Marian Kaljouw en Marjan Denkers over de groeiende rol van verpleegkundigen en verzorgenden in de langdurige zorg
De sector van de langdurige zorg mag dan regelmatig somberen over de toekomst, binnen de sector zijn de verpleegkundigen en verzorgenden positief. Marian Kaljouw en Marjan Denkers spreken over de groeiende rol van verpleegkundigen en verzorgenden in de langdurige zorg.
Marian Kaljouw, voorzitter V&VN
Verpleegkundigen en verzorgenden krijgen hoofdrol in langdurige zorg
De sector van de langdurige zorg mag dan regelmatig somberen over de toekomst, er is binnen de sector één beroepsgroep die vooral positief is gestemd: de verpleegkundigen en verzorgenden. Marian Kaljouw, voorzitter van Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) laat daar geen twijfel over bestaan.
Maar hoe zit het dan met verhalen over uitgebluste verzorgenden in verpleeghuizen? 'Dat zijn overwegend gedateerde verhalen, die vaak op incidenten waren gebaseerd.' De kneep zit ‘m volgens Marian Kaljouw niet zozeer in de motivatie van verpleegkundigen en verzorgenden, maar in de organisatie. 'Bestuurders focussen zich te vaak op regels en structuren. Dat ligt voor de hand, omdat in de samenleving systemen doorgaans leidend zijn. Wat er verder nog meer bij hoort om een zorgorganisatie succesvol te maken - de betrokken professional - wordt maar een beetje ingevuld. Wat er dus mijns inziens mis is, is dat de langdurige zorg niet gericht is op de patiënt en op het professioneel handelen van de zorgverlener die het dichtst bij de patiënt staat.'
Hopeloos? Verre van dat. Marian Kaljouw verwacht dat het eigenlijk vanzelf de goede kan opgaat. 'Binnen twee tot drie jaar keert de wal het schip. Het kan niet anders. Bij ongewijzigd beleid stijgen de kosten voor de zorg tot 140 miljard. Tegen die tijd kun je het voorvoegsel ‘Neder’ in ‘Nederland’ vervangen door ‘Zorg’.'
Omslag in het denken
Wat volgens de V&VN-voorzitter nodig en onontkoombaar is, is een omslag in het denken. “Wie kan, gegeven een verder toenemende zorgvraag, het beste de zorg leveren tegen de beste prijs en de beste kwaliteit? Het beantwoorden van die vraag begint bij de cliënt en niet bij het sleutelen aan het complex van structuren en afspraken die met elkaar de zorgorganisaties vormen.'
Het heeft geen zin om bij de pakken neer te gaan zitten omdat er steeds minder zorgpersoneel beschikbaar zal komen. 'Het is een illusie te menen dat er meer mensen in de zorg zullen gaan werken. Om toch aan een sterk groeiende vraag tegemoet te komen, zijn twee dingen nodig. Verpleegkundigen en verzorgenden moeten optimaal gefaciliteerd worden. En familie, bekenden en omwonenden van de cliënt gaan een structurele rol spelen in de ondersteuning.'
Zij vervolgt: 'Verpleegkundigen en verzorgenden gaan in dit scenario de hoofdrol spelen in de nieuwe zorgaanpak. Dat heeft te maken met hun competenties. Geen zorgverlener staat dichter bij de cliënt dan juist de verpleegkundigen en de verzorgenden. En door het intensieve contact is juist de verpleegkundige en de verzorgende een cruciale factor in de continuïteit van zorg. Een verpleegkundige ziet héél de cliënt en beperkt zich niet tot hoge bloeddruk of een wond die niet dicht wil gaan. Ik verwacht vanwege die totaalblik en de directe betrokkenheid bij de cliënt dat meer en meer verpleegkundigen en verzorgenden casemanagers worden die de langdurige zorg gaan coördineren.'
Excellente zorg
Een merkbaar signaal dat het deze richting opgaat, is volgens Marian Kaljouw te vinden in de ontwikkelingen binnen de thuiszorg. 'De gevestigde orde van de thuiszorg neemt de aanpak van Buurtzorg over: kleine integrale teams, aangestuurd door verpleegkundigen en verzorgenden. Die lijn zet zich voort. Verpleegkundigen en verzorgenden krijgen hun vak weer terug.'
Er is een tweede signaal: Excellente Zorg. Dit is een programma dat zich richt op het behoud van personeel en goede patiëntenzorg. In dit kader vroegen V&VN en de NPCF aan 4.000 verpleegkundigen en verzorgenden in twaalf zorgorganisaties wat in hun beleving excellente zorg is.
Marian Kaljouw over de resultaten van de enquête: 'Naast factoren als werken met vakbekwame collega's, deskundigheidsbevordering en leiderschap staat er één ding met stip bovenaan: eigen regelruimte, het zelf kunnen bepalen hoe je je werk doet. Die hartenkreet zegt iets over hoe verpleegkundigen en verzorgenden in de sector steeds meer in de verdrukking zijn geraakt. Er moest steeds meer en er mocht steeds minder. Hoog tijd dat het vakmanschap van verpleegkundigen en verzorgenden binnen het systeem weer tot z’n recht komt.'
Excellente zorg geeft meer ruimte aan de verpleegkundige en de verzorgende. Eerste ervaringen in een pilot van twaalf instellingen zijn positief. Wat V&VN en NPCF betreft, gaat deze herwaardering ook andere zorginstellingen kenmerken.
Taakherschikking nog maar aan het begin
In het kader van meer regelruimte, ligt het dan ook voor de hand dat V&VN een groot pleitbezorger is van taakherschikking. 'Onnodig veel taken gebeuren nu nog door artsen, waar ze net zo goed door verpleegkundigen kunnen worden uitgevoerd. De opkomst van de verpleegkundig specialist toont aan dat meer regelruimte en meer bevoegdheden alleen maar positief uitpakt. We staan op dit vlak nog maar aan het begin', meent Marian Kaljouw. 'We hebben nog zeker 10.000 verpleegkundig specialisten nodig.'
Waar komen die duizenden vakkrachten vandaan in een situatie waarin de tekorten aan verpleegkundigen en verzorgenden steeds groter gaan worden? 'De verpleegkundig specialist is als relatief nieuw beroep zo bijzonder dat ik verwacht dat daar een aanzuigende werking van uit zal gaan.'
Marjan Denkers, verpleegkundige en manager bij ‘s Heerenloo
We gaan van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen mèt’
Marjan Denkers is manager Wonen en Dagbesteding bij ’s Heerenloo. Een grote, landelijke organisatie voor mensen met een verstandelijke beperking. Ze onderschrijft de groeiende rol van verpleegkundigen en verzorgenden in de langdurige zorg. En net als Marian Kaljouw verwacht ze niet dat de zorg vast gaat lopen door personeelstekorten.
Marjan Denkers: 'Naast een andere inzet van vrijwilligers en familie wordt een klapper gemaakt met meer en slimmere toepassingen van ICT en van domotica. Bij ‘s Heerenloo werken we bijvoorbeeld met elektronische persoonlijke begeleidingsplannen. En – ander voorbeeld - in plaats van cliënten met complexe zorg aan een band te leggen, kunnen we ze met domotica letterlijk en figuurlijk meer vrijheid geven. We staan nog maar aan het begin. Maar de eerste signalen zijn duidelijk: de techniek en informatica geven de zorg binnen enkele jaren nieuwe mogelijkheden.'
Veranker positie van vrijwilligers en familie
Gebaseerd op eerste ervaringen bij ’s Heerenloo ziet zij ook grote kansen in nieuwe verhoudingen tussen professionals, vrijwilligers en familie. Marjan Denkers: 'Geef vrijwilligers een cursus en laat ze deelgenoot zijn binnen een team. Neem de familie serieus en geef ze een stevige rol in de ondersteuning. De familie kent de cliënt veel beter dan wij. Bij ’s Heerenloo zijn we er mee begonnen: vrijwilligers en familie krijgen nieuwe en goed verankerde posities. Je merkt dat het werkt. Er is meer rust en verpleegkundigen, verzorgenden en begeleiders kunnen zich beter concentreren op hun vakmatige taken. Het geeft ook rust op een ander front. De hiërarchie wordt minder. Je zou kunnen zeggen dat niet je functie bepalend is, maar de mate van betrokkenheid.'
HKZ zegt niets over kwaliteit
Marian Kaljouw ziet in het blindstaren op structuren en systemen een belangrijke boosdoener van de huidige misère in de langdurige zorg. Marjan Denkers kan er over mee praten. 'Neem nu de kwaliteits-systematiek van Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector (HKZ). Toen HKZ 5 jaar geleden bij ‘s Heerenloo werd ingevoerd, hadden we hier een kastenwand vol met mappen. Nu staat alles in de computer, maar het systeem is nog even omslachtig als destijds. Kost zeeën vol tijd. Pas nog werd één van mijn teams op de vingers getikt bij een externe audit omdat bij het uitdelen van medicijnen een vinkje was gezet in plaats van een paraaf. HKZ zegt eigenlijk niets over de werkelijke of over de ervaren kwaliteit. Het beschrijft processen. Je ontleent zekerheid aan een systeem dat niets te maken heeft met de kwaliteit van zorg. In plaats van het invullen van allerlei staten, had je als zorgverlener ook met de cliënt kunnen gaan wandelen.'
Binnen ’s Heerenloo wordt op dit moment druk gediscussieerd over het hanteerbaar maken van de HKZ-systematiek.
Burgerschapsmodel
Marjan Denkers en Marian Kaljouw staan met beide benen op de grond. Vanuit een nuchtere analyse is er volgens hen een duidelijk kenmerk voor de verpleegkundige en verzorgende aan te wijzen. Marian Kaljouw: 'In combinatie met hun deskundigheid is er één onderscheidend element: liefde voor de medemens. Verpleegkundigen en verzorgenden werken aan een veilig en vertrouwd klimaat waarin het voor cliënten de moeite waard is om te leven. Dat is essentieel voor onze beroepsgroep.'
Marjan Denkers: 'Ik zie het als de drive om een relatie aan te gaan met je cliënt en ècht de verbinding te maken.' Die liefdevolle betrokkenheid staat nu op het punt om een slag te maken. Altijd lag het accent op ‘zorgen vóór’. Dat is nu aan het veranderen naar ‘zorgen mèt’. Dat wil zeggen mèt de vrijwilligers, mèt de familie en mèt andere mantelzorgers. Enerzijds coördineert de verpleegkundige het geheel. Anderzijds scheppen de nieuwe verhoudingen ruimte om het vak van verpleegkundige en verzorgende inhoudelijk weer body te geven.
Dat vraagt, zegt Marjan Denkers, om een andere vakopleiding. 'De opleiding is nu te algemeen. De opleidingen voor verpleegkundigen zouden meer gericht moeten zijn op het leren aansturen en begeleiden van andere niet-professionele zorgverleners. De opleiding krijgt er een ander karakter door. We moeten van een medisch model naar een burgerschapsmodel.'
pdf