invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Amsterdam Zuid zet ervaringsdeskundigen in en ontsluit bestaande activiteiten

Gepubliceerd op:

Het tegengaan van eenzaamheid is een belangrijke pijler van het bestuur van stadsdeel Zuid in Amsterdam. Algemene cijfers van de GGD vertellen ons dat een op de drie mensen wel eens eenzaam is en een op de acht zelfs in ernstige mate. Ook mensen met een psychische aandoening voelen zich regelmatig eenzaam. Zij zijn dan ook vanzelfsprekend een van de doelgroepen waarvoor stadsdeel Zuid zich inzet.

Dagelijks Bestuurder Marijn van Ballegooijen (PvdA) was al deelraadslid voordat hij in 2014 begon in deze functie. Hij kent naar eigen zeggen de wijken dan ook goed. Beleidsambtenaar Chris van der Kroon is sinds 2008 werkzaam bij dit stadsdeel.

Het is lastig om het exacte aantal mensen met een psychische aandoening te achterhalen. Dat geldt voor heel Nederland en dus ook voor stadsdeel Zuid. Het Trimbos Instituut deed er onderzoek naar en extrapoleerde dat naar 18 procent van de Nederlanders die belast zou zijn met een psychische stoornis; een op de vijf mensen dus. Variërend van depressieve klachten en angststoornissen tot schizofrenie en verslavingsproblematiek. Deze schatting valt hoog uit bij het werkelijke aantal geregistreerde patiënten van GGZ inGeest, een grote ggz-organisatie in Amsterdam: ruim 3.000 mensen in Stadsdeel Zuid. Maar niet iedereen met een psychische aandoening is onder behandeling, verduidelijkt beleidsambtenaar Van der Kroon. “Het werkelijke aantal schatten we op rond de 5.000 mensen van de 140.000 mensen die het stadsdeel rijk is.”

Bijzondere meerwaarde

‘Meedoen in de maatschappij’: het credo van dit kabinet, draagt Van Ballegooijen een warm hart toe. Meedoen in de maatschappij en eenzaamheid tegengaan, zijn net als de regie over het eigen leven voeren, allemaal loten aan dezelfde stam. Overheid en ggz-instellingen doen het nodige aan activiteiten, opvang respectievelijk behandeling, maar steeds vaker organiseren mensen zichzelf en dat heeft een bijzondere meerwaarde, legt Van Ballegooijen uit. “Als activiteiten vanuit mensen zelf komen, brengt dat een andere sfeer en impact dan reguliere dagbestedingsactiviteiten, waar een zorg- of welzijnsorganisatie achter zit. Het heeft met trots en eigenwaarde te maken; het maakt mensen krachtiger als ze zelf aan het roer staan.”

Neem TEAM ED: ervaringsdeskundigen gaan op bezoek bij mensen thuis; juist voor hen die zorg mijden een manier om toch een vorm van aandacht en begeleiding te ontvangen. Een soort lotgenotencontact dat daardoor heel laagdrempelig is en niet aanvoelt als ‘zorg’. Het biedt ook de ervaringsdeskundige richting en inhoud aan zijn leven.

Ggz-coaches

Inspelen op dergelijke door mensen zelf georganiseerde activiteiten was dan ook wat stadsdeel Zuid wilde en dat voornamelijk faciliteren. Maar ook wilden zij ervoor zorgen dat al bestaande voorzieningen een groter bereik onder mensen met een psychische aandoening zouden krijgen.

Stadsdeel Zuid zocht voor dat laatste intensieve samenwerking met GGZ inGeest, het welzijnswerk, onder andere Dynamo, Combiwel en ervaringsdeskundigen. Uit deze samenwerking zijn zogeheten GGZ-coaches ontstaan. Zij gaan de wijk in zodat al bestaande activiteiten voor mensen uit allerlei doelgroepen beter ontsloten worden voor mensen met een psychische aandoening. Dat is geen doel op zich. Het is een middel om mensen meer bij de samenleving te betrekken. Samen kunnen de coaches ervoor zorgen dat de domeinen ‘zorg’ en ‘welzijn’ met elkaar verbonden worden.

De wijk in

De meeste coaches zijn in dienst bij GGZ inGeest; zij bieden dagbesteding en eerstelijnshulp en trekken de wijk in. GGZ inGeest krijgt hiervoor ondersteuning van het stadsdeel door een subsidie in het kader van de WMO. Er is ook een coach in dienst bij een welzijnsorganisatie die werkt voor heel welzijn in Zuid. Een van de uitdagingen vormen de Huizen van de wijk: daarvan zijn er verschillende, maar hoe bereiken zij de mensen die hun ondersteuning goed kunnen gebruiken?

Voor het stimuleren van activiteiten die vanuit mensen zelf komen, bedacht het stadsdeel samen met mensen met ggz-problematiek de Herstelwerkplaats. Het is een plek waar mensen kunnen samenkomen. Drie keer per week luncht men met elkaar. Mensen hebben zelf aangegeven behoefte te hebben aan een diëtist; door medicijnen ontstaat niet zelden een metabole stoornis met overgewicht tot gevolg. Ook wilden de bezoekers er met hun kinderen naar toe kunnen. Als activiteit is er onder meer de ‘anti-stigmaworkshop’. De Herstelwerkplaats, ook wel ED-plaats genoemd, wordt helemaal gerund door ervaringsdeskundigen; er is alleen een coördinator voor de planning.

Drietrapsraket

Voor de activiteiten die er inmiddels zijn: uit de mensen zelf en geïnstitutionaliseerd, schetst Van Ballegooijen een soort drietrapsraket. Neem zoiets als De Gezonde Hap: een activiteit waarbij men met elkaar kookt en eet. Door het in een huiskamersetting te organiseren is het zo laagdrempelig als maar mogelijk is. Een activiteit als deze kan voor mensen met een psychische aandoening een eerste stap zijn. Mensen die het bijvoorbeeld moeilijk vinden om de deur uit te gaan en onder de mensen te komen. Maar is die stap eenmaal genomen, dan is er wellicht meer mogelijk. Een volgende stap kan zijn dat zij naar de Herstelwerkplaats gaan om actief te werken aan een rol die hen meer en meer plaatst tussen reguliere actoren of instituties. Dat kan dan ook stap 3 zijn: deelnemen aan reguliere activiteiten bij reguliere instellingen. De coaches kunnen zorgen voor een warme overdracht van de ene naar de andere activiteit, want het kan heel eng zijn om een volgende stap te zetten.

Waar de wereld van de ggz in het verleden nog wel eens naar binnen gericht kon zijn, signaleert Van Ballegooijen een verandering. Er is sprake van een transformatieproces waarbij deze ggz-organisatie de blik naar buiten richt en actief de samenwerking met andere actoren in de maatschappij aangaat. Zoals in deze constellatie met het stadsdeel, met de welzijnsorganisaties en met TEAM ED. Maar niet overal in Nederland is die aansluiting vanzelfsprekend, zegt hij. “Het inkopen van dagbestedingstaken opdat we eenzaamheid tegengaan en deelname aan de maatschappij bevorderen, is een gemeentetaak geworden. Maar voor dat inkopen van zorg en welzijn ben je als gemeente ook afhankelijk van wat er aan organisaties actief zijn in jouw wijken.”

Samen optreden

Daar komt bij dat welzijn en zorg altijd twee gescheiden bastions zijn geweest. Maar juist door samen op te treden kun je meer voor mensen doen. Daar moet je je als gemeente dus actief tegenaan bemoeien, vindt hij. “Het moet een landelijke beweging worden die we als lokale overheden moeten stimuleren.”

Uit de verschillende samenwerkingspartners is een kernteam geformuleerd. Uit het programma ‘Nieuwe wegen voor ggz en opvang’ worden een of twee themacoördinatoren toegevoegd aan het kernteam. Van Ballegooijen heeft door deelname aan het programma onder meer als doel dat hij bevestigd wil zien of ze in Zuid goed bezig zijn. “Ik ben heel benieuwd naar de andere initiatieven van de deelnemers aan het programma. Ik hoop geïnspireerd te worden door wat anderen bedenken, reflectie op wat beter kan en wat we eventueel nog missen. Ook kunnen we wel ondersteuning bij het monitoren en later borgen gebruiken.” Ook verdere uitbreiding sluiten ze niet uit. Er is vanuit een van de Huizen van de wijk al een verzoek gekomen of er ook bij hen een Herstelwerkplaats kan komen.

Rol nieuwe overheid

Van Ballegooijen ziet een andere rol voor de overheid ontstaan. Ondersteuning van initiatieven die onderop beginnen, die door bewoners zelf worden aangedragen, dat is bij uitstek de rol van de nieuwe overheid, vindt hij. Bewoners moeten zelf zeggenschap hebben over wat zij belangrijk vinden en willen organiseren. Alleen waar het niet gebeurt, moet de overheid ingrijpen. Mensen bij elkaar brengen en zorgen dat er alsnog iets moois ontstaat. Anders gezegd: dat het moet gebeuren en wat er moet gebeuren: dat bepaalt de overheid. Maar hoe dat moet gebeuren? Van Ballegooijen: “Dat moeten we zoveel mogelijk overlaten aan de samenleving.”

Interview door Ellen Kleverlaan

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg