‘Hebben we toch maar mooi gedaan’

In de gang van ontmoetingscentrum Prinsenhof in de Rotterdamse deelgemeente Prins Alexander staat een prijzenkast. Rijk gevuld met bekers en oorkondes. Allemaal uitgereikt vanwege het prijzenswaardige initiatief van ouderenzorgorganisatie Laurens, woningcorporatie Woonstad Rotterdam en Pameijer, de organisatie voor mensen met een verstandelijke en/of fysieke beperking. Deze drie organisaties tilden een ontmoetingscentrum van de grond dat gerund wordt door ouderen uit de omliggende flats en door mensen met een verstandelijke beperking. Deze krijgen op die manier via Verstandelijk Gehandicapten-organisatie (VG-organisatie) Pameijer een leerzame vorm van dagbesteding aangeboden.

‘Vrijwilligers zijn de baas’

3 jaar geleden stond het pand van Prinsenhof er ook al. Alleen was het toen een gedateerd geheel van groepswoningen voor mensen met een verstandelijke beperking. Met de bewoners van de omliggende flats was er geen contact.

En toen ging het roer om. Woonstad Rotterdam, Pameijer en Laurens stelden een plan op met de bedoeling om vanuit elkaars deskundigheid meerwaarde te bieden met dit pand. De sombere groepswoningen werden omgetoverd tot een sfeervol ontmoetingscentrum. De mensen uit deze groepswoningen verhuisden naar individuele appartementen in de flats er omheen.

Senioren in de omgeving richtten in dezelfde periode een bewonersvereniging op, daarin gestimuleerd door de woningcorporatie. Doel: vanuit deze vereniging samen met cliënten van Pameijer een bezoekerscentrum op poten te zetten. Ouderen die mee wilden doen, stapten een paar keer in de bus voor leerzame excursies naar andere ontmoetingscentra in den lande.

‘Geen huismeester of cultureel werkers’

Voorjaar 2007 ging Prinsenhof open: een ontmoetingscentrum, een grand café, een restaurant, een loungeruimte, evenementenzaal en buitenterras. En het is er altijd druk en gezellig. Er worden cursussen gegeven, je kunt er line-dancen, er zijn regelmatig optredens, er is een gezondheidsspreekuur voor ouderen. En je kunt er natuurlijk meedoen met de bingo.

Senior-vrijwilligers uit de buurt en cliënten van Pameijer zorgen ervoor dat alles op rolletjes draait. Joke Ellenkamp, directeur van Pameijer: 'Het café-restaurant bijvoorbeeld is een enorm succes. Geen huismeester of cultureel werker. Hier zijn de vrijwilligers de baas en het restaurant is tegelijkertijd een vorm van dagbesteding voor mensen met een beperking.'

Jenny Vermeeren regiodirecteur van Woonstad Rotterdam: 'We willen hier geen ego’s hebben die anderen voorschrijven wat ze moeten doen. Dat zou funest zijn. Het succes is nu juist dat we het ècht met elkaar doen.'

Financiering

Laurens, Pameijer en Woonstad Rotterdam huren elk een deel van het gebouw. De eerste etage en een aanbouw ernaast worden gebruikt als kantoor en verhuurd aan zorggerelateerde organisaties zoals een huidtherapeut en een fysiotherapeut.

Joke Ellenkamp: 'We hebben de Vereniging Vrienden van Prinsenhof opgericht. Die hield zich bij de start bezig met het aanboren van extra geldbronnen.' Actief zoeken naar stucturele ondersteuning van professionele eigentijdse ondersteuning van de bewonersvereniging is vooralsnog hard nodig, omdat dit initiatief financieel gezien buiten de bekende kaders valt.

Dat de kosten al met al beheersbaar blijven, is vooral te danken aan de inzet van de bewonersvereniging en andere vrijwilligers. Duurbetaalde professionals blijven zoveel mogelijk buiten beeld. Er mag dan geen standaardregeling zijn om Prinsenhof te financieren, het succes is er niet minder om. Regelmatig stoppen bussen met buitenlandse experts die hier willen zien hoe zo’n buurtinitiatief nu eigenlijk werkt. De senior-vrijwilligers zoals Riet Vermaas zijn maar wat ‘groos’ op al die belangstelling: 'Dat hebben we toch maar mooi gedaan.'

Elkaar perfect aanvullen

Senioren in de buurt zijn zeer te spreken over Prinsenhof. Het geeft kleur aan hun leven. Verborgen armoede maakt dat juist dit centrum voor heel wat ouderen een toegankelijke vorm van ontspanning is.

Het bijzondere van Prinsenhof is vooral dat senioren en de cliënten van Pameijer elkaar in Prinsenhof perfect aanvullen. Mensen met een verstandelijke handicap zijn bijvoorbeeld dagelijks in de weer met het bereiden van lekkere broodjes en dito maaltijden. En ze werken – samen met ouderen – mee op de receptie van Prinsenhof. De inzet van de mensen met een handicap ziet Pameijer als een vorm van dagbesteding.

Cliënten van Pameijer vonden vanaf dag één hun draai in de relaxte sfeer van Prinsenhof. Dat geldt ook voor Christiano die in de keuken werkt. Hij kookt, maakt koffie en bakt broodjes. 'Mijn keukenopleiding heb ik gedaan op een werkplek bij Pameijer. Bij het Kookpunt aan het Noordplein in Rotterdam heb ik pas aan een kookwedstrijd meegedaan. Ik vind het heel gezellig om hier te werken.' Mevrouw Vermaas: 'Je moet z’n broodje pikante kip eens proeven. Heerlijk!'

Riet Vermaas die aan de overzijde van Prinsenhof in een seniorenappartement woont, is één van de ouderen die actief is in het centrum. 'Ik heb in mijn leven van alles gemankeerd. Iedereen heeft mij steeds goed geholpen. Nu wil ik wel eens wat terug doen.' Mevrouw Vermaas begeleidt activiteiten en bemant op dinsdagen de receptie. 'Werken in Prinsenhof brengt structuur in mijn leven. Door Prinsenhof heb ik nieuwe kennissen en vrienden ontmoet. Mensen met wie ik al jaren in de flat woon, ken ik nu ineens bij hun voornaam.'

Smoelenboek komt goed van pas

De receptie wordt bemand door een gemengd team van een oudere en een cliënt van Pameijer. Op de balie van de receptie ligt een smoelenboek met alle portretten en bijbehorende namen van de vaste bezoekers aan het centrum. Het boek is gemaakt om de cliënten van Pameijer te ondersteunen als ze op de receptie meedraaien.

Lokale innovaties onderstrepen nieuwe visie op langdurige zorg

Vanuit het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) zijn de afgelopen jaren uiteenlopende verbeterprogramma’s voor de zorg geïnitieerd en ondersteund. In hoeverre past In voor zorg! in deze trits?

Adjunct-directeur Langdurige Zorg Inge Vossenaar van het ministerie van VWS: 'In voor zorg! ontwikkelt zich in een nieuwe fase. Voorgaande programma’s pasten bij hun tijd. Tegelijkertijd zie je dat In voor zorg! voortbouwt op succesvolle benaderingen uit eerdere programma’s. Zoals bijvoorbeeld eerder in ziekenhuizen is gebeurd, zie je ook bij In voor zorg! dat vanuit landelijke programma’s ondersteunde innovatieve verbeteringen op kleine schaal beginnen. Maar meer nog dan bij de ziekenhuizen het geval was, zie je nu in de langdurige zorg dat kleinschalige innovaties de hele organisatie beïnvloeden en vervolgens de hele sector. Een lokaal ingezette verbetering geeft vaak het gevoel van een nieuwe visie die de hele organisatie tot in alle hoeken doet kantelen. Daarin zit een verschil met voorgaande programma’s.'

Elkaars deskundigheid aanvullen

Dat kantel-effect heeft te maken met een ander opvallend kenmerk van In voor zorg!: de klassieke topdown-aansturing doet een stapje terug en geeft meer regelruimte aan de werkvloer. Ook opent het meer de deur voor ketensamenwerking. Inge Vossenaar: 'Het kantelpunt zit vooral in het antwoord op de vraag: hoe kunnen we – los van hoe we het tot nu toe deden - anno 2010 de cliënt het best van dienst zijn? Wat dat betreft is het initiatief van de Prinsenhofgroep een mooie illustratie van In voor zorg!'

Ze vervolgt: 'De kracht van de Prinsenhofgroep is dat de organisaties erachter met elkaar zeiden: waar is behoefte aan en hoe kunnen we met elkaar de zaak zo organiseren dat we zo goed mogelijk aan die behoefte kunnen voldoen? Dat is essentieel geweest. Het knappe van de Prinsenhofgroep is dat vervolgens verschillende elkaar aanvullende organisaties met die klantbehoefte om de tafel zijn gaan zitten om te bespreken hoe een ieder vanuit zijn of haar kracht en deskundigheid kan bijdragen aan het gestelde doel.'

'En dat is precies wat je steeds meer ziet gebeuren. Organisaties gooien de luiken open en concentreren zich op de klantvraag om vervolgens vanuit dat perspectief te onderzoeken hoe de organisatie het best kan anticiperen. Gevolg is dat de klant zich beter gehoord voelt en dat organisaties nieuw elan ervaren', aldus Inge Vossenaar.

Nieuwe dingen doen

Innovatieve verbeteringen aanbrengen in je organisatie betekent niet zelden dat je opereert op het grensvlak van de bestaande regelgeving. Inge Vossenaar vindt dat een inspirerende ontwikkeling. 'Je ziet aan de Prinsenhofgroep en aan soortgelijke initiatieven dat veel meer mogelijk is dan wanneer je je alleen maar beperkt tot wat in regelgeving is vastgelegd. Niet dat je regels moet gaan overtreden, maar er is daarnaast nog een heel groot onbetreden terrein. Met de juiste mindset kun je met elkaar dingen doen die nog niet eerder zijn gedaan. Strak domeindenken is eerder een handicap dan een voorwaarde voor succes.'



Keuze uit de winst van landelijke verbeterprogramma’s

Decubitus

  • Helft van de deelnemende locaties heeft in 1 jaar incidentie gehalveerd.

Eten en Drinken (verpleging en verzorging)

  • Onvrijwillig gewichtsverlies is met 50% gedaald.
  • Ondervoeding verpleeghuizen is met met 24% gedaald.

‘Niet alleen de geest’ (ggz)

  • Er is meer inzicht verkregen in lichamelijke gezondheid van cliënten.
  • Gegevens over middelengebruik en beweging zijn in kaart gebracht.

Medicatieveiligheid

  • Het aantal medicatie-incidenten is met 50% afgenomen.
  • Meldingen door medewerkers zijn toegenomen.
  • De informatieverstrekking aan cliënten over medicijngebruik is veberterd.

Preventie seksueel misbruik

  • Preventie seksueel misbruik staat structureel op agenda management.
  • De kennis en vaardigheden medewerkers zijn toegenomen.
  • Meldprocedures zijn verbeterd en meldcultuur is veiliger.

Verzorgend wassen

  • Er worden vaker volledige wasbeurten gegeven.
  • Tijdsduur volledige wasbeurt is met 15-25% afgenomen.
  • Daardoor kwam er meer tijd voor lichamelijke verzorging.

Sociale participatie (ggz)

  • Netwerk van de cliënt is uitgebreid (bij ca 40%).
  • Circa 30% van de cliënten voelt zich hierdoor minder eenzaam.