invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Wijkverpleging Zorgboog positief over Experiment regelarme instellingen

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

De Zorgboog is één van de 28 organisatie die in 2011 van de staatssecretaris toestemming kregen om een deel van de regelgeving naast zich neer te leggen. De wijkverpleegkundigen zijn blij met de resultaten en willen niet meer terug naar de oude manier van werken. Met name de indicatiestelling is een stuk efficiënter ingericht en er hoeft niet meer zorg te worden geleverd dan echt nodig, doordat de omgeving actief bij de behandeling betrokken wordt.

Indicatiestelling een stuk efficiënter

Het aanvragen en bewaken van indicaties was een flinke administratieve last voor de wijkverpleegkundigen. Iemand die zorg nodig heeft, moet namelijk eerst een indicatie aanvragen bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Deze stelt vervolgens een onafhankelijke (standaard)indicatie. Diana Rijntjes, directeur extramurale zorg bij De Zorgboog: ‘De praktijk laat zien dat het CIZ lang niet altijd juist kan inschatten welke zorg een individuele cliënt nou echt nodig heeft. Vaak moeten wij al snel een herindicatie aanvragen, bijvoorbeeld omdat de indicatie niet toereikend is of een te korte geldigheidsduur heeft. Het levert ook veel administratieve rompslomp op. Een indicatie is onderverdeeld in verschillende functies: verzorging, begeleiding, verpleging en dagactiviteiten. Bij iedere cliënt moeten wij nauwkeurig bijhouden hoeveel minuten van elke functie we leveren. Aan elke functie hangt namelijk een ander tarief vast.’

Binnen het experiment regelarme zorg kunnen de wijkverpleegkundigen van De Zorgboog nu zélf een indicatie stellen. ‘En die indicaties zijn niet meer in verschillende functies onderverdeeld. Met het zorgkantoor zijn wij een standaardtarief per uur overeengekomen.’, licht projectleider Judy Bakens toe. ‘De indicaties die wij stellen zijn ook beter gefundeerd. Wij hebben enkele dagen de tijd om de situatie te bekijken en kunnen dus ook in de praktijk zien wat er echt aan zorg nodig is. Dat betekent geen herindicaties meer. Het regelen van een herindicatie kostte gemiddeld zo’n dertig minuten administratie per cliënt, nu zijn we in drie minuten klaar met de administratie en het CIZ heeft er helemaal geen werk aan. Tel uit je winst!’

Niet meer zorg dan nodig

Ook in de manier van denken over zorg heeft bij zowel de professionals als bij de cliënten en hun omgeving een omslag plaatsgevonden.  Irene van Kessel, wijkverpleegkundige bij De Zorgboog: ‘Het ging lang om zoveel mogelijk productie maken. De Zorgboog heeft met het experiment regelarme zorg nadrukkelijk voor een andere koers gekozen. Er wordt nu veel meer een beroep gedaan op onze vakkennis als wijkverpleegkundigen. We gaan nu niet alleen met de cliënt, maar ook met zijn omgeving in gesprek. We kijken naar wat men zelf kan, wat men kan met wat hulp en wie daarbij een rol kan spelen’.

Opa ziet zijn kleindochter vaker
Een oude meneer met geheugenproblemen vergeet regelmatig zijn medicatie in te nemen. Elke dag moet de verzorging twee keer langs komen om meneer te helpen herinneren aan zijn medicatie. Dat is veertien keer per week. In overleg met de familie is bekeken welke rol zij zouden kunnen spelen. Kleindochter fietst nu elke middag even langs en in het weekend lost de familie het helemaal zelf op. De zorg is teruggebracht naar vijf keer per week en opa ziet zijn kleindochter ook wat vaker.

‘Deze nieuwe insteek is voor veel cliënten wennen.’ geeft Diana Rijntjes aan. ‘Er wordt nog vaak gedacht in termen van 'recht hebben op' in plaats van 'wat kan ik zelf' en 'hoe lang heb ik professionele hulp nodig'. Het zal nog wel even duren voordat dat verdwenen is. Mensen die zorg nodig hebben, moeten deze natuurlijk ook gewoon krijgen, ook in de toekomst. Het gaat niet om minder zorg, maar men moet zeker ook niet meer zorg krijgen dan nodig is. En bij de beoordeling van die vraag speelt de wijkverpleegkundige van De Zorgboog een cruciale rol. Vanuit die visie sturen we onze wijkteams op pad.’

Familie mag altijd de wijkzuster bellen
Bij een cliënt wordt steeds meer zorg gevraagd. Het valt de wijkverzorger op dat er wel erg vaak bezoek is als hij komt; het gezin telt dan ook zeven niet-thuiswonende kinderen. De medewerker gaat met de familie om tafel zitten en bespreekt de situatie. Samen wordt bekeken op welke momenten er écht een professional moet zijn en op welke moment de familie het met wat instructie ook zelf zou kunnen oplossen. De familie krijgt de verzekering dat ze altijd de wijkzuster mogen bellen. Met deze zekerheid neemt de familie graag haar aandeel in de zorg. Het aantal zorgmomenten is met twee derde teruggebracht.

Goede resultaten

Het experiment werpt inmiddels zijn vruchten af. De gemiddelde hoeveelheid zorg per cliënt is aan het dalen. Vaak is er in het begin iets meer zorg nodig, om de zaken goed te regelen en door te spreken. Daarna volgt in de meeste situaties een snellere afbouw dan voorheen én zijn de cliënten toch tevreden met de zorg.

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg