Kleinschaligheid met beleid uitbouwen

Zoals veel thuiszorgorganisaties wil ook In voor zorg-deelnemer Haagse Wijk- en Woonzorg (HWW) Zorg in Den Haag de weg naar kleinschaligheid inslaan. Maar dan wel met maximaal draagvlak van de werkvloer en - uiteraard - gebruikmakend van ervaringen die andere thuiszorgorganisaties hebben.

Kleinschaligheid is geen doel op zichzelf. Tevreden cliënten zijn dat wel. Door kleinschaliger teams komen er niet steeds weer andere gezichten aan huis. En verzorgenden kunnen meer zelf sturing geven aan de dienstverlening. Dat zijn twee factoren die ongetwijfeld tot meer tevredenheid leiden.

HWW Zorg heeft tien verpleeghuizen en woonzorgcentra (1.100 bedden) waar over een breed terrein Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)-gefinancierde zorg wordt geleverd. Tevens wordt er (gespecialiseerde) thuiszorg geboden. Bijna 1.900 medewerkers zetten zich er in voor 3.500 cliënten.

‘Thuiszorg wordt maatschappelijk steeds belangrijker en daarom blijven wij binnen HWW Zorg met elkaar op zoek naar nieuwe manieren om deze zorg te verbeteren’, zegt Leslie Voerman, stadsdeelmanager Escamp bij HWW Zorg. In voor zorg! begeleidt bij HWW Zorg een organische weg. Niet via een ‘Uur U’ waarmee iedereen op slag kleinschalig gaat werken, maar door uit te proberen en steeds te controleren of het effect sorteert en of het draagvlak voldoende is. ‘Thuis in de wijk’ heet de omslag bij HWW Zorg.

Ruimte maken

HWW Zorg is een relatief jonge organisatie in Den Haag, voortgekomen uit MeaVita. De thuiszorg was in de grootschalige periode in hoge mate gecentraliseerd. Leslie Voerman: ‘Weg uit de wijken, alles organiseren vanuit één plek. Dat was noodzakelijk om financieel gezond te worden. Maar een duidelijke inhoudelijke visie ontbrak. Net als bij andere thuiszorgorganisaties die uit de wijken wegtrokken, ebde ook bij HWW de motivatie van thuiszorg-medewerkers weg. En cliënten klaagden dat er steeds weer andere gezichten voor de deur stonden en dat afspraken niet altijd nagekomen werden.’

Terug naar kleinschaligheid dus. Maar ‘terug’ naar de wijken is niet een kwestie van even de knop omdraaien. ‘We moeten met beleid ruimte maken voor nieuwe ontwikkelingen’, meent Leslie Voerman. HWW Zorg wil vooral voor ‘degelijkheid’ gaan. Geen nieuwe avonturen. Hij vervolgt: ‘De quickscan van In voor zorg! gaf ons bevestiging: cliënten en medewerkers gaven aan dat er behoefte was aan een nieuwe manier van dienstverlenen. Door de professional in kleine teams weer ruimte te geven om beter samen met de cliënt en de verwijzer de zorg in te richten, denken we persoonlijker en persoonsgerichter zorg te kunnen verlenen.’

Ontwikkelteams

Na diverse zogeheten dialoog-sessies met de werkers in het veld, werd besloten om in vier kleine groepjes te beginnen met de nieuwe manier van werken. In maart worden - begeleid door In voor zorg! - deze vier ontwikkelteams opgezet met elk 12 tot 15 mensen. Leslie Voerman: ‘Zowel wijkverpleegkundigen als wijkziekenverzorgenden op verschillende niveaus zullen in deze ontwikkelteams aan de slag gaan. Deze teams zullen ondersteund gaan worden door de nu al aanwezige planners, leidinggevenden en andere ondersteunende diensten. We willen de weg naar kleinschaligheid consequent en gezamenlijk inzetten. Geen halfbakken gedoe, maar ook geen onnodige risico’s. Nadelen aan de nieuwe manier van werken willen we in een vroeg stadium kunnen aanpakken. Goed monitoren wat we doen, is absoluut noodzakelijk.’

Als de eerste vier ontwikkelteams naar tevredenheid draaien, wordt formeel besloten of de ontwikkeling verder wordt voortgezet, waarna fase voor fase meer kleine teams zullen opstarten. Randvoorwaarde is dat de mensen in de teams er écht voor willen gaan. Leslie Voerman: ‘Als dat niet zo is of als mensen meer tijd nodig hebben, passen we het tempo van de groei van het aantal kleine teams aan. We kunnen er alleen maar mee verliezen als we vernieuwingen doorduwen die niet gedragen worden. Bovendien - en dit is net zo belangrijk - willen we geen blauwdruk. Essentie van ‘Thuis in de wijk’ is dat per wijk accenten gelegd kunnen worden.’

Productiviteit handhaven

Leslie Voerman benadrukt dat de nieuwe werkwijze geen bezuiniging is, maar een investering in kwaliteit voor cliënt, medewerker én organisatie. ‘De financiële perspectieven zijn gunstig.’ De productiviteit van HWW zal naar verwachting minimaal op orde blijven. ‘Doordat er voor de teams in de wijk meer rust is en men minder reistijd heeft, is er meer tijd voor de klant en kan - dankzij de korte lijnen - de zorgvraag beter worden georganiseerd.’ Daarop vooruitlopend worden nu de banden met alle huisartsen in het HWW-werkgebied aangehaald.

Complicerende factor zou kunnen zijn dat gaandeweg de gefaseerde uitbreiding van de nieuwe wijkteams er straks tegelijkertijd twee verschillende systemen naast elkaar draaien: de grootschalige aanpak naast de nieuwe werkwijze met kleine teams. ‘We hebben daar rekening mee gehouden. We gebruiken dezelfde systemen. Alleen gaan we een deel van die systemen kleinschaliger inzetten. Daarmee voorkomen we de breuk die zou dreigen als we informatie uit de kleinschalige teams op een structureel andere manier zouden gaan verwerken.’

Niet als vroeger

Vroeger was wijkgericht werken heel gewoon. In dialoogsessies verwezen medewerkers van HWW Zorg daar regelmatig naar. Maar naar mate de eerste ontwikkelteams meer ‘gezicht’ krijgen, zullen ook de verschillen met vroeger duidelijker worden. Leslie: ‘Vroeger was de zorg financieel kwetsbaar en was er vaak in teams onderling gedoe over een eerlijke werkverdeling . Deze en andere kwesties zullen zich bij de invoering van de ‘nieuwe’ kleinschaligheid niet voordoen. De IT-mogelijkheden en de integrale ondersteuning geven ‘Thuis in de wijk’ aan thuiszorg een dimensie die volstrekt nieuw is.’

Het is niet zo dat die integrale ondersteuning al helemaal rond is. Het is meer een gedeelde zorg en een gedeelde opvatting dat dit goed moet worden opgelost. De werkvloer denkt mee over dit soort oplossingen. Wijkverpleegkundige Paola de Jong: ‘We werken nu in een team van veertig mensen. We zijn er nog niet helemaal uit, maar er gaan stemmen op om hier drie kleine teams van te maken. Dat is prima, maar ik vind dat je wel op de andere twee moet kunnen terugvallen. Dat je bij ziekte bijvoorbeeld medewerkers kunt uitwisselen. Een zekere samenhang met een grotere groep moet er dus blijven. Anders wordt het toch een beetje onbeheersbaar ben ik bang.’

Kwetsbaarheid aanpakken

Wijkziekenverzorgende Marga Duikersloot: ‘Je bent als klein team in de weekenden en de avonden kwetsbaarder. Het ene team kan dan tien cliënten hebben, het andere maar twee. We moeten een tussenweg zien te vinden: werken met kleine teams, maar elkaar vanuit de verschillende teams wel versterken op de momenten dat dit nodig is.’

Laat onverlet dat Paola en Marga gelukkig zijn met de stap naar kleinschaligheid. Paola: ‘Er moet iets gebeuren. De tevredenheid van klanten en van medewerkers is gewoon te laag. Zelf beslissingen nemen is een flinke stap vooruit. We hebben met elkaar gekeken hoe ze bij andere organisaties kleinschalig werken hebben aangepakt. Ik denk dat als we de planning zelf doen en als we de teams kleiner maken het al een stuk beter zal gaan. Meer grip op wat je doet, dat is wat we willen en wat nu ontbreekt.’