Goudagroep: vermindering administratieve lasten hoogste prioriteit
Tijdens een bijeenkomst van de Goudagroep op 5 oktober 2011 bij Amarant bleek de vermindering van de administratieve lasten in de zorg op volledige steun van alle aanwezige partijen te kunnen rekenen. De vermindering van administratieve lasten in de langdurige zorg wordt om verschillende redenen gezien als voorwaardelijk voor de toekomstbestendigheid van de sector.
Bij de bijeenkomst van de Goudagroep spraken Paul de la Chambre, voorzitter Raad van bestuur van ’s Heeren Loo; Lysbeth van Valkenburg-Lely, lid gemeente raad Heuvelrug; Roger van Boxtel, CEO van zorgverzekeraar Menzis en Marcelis Boereboom, Directeur-generaal Langdurige zorg van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Zij lichtten de naderende, omvangrijke veranderingen in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) en bij de zorgverzekeraars toe en gaven aan welke gevolgen dat naar verwachting zal hebben voor de sector Verstandelijk Gehandicaptenzorg. De deelnemers in de zaal, vrijwel allen vertegenwoordigers van cliëntenraden, toonden zich betrokken en goed geïnformeerd.
Kwaliteitskader zorg
Paul de la Chambre van ’s Heeren Loo schetste de grote lijnen die de op de sector afkomen. De hoofdpunten van de veranderingen in kaders voor de komende twee tot drie jaar zijn:
- extra middelen via de Zorgzwaartepakketten (ZZP’s) voor ruimte voor meer personeel
- ‘lichtere’ ZZP’s die via de WMO onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten vallen
- het scheiden van wonen en zorg
- de verlaging van de IQ-grans
- de invoering van de Beginselenwet en de Wet Cliëntenrechten Zorg
- de ingrepen in het Persoonsgebonden budget (PGB)
De beoogde effecten zijn een vermindering van de bureaucratie en de overhead, het afremmen van kostenstijgingen en een grotere inbreng door cliënten. Paul de la Chambre stelt dat bij de doorvoer van deze veranderingen behoud en versterking van de kwaliteit van de zorg in het centrum van de aandacht moeten zijn. Eén van de manieren om dit te borgen is het op landelijk niveau vastleggen van het Kwaliteitskader zorg in nauwe samenwerking met de cliëntenorganisaties. De eerste concrete resultaten hiervan worden verwacht in december 2011.
De toekomst van de WMO
Lysbeth van Valkenburg-Lely verhelderde als lid van de gemeenteraad van de Utrechtse Heuvelrug en lid van de commissie Onderwijs, Zorg en Welzijn bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), dat de uitgangspunten van de WMO een volstrekt andere is dan die van de AWBZ of de zorgverzekering. Het WMO is gebaseerd op het mogelijk maken van de participatie van alle burgers in een gemeente en betreft geen verzekerde zorg. De visie van de VNG op de toekomst van de WMO staat helder omschreven in het visiedocument De toekomst van de WMO (externe link).
Kostenbehersing van verhogen van doelmatigheid
Roger van Boxtel betoogde dat de maatschappelijke verantwoordelijkheid van zorgverzekeraars in Nederland, die allen coöperaties zijn, geen financiële maar sociale winst betreft. Hij gaf het grote belang aan van veranderingen die leiden tot kostenbeheersing en verhogen van doelmatigheid. ’Wij steken onze kop in het zand, als we niet onderkennen dat we wezenlijke veranderingen in hoog temp moeten doorvoeren.’ Van Boxtel ziet de verschuiving van AWBZ-zorg naar de zorgverzekaars als een positieve beweging in de juiste richting. Vanaf 2013 wordt de AWBZ door zorgverzekeraars uitgevoerd. ’Zorgverzekeraars zijn in staat om betere arrangementen aan te bieden aan hun verzekerden en zullen dat zeker meenemen in de zorginkoop.’ Ook Van Boxtel ziet kostenbesparingen met name in het verminderen van de administratieve lasten. Hij haalt Stichting De Hoven aan als goed voorbeeld. De Hoven wordt bij het zetten van concrete stappen om de interne bureaucratie te verminderen, ondersteund door Menzis.
Toekomstbestendige zorg
Marcelis Boereboom van het ministerie van VWS lichtte het landelijke kader van de ontwikkelingen verder toe door de optredende veranderingen stevig te verankeren in het nationale houdbaarheidsdebat. De bureaucratie in de zorg blijkt een persoonlijke ergernis te zijn.’Ik erger me er echt aan. Hervormingen in de AWBZ kunnen alleen door ruimte voor veranderingen en verbetering te maken. Die ruimte komt er alleen als we de bureaucratie weten te verminderen.’ De modernisering van de AWBZ komt dan ook tot stand langs 2 wegen: de pakketmaatregelen en het harmoniseren van wetten en regels. Voor de houdbaarheid van ons gehele zorgstelsel op langere termijn is het van het grootste belang toegankelijkheid, kwaliteit én betaalbaarheid te borgen. Dit vraagt om een gezamenlijke visie en inspanning van alle betrokken partijen in de zorg. De belangrijkste partijen, patiënten en cliënten zullen hiervoor meer directe inbreng en zeggenschap krijgen. Zo kan Nederland ook in de toekomst de zorg voor de meest kwetsbare groepen in de samenleving garanderen.
Discussie
De aanwezigen in de zaal toonden overwegend begrip voor de toekomstige ontwikkelingen. Zorgen en onduidelijkheid waren er vooral over vraagstukken in de huidige situatie. Zo hanteren zorgkantoren een 7% marge bij het contracteren van langdurige zorg. Die marge wordt gebruikt om afspraken over het doorvoeren van kwaliteitsverbeteringen en doelmatigheid bij de organisaties te bevorderen. Hierop blijken verschillende interpretaties mogelijk.
De Goudagroep
De Goudagroep, contactgroep cliëntenraden in de gehandicaptenzorg, is in 2008 tot stand gekomen op initiatief van de Centrale Cliënten Raad Amarant. Inmiddels zijn 80 procent van de Centrale Cliëntenraden van organisaties uit de sector Verstandelijk Gehandicaptenzorg verbonden in de Goudagroep. Aandachtsgebieden waar de Goudagroep zich onder andere op richt zijn: gevolgen van de aanpassingen AWBZ, kwaliteit van zorg, bezuinigingen, effecten van marktwerking, verbreding
medezeggenschap, en de bekostiging via ZZP’s.
pdf