SMO Breda en Novadic-Kentron: succesvol afkicken met In voor zorg!
Stichting Maatschappelijke Opvang Breda (SMO Breda) en verslavingszorgorganisatie Novadic-Kentron zijn eind 2010 samen in een In voor zorg-traject gestapt. Doel: de zorgplanning en -systemen van beide organisaties beter afstemmen op de wensen en behoeften van de cliënt. Dat maakt, zo is de verwachting, de kans groter dat – bijvoorbeeld - een verslaafde die met succes is afgekickt, kan werken aan een duurzame en succesvolle terugkeer in de maatschappij.
Tussen wal en schip
De klanten van Stichting Maatschappelijke Opvang Breda zijn zo bijzonder dat ze door de aard van hun problematiek tussen wal en schip vallen. Bestuurder Lieke Jansen: ‘Wij werken voor dak- en thuislozen. Bij elk van hen spelen vaak meerdere problemen tegelijkertijd. Complicerende factor is ook nog een keer dat een deel van deze cliënten liever niet behandeld wil worden.’
SMO Breda ziet de noodzaak van behandeling wèl en probeert daarom – vaak met succes – om vertrouwen te winnen en met begeleiding de cliënt weer te motiveren voor behandeling. Maar met dat gewonnen vertrouwen kan er in het begeleidingstraject het nodige mis gaan.
Zelf doet SMO Breda geen behandelingen. De organisatie moet het vooral hebben van een goede samenwerking met in behandeling gespecialiseerde ketenpartners. Dat zijn onder meer de GGZ, verslavingszorg en verpleeghuiszorg. Daarnaast werkt SMO Breda ook wel samen met maatschappelijk werk, GGD en de politie en justitie.
In die ketensamenwerking wil het nog wel eens spaak lopen. Lieke Jansen: ‘Het ontbreekt niet aan goede wil, maar elke organisatie heeft zo haar eigen procedures, eigen systemen en vaak ook eigen financieringsafspraken. Deze verschillen vertalen zich in eigen werkwijze. Zo bestaat er geen uniforme intakeprocedure en sluit het aanbod niet altijd naadloos op elkaar aan op het moment dat de zorgvraag er is.’
Gevolg is dat een verslaafde cliënt die wil afkicken regelmatig eerst moet wachten tot er plek voor hem is in één van de ketenorganisaties. ‘Ook bij ernstige terugval van een verslaafde cliënt – een acute situatie – kan niet altijd meteen hulp worden geboden. Timing is bij onze cliënten cruciaal. Als we niet tijdig kunnen doen wat we beloven, valt het vertrouwen waaraan zo hard is gewerkt weer weg.’
Focus op quick wins
Jansen vervolgt: ‘Een zeer onwenselijke situatie dus waar we op korte termijn iets aan willen gaan doen. Vandaar dat wij van SMO Breda en Novadic-Kentron ons hebben aangemeld bij In voor zorg!’
Verslavingszorgorganisatie Novadic-Kentron heeft 1.200 medewerkers, 260 opnameplaatsen en meer dan 13.000 cliënten per jaar. Insteek is dat SMO Breda en Novadic-Kentron hun procedures zo gaan aanpassen dat de klant die dat nodig heeft zonder wachttijden adequaat wordt geholpen.
Het In voor zorg-project is in het najaar 2010 van start gegaan. Situatie-analyses en nulmetingen gaven aan dat er de nodige grote en kleine knelpunten zijn. Lieke Jansen: ‘Die gaan we niet allemaal tegelijk oppakken. We focussen ons op de vier tot vijf belangrijkste knelpunten. Het accent ligt daarmee op die punten die voor de cliënten het verschil kunnen maken.’ Door deze keuze, zo is de overweging, groeit gaandeweg het draagvlak om ook andere knelpunten voortvarend op te pakken.
Bijdrage van oud-cliënten
Welke knelpunten als eerste aan de beurt zijn, wordt bepaald door een werkgroep die bestaat uit oud-cliënten en uit medewerkers van beide organisaties. Lieke Jansen: ‘Dat oud-cliënten in de werkgroep meedoen, is ontzettend belangrijk. Zij weten uit eigen ervaring waar de knelpunten zitten en kunnen inmiddels met enige distantie naar zichzelf en naar ons kijken.’
Vooruitlopend op de selectie van knelpunten liggen in de beleving van twee zorgorganisaties een paar prioriteiten voor de hand. Zo stelt de bestuurder van Novadic Kentron: ‘Als je tijdig signaleert dat er een reëel risico is op ernstige terugval, kun je tijdig een plek in de verslavingskliniek realiseren.’
‘Ook is het denkbaar’, voegt Lieke Jansen toe, ‘dat je op basis het gemiddelde aantal cliënten dat per jaar een ernstige terugval heeft, plaatsen in de kliniek specifiek voor dit doel labelt.’
Integrale intake
Lieke Jansen realiseert zich tegelijkertijd dat het lastige overwegingen zijn. Een plek vrijhouden kost geld. ‘Maar aan de andere kant, het is maar net vanuit welk perspectief je naar dat geld kijkt. In Rotterdam is uitgerekend dat iedere euro die je investeert in huisvesting en zorg voor een verslaafde cliënt, de samenleving per saldo twee euro scheelt. Kern van de zaak is dat organisaties – en dat geldt ook voor ons - anders gaan denken. Zijn onze systemen en planning niet alleen voor onszelf en voor onze financiers, maar vooral voor onze klanten goed ingericht?’
Lieke Jansen wil het liefst toe naar een integrale intake. ‘We moeten leren denken vanuit complete cliënttrajecten die mogelijk langs meerdere voorzieningen lopen. Aan fundamentele aspecten of kritische overgangen in zo’n traject zouden dan normen gekoppeld kunnen worden. Denk aan afspraken als dat je binnen een of twee weken een cliënt een passende plaats bij een ketenorganisatie moet kunnen garanderen. Maar ook is van belang dat we van tevoren afspreken wat we doen als we onze zelfopgelegde normen niet halen.’
Extra budget van zorgkantoor
Financiers volgen het initiatief van SMO Breda en Novadic-Kentron met groot interesse. Met een speciaal Manifest hebben de twee organisaties voorjaar 2010 al bekend gemaakt dat zij – en in hun kielzog andere ketenpartners – het verschil willen gaan maken. ‘In voor zorg! werkt voor ons als een versneller’, stelt de SMO Breda-bestuurder. En er is nog zo’n versneller. Lieke Jansen: ‘Het zorgkantoor heeft extra budget toegezegd als wij met goede innovatieplannen zouden komen. Het In voor zorg-plan waar we nu aan werken, is z’n effectief innovatieplan. Vandaar dat zowel In voor zorg! als het zorgkantoor op dit moment de komende vernieuwingen ondersteunen.’
Uitbreiden van het succes
In voor zorg-coach Huub Ramakers staat SMO Breda en Novadic-Kentron bij tot september 2011. ‘Dan moet er een blauwdruk liggen waarmee we onze cliënten beter van dienst kunnen zijn.’ Vervolgens is het jaar 2012 vooral het jaar waarin wordt gemeten hoe de nieuwe aanpak werkt en hoe het eventueel kan worden verfijnd. Gaandeweg 2012 kan het ook zo zijn dat andere ketenpartners aanhaken om geïnspireerd door het succes van SMO Breda en van Novadic-Kentron eveneens hun systemen meer in lijn met de cliënt te brengen. Lieke Jansen: ‘Dat effect zou natuurlijk fantastisch zijn. Op het verbreden van het komende succes hopen wij dan ook.’
pdf