invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

ParkinsonNet: de meerwaarde

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

De meerwaarde van ParkinsonNet is onderzocht door KPMG Plexus en Vektis in opdracht van Zorgverzekeraars Nederland. 

Een betere organisatie van de zorg voor Parkinsonpatiënten leidt tot grote kwaliteitswinst en een forse kostenbesparing, dit is een van de uitkomsten van het onderzoek.

Conclusies

De conclusies van het onderzoek luiden als volgt: op basis van de cijfers uit 2009 kan worden geconcludeerd dat individuen met Parkinson die wonen in een regio waar ParkinsonNet actief is:

  • Meer fysiotherapie krijgen
  • Lagere kosten van de basisverzekering (Zvw) hebben (door een betere, integrale aanpak zijn bijvoorbeeld opnames minder frequent nodig)minder vallen, waardoor minder fracturen ontstaan (vooral minder heupfracturen)
  • Minder revalidatie (dag)behandeling nodig hebben
  • Minder vaak in een verpleeghuis opgenomen hoeven worden

De aangetoonde verschillen in effecten (tussen ervaren regio‟s en niet ervaren regio‟s) zijn voor 4 indicatoren significant:

  • Percentage patiënten met fysiotherapie
  • Het aantal fysiotherapie behandelingen dat een patiënt krijgt
  • Het percentage fracturen (als proxy voor valincidenten)
  • Het percentage heupfracturen (als proxy voor valincidenten

Mogelijke kostenbesparing

De mogelijke kostenbesparing als gevolg van ParkinsonNet kan op basis van de verschillen in zorgkosten (Zvw) tussen ParkinsonNet regio's en regio's zonder ParkinsonNet ligt tussen de  15-20 miljoen euro per jaar.

Vervolgstappen

De indicatoren geven handvatten voor ParkinsonNet aanbieders, gebruikers en zorgverzekeraars om een continu monitoringssysteem op te gaan zetten. Zo kunnen de kwaliteit en de kosten op ParkinsonNet regio niveau gemonitord worden.

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg