Staatssecretaris op werkcongres 'Transitie AWBZ West-Brabant'

Deelnemers bijeen aan een congres, waaronder de staatssecrataris van VWS

'Ik vond dit een zinvolle sessie. Als je zo het verhaal van de staatssecretaris hoort, ontdek je pas de volle breedte van het probleem en hoe de samenhang is. Boeiend!', Aldus Jan-Willem van der Velden, mantelzorger en lid van het Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO)-platform Drimmelen.

Hij was 30 november in Het Turfschip te Etten-Leur één van de bezoekers aan het werkcongres 'Transitie AWBZ West-Brabant'. Beleidsmedewerkers, wethouders, vertegenwoordigers van cliëntenraden, cliëntenbelangenverenigingen, WMO-raden en directies van zorgorganisaties ontmoetten elkaar hier. De overdracht van de begeleiding van Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar WMO stond centraal. Preciezer gezegd: wat houdt die begeleiding nu precies in en wie zijn de cliënten die het betreft? Een brede kennismaking met een nieuw speelveld voor de lokale overheden dus. Op het programma stonden inleidingen, films over cliënten, workshops en een uiteenzetting van Marcelis Boereboom, directeur generaal Langdurige Zorg bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Verrassingsbezoek

En dan was daar ook plotseling die verrassingsbezoeker: staatsecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten. Haar onverwachte entree onderstreepte het belang dat het Ministerie van VWS en de sector hechten aan een goede overdracht. Ze beet als inleider de spits af en zette de transitie in haar volle betekenis neer: 'Dat is een een majeure operatie die 418 gemeenten geweldige kansen geven. Alle geldpotjes bij elkaar en eindelijk alles zo kunnen organiseren dat je dat ene gezin ook echt goed kan helpen: ik wou dat ik wethouder was. Heerlijk.'

Op de weg van intentie naar uitvoering moet de komende tijd veel gebeuren, beaamde de staatssecretaris: 'Hoe koop je in, wat besteed je uit en wat doe je zelf? Wij als transitiebegeleiders doen er alles aan om de overgang goed te laten verlopen. Zie het transitiebureau als de kogellagers in dit 13 maanden durende transitieproces. Ik laat me graag inspireren door uw voorbeelden.'

10-uurs norm

De voorbeelden van de bezoekers waren op 30 november vooral verpakt in vragen. Zoals van Jan van Loenhout, voorzitter van de WMO-raad Roosendaal, die kritisch was over de beoogde norm dat een Persoonlijk Gebonden Budget (PGB) alleen verstrekt kan worden als per week minimaal 10 uur ondersteuning nodig is. Van Loenhout: 'Het Ministerie houdt vast aan de 10-uren norm bij de overheveling. Maar sommige mensen met een beperking, zoals blinden, komen net niet aan die 10 uur. Maar ze krijgen wel extra huishoudelijke hulp en begeleiding bij de persoonlijke verzorging. Die ondersteuning valt niet onder de 10-uurs norm. Waarom telt het ministerie deze onderdelen niet bij elkaar op, zodat mensen die dat nodig hebben wel aan die norm komen?'

De staatssecretaris vond zijn voorbeeld niet onredelijk: 'Ik neem de suggestie mee om verschillende compartimenten in bepaalde situaties bij elkaar te houden.'

Beeldvorming en werkelijkheid

De staatssecretaris liet zich deze dag met graagte informeren over de manier waarop praktijksituaties al dan niet in het toekomstige beleid pasten. Juist de nuance is belangrijk, benadrukte ze. Maar tegelijkertijd gaf ze aan waar verdere nuancering uitgesloten was: 'PGB-geld is niet bedoeld voor mensen die het PGB niet gebruiken voor zorg, maar die het zien als een soort van inkomen. Geld gaat naar mensen die het hard nodig hebben en naar de medewerkers die die zorg kunnen leveren.'

'Maar er gaat alleen maar geld af!', stelde iemand uit de zaal. Daarmee sneed deze deelnemer precies het spanningsveld aan tussen beeldvorming en werkelijkheid. De staatssecretaris: 'Mensen praten over bezuinigingen, maar toch komt er ieder jaar 500 miljoen extra bij voor persoonsgebonden budgetten.'
Tegelijkertijd krijgen mensen in bepaalde situaties ook minder geld. Het is de wet van de communicerende vaten, waarbij die vaten ondertussen wel worden gevoed met een fors stijgend budget.

Twaalf miljard extra

Directeur-generaal Marcelis Boereboom legde de aanwezigen uit hoe dat zit: 'Alle ministeries leveren fors geld in. Alleen voor gezondheidszorg komt er geld bij. En veel ook. Twaalf miljard euro extra in deze kabinetsperiode.'

Door factoren als de dubbele vergrijzing, de stijgende zorgvraag en toename van chronisch zieken moeten er - ondanks stijgend budget – keuzes worden gemaakt. Anders wordt de zorg echt onbetaalbaar. Die keuzes gaan hand in hand met nieuwe gezichtspunten. Zoals de overweging dat de samenleving en lokale overheden een sterkere rol kunnen spelen in het versterken van het burgerschap van mensen die door ziekte of beperking achterop dreigen te raken.

Stille revolutie

Mark van Oosterhout, wethouder in de gemeente Drimmelen, van de Regio West-Brabant omschreef de transitie van de AWBZ naar de WMO als een stille revolutie, maar wel een van de grootste sinds decennia. In die revolutie is gaandeweg de nodige finetuning nodig. Hij hield de staatssecretaris voor: 'Ik vind het bijvoorbeeld vreemd dat in een gezin met meerdere problemen zoveel verschillende hulpverleners over de vloer komen. Dat zou ik ander willen regelen.'

Staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten was het helemaal met hem eens. Wat haar betreft, worden bovendien de beoogde resultaten van hulp aan multiprobleem-gezinnen strakker neergezet: 'Nergens staat dat een gezin bij elkaar moet blijven. Dat is merkwaardig. Ik zou dat wel als uitgangspunt willen formuleren.'

Verbindingen leggen

In de wandelgangen van de Etten-Leurse werkconferentie greep menig bezoeker de gelegenheid aan om de staatssecretaris vragen te stellen. Zoals Anton van Balkom van sociaal-therapeutische boerderijgemeenschap De Beukenhof. Hij vroeg de staatsecretaris of in de nieuwe bekostiging het antroposofische aspect van zijn boerderij wel kan worden gehandhaafd.
De staatssecretaris: 'Dat ligt aan jullie zelf. Jullie moeten zelf verbindingen leggen met gemeenten en met andere partijen om ze te overtuigen van jullie meerwaarde.' Verbindingen leggen en aandacht voor kleinschaligheid kenmerkten ook andere vragen uit de Brabantse regio. Wethouder Marian Janse-Witte in Oosterhout: 'Ik ben bang dat kleine aanbieders het veld moeten ruimen voor grote organisaties.' De staatssecretaris: 'Wij willen juist graag dat kleine aanbieders zorg en begeleiding blijven bieden. Bij kleine aanbieders kennen hulpverleners en cliënt elkaar tenminste nog.'

Frits Nienkemper van Stichting Zuidwester stelde de staatsecretaris voor om sommige keuzes gewoon aan de cliënt zelf over te laten: 'Mensen vinden heus zelf wel hun aanbieder, waarom zouden organisaties ze bij het maken van die  keuze moeten helpen?' 'Een interessante gedachte', vond staatsecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten: 'Organisaties als MEE zouden een andere rol kunnen pakken, bijvoorbeeld door zelf meer aan individuele begeleiding te doen.'

12.000 extra banen

De transitie kenmerkt zich door schuivende panelen. Nieuwe inzichten en nieuwe prioriteiten dringen zich op. In een samenleving die in beweging is, is daar niets mis mee. De prioriteit voor zorg staat binnen het kabinet in ieder geval niet ter discussie. Hoe groot en omvangrijk de vraag naar zorg is, schetste Marcelis Boereboom in Etten-Leur met een paar veelzeggende vergelijkingen. 'Alle rijksambtenaren bij elkaar kosten 910 miljoen euro per jaar. Voor dat bedrag koop je 5 dagen zorg. Ander voorbeeld: de integratie van niet-westerse immigranten kost 293 miljoen euro. Dat is 1,7 dag zorg.'

Investeren in de zorg is niet alleen een vraagstuk over de nationale gezondheid, het is vooral ook een maatschappelijk vraagstuk. Marcelis Boereboom verwees naar Tony Blair, die terwijl zijn land in grote moeilijkheden was, juist extra geld in de Britse gezondheidszorg pompte. 'Wachtlijsten werken destabiliserend.' Waar de vraag naar zorg zo massaal is en zoveel geld kost, is de aanscherping van kwaliteit van het hoogste belang. Marcelis Boereboom: 'Die aanscherping zit ‘m bijvoorbeeld in het geld voor de 12.000 extra banen die in de langdurige zorg worden gecreëerd. Maar aanscherping zit ook in een drastische aanpak van de administratieve lasten en de komst van een landelijk kwaliteitsinstituut.'

Terugdringen administratieve lasten

Het verbeteren van de kwaliteit wordt mede bepaald, zo stelde de directeur-generaal, door het scheiden van wonen en zorg, de transitie naar de WMO en het overhevelen van revalidatiezorg naar de zorgverzekeringwet. Het is het beleggen van zorg en begeleiding op plekken waar ze het meest thuis horen. Marcelis Boereboom: 'Dit lijkt op het opsommen van nieuwe structuren, maar het raakt wel degelijk kwaliteit waar we het vandaag over hebben.'

Kwaliteit is ook het sleutelwoord bij het terugdringen van de vaak genoemde administratieve lasten. 'Daar zijn we in de langdurige zorg echt in doorgeschoten', stelde Marcelis Boereboom zijn gehoor in Brabant. 'Het ministerie kreeg op het Meldpunt Overbodige Regels 691 regels binnen die niet direct meerwaarde lijken te hebben', aldus de directeur-generaal die opriep om overbodige regels te melden via deze website van In voor zorg!.
Marcel Boereboom: 'Als u ergens tegenaan loopt, laat het ons weten'.

Wederkerigheid moet terug

Die regels komen niet uit de lucht vallen. Het leveren van langdurige zorg is soms een uiterst complex verhaal dat om een goede organisatie vraagt. Louis Rentrop, programmamanager woonondersteunende zorg van GGZ Westelijk Noord-Brabant, zette in Etten-Leur bijvoorbeeld uiteen welke zorg mensen in de psychiatrische hulpverlening nodig hebben en hoe complex het allemaal kan worden als je cliënten met een ernstige psychiatrische aandoening bij moet staan, waarbij ketenpartners elkaar dan ook nog op een slimme manier moeten zien te vinden. Maar in die geschetste complexiteit ligt tegelijkertijd het pleidooi om het toch vooral overzichtelijk te maken, om niet te verdrinken in een web van procedures en protocollen.

Staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten wil graag door dat web heen laten zien waar het de komende jaren meer dan ooit om zou moeten gaan: de bereidheid van burgers om elkaar te helpen als de nood aan de man is: 'De solidariteit staat onder druk. De wederkerigheid in de samenleving moet terug.'