De Swinhove Groep gaat met In voor zorg! over naar kleinschalig wonen

Annelies Baars, projectleider Kleinschalig Wonen bij de Swinhove Groep

Het verpleeghuis en twee verzorgingshuizen van In voor zorg-deelnemer de Swinhove Groep gaan over op kleinschalig wonen. Een verandering die de hele organisatie raakt. Hoe werk je het concept praktisch uit? Hoe krijg je de mensen mee in de verandering? En wat zijn de consequenties voor ondersteunende diensten? In voor zorg! ondersteunt het veranderingstraject om te komen tot voldoende draagvlak en helpt bij de praktische uitwerking van het concept.

De Swinhove Groep in Zwijndrecht levert intramurale zorg vanuit 4 locaties: Swinhove, De Lindonk, De Lichtkring en de IJsvogel. Daarnaast heeft het 6 locaties voor extramurale zorg. De groep heeft 500 medewerkers, daarnaast zetten ruim 500 vrijwilligers zich in voor het welzijn van cliënten.

Herkenning en veiligheid

Annelies Baars is projectleider Kleinschalig Wonen bij de Swinhove Groep. ‘Onze overtuiging is dat mensen met kleinschalig wonen beter tot hun recht komen. Het biedt meer zelfstandigheid. Dat geldt voor cliënten, families en medewerkers.’ Met de invoering van Kleinschalig wonen ontstaan kleine leefgroepen van 6, 8 negen of 10 bewoners. Iedere groep heeft een eigen huiskamer en keuken. Bewoners eten in hun groep in plaats van het restaurant. De verzorgende van de groep kookt, doet de was en neemt de activiteitenbegeleiding op zich: bijvoorbeeld samen de aardappels schillen, de Libelle lezen, een spelletje spelen of een verjaardag vieren. Juist die huiselijke sfeer is belangrijk, vindt Baars. Zowel cliënten als de familie zijn erbij gebaat. Voor bewoners bieden huiselijke taferelen meer herkenning en veiligheid, voor familie meer houvast.  Baars: ‘Op bezoek gaan bij een dementerend familielid is niet makkelijk. Je kunt nu eenvoudiger wat doen, zoals even een kop thee zetten.’

Omslag

Voor medewerkers is de omslag naar kleinschalig werken een grote stap. Baars: ‘Voortaan moeten verzorgenden samen met bewoners, familie en vrijwilligers het dagelijks leven vormgeven; ze werken echt in het huis van de bewoners. Bewoners en familie krijgen meer regie om te bepalen wat ze willen. De medewerker denkt mee vanuit de professie. Het vraagt dat ze meer verantwoordelijkheid pakken.’ Er is zeker enthousiasme voor het concept, maar medewerkers zien op tegen alleen werken op een groep, is de ervaring van Baars. ‘In een team kun je met collega’s overleggen. Bij kleinschalig wonen moet alles uit jezelf komen, omgaan met dementie is een kunst apart. Leren improviseren is dan ook een belangrijke competentie bij de nieuwe manier van werken. Elke dag is anders.’

Coachend leidinggeven

Per groep is een aantal uur extra ondersteuning beschikbaar, afhankelijk van het aantal bewoners. Zorgmedewerkers moeten met elkaar uitmaken hoe ze die uren gaan inzetten. In de ochtend of juist in de avond? Ze hebben zelf de regie. Dat heeft consequenties voor de manier van leidinggeven, aldus Baars: ‘Kleinschalig wonen vraagt minder directief, en meer coachend leidinggeven: in plaats van oplossingen verzinnen, help je de medewerker om zelf een oplossing te vinden.’ In voor zorg-coach Hermien Cosian gaat de leidinggevenden in dit traject begeleiden met een coach-de-coach-aanpak.

Minder overhead

Het business model van kleinschalig wonen concentreert de formatie op de groep. Er is extra formatie in de zorg nodig om dit concept neer te kunnen zetten. Dat levert extra kosten op, die elders in de organisatie moeten worden goedgemaakt. Baars: ‘We moeten ervoor zorgen dat de overhead minimaal is. Zorgmedewerkers kunnen bijvoorbeeld zelf de post voor hun groep halen, de bestellingen aannemen of de vuilnis buitenzetten.’ Dat is vaak prima inpasbaar in het kleinschalig wonen concept, vindt Baars. ‘Dat doe je thuis natuurlijk ook.’ Omdat er gekookt in de groep, heeft dat zijn consequenties voor de keuken: er zijn minder mensen nodig. Het restaurant krijgt een kleinere kaart. Het moet meer een uitje worden om daar te eten. Dat stelt natuurlijk ook weer eisen aan de dienstverlening in het restaurant.

Ritme van de bewoner

Ook voor de medische staf, de activiteitenbegeleiders en de facilitaire afdelingen zijn de veranderingen groot. De formatie kan waarschijnlijk omlaag. Baars licht toe: ’Het ritme van de bewoner komt centraal te staan. Dokters gaan meer visite lopen zoals een huisarts en niet standaard de hele afdeling langs. Medewerkers zijn nu nog gewend voor ieder wissewasje de arts te bellen. Dan vragen we: “Zou je thuis ook de dokter bellen als iemand verkouden is?” Ook fysiotherapie wordt anders ingericht. We draaien geen vaste programma’s meer, we kijken veel meer gericht per bewoner wat nodig is. Om de zorg betaalbaar te houden maken we meer gebruik van partners in de wijk zoals Stichting Welzijn Ouderen. We kunnen niet meer alles zelf doen.’

Draagvlak ontwikkelen

De Swinhove Groep heeft de afgelopen jaren veel personele wisselingen gehad. De eerste dragers van het kleinschalig wonen zijn veelal niet meer werkzaam binnen de organisatie. Baars: ‘Dat betekent dat de mensen, die nu om moeten, er niet zelf voor hebben gekozen. Veel van onze medewerkers zijn 45-plus en werken al jaren op een bepaalde manier in de verpleegzorg. Dan is het lastig het ineens anders te gaan doen. Bovendien: het ging toch goed? ’In het In voor zorg-traject is daarom veel aandacht besteed aan het ontwikkelen van draagvlak. ‘We laten zien dat deze manier van werken het voor hen meer rust betekent en dat het werk ook leuker wordt. Bewoners en familieleden zijn meer betrokken. En je ziet: medewerkers die in grotere groepen werken, stralen vaak uit dat ze het druk hebben. Bij kleinschalig wonen stralen ze meer rust uit, omdat het makkelijker is zelf overzicht te houden in kleinere groepen.’

Verantwoordelijkheid

Niet iedereen zal mee kunnen gaan in de nieuwe manier van werken. ‘We hebben een testje ontwikkeld dat medewerkers zelf konden invullen en vervolgens konden inschatten: ben ik geschikt voor deze manier van werken? Voor wie niet wil of kan, zijn er andere mogelijkheden, benadrukt Baars. ‘De Swinhove Groep heeft ook een zorghotel en levert thuiszorg. We kunnen voor hen een andere werkplek vinden.’ Verschillende trajecten voor de medewerkers bereiden hen voor op de nieuwe manier van werken.’ Recent liep de campagne ‘Gastvrij, Betrouwbaar en Dichtbij; De Swinhove Groep: dat ben jij’!‘ Doel is de eigen verantwoordelijkheid meer te ontwikkelen en medewerkers meer mee te laten denken.

Werkbezoeken

Meedenken kon onder andere in focusgroepen met medewerkers, gebruikers en familieleden. Verschillende aspecten van kleinschalig wonen zijn verder uitgewerkt en geconcretiseerd. Bijvoorbeeld: wat is huiselijkheid en: hoe gaan we om met vrijwilligers? Met de resultaten van de focusgroepen is weer beleid geformuleerd.

Werkbezoeken bij andere organisaties die kleinschalig wonen hebben ingevoerd, leverden veel op. Baars: ‘Je ziet de verschillen in de manieren van werken. Sommige dingen spreken aan, andere minder. Zo’n bezoek kan mensen bovendien over de streep trekken. In één van de eerste bezoeken ging een medewerker mee die vierkant tegen was. Na het bezoek was ze om.’

Voelen en beleven

In november 2011 gaan de eerste nieuwe groepen van start. Na een belangstellingsregistratie zijn daarvoor de meest enthousiaste medewerkers geselecteerd. Najaar 2011 start het scholingsprogramma voor de teams door Cerein Opleiding en Coaching. Baars vertelt: ’We werken volgens de No School Today-methode. Medewerkers gaan daarbij zelf twee dagen in een groep wonen, met acteurs en een coach erbij.’ Tijdens de dagen spelen medewerkers een rol: soms zijn ze bewoner, soms verzorgende. Ze krijgen onverwachte situaties gepresenteerd, werkende weg vinden  ze zelf antwoorden vinden op vragen als:

  • Hoe deel je de dag in?
  • Hoe kun je het de bewoners naar de zin maken?
  • Hoe faciliteer je gebruikers?’

Baars voegt toe: ‘Ook vrijwilligers komen een aantal uur langs. Gedurende de dag wordt steeds geëvalueerd: wat betekende het nou voor jou? Wat deed het met je? Door kleinschalig wonen te beleven en te voelen, willen we de gedragsverandering ondersteunen.’

Zichtbaar succes

De inspanningen leveren resultaat op, ziet Baars. ‘Het concept komt steeds meer tussen de oren te zitten. Je ziet medewerkers meer verantwoordelijkheid nemen. Een voorbeeld: het overnemen van diensten gaat makkelijker. Er is meer bereidheid om samen problemen op te lossen.’ Het enthousiasme van medewerkers heeft bovendien al een aantal producten opgeleverd, zoals een losbladig kookboek, met recepten en foto’s van verschillende groenten, om bewoners te kunnen betrekken bij het koken.