Kwaliteit zorgverleners bepaalt kwaliteit zorgorganisatie
Uit onderzoek van weekblad Elsevier naar de kwaliteit van verpleeghuizen en thuiszorgorganisaties in Nederland blijkt dat de financiële positie van een zorgorganisatie niet bepalend is voor de kwaliteit van de geleverde zorg. Ook is er geen verschil vast te stellen tussen de zorgkwaliteit van grote fusieorganisaties en kleine zorginstellingen. En terwijl de zorg in de Randstad algemeen slechter is dan in de rest van het land, zijn er grote verschillen binnen de regio’s.
Zorgorganisaties zoeken naar verklaringen en oorzaken voor het goed of slecht scoren van hun locaties. De redenen zijn niet altijd voor de hand liggend. Henri Plagge, bestuursvoorzitter van de Zorgboog, een instelling die goed scoort in het onderzoek, ziet vooral de zorgzwaarte als belangrijke factor: hoe zwaarder de zorg, hoe lastiger het is om de kwaliteit op peil te houden. Daarnaast zijn vooral het goede werk van de zorgverleners bepalend voor de kwaliteitsscore: ‘Het blijkt dat een mindere woonlocatie met goede zorgverleners toch goede kwaliteit kan leveren.’
Locaties van Humanitas in Rotterdam scoren deels heel goed, deels matig in het onderzoek. Volgens bestuurder Gijs Kempen hebben instellingen in ‘goede wijken’ het vaak makkelijker dan instellingen in ‘slechte wijken’. Het feit dat elke locatie te maken heeft met andersoortige mensen kan van invloed zijn op de kwaliteit van de zorgverleners en de manier waarop cliënten en familie dit gedrag ervaren.
Voor het onderzoek zijn interviews gehouden met cliënten en hun families. Daarnaast is gebruik gemaakt van gegevens uit het programma Zichtbare Zorg. Deze kwaliteitsgegevens worden zorginstellingen zelf aangeleverd voor de CQ-index.
De 2240 instellingen zijn vergeleken op 4 criteria: de kwaliteit van het leven voor de cliënten, de kwaliteit van de organisatie, de kwaliteit van de zorgverleners en de kwaliteit van de zorg zelf.
pdf