invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Regio Nijmegen: geïntegreerd wijkgericht samenwerken vanuit de eerstelijn

Gepubliceerd op:

Een netwerk van zorg en welzijn creëren dat de kracht heeft om zich aan te passen aan de behoefte in de wijk. Dit is de ambitie die het netwerk Nijmegen op 1 lijn voor zichzelf heeft geformuleerd met de zorgateliers die op verschillende plaatsen in de regio aan het ontstaan zijn. De eerste resultaten van wat deze zorgateliers voor de burgers in de wijk kunnen betekenen, zijn al heel goed zichtbaar.

Nijmegen op 1 lijn

Sommige filmpjes op YouTube zijn écht heel mooi. Dit filmpje bijvoorbeeld, dat in al zijn getekende eenvoud precies laat zien wat de burger in de wijk er beter van wordt als aanbieders van zorg en welzijn elkaar opzoeken. Het gaat hierbij om wijkgerichte professionals zoals huisartsen, praktijkondersteuners, wijkverpleegkundigen, maatschappelijk werkers en niet te vergeten natuurlijk de wijkbewoners. Zij werken in Nijmegen allemaal met elkaar samen in het netwerk Nijmegen op één lijn en zij noemen hun samenwerkingsverband een zorgatelier: een plaats waar de kunst van het geïntegreerd samenwerken wordt beoefend.

3 van de initiatiefnemers mochten erover vertellen tijdens de regionale transitiebijeenkomst Hervorming langdurige zorg op 2 juni 2014 in Nijmegen, een van de 18 regionale transitiebijeenkomsten die het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in samenwerking met veldpartijen organiseert voor vertegenwoordigers van cliëntenorganisaties, gemeenten, zorgverzekeraars, zorgkantoren, aanbieders, beroepsorganisaties, huisartsen en woningcorporaties.

De verbinding herstellen

Henk Schers, huisarts en voorzitter van Nijmegen op 1 lijn, zette tijdens de presentatie meteen de toon door te zeggen: ‘Onze opzet voor de ateliers was al in gang gezet lang voordat alle berichtgeving over de veranderende wet- en regelgeving op het gebied van de langdurige zorg in de media kwam.’

Het antwoord op de vraag wat dit voor de cliënten in de wijk betekent, liet hij over aan Minke Nieuwboer, ex-verpleegkundige en tegenwoordig adviseur integrale en transmurale zorg aan het Radboudumc in Nijmegen. Zij vertelde: ‘In het verleden pakten de huisarts en de wijkverpleegkundige de vragen vanuit de wijk samen op. Ze zorgden voor verbinding tussen zorg en welzijn in de wijk, maar die verbinding was de laatste jaren verdwenen. Toen wij met de ateliers begonnen, was er geen contact meer tussen de professionals op het gebied van zorg en welzijn en was de samenhang tussen de wijken zoek. Goede voorbeelden werden natuurlijk nog steeds ontwikkeld, maar ze werden niet meer door andere wijken overgenomen. In de gemeente Lent bijvoorbeeld bestond al jarenlang een Hometeam om ontschotting in de eerste lijn tot stand te brengen, maar dit vond geen weerklank in andere wijken en gemeenten.’

Samenwerken en kennis delen

Het ambitieniveau van de ateliers is hiermee meteen helder. ‘Wij wilden via de ateliers goede initiatieven in de etalage zetten zodat anderen ervan konden leren’, aldus Nieuwboer. ‘De kennisdeling móest beter, de multidisciplinaire samenwerking in de wijken ook.’

In 2013 werd in 9 wijken met ateliers begonnen. De GGD speelde een rol om in deze wijken het gezondheidsprofiel van de inwoners in kaart te brengen. Dit bood een concrete basis voor verdere actie. Nieuwboer: ‘Het multidisciplinair team liet zich allereerst door een epidemioloog uitleg geven over hoe we de cijfers van de GGD moesten interpreteren. In dialoog bespraken we vervolgens welke acties we kunnen ondernemen om dit gezondheidsprofiel te verbeteren op die punten waar dit aan de orde is en welke prioriteiten we daarin voor iedere wijk moeten stellen.’

Geen lange praatsessies, benadrukte Nieuwboer: zo’n overleg duurt gemiddeld een uur. Maar Schers was eerlijk genoeg om aan te vullen: ‘Het duurt wel een poos voordat je zo’n kaart met gegevens van een wijk hebt, die voldoende concreet is voor het team om mee aan de slag te gaan.’

In het voordeel van de cliënt

Inmiddels is de samenwerking in veel ateliers al lang het niveau van binnenskamers overleg ontstegen. Nieuwboer gaf prachtige praktijkvoorbeelden waarvan de cliënt in de wijk daadwerkelijk beter wordt. Op basis van het gezondheidsprofiel voor Beuningen werd bijvoorbeeld duidelijk dat verhoudingsgewijs veel volwassenen in die gemeente kampten met overgewicht. Gefaciliteerd door de gemeente werd een multidisciplinair programma ontwikkeld om dit probleem aan te pakken. Veel inwoners reageerden op de uitnodiging om hieraan deel te nemen en zij doorlopen op dit moment het programma.

Een ander gesignaleerd probleem was eenzaamheid onder ouderen. Dus werd, ook weer met medewerking van de gemeente, een signaleringskaart en een sociale kaart ontwikkeld om een gezamenlijke, wijkgerichte aanpak mogelijk te maken. Hierin is een belangrijke rol weggelegd voor de wijkverpleegkundigen en de welzijnswerkers. Meerdere wijken hebben deze aanpak inmiddels overgenomen.

Weer een ander project vond zijn oorsprong in Berg en Dal, waar een verzorgingshuis zich moest voorbereiden op de extramuralisering. De wijkverpleegkundige bracht hier het profiel van 60 bewoners in beeld, compleet met een geriatrisch assessment, en koppelde de gegevens terug naar de huisartsen. Dit vormde de basis voor een multidisciplinair plan om deze mensen met het oog op de extramuralisering goed in kaart te brengen. Wederom een idee dat inmiddels door andere wijken wordt overgenomen. Hetzelfde gebeurt op dit moment met een multidisciplinair project om verantwoord alcoholgebruik onder ouderen te stimuleren.

Langzaam maar zeker

En zo volgt het ene actieplan op het andere. Schers was wederom heel eerlijk toen hij erbij vertelde: ‘Het is soms een hele tour om de inwoners van de wijken bij onze activiteiten te betrekken. We hebben bijvoorbeeld een keer op allerlei manieren aandacht gevraagd voor een gespreksavond waarvoor uiteindelijk 5 mensen kwamen opdagen. Iedere wijk is anders, daar moet je als team op inspelen. En je moet de sleutelfiguren in de wijk kennen.’

Ook Nieuwboer erkende dat het een traject met een lange adem is. ‘En we zien ook niet altijd direct alles wat er in de wijk gebeurt’, vertelde ze. ‘We kwamen er bijvoorbeeld pas na een poosje achter dat 2 vrouwen – naar aanleiding van berichtgeving van ons in de lokale media over eenzaamheid onder ouderen – breiclubjes hadden opgezet.’

Maar het groeit wel, stelde Schens. ‘Het leidt tot samenwerking tussen professionals die elkaar jarenlang niet gezien hadden. En het begint nu vruchten af te werpen, dus dit is het moment om het te borgen.’

Op eigen kracht verder

Die borging is extra belangrijk omdat de financiering die ZonMw heeft geboden om de ateliers op te zetten, beperkt is tot 3 jaar. Volgens Marcel de Groot, directeur programma eerste lijn bij ZZG Zorggroep, ook actief betrokken bij Nijmegen op 1 lijn, moet het geen probleem zijn om op eigen kracht verder te gaan.

‘Samen vertegenwoordigen we een regio met 350.000 inwoners’, zei hij, ‘daarvoor moet je wat kunnen betekenen. Zeker als we ons erop richten het eigenaarschap van de wijk terug te leggen bij de bewoners, zoals wij hier duidelijk aan het doen zijn. We werken hiervoor samen met alle partijen in de eerste lijn. En we leggen ook de koppeling met het Radboudumc, om evidence te verzamelen voor structurele kwaliteitsverbetering. Door de verbinding te maken met onderwijs en onderzoek kunnen we het netwerk verder versterken. Ook met de gemeenten en de zorgverzekeraars hebben we volop contacten. Ook zij hebben er baat bij als mensen bij een groeiende zorgvraag zo lang mogelijk op verantwoorde wijze in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen.’

‘Het is echt netwerkzorg wat wij hier doen. Eerst gebruikmaken van het persoonlijke netwerk van de burgers, dan de professionals in de eerste lijn inzetten wanneer dit nodig is, en als laatste de expertise van specialisten benutten. Samen vormen deze 3 partijen de kennistrechter voor optimale uitwisseling tussen specifieke kennis en de dagelijkse gang van zaken. Met als uitgangspunt dat het netwerk zich aanpast aan het wijkprofiel. Dat moet de basis blijven.’

Geschreven door Frank van Wijck

Meer weten

Dossier(s)

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg