Hulpverleners kunnen samen ruggenspraak houden, maar de cliënt heeft er recht op te weten wie heeft ingelogd.’ Het systeem is zo simpel mogelijk opgezet, gebruikersvriendelijk en laagdrempelig dus. Met vinkjes kan worden aangegeven voor wie een bericht bestemd is. Die ‘ontvanger’ krijgt vervolgens een mail met een link naar OZOverbindzorg.

Kosten en baten

Natuurlijk kost OZOverbindzorg geld. ‘Bij ons dragen de gemeente en de zorgverzekeraar de kosten. Dat maakte het mogelijk OZO te ontwikkelen.’ De opstartkosten zijn ongeveer € 1,50 per inwoner per jaar. Voor een regio met 30.000 inwoners moeten gemeenten en zorgverzekeraar dus € 45.000 betalen. ‘Daarmee heb je wel een vangnet voor al je kwetsbaren’, aldus Hobert. ‘En het levert rust op. Bijvoorbeeld voor de wijkverpleegkundige die niet meer de hele dag met briefjes rondloopt met informatie die ze nog moet delen. En voor alle samenwerkingspartners die niet meer in de wacht hoeven te staan bij een collega en later niet meer uren bezig zijn om nog mensen te bereiken. Maar vooral voor de cliënt en de mantelzorger.’ Als het systeem er eenmaal is, zijn de exploitatiekosten ongeveer € 0,90 per inwoner.

Eigenaarschap ligt bij de cliënt

‘Kan een zorginstelling OZOverbindzorg aanschaffen?, klinkt uit de zaal. Hobert schudt nee. ‘Het eigenaarschap moet bij de cliënt liggen. Bovendien moet concurrentie in de samenwerking voorkomen worden. Dat kan alleen als geen enkele zorgpartij een belang heeft in OZO.’ Is het systeem dan niet te vrijblijvend, vraagt een andere deelnemer. ‘Als de huisarts meedoet, wil iedereen meedoen. Dat heeft de ervaring geleerd. En het is altijd goed om de huisarts te laten aanhaken. Ook als hij in eerste instantie geen rol speelt. Heel veel kan buiten de huisarts om geregeld worden. Maar er komt vrijwel altijd een moment dat de huisarts wel betrokken raakt. Dan is het goed als de verbinding met OZO er al is.’ Ze benadrukt dat het gebruik van OZOverbindzorg in het begin een kwestie van opvoeden is. ‘Mensen moeten eraan wennen dat ze niet meer de telefoon pakken, maar de informatie in OZO zetten. Dat groeit in de praktijk, maar heeft wel even tijd nodig. Verandering van gewoontes is moeilijk.’

Onverwachte verbindingen

En hoe concreet is de betrokkenheid van de cliënt, wil iemand anders weten. Hobert: ‘Niemand kan meedoen zonder toestemming van de cliënt. Toen wij OZOverbindzorg invoerden hebben we vaak met de cliënt en hun mantelzorger om tafel gezeten, om de zorg vorm te geven. En we zien dat steeds meer ouderen of mantelzorgers echt zelf meedoen aan OZO. Ze kunnen berichtjes sturen aan zorgverleners of vragen stellen. Tegelijkertijd gebeuren er dingen die misschien niet zo interessant zijn voor de cliënt, maar waar ze ook geen “last” van hebben. Professionals delen bijvoorbeeld dagcurves met elkaar. Dat is een mogelijkheid die wij niet hadden voorzien, maar waar we ook geen nee tegen zeggen. Blijkbaar voldoet OZO hiermee aan een behoefte van professionals.’ Ze sluit de presentatie af met een recent voorbeeld van een mooie spin-off van OZOverbindzorg. ‘In onze regio nemen wij bij de intake de GFI (Groningen Frailty Indicator) af. Ziekenhuizen willen nu ook aansluiten bij OZO. Want ook de transmurale zorgbrug vanuit de ziekenhuizen neemt standaard de GFI af. Door de twee GFI’s met elkaar te vergelijken ontstaat een beter zicht op hoe het met iemand gaat. Dat is een verbinding die wij niet van tevoren hadden bedacht.’

OZOverbindzorg is een stichting zonder winstoogmerk. OZOverbindzorg is nu in een meerdere regio’s ingevoerd.

Verslag door Inge Brons

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg