Zelfzorg met regie

Anne Reijnders in een ruimte met kunstvoorwerpen

Beiden willen ze niet naar het verzorgingshuis wanneer ze zorg nodig hebben. Maar hoe ze wil het wel willen, daar verschillen ze in. Anne Reijnders (64) en Cor Paauwe (73) over de toekomst van de zorg, hun wensen en verwachtingen.

Anne Reijnders

Samen apart wonen met gelijkgestemden

‘Ik schuif het voor me uit. Ik ben nu nog veel te druk bezig met Jan. Maar als ik er eens bij stil sta, zie ik mijn toekomst als oudere die zorg nodig heeft toch heel anders dan de situatie nu met Jan. ’Aan het woord is kunstenaar Anne Reijnders (64). Ze verzorgt haar echtgenoot Jan (75) die door een beroerte nog maar weinig zelf kan doen. Anne staat er niet alleen voor. ‘Als het nodig is, kan ik vrienden bellen. Die staan dan onmiddellijk klaar.'

Marktwerking

Gesteld dat zij over tien of vijftien jaar zelf zorg nodig zal hebben, dan staan de zaken er toch anders voor, zo verwacht ze. ‘De vrienden van nu zijn dan ook veel ouder en zullen minder makkelijk ter ondersteuning in actie kunnen komen.’

Thuiszorg? ‘Zou kunnen, maar mijn ervaringen zijn niet echt positief. Ik heb een paar keer thuiszorg voor Jan ingeschakeld. Ik vind dat de thuiszorg te weinig rekening houdt met het feit dat oudere mensen volgens vaste patronen leven. Details die voor ouderen van belang zijn, worden nogal eens over het hoofd gezien. Ik wijt dat aan de marktwerking in de zorg. Daardoor gaat het in de eerste plaats om snel stofzuigen en niet om de mens voor wie ze aan het werk zijn. Overigens, sinds een jaar hebben we een fantastische thuishulp. Dus het kan wel degelijk goed gaan.’

Elkaar verzorgen

Thuiszorg is dus voor Anne een onwenselijke optie. Een verzorgingshuis is al helemaal iets waar ze niet aan wil denken. Maar ze heeft een alternatief. Al vergt dat wel heel wat organiseren.

‘Ik zou met een aantal gelijkgestemde oudere vrouwen en mannen in een reeks kleine huisjes bij elkaar willen wonen. Met bijvoorbeeld een gemeenschappelijke tuin. Wellicht kan dat met een PGB voor de deelnemers. In zo’n situatie houden de bewoners elkaar in de gaten zonder hun vrijheid te verliezen. Ze versterken elkaar zelfs. Wat de één niet kan, kan de ander nog wel en vice versa. Als dat nodig is zouden we met elkaar een hulp in de huishouding kunnen regelen. Maar dat moet dan wel iemand zijn die wij mogen kiezen, want juist een goede klik is in deze opzet van belang.’

Regisseurs kunnen dit uitbouwen

Hoewel het veel organiseren is, is het een manier van oud worden die volgens haar voor de belastingbetaler een redelijk alternatief biedt voor gangbare ondersteuning en verzorging van oudere mensen. ‘Ik denk dat met zo’n opzet van gezamenlijk wonen in aparte huisjes – huur of koop - het mes aan twee kanten snijdt. De bewoners houden hun vrijheid en wonen met mensen met wie ze goed kunnen opschieten. Bovendien is zo’n oplossing betaalbaar voor de samenleving. Zeker als je het vergelijkt met zoiets als wonen in een verzorgingshuis.’

Ze gaat een stap verder en stelt: ‘Misschien kunnen er regisseurs in de zorg komen die dit soort woonvormen voor ouderen praktisch kunnen voorbereiden. Dan kunnen nog veel meer mensen hier baat bij hebben’.

Cor Paauwe

‘Verzorgingshuis? Honderd keer liever thuiszorg’

‘Alleen in het alleruiterste geval als het echt helemaal niet anders kan. Maar ik moet er niet aan denken dat het ooit zover met me komt. ’Cor Paauwe (73), gepensioneerd metrobestuurder, reageert stellig op de vraag of hij later in een verzorgingshuis zou willen wonen.

Cor Paauwe woont sinds z’n 56ste in een 55-plus woning in Overschie, een deelgemeente van Rotterdam. Zijn oude huis werd gesloopt. En zulke mooie gelijkvloerswoningen met van die brede deuren zag je destijds nergens anders in Overschie. ‘Misschien wel in Crooswijk of in Hoogvliet. Maar daar wil je niet wonen als je uit Overschie komt. ’De 55-plus woning was niet in de laatste plaats een uitkomst voor Cors vrouw die kampte met reuma. Thuis meehelpen in de verzorging

Cor was tot zijn 58ste metrobestuurder in Rotterdam. Mooi werk. Op een dag ging het niet goed met hem. Hij zakte in de metro in elkaar: een hartinfarct. Hij knapte op, maar paste zijn werk aan. ‘Alleen nog maar op de oostwestlijn. Daar zijn de metro’s de helft korter. Dat scheelt lopen bij een storing.’

Korte tijd later maakte hij gebruik van de mogelijkheid tot vervroegde pensionering. Dat kwam goed uit. ‘Mijn vrouw kreeg steeds meer last van reuma. Nu ik thuis was, kon ik haar helpen. ’In 2003 overleed zijn vrouw. Cor bleef achter. De thuiszorg adviseerde hem met klem een personenalarmering te nemen. ‘Dat raadden ze aan omdat ik alleenstaand was geworden. Maar ik mankeerde niks, dus dat heb ik weer weg laten halen’.

Cor Paauwe

Niemand keek naar moeder om

Cor is nog steeds gezond, zo blijkt uit de jaarlijkse controles na het hartinfarct in 1993. Als er met het klimmen van de jaren ernstige gezondheidsklachten mochten komen, wil hij niet naar een verzorgingshuis of een verpleeghuis. Die zekerheid heeft te maken met wat hij in zijn nabije omgeving meemaakte rond de langdurige zorg. Hij verwacht dat ook anno 2010 die ervaringen voor de sector als geheel kenmerkend zijn.
‘Mijn tante was lichamelijk niet goed, maar geestelijk mankeerde ze niets. Ze werd een jaar of tien geleden in een verpleeghuis opgenomen tussen dementen. Ze werd verschrikkelijk aan haar lot overgelaten. Het was er altijd donker. ’S Avonds stond het ontbijt er nog. Niemand keek naar haar om.’

Cors eigen moeder ging ooit naar de verpleegafdeling van een verzorgingshuis in Rotterdam. ‘Mijn vader heeft haar daar weer weggehaald. Zelfde verhaal: niemand keek naar haar om.’

Vrijheid mogen ze niet afpakken

Cor heeft zo zijn gedachten waarom verzorgings- en verpleeghuizen naar zijn idee de cliënt in de kou laten staan. ‘Ik heb voor mezelf en voor mijn vrouw met ziekenhuizen te maken gehad. Dokters en verpleegkundigen nemen je daar serieus. Ik heb het idee dat er in een ziekenhuis veel meer controle is dan in een verzorgingshuis. Ze doen maar wat in een verzorgingshuis. Meestal zijn het ook geen verpleegkundigen die daar werken, maar mensen die alleen maar voor de koffie en het eten zorgen. Ze letten dan wel op de koffie en op het eten, maar niet op de mensen die er wonen. Dat is het verschil.’

Als Cor wat gaat mankeren, wil hij thuiszorg. ‘Gewoon in je eigen huis een paar uur in de week iemand die van wanten weet. Ook tijdens de ziekte van mijn vrouw kregen we thuiszorg. Voor het huishouden en op het laatst ook voor de verzorging van mijn vrouw. Die mensen weten wat ze doen. En tegelijkertijd hou je je vrijheid. Dat mogen ze me niet afpakken, mijn vrijheid.’

Hulp van dochter

Als het echt nodig is, wil hij ook zijn dochter vragen hem te helpen bij de verzorging. ‘Als het kan met haar werk natuurlijk. Maar ik denk dat ze het graag voor haar vader zou doen. Die combinatie van thuiszorg en hulp van m’n eigen kind, dat zou ik honderd keer liever doen dan verhuizen naar een verzorgingshuis.’