Goed Leven en Mooi Werk bij In voor zorg-deelnemer Vanboeijen
Een goed leven en mooi werk: met dat dubbele uitgangspunt is in korte tijd veel veranderd bij In voor zorg-deelnemer Vanboeijen in Assen. Vanboeijen biedt in Drenthe zorg en begeleiding aan mensen met een verstandelijke beperking. Er werken 1.400 mensen die zich inspannen voor ongeveer duizend cliënten. Een flink deel van hen woont op mooie locaties waar ze in behoorlijke mate zelfstandig uit de voeten kunnen. Vanboeijen heeft locaties in Assen, Broekhuizen, Grollo, Hoogeveen, Meppel, Roden, Steenwijk en Anderen.
Goed Leven en Mooi Werk
Na in het begin van deze eeuw een moeilijke periode doorgemaakt te hebben, werkt Vanboeijen sinds 2006 vanuit een nieuw vertrekpunt: samen werken aan persoonlijk perspectief. Klanten, verwanten en medewerkers meer zeggenschap (‘eigen kracht’) geven, onder meer door elk van de 180 locaties binnen hun budget eigen financiële afwegingen te laten maken.
Kortom, loslaten van de centrale grip en aanhaken op microniveau: een complexe beweging die groot vertrouwen veronderstelt in het regelend vermogen van teamleiders en verwanten. De hele beweging is vervat in het strategisch plan ‘Expeditie 2012’. De ‘expeditie’ is nu halverwege. In 2012 moet de eindbestemming zijn bereikt en moet voor elke medewerker Mooi Werk en voor elke cliënt een Goed Leven zijn gerealiseerd.
Goed Leven en Mooi Werk zijn begrippen die zowel vaag als glashelder zijn. Bestuurder Pieter de Kroon: 'Dat is ook nadrukkelijk de bedoeling: ieder voor zich weet wat een goed leven en mooi werk is, maar vervolgens geven we daar op persoonlijk niveau onze eigen, unieke invulling aan.' Het mooie aan de situatie bij Vanboeijen is dat die eenvoudig aandoende waarden van Goed Leven en Mooi Werk doorlopend op elk niveau van de organisatie expliciet als referentiekader worden gebruikt. Pieter de Kroon: 'Het is de basis van onze managementinformatie.'
Regie op Locatie
De kernwaarden Goed Leven en Mooi Werk komen samen in een andere innovatie van Vanboeijen: Regie op Locatie. Dat wil zeggen dat klanten, medewerkers en zeker ook verwanten met elkaar bepalen welke prioriteiten op locatieniveau worden gesteld. De locatie is daarmee bij uitstek het platform waarop Goed Leven en Mooi Werk gestalte krijgen. Om vaart en scherpte in de koers te houden, is Regie op Locatie ondergebracht in een projectorganisatie.
Nieuwe rol van verwanten
Het meest opvallend binnen Regie op Locatie is de invloed en betrokkenheid van de verwanten. Gaandeweg Expeditie 2012 krijgen alle 180 locaties een Verwantenraad die op de locatie het dagelijks bestuur vormt. Deze Lokale Verwantenraad praat inhoudelijk mee over ontwikkelingen op de locatie. De positie van de verwant is in de nieuwe opzet meer en meer die van partner in de zorg. Projectleider Regie op Locatie Suzanne Kars: 'Verwanten kunnen meebeslissen over locatieplannen en over de uitvoering daarvan. Op sommige locaties werken verwanten mee aan het opstellen van de locatiebegroting. Er is zelfs al een locatie waar verwanten meedenken over competentieprofielen van de locatiemedewerkers.'
'Als op een locatie gekozen wordt voor een raad waarin zowel verwanten als medewerkers zitten, noemen we het – meer algemeen – een Lokale Raad. De partners op de locatie kunnen zelf kiezen of ze een raad met alleen verwanten installeren of een raad waarin ook medewerkers participeren.'
Saillant detail: Als overal Lokale Raden en Lokale Verwantenraden zijn ingesteld, heffen de Regionale Verwantenraden zich op. Pieter de Kroon: 'Regionaal is niet zo interessant meer. Het specifieke maatwerk van de locatie, daar gaan we voor. Als bindend element voor de Lokale Verwantenraden en voor de meer strategische vraagstukken hebben we de Centrale Verwantenraad.'
‘Alleen een zak geld helpt niet’
Ton van der Meer is als ouder van een cliënt bij Vanboeijen lid van de Centrale Verwantenraad. Hij zegt: 'We staan als verwanten helemaal achter Expeditie 2012. Alleen een zak geld helpt niet om alles goed te organiseren. Je moet andere dingen doen. Enthousiasme groeit als medewerkers en ouders ook echt meer inbreng krijgen en als je ouders deelgenoot maakt van de financiële situatie op een locatie. "Eigenaarschap" noemen we dat. Het is trouwens nog zoeken en tasten naar onze rol, maar we gaan vooruit. Voorbeeld. Als we merken dat het onderhoud aan de tuin rond een locatie veel geld kost, kunnen we als ouders zeggen: wij doen dat tuinonderhoud zelf wel, dan kun je het uitgespaarde geld aan andere dingen uitgeven.'
Hij vervolgt: 'Soms nemen we duidelijk stelling. Voorbeeld. De medewerkers op de groepen eten mee met de cliënten. De organisatie wil nu dat medewerkers gaan betalen voor hun eten. Wij als Verwantenraad zeggen: als medewerkers geen pauze (op veel locaties is eten een onderdeel van de begeleiding) hebben, kun je ze niet laten betalen. We willen er niet onmiddellijk een halszaak van maken, maar we vinden wel dat we hierover stevig met elkaar over moeten praten.'
Bestuurder Pieter de Kroon staat open voor de discussie: 'Je moet als bestuurder niet iets afwijzen, maar met respect voor ieders rol en ieders budgettaire mogelijkheden bekijken wat wel mogelijk is.' Ton van der Meer: 'Het is echt een omslag. Op grond van de Wet op de medezeggenschap hebben verwanten niet zo veel te vertellen. Cliënten daarentegen wel. In de VG-sector ligt het toch iets gecompliceerder dan de wet suggereert. De Verwantenraad is daarom een uitkomst. Daar waar de cliënten dat zelf onvoldoende kunnen, krijgen wij verwanten volledig de ruimte om ons te ontwikkelen.'
Het samenspel op Anreep 5A
Vanboeijen heeft zeven woonboerderijen. Eén van de boerderijen ligt landelijk aan het adres Anreep 5A net buiten de bebouwde kom van Assen. Hier wonen twaalf cliënten. Elke cliënt heeft een naar eigen smaak ingericht appartement met een woon- en een slaapkamer, een compleet keukentje en eigen sanitair.
Overdag zijn de bewoners elders met dagbesteding bezig of ze hebben een baan bij een bedrijf of een instelling. Elke week overleggen medewerkers en cliënten over de stand van zaken. Teamleider Annita Boerma: 'Het voorhuis (onze gemeenschappelijke ontmoetingsruimte) was een flink deel van de dag op slot. Cliënten wilden dat niet, ze wilden in het voorhuis koffie kunnen drinken wanneer hun dat uitkomt. Het is hun huis, dus nu is het voorhuis weer de hele dag open.'
Drie bewoners vormen een kookclub die een paar keer per week in het voorhuis voor iedereen die dat wil een maaltijd klaarmaakt. De overige dagen maken de bewoners hun eigen maaltijden klaar. Persoonlijk begeleider Suzanne Niemeijer: 'Toen we hier in deze boerderij kwamen, moesten de bewoners ook erg wennen. De meesten hadden intern gewoond waar anderen alles voor ze deden. Dat je nu zelf je eten op je kamer kunt klaarmaken en dat je zelf je boodschappen doet bijvoorbeeld is een heel verschil. Sommigen haalden in het begin zaterdag voor een week boodschappen en dan was het de volgende dag allemaal op.'
Teamleider Annita Boerma: 'De werkdruk valt mee, omdat we veel in samenspraak doen met de verwanten. Daardoor kunnen zij ons ook het nodige werk uit handen nemen. Dat was wel wennen. Verwanten hield je het liefst buiten de deur. We wisten zelf veel beter hoe het moest. Je kunt je nu al bijna niet meer voorstellen dat je zo dacht. Je speelt nu open kaart naar elkaar toe. Geen valse verwachtingen wekken, maar gewoon elkaar vertellen wat goed gaat en wat niet en hoe we dat samen kunnen oplossen.'
Bruno en Marcel zijn 2 van de bewoners van de locatie aan Anreep 5A. Bruno heeft twee banen: in de kinderboerderij en op de drukkerij. Hij weet: '2 banen, da’s pas goed verdienen.' Als hij thuis is, neemt hij zijn eigen muziek op, waarbij hij cd’s inzingt met een microfoon. Trots laat hij zijn eigen wasmachine en droger zien. 'Wat ik ga eten vanavond? Geen idee. De kookclub kookt vanavond. Ik ga straks wel eens vragen wat we gaan eten.'
Zijn huisgenoot Marcel werkt op de kinderboerderij en neemt daar de verzorging van de konijnen op zich. 'Ik heb al veel banen gehad, maar dit is de leukste baan. Als ik thuis ben brei ik. Kijk maar. Ik weet nog niet wat het wordt. Misschien toch maar weer een trui. Ik heb het hier goed naar mijn zin. Alleen heeft soms het personeel ruzie met elkaar. Daar zeg ik dan wat van. Ruzie moeten ze maar in hun eigen tijd doen. Ik hou van gezelligheid. Weet je dat we nog niet zo lang geleden hier thuis ook een konijn hadden. Die woont nu onder de grond.'
Rolling forecasts
De locaties hebben elk hun eigen financiële verantwoordelijkheid. Pieter de Kroon: 'Inzoomend op locatieniveau staat een paar zaken vast. Iedere klant heeft voor zichzelf - passend bij zijn of haar zorgbehoefte - een eigen persoonsvolgend budget. Daarnaast heeft iedere locatie een eigen budget, afgestemd op de specifieke omstandigheden van de locatie. Maatwerk dus. Met een maandelijks financieel overzicht per locatie. Liefst met een buffer. We adviseren teamleiders op locatie een reservepotje aan te houden.'
Hij vervolgt: 'Niet alleen weet elke locatie bij ons per maand hoe de vlag waait, ook wordt voor elke locatie een prognose geleverd. Die geeft aan hoe bij ongewijzigd beleid op basis van huidige uitgaven de maandelijkse kosten zich de komende tijd ontwikkelen. Rolling forecasts noemen we dat. Deze maatgesneden prognoses zijn nu voor 180 locaties beschikbaar.'
Voorwaarden voor succes
Pieter de Kroon wijst op een valkuil bij ingrijpende operaties zoals die nu bij Vanboeijen gaande zijn. 'Je moet als je dit soort dingen gaat doen, je basisstructuur op orde hebben. Toen ik hier tien jaar geleden kwam was deze organisatie bijna failliet. In zo’n situatie kun je onmogelijk gaan verwijzen naar zoiets als Mooi Werk en Goed Leven. Dan moet je eerst het huis op orde maken.'
Hij wijst er ook op dat tot en met 2012 Vanboeijen in een fase van opbouw is. 'Er is in mijn ogen pas echt sprake van kwaliteit als je het met elkaar kunt hebben over ontmoetingen en over wat je raakt. Dat zijn broze dingen die je niet in een systeem kunt zetten. Echte kwaliteit gaat niet over systemen, maar over wat mensen bezielt.'
Past de organisatievorm nog wel als alle partners op locaties - ondersteund door centrale facilitering - hun eigen keuzes maken? Pieter de Kroon: 'Als we deze lijn doortrekken, dan zouden we de stichtingsvorm eigenlijk moeten beëindigen en over moeten gaan naar een samenwerkingsverband. Een coöperatie wellicht.'
pdf