Dichterbij: via dagbesteding naar netwerkorganisatie
In de gehandicaptensector verhuizen zoals bekend de extramurale vormen van werk en dagbesteding van de Algemene Wet Bijzondere ziektekosten (AWBZ) naar de gemeenten. Zorgorganisatie Dichterbij is met 5.000 medewerkers actief in 28 gemeenten in Noord-Limburg, Noord Oost-Brabant en Zuid-Gelderland en moet nu met 28 gemeenten afzonderlijke afspraken maken.
Om gek van te worden? Dat zien ze bij Dichterbij heel anders. Frank Holtman van de Raad van Bestuur: ‘Eigenlijk past deze ontwikkeling heel goed bij ons. We zijn al een decennium aan het deconcentreren. Kleinschaligheid en wonen in de wijk is een feit. Ook werk en dagbesteding wordt nu gedeconcentreerd. We komen met innovaties waar zowel de cliënten als de gemeenten veel aan hebben.’
Toch is de komende omslag minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Directeur Henri Akkersdijk die verantwoordelijk is voor de komende vernieuwingen binnen werk en dagbesteding: ‘In voor zorg! deed in 2010 een scan naar hoe werk en dagbesteding bij ons zijn georganiseerd. De conclusie was dat kwantitatief veel was verbeterd. Maar het was allemaal wel erg georganiseerd vanuit het aanbid van de organisatie. En niet vanuit het groeiperspectief van de cliënt.’
En met dat laatste raakte de scan iets essentieels. Bestuurder Frank Holtman: ‘Onze visie is dat we de cliënt zoveel mogelijk stimuleren in zijn ontwikkeling. Werk en dagbesteding zoals het traditioneel is georganiseerd, draagt daar onvoldoende aan bij.’
Burgerschapsperspectief
Zo bezien kon de switch van AWBZ naar gemeenten op geen beter moment komen. Henri Akkersdijk: ‘Het wijst ons eens te meer op het belang van het burgerschapsperspectief.’ Voor Dichterbij is dat burgerschapsperspectief de overtreffende trap van cliëntperspectief. Frank Holtman: ‘De aanduiding “cliënt” impliceert een afhankelijkheid. Daar willen we vanaf. Gemeenten hebben burgers. En sommige burgers hebben een beperking. Dichterbij kan door het aanbieden van werk en dagbesteding bijdragen aan de ontwikkeling van burgers die door een verstandelijke handicap beperkt zijn in hun mogelijkheden.’
Henri Akkersdijk: ‘Het past allemaal in het verhaal van de “civil society”. Samenleven op basis van wederkerigheid: over en weer iets voor elkaar betekenen.’ Frank Holtman geeft een voorbeeld: ‘Als de leefbaarheid in een wijk door leegloop onder druk staat, kunnen wij vanuit Dichterbij de buurtsuper in leven houden. Vraagstukken over leefbaarheid en burgerparticipatie liggen dicht bij elkaar. Dichterbij heeft een rol als het gaat om sociale cohesie.’ Klinkt allemaal als een klok, maar de filosofie en de implicaties staan op behoorlijke afstand van hoe nu bij Dichterbij (en bij veel andere zorgorganisaties) werk en dagbesteding voor verstandelijk beperkte cliënten worden aangeboden.
Toegevoegde waarde voor de samenleving
Toch gaat het roer om. ‘We hebben als uitgangspunt onze visie op de cliënt aangescherpt’, zegt Frank Holtman. ‘Vier flankerende kernbegrippen zijn van belang: het stimuleren van de persoonlijke ontwikkeling van de cliënt, het bieden van een toegevoegde waarde aan de samenleving, ons cliëntenaanbod moet los van wet- en regelgeving mogelijk zijn en bij alles wat we organiseren moeten we onszelf kunnen bedruipen.’
Vanaf het moment dat deze visie en de kernbegrippen in de puntenslijper gingen, werd Dichterbij terzijde gestaan door In voor zorg-coach Tony Wijntuin, een bedrijfskundige die onder meer oplossingen heeft aangereikt voor logistieke processen op Schiphol. Met de komst van deze In voor zorg-coach speelt andere toegevoegde waarde voor de samenleving evenzeer een rol. Henri Akkersdijk: ‘Wat we bedenken moet ook allemaal goed in elkaar steken. We willen – in de spirit van In voor zorg! – onze pilots zo organiseren dat ze makkelijk op te schalen zijn en dat ze op andere plekken als model reproduceerbaar zijn met een aangepaste couleur locale.’
Uit de comfortzone treden
Dichterbij bracht vervolgens de VOORT-methodiek in stelling. Dat is een innovatiemethode waarmee je met een eigen team nieuwe producten en diensten bedenkt die een groot draagvlak hebben. In tegenstelling tot losse brainstorms of het uitbesteden van innovatieve ideeën leidt de VOORT-innovatiemethode tot concrete nieuwe concepten die aantrekkelijk zijn voor cliënten, samenleving en bedrijfsleven De ideeën zijn namelijk getoetst bij klanten en zijn uitgewerkt tot mini new business cases. Bij Dichterbij schoven bijvoorbeeld ook cliënten, familie, gemeenteambtenaren en bedrijven aan bij het bedenken en toetsen van nieuwe concepten.
De beoogde innovaties hebben in deze benadering een groot intern draagvlak omdat medewerkers zelf de nieuwe concepten hebben bedacht en uitgewerkt en de beslissers nauw bij het proces zijn betrokken. Langs deze weg zijn veel ideeën ontwikkeld. Uiteindelijk zijn vier innovaties voorbereid die werk en dagbesteding in een nieuwe dimensie brengen.
Overigens, in de afgelopen periode piepte en kraakte het binnen de groepjes medewerkers die nieuwe concepten bedachten en die over het belang van maatschappelijk rendement spraken. Frank Holtman: ‘We zijn tot op de bodem gegaan. Menig collega dacht, waar zijn we in Godsnaam mee bezig. Mensen traden uit hun comfortzone.’
Touchscreens in de snoezelruimte
Waar heeft het allemaal toe geleid? Frank Holtman en Henri Akkersdijk willen nog niet alle ideeën prijsgeven. Maar 2 vernieuwingen kunnen wat hen betreft al wel de publiciteit in. Henri Akkersdijk: ‘Cliënten die ernstig of meervoudig beperkt zijn, bieden we vaak snoezelactiviteiten aan, een bekend concept in onze sector. Maar er kan zoveel meer bij het stimuleren van zintuigen. Kijkend naar de virtuele wereld is het denkbaar dat we touchscreens introduceren en Wii-achtige technieken waarbij je door aan je neus te zitten of een arm op te tillen, kunt spelen met reuk, kleur en beweging. Er zou een nieuwe wereld voor deze doelgroep open kunnen gaan. Op deze manier hebben cliënten bijna letterlijk de regie in eigen hand.’
Hoe betaal je zoiets? De vraag stellen verraadt ‘oud denken’. Henri Akkersdijk: ‘Betalen? We zijn aan het rondkijken wie belangstelling voor deze vernieuwing heeft. De TU Delft misschien of gespecialiseerde bureaus. De zorg wordt booming business. Het kan voor een externe partij heel interessant zijn om in deze ontwikkeling te investeren.’
Inspelen op regionale opwaardering
Een tweede innovatie heeft alles te maken met de bekende trits van People Profit Planet, waaraan duurzame ontwikkelingen te herkennen zijn. Henri Akkersdijk: ‘Er is veel aan het veranderen in ons werkgebied. In 2012 komt de Floriade naar Venlo. Het agrotoerisme komt van de grond, kleinschalige campings komen op, boerderijen ondernemen aanvullend op het boerenbedrijf nieuwe activiteiten. Van workshops tot meditatiecentra. Mensen met een beperking kunnen in deze regionale opwaardering veel betekenen. Ze kunnen op veel vlakken heel praktisch assisteren. Denk bijvoorbeeld aan werken op de camping, lunchroomarrangementen aanbieden en het uitzetten van wandelpaden.’
Frank Holtman: ‘Voorwaarde is dat we afstappen van het schattigheidsgehalte. De ondersteuning die wij bieden, moet professioneel zijn. Producten en diensten moeten voldoen aan de normale kwaliteitsnormen. Waar nodig werken mensen met een beperking samen met professionals.’
September 2011 is het creatieve proces achter de pilots afgerond en begint de fase van het maken van echte business cases. Sommige business cases moeten eind 2011 gereed zijn voor implementatie. Andere lopen door tot de zomer van 2012.
Zonder schuren geen glans
Voor de werkorganisatie van Dichterbij hebben de vernieuwingen enorme impact. ‘Alles komt in beweging’, zegt Frank Holtman. De nieuwe filosofie op werk en dagbesteding stelt andere eisen aan medewerkers. Twee empowerment-programma’s zijn ingezet om mensen te enthousiasmeren en om de juiste competenties aan te boren of te versterken. Het personeelsbeleid gaat vanuit andere criteria te werk. Gezocht wordt naar ondersteunende opleidingsfaciliteiten.
Frank Holtman: ‘We observeren ook situaties in de dagelijkse praktijk van werk en dagbesteding. Soms is dat heel confronterend. Maar dat kan niet anders. Zonder goed te schuren, krijg je geen glans.’ Henri Akkersdijk: ‘Door de verschillende experimenten die nu spelen ontstaat onder de medewerkers een leidende voorhoede. En dat leidt weer tot een coalitie van ambassadeurs die de vernieuwingen verder uitdragen.’
Frank Holtman vult aan: ‘Geld mag geen belemmering zijn om onze innovaties vorm te geven.' Stoere taal, maar hij kan het waarmaken. ‘We halen een 0,5 tot 1 % af van onze omzet van ruim 200 miljoen. Dat is ons innovatiefonds. Aan de centrale cliëntenraad hebben we kunnen uitleggen dat cliënten hier uiteindelijk de vruchten van gaan plukken.’
Netwerkorganisatie
Dichterbij toont moed door naar buiten te treden met echte innovaties zonder de zekerheid dat al het nieuwe ook succesvol zal zijn. Maar misschien nog wel meer lef spreekt uit de wil om een andere rol te gaan spelen als dit in het belang van de cliënt is. Henri Akkersdijk: ‘Als het nodig is, geven we onze autonomie af en brengen we onze eigen business onder bij die van een ander. We hoeven niet altijd de hoofdaannemer te zijn. Door flexibel je plaats te weten, kun je soms beter in het belang van kwetsbare burgers werken. Groeien hoef je niet altijd te doen in aantallen en status. Wij geloven in groeien in kwaliteit.’
Frank Holtman: ‘Goed beschouwd ontwikkelen we ons tot een netwerkorganisatie. Soms ben je een regisseur, soms een broker en soms een toeleverancier. Dichterbij gaat meerdere rollen spelen afhankelijk van wat de context van ons verlangt.’
Meer weten
Lees meer over het In voor zorg-traject van Dichterbij







