Nebo en In voor zorg! versterken de werkvloer
In verpleeghuis Nebo in Den Haag stond de bewoner al een tijd centraal. Het verbeterprogramma “Zegt u het maar” had daar voor gezorgd. Maar er is meer nodig. Naar de overtuiging van directeur Yvonne Kappers is het centraal zetten van de medewerkers voor een echte verbeterslag ook van belang: ‘Elke dag komt de zorg tot stand in de ontmoeting tussen bewoner en medewerkers. De kwaliteit van leven voor de bewoner is mede afhankelijk van de kwaliteit van deze ontmoeting.’
Maar de medewerker stond nog niet centraal en dat leidde tot steeds grotere fricties. Nebo schakelde In voor zorg! in. Door In voor zorg! wordt het programma “De Werkvloer Centraal” van Anne-Mei The ingezet om handen en voeten te geven aan het centraal stellen van zowel de cliënt als de medewerker. Zonder gemotiveerde medewerkers blijft cliëntbesef immers een lege huls. De methode vergroot het zelfvertrouwen van werkvloer-medewerkers en stelt ze in staat om hun werk voor een groot deel zelf te organiseren. Door nieuwe prioriteiten komt er meer rust in het werk, krijgen cliënten meer aandacht en groeit het werkplezier.
Yvonne Kappers stelt: ‘Als je ziet hoe zwaar het beroep op de medewerkers is in de zorg voor deze groep zeer kwetsbare ouderen, dan besef je dat aandacht en ondersteuning juist voor deze groep medewerkers de hoogste prioriteit verdient.’
Onbelemmerd grieven en wensen uiten
Verpleeghuis Nebo is onderdeel van Stichting Bronovo-Nebo in Den Haag. Ook het Bronovo ziekenhuis behoort tot deze organisatie. De veranderingen die de positie van de werkvloer – en daarmee de positie van de cliënt – sterker moeten maken worden deels betaald door Stichting Bronovo-Nebo en deels door In voor zorg!.
Yvonne Kappers kwam anderhalf jaar geleden naar Nebo. Eerder werkte ze bij zorgverzekeraar Agiz, maar het directe contact met de cliënten en de werkvloer bevalt haar beter. Bij haar aankomst in het Haagse verpleeghuis trof ze een statische organisatie aan. ‘Het was hier erg topdown. De werkvloer had weinig ruimte voor eigen initiatief en het teamgevoel kon beter.’
De Werkvloer Centraal moet daar verandering in brengen. Alle onderdelen van Nebo doen fasegewijs mee aan dit traject. Management en staf doen mee in separate De Werkvloer Centraal-groepen. Yvonne Kappers: ‘Als je een unithoofd in zo’n werkvloerteam van De Werkvloer Centraal zou laten meedraaien, werkt dat eerder belemmerend dan inspirerend. De werkvloer moet zich zonder belemmeringen grieven en wensen kunnen uiten.’
Medewerkers kunnen meer
In februari en maart beten zorgafdelingen de spits af met De Werkvloer Centraal. Andere afdelingen volgen in mei 2011.
Hoe ziet die nieuwe op de werkvloer gerichte cultuur van Nebo eruit? Yvonne Kappers: ‘In mijn visie bepaalt elk team zelf hoe en wanneer bewoners worden ondersteund. Zij stemmen dit samen af op de behoeften van ‘hun’ bewoners. Elk team weet ook wat de financiële ruimte is en handelt daarnaar. Als medewerkers thuis hun huishoudboekje bij kunnen houden, kunnen ze het ook in hun werkomgeving. Je moet niet met allerlei financiële termen gaan gooien. Maar dat hoeft ook niet. Het zelf regelen van de financiën functioneert prima als je je aan een aantal basale principes houdt. Ik weet zeker dat mensen deze manier van werken veel leuker vinden. Medewerkers kunnen veel meer dan ze zelf soms wel denken.’
Onrust als positief signaal
De Werkvloer Centraal valt samen met andere recent ingezette veranderingen bij Nebo. Zo werd eerder al het aantal bewoners per team teruggebracht van 30 naar 15 bewoners. Ook werden schotten tussen teams opgetrokken. Voedingsassistenten, zorgmedewerkers en gastvrouwen zitten bijvoorbeeld niet langer in aparte teams. Teams bestaan nu uit alle disciplines die nodig zijn om een groep van 15 bewoners goed van dienst te zijn. Ook is afgesproken dat elk team integraal verantwoordelijk is voor zowel de zorg als het welzijn.
Nieuw is ook dat competenties minstens zo belangrijk zijn als diploma’s. ‘Tot voor kort werden mensen eerstverantwoordelijke (EVV’er) op grond van hun opleiding. Ze hoefden bijvoorbeeld niet communicatief vaardig te zijn. Vreemd natuurlijk voor een functie waarin je tussen collega-medewerkers en cliënten in staat. Inmiddels hebben we vijf competenties tot speerpunt benoemd. Bijscholing is gaande. In juni evalueren we de resultaten. Dan zal waarschijnlijk blijken dat EVV’ers in staat zijn hun werk beter te doen’, aldus Yvonne Kappers.
Focus op welbevinden
Al deze veranderingen ondersteunen de gewenste omslag waarbij juist het welbevinden en niet de zorg de belangrijkste focus krijgt. Yvonne Kappers: ‘Dit laatste is een pure cultuurverandering. Het zal naar verwachting een jaar of drie duren voor die omslag volledig is gemaakt.’
Er staan dus veel potjes op het vuur. En dat geeft – niet zo gek – onrust. Yvonne Kappers: ‘Op zich is dit een goed teken, want het betekent dat we kennelijk iets los hebben gemaakt. Dat heeft ook met iets anders te maken. In het verleden zijn in deze organisatie veel plannen opgepakt. Maar zelden werd iets afgemaakt. Mensen merken dat dit nu wel gebeurt. Dat geeft onrust. Er gaat nu écht wat veranderen.’
Yvonne Kappers beseft dat onrust om kanaliseren vraagt. ‘Effectieve en gerichte communicatie is de komende tijd van onschatbare waarde.’
De schakelfunctie van unithoofden
Yvonne Kappers ziet dat de unithoofden de schakel zijn tussen het dragen van visie en strategie van de organisatie en het creëren van ruimte voor de werkvloer: ‘Unithoofden moeten we daarom goed faciliteren. Zij moeten in staat zijn de werkvloer voldoende ruimte te geven, zonder de organisatiedoelen uit het oog te verliezen.’
Drie van de vijf unithoofden hebben overigens onlangs afscheid genomen. Hun plaatsen zijn ingenomen door unithoofden die zich goed kunnen vinden in de gewenste nieuwe cultuur.
Het werkt al
En zo zit voorjaar 2011 dus alles in een hogedrukpan. Dat moet wel, want sudderend veranderen levert niets op. Het werkt ondertussen al. Yvonne Kappers: ‘Een team was ontevreden over de samenwerking met de artsen. Tot voor kort zou het dan bij gemopper blijven. Op initiatief van het team is er een werkgroepje gevormd van twee medewerkers en twee artsen. Met elkaar onderzoeken ze nu hoe het anders kan. Een ander team heeft zijn onvrede rond voeding omgezet in een afspraak met hoofd facilitaire dienst, compleet met concrete verbetervoorstellen.’
Yvonne Kappers: ‘Achteraf moet je constateren dat het programma ‘Zegt u het maar’ de cliënt in principe centraal stelde. Maar pas nu bij het faciliteren van de werkvloer met In voor zorg! en met alle begeleidende veranderingen zoals het verkleinen van de groepsgrootte, merk je dat op deze manier de cliënt pas echt centraal kan komt te staan.’
pdf