Zorggroep Tellens brengt met In voor zorg! welzijn op een hoger plan

Zorggroep Tellens heeft vijftien woonzorgcentra, waar ouderen met zorg wonen, en zeven wooncomplexen, waar ouderen zelfstandig wonen met service binnen handbereik. Op al die locaties is welzijn heel belangrijk. ‘Zorgen voor mensen is meer dan steunkousen aantrekken’, brengt bestuurder Anneke Aldenkamp het kort en krachtig onder woorden. ‘Het is niet leuk als je in onze woonzorgcentra moet komen wonen, maar wij kunnen het wel zo leuk mogelijk maken.’ Tellens heeft net het traject gastvrijheid afgesloten, met restaurants op elke locatie als resultaat. Nu is welzijn aan de beurt. In voor zorg! ondersteunt daarbij.

Gastvrijheid en welzijn

Maar waarom welzijn? Anneke Aldenkamp legt het uit met een metafoor: ‘Ik vergelijk het hele pakket dat wij aan onze cliënten aanbieden graag met een huis. Goede zorgverlening is het fundament, dat moet gewoon goed zijn en dat is het ook. Wat je boven de grond ziet, krijgt op verschillende manieren vorm. Door de attitude van en bejegening door medewerkers bijvoorbeeld. Maar ook, letterlijk, door hoe onze huizen eruit zien. Bij ons is geen enkel gebouw hetzelfde. We bouwen en verbouwen altijd onder architectuur, er is altijd een binnenhuisarchitect bij betrokken. De kamers zijn ruim, het kleurgebruik is aansprekend. In zo’n gebouw is het prettig voor bewoners en medewerkers. In een huis is ook de keuken belangrijk. Bij ons komt het eten niet uit grootkeukens, maar wordt het vers bereid. Al onze intramurale vestigingen en de serviceflats hebben daarom een restaurant, mét keuken. Gastvrijheid noemen we dat. Als je fijn zit te eten, vergeet je even je pijn. Ook lol in je leven is belangrijk. Het zijn communicerende vaten: goed eten en welzijn schelen zorg. Na de restaurants willen we daarom nu onze welzijnsactiviteiten verbeteren. Van goed naar nog beter. We hebben de luxe dat we ons daarop kunnen focussen. Want er is rust in de tent en financieel doen we het heel goed.’

De aanpak: draagvlak creëren op elk niveau

De aanpak is ‘typisch Tellens’: de raad van bestuur stelt kaders, de werkvloer werkt het uit. In voor zorg-coach Geertjan Bosscha begeleidt het traject: ‘We creëren draagvlak van onderaf. Ik ben begonnen met workshops met de raad van bestuur en de locatiemanagers. Vervolgens met de teamleiders en daarna met de welzijnsmedewerkers.’ Zo vult Tellens de kaders die het management en de raad van bestuur hebben geformuleerd geleidelijk in. Per locatie, want ieder huis heeft de vrijheid om voor couleur locale te kiezen en op de eigen omgeving in te spelen. ‘De welzijnsteams zijn verantwoordelijk voor het inhoudelijke deel’, vertelt Geertjan Bosscha. ‘Zij zijn de deskundigen, zij kennen de cliënten het beste.’ De concrete voorstellen gaan vervolgens weer ‘naar boven’. De teamleiders verzamelen de ideeën van de welzijnsmedewerkers, de locatiemanangers presenteren ze aan de raad van bestuur.

Het kader stellen

Wat betekent welzijn voor Zorggroep Tellens, vroeg Geertjan Bosscha aan de raad van bestuur. Daar rolden twee dingen uit. Dat de cliëntvraag bepalend is, oftewel: ‘Het leven gaat gewoon door. Dus hoe heeft de cliënt een leuke dag?’ Maar Tellens wil ook activiteiten organiseren waar de cliënt misschien niet direct om vraagt, maar die hij waarschijnlijk wel waardeert. Drie thema’s zijn daarbij leidend: levendigheid, gezelligheid en gezondheid.

Levendigheid krijg je door de omgeving bij het huis te betrekken’, legt Geertjan Bosscha uit. ‘Gezelligheid is juist een interne aangelegenheid. En gezondheid ondersteunen kan op veel verschillende manieren. Door yoga aan te bieden bijvoorbeeld, of gym of braintraining.’ Daarnaast stelt de raad van bestuur nog dat het aanbod constant moet zijn. Dus zeven dagen per week, 52 weken per jaar. Geertjan Bosscha: ‘Nu zie je vaak dat er in vakantieperioden en in het weekend minder aanbod is. Terwijl juist dan mensen eenzamer zijn, omdat de kinderen er dan niet zijn.’

Beroepstrots van de medewerkers

Ook Geertjan Bosscha benadrukt dat welzijn een dag leuk maakt voor cliënten. ‘Zorg moet uiteraard goed zijn, maar leuke activiteiten en sfeer zijn minstens zo belangrijk voor de kwaliteit van leven van een cliënt.’ Voor de welzijnsmedewerkers, of activiteitenbegeleiders, is dit een enorme opsteker. Anneke Aldenkamp: ‘Zij ervaren dat ze heel belangrijk zijn in de organisatie. Zo haakt het traject in op de beroepstrots. Dat proberen we altijd te bewerkstelligen. Als je de trots, het hart van de professionals weet te raken, blijft het zitten. Dan wordt het onderdeel van de cultuur.’

Inmiddels heeft Geertjan Bosscha de workshops met de welzijnsteams afgerond. ‘Ze zijn heel enthousiast. We hebben elk team gevraagd of ze de uitdaging durven aangaan om in de tweede helft van 2011 iets te organiseren samen met de omgeving. Daaraan heb ik hoge verwachtingen. Er kwamen zulke leuke ideeën uit. Bijvoorbeeld de padvindersvereniging vragen de tenten rondom het huis op te slaan en klusjes te komen doen. Anderen stelden een buurtmarkt voor of een toneelstuk waarin bewoners meespelen.’

Structuur geven aan het denken over welzijn

Toch is hiermee het onderwerp welzijn niet voltooid, in tegendeel. ‘We willen het denken over welzijn ook in structuur zetten’, zegt Anneke Aldenkamp. ‘Om te voorkomen dat het een “dingetje” is. Iets waar we nu veel energie in steken, maar wat straks weer verwatert.’ Daarvoor zijn twee werkgroepen samengesteld, met medewerkers van verschillende Tellens-locaties: de werkgroep Samenwerking en de werkgroep Woonleefplan. Deze laatste werkgroep houdt zich bezig met de plaats van welzijn in het woonleefplan of zorgplan. Tellens vertaalt elk zorgzwaartepakket (ZZP) rechtstreeks in een woonleefplan, in overleg met de cliënt.
‘Elk plan heeft dus een andere inhoud’, licht Anneke Aldenkamp toe. ‘Wat de cliënt op het gebied van welzijn wil, is onderdeel van het plan. Echter, in zorgorganisaties vindt zorg vrijwel automatisch zijn weg. Zorg wordt cyclisch gecontroleerd, vertaald, en bijgewerkt. Dat automatisme is nog niet zo krachtig op het gebied van welzijn. Hoe zorg je dat wensen en verlangens ook in een plan-do-check-act-cyclus komen?’

Lerend effect

De werkgroep Samenwerking richt zich op de uitwisseling tussen de verschillende locaties. Geertjan Bosscha: ‘Er zijn binnen Tellens heel veel leuke ideeën, maar iedereen blijft in zijn eigen kringetje. Deze werkgroep kijkt hoe welzijnsmedewerkers elkaar beter kunnen vinden. Door kennisbijeenkomsten te organiseren bijvoorbeeld. Over een bepaald thema, zoals feest, gezondheid of muziek. Medewerkers zien daar hoe hun collega’s het aanpakken. Misschien kunnen ze  dingen samen doen, programma’s uitwisselen.’

Tellens is bezig met een virtuele markt voor activiteitenbegeleiders, waar medewerkers kunnen inloggen. ‘De geografische spreiding van onze locaties werkt isolatie in de hand’, zegt Anneke Aldenkamp. ‘Ik wil dat er meer dynamiek komt, meer leren van elkaar. Door medewerkers elkaar te laten vinden, kunnen  we het lerende effect vergroten.’ In de visie van Tellens neemt betekenisvol leren een belangrijke plaats in. De samenwerking met In voor zorg! past daar goed bij. Anneke Aldenkamp: ‘We zijn altijd benieuwd wat anderen kunnen toevoegen, welke dynamiek het brengt. Knowhow is altijd welkom.’

Locatiemanager Auke de Jong:‘We hebben onlangs een Wii aangeschaft’

‘Klachten gaan altijd over eten of activiteiten. Eerst hebben we de focus op eten gelegd, eten is een vorm van beleving geworden. Op die lijn gaan we nu door met welzijn. Het is een heel leuk proces, het onderwerp spreekt iedereen aan. En de bewoners hebben er direct baat bij. Tellens besteedt al veel aandacht aan welzijn. Maar we willen het verder ontwikkelen en verbeteren. Soms geven dezelfde medewerkers al tientallen jaren activiteiten op eenzelfde manier vorm. Daarom willen we nieuwe ideeën ontwikkelen en delen. Want er komt een andere generatie op ons af, met andere wensen en verwachtingen. Dat zijn mensen die het financieel beter hadden, meer van de wereld hebben gezien. Ze hebben dus ook andere wensen. Nu krijg je het restaurant nog vol op een bingo-avond. Straks niet meer. Op een van mijn locatie hebben we onlangs een Wii aangeschaft!’

‘Ik zie het als een beetje wakker schudden. Weer eens stilstaan bij wat de bewoners willen. Niet te snel tevreden zijn met het aanbod. Is het wel genoeg? En vinden de cliënten het wel leuk? De welzijnsmedewerkers zijn echter de deskundigen. Zij hebben de kennis in huis, zij moeten de plannen maken. We zeggen niet “je doet je werk slecht”, we zeggen wel “het kan op een andere manier”. Dit stuit soms op weerstand. Maar zodra je de verantwoordelijkheid bij de mensen zelf neerlegt, is het van hen. Dan zie je de creativiteit loskomen. Ik moet dus durven loslaten. De regie neerleggen bij de mensen die er het meeste vanaf weten. Net zoals de bestuurder zich niet inhoudelijk bemoeit met mijn werk.’

‘Mijn ambitie is dat er elk dagdeel iets te beleven is. Mensen moeten ergens naartoe kunnen gaan. We zijn aan de slag gegaan met de thema’s gezondheid, gezelligheid en levendigheid. Daarom hebben we nu een Wii, een wandelactiviteit en maken we salades. Ook hebben we een lokale zangeres uitgenodigd, met het dorp erbij. Het werven van vrijwilligers is wel een aandachtspunt. Net zoals we een nieuwe generatie bewoners krijgen, komt er ook een nieuwe generatie vrijwilligers. Een generatie die juist wat meer voor zichzelf gaat kiezen. Toch ben ik ervan overtuigd dat bij een voldoende prikkelend aanbod er altijd vrijwilligers zijn die willen helpen. Er zijn mogelijkheden, maar we moeten ons wel roeren als sector!’

Hester Schaap, medewerker welzijn op locatie Huylckenstein in Bolsward:‘Soms heb je een prikkel nodig’

‘Al die aandacht voor de activiteitenbegeleiding waardeer ik echt. Tijdens de workshops hebben we in kaart gebracht welke activiteiten we allemaal aanbieden. Dus per dag wat, waar, de tijden en de frequentie. Ook hebben we gekeken welke activiteiten levendig, gezellig of gezond zijn. Dan zie je al snel wat je mist. Natuurlijk zijn er activiteiten voor verschillende groepen bewoners. De sociale groep heeft bijvoorbeeld veiligheid en structuur nodig. De sociale contacten van deze bewoners moeten we bevorden. Voor hen zijn er activiteiten als koffie drinken, de krant lezen en een spelletje doen.

Ik organiseer de vaste activiteiten in huis en de grotere activiteiten. Zoals optredens, creatieve middagen, uitstapjes, bingo en handwerken. Onze opdracht was drie zwakke plekken in het aanbod te zoeken en een oplossing te bedenken. Ik mis de levendigheid een beetje, het contact met de buitenwereld. Daarom ik heb een afspraak met een basisschool gemaakt om te kijken of we volgend jaar misschien samen een project kunnen doen. En in het kader van gezondheid streef ik naar meerdere keren bewegen per week.’

‘Ik vind het fijn dat we even geprikkeld worden. Dat we met elkaar in gesprek komen, leuke ideeën opdoen. Ons gezamenlijk doel is het zo leuk en fijn mogelijk maken voor de bewoners. Dat is ook de essentie van de werkgroep Samenwerken, waaraan ik deelneem. Heel positief vind ik dat er iets gedaan wordt met de ideeën die we uitwerken. En ik sta er niet alleen voor, want we doen het met z’n allen. Het is een erg leuk project!’