Zorggroep Tellens maakt kennis met eigen veelzijdigheid

Man schilderend

Nij Mariënacker is één van de 24 woonzorgcentra die Zorggroep Tellens heeft, verspreid over het platteland in 13 Friese dorpen en kleine steden.
In voor zorg! begeleidde de nieuwe cultuur die de welzijnsdeuren naar elkaar open zet. Zorggroep Tellens doet het overigens prima. Cliënten en medewerkers geven de organisatie regelmatig een pluim.
In de lange hal van Nij Mariënacker stonden 28 januari 2012 heel veel kraampjes opgesteld. Allemaal van locaties die aan collega’s, cliënten en andere geïnteresseerden lieten weten wat ze aan welzijn 'in de aanbieding' hebben.
'Onze bewoners zijn tevreden, maar er is meer. Laten we elkaar opzoeken en elkaars kennis benutten', zegt Durk Bruinsma, gezeten op een bankje naast een mobiele ren met drie struise bruine kippen.

Keukens komen weer in het zicht

Bruinsma en zijn collega-locatiemanager Auke de Jong zijn 2 van de drijvende krachten achter deze welzijnsmarkt. Maar hun welzijnswerkgroep doet meer. De Jong: 'Op intranet wordt een hoek gereserveerd voor de welzijnsactiviteiten van al onze locaties. Kan iedereen op intekenen.' Bruinsma: 'En er komt een digitaal forum. Stel dat iemand een Shantikoor zou willen huren of een goede spreker, dan kan het best zo zijn dat een andere locatie uit ervaring weet welk koor of welke spreker je het beste in kan schakelen. Niet opnieuw het wiel uitvinden dus.' Er gaat meer gebeuren. De Jong: 'De keukens van onze 24 centra mogen gezien worden. We halen de scheidingsmuren weg, zodat je als bewoners de koks aan het werk kunt zien. Dat je 'm de prei kunt zien snijden en dat je de kok een compliment kunt maken. De eerste keukens zijn inmiddels opengebroken en zijn weer gewoon een zichtbaar onderdeel geworden van het aangrenzende restaurant en dat bevalt iedereen prima. Bruinsma: 'En dan te bedenken dat we er nog even over gedacht hebben om voor de hele organisatie met een centrale keuken te gaan werken.'
Maar centralisering van het koken is toch goedkoper? Dat is althans vaak het argument in zorgorganisaties. De Jong: 'Elke locatie z'n eigen keuken hoeft niet duurder te zijn. Zie het koken als één van de vele activiteiten in een woonzorgcentrum. Mensen genieten ervan, ze kunnen meepraten en meedenken met de kok. Er is zoveel mogelijk. Je laat echt wat liggen als je deze kans niet pakt.'

Reuring in de tent

Arend Schenkel, lid van de Raad van Bestuur, schudt deze middag heel veel handen van enthousiaste marktbezoekers. 'We kunnen er heel ingewikkeld over doen, maar in feite gaat het bij ons maar om drie dingen: is de zuster lief, is het eten lekker en is er genoeg reuring in de tent? Welzijn staat voorop, de zorg ondersteunt. Wat we vandaag op deze welzijnsmarkt zien, illustreert dat principe', aldus Schenkel. En daar had hij groot gelijk in. De welzijnsmarkt werd druk bezocht, bezoekers waren vaak verrast over wat andere locaties aan bijzondere dingen organiseren.
Neem nu de kraam van Tryntsje Koops van het Bonifatiushuis in Sneek: 'Wij lopen elk jaar met bewoners de vierdaagse. Niet de echte van Nijmegen, maar die van Sneek. Onze eigen vierdaagse dus. Die is een heel stuk korter, maar wel op dezelfde dagen als de Nijmeegse vierdaagse.' Heel wat collega’s van andere locaties willen hier alles van weten. Dat belooft druk te worden tijdens de Sneekse vierdaagse van 2012. Koops: 'Het is elk jaar heel gezellig en als mensen met elkaar aan het wandelen zijn, denken ze niet meer zo aan hun kwaaltjes.'

Zoetwaterpiraat

De 80-jarige Jan van der Hoop woont in de Makkumse locatie Avondrust in een aanleunwoning. Op de welzijnsmarkt is hij geconcentreerd met penseel en doek in de weer. Van der Hoop is een man die altijd hard gewerkt heeft: 'Ik bouwde als timmerman Lemsteraken op een jachtwerf.' Nu penseelt hij deze Friese boten op schilderdoek, want van der Hoop is lid van de schilderclub in Avondrust. 'Slecht licht hier', moppert hij. 'Maar voor de rest vind ik het prachtig mooi dat we hier vandaag aan elkaar kunnen laten zien waar we mee bezig zijn. Meer mensen moesten gaan schilderen. Mooie hobby.' En terwijl hij met z’n penseel op z’n houten been tikt, zegt hij: 'Ik ben een echte piraat, al is het dan een zoetwaterpiraat.'
Ook bijzonder: Akke Postma van het Teatskehûs uit het dorpje Blauwhuis demonstreert een vondst die binnenkort wel eens in alle locaties terug te vinden kan zijn: een mobiele tuin. Houten tuinbakken op poten van 1,30 meter hoog met wielen eronder. 'En doordat ze verrijdbaar zijn, kun je de planten altijd in de zon zetten', zegt Postma als een volleerd vertegenwoordigster van haar groene welzijnsproduct.

Koken met mannen

'Koken met mannen' is een activiteit die 28 februari 2012 ook in de smaak viel. Het dienstencentrum Waldrikhiem organiseert deze workshops al een tijdje. Activiteitenbegeleidster Geertje Elzinga: 'Het zijn steeds 6 bijeenkomsten voor mannen die niet kunnen koken. Geen moeilijke dingen hoor. Stamppot zuurkool bijvoorbeeld of een lekkere hartige taart. Mannen vinden het spannend. Ze helpen elkaar en lachen tussen de bedrijven heel wat af met elkaar. Bij de afsluitende kookavond mogen de vrouwen meekomen om te komen proeven. Deelnemers krijgen een certificaat mee, opdat hun vrouwen nooit meer kunnen zeggen dat hun man niet kan koken. Ik heb net weer 4 nieuwe mannen ingeschreven.'

Het Fryslân Boppespel

Rondwandelend over de Workummer welzijnsmarkt, ontdek je dat elke locatie zo z’n welzijnsspecialiteiten heeft. Bij het Teatskehûs zijn ze bijvoorbeeld vooral goed in het maken van spellen. Op houten borden en met goed leesbare speelkaarten. Het Vier Seizoenenspel en het Fryslân Boppespel doen het goed. Jet Kapelle van woonzorgcentrum Teatskehûs: 'We hebben deze spellen zelf ontwikkeld. Vooral bedoeld voor ouderen die vergeetachtig beginnen te worden. 'Wat is een zuidwester, een storm of een gerecht?', leest Kapelle voor. Een bewoner die het hoort, schiet in de lach: 'Geen van beide, het is een capuchon tegen de regen!'

Deze lijn houden we vast

Jan Arts, de voorzitter van de Centrale Cliëntenraad, is ook van de partij op de welzijnsmarkt. Hij zegt: 'In voor zorg! heeft wel wat op gang gebracht hier. En wat ik zo goed vind, is dat bij het uitbouwen van ons welzijnsconcept er rekening is gehouden met individuele wensen. Wij als Centrale Cliëntenraad zijn er bovendien vanaf het begin bij betrokken geweest.'
Hij vervolgt: 'Er is veel veranderd. Voorheen hadden we bijvoorbeeld met de vakantie in elke locatie een dip van een paar weken. Dan waren er geen activiteiten. Maar nu we alles beter op elkaar hebben we aangesloten, kunnen bewoners 365 dagen per jaar aan activiteiten meedoen. In voor zorg-coach Geert Jan Bosscha heeft er voor gezorgd dat de zaak goed geborgd is. Met werkgroepen, digitale platforms en met het opnemen van welzijnsactiviteiten in jaarplannen en dergelijke. Deze lijn houden we vast. Zonder In voor zorg! was ons dit nooit gelukt.'

Verbindingen maken

In voor zorg-coach Geert Jan Bosscha nipt aan een kopje thee naast het rad van avontuur: 'Dat bij Zorggroep Tellens locaties niet goed van elkaar wisten wat in de diverse vestigingen aan welzijn mogelijk is, was voor een deel uit de organisatiestructuur te verklaren. Locatiemanagers ressorteren hier direct onder de Raad van Bestuur. Daar zit geen andere managementlaag tussen. Gevolg is dat de focus van de locatiemanager vooral gericht is op de eigen locatie. Door locatiemanagers de lead te geven bij het inventariseren van de wederzijdse mogelijkheden en bij het vormgeven van ondersteunende instrumenten zoals een intranet en het forum, is aan die eenzijdigheid een einde gemaakt. Verbindingen maken, dat is wat we hier in de afgelopen periode hebben gedaan. Het ziet er naar uit dat het blijvende verbindingen zijn.'