De Rijnhoven scherpt visie kleinschalig wonen aan

Gebouw van De Rijnhoven in Harmelen

Stichting Woonzorgcentra De Rijnhoven biedt ouderen een geïntegreerd zorgaanbod: thuis, in deeltijdcentra en in de zorginstellingen. Daar kiest De Rijnhoven nadrukkelijk voor ‘wonen met zorg’ in plaats van ‘zorg met wonen’. Keuzevrijheid, eigen regie en op de cliënt afgestemde zorg en dienstverlening vindt De Rijnhoven belangrijk. Kleinschaligheid is daarbij essentieel. Regiomanager Esther Boelens: ‘In voor zorg! helpt ons de visie verder expliciteren.’ Inmiddels werken 26 woningen  volgens het concept kleinschalig wonen: in Bloesemhof in Montfoort, Coninckshof in Leidsche Rijn en Vijverhof in Harmelen.

 

Kleinschalig wonen

‘We zijn ervan overtuigd dat kleinschalig wonen een goed model is’, zegt Esther Boelens. ‘Het komt heel dicht bij een normale leefsituatie. Net als thuis bepalen de wensen en behoeften van de bewoners wat er gebeurt. Die visie staat. Binnen de verpleeghuiszorg, maar ook breder. In voor zorg! zet nu de puntjes op de i. Bijvoorbeeld door samen met ons de randvoorwaarden te definiëren. Wat heb je nodig voor kleinschalige zorg? Dat kan heel concreet zijn, zoals welke fasen er zijn in het zelfstandig functioneren van een team medewerkers. En hoe stimuleer je die zelfstandigheid?

In-voor-zorgcoach Beatrijs Jansen brengt die kennis binnen. ’Tijdens het traject werd de nieuwe locatie Vijverhof opgeleverd. Daar is de traditionele verpleeghuiszorg definitief ingeruild voor kleinschalig wonen. Beatrijs Jansen: ‘Ik ben ook betrokken geweest bij de werkgroep die de verhuizing voorbereidde. En waar nodig geef ik ook nu nog advies. Want het gaat natuurlijk niet allemaal een-twee-drie vanzelf als je eenmaal verhuisd bent.’

Zelfregelend

Om kleinschalig wonen te doen slagen moeten de verantwoordelijkheden zo laag mogelijk in de organisatie liggen. Zo krijgen de medewerkers de ruimte om hun werk volgens de organisatievisie uit te voeren. Maar wat betekent dat concreet? ‘Kleine teams vormen de kern van kleinschalig wonen’, vertelt Esther Boelens. ‘Elke woonunit heeft een eigen kernteam. Dat zelfregelende team moet de flexibiliteit en de regelruimte hebben om met de bewoners zelf te bepalen hoe de dag eruit ziet. Daarvoor moeten ze voldoende zelfstandigheid bezitten. ’Ze benadrukt dat het twee kanten op werkt. ‘De teams moeten zelfstandigheid leren nemen, maar de organisatie moet die ook leren geven! Leidinggevenden hebben een coachende rol in plaats van besluiten te nemen.’ Het is wel van belang dat de organisatie kaders stelt en faciliteert. Want een kernteam kan het niet alleen.

Alle niveaus

‘Kleinschalig wonen raakt iedereen in de organisatie’, zegt In-voor-zorgcoach Beatrijs Jansen. ‘Dat collectief bewustzijn is heel belangrijk.’ Esther Boelens vult haar aan: ‘Kleinschalig wonen is veel meer dan een architectonische aanpassing. Die muren helpen wel, maar de omslag moet op alle niveaus gemaakt worden. Dus ook op managementniveau. Ik heb bijvoorbeeld behoefte aan andere stuurinformatie, meer op teamniveau. Komen ze uit met het geld, zijn de cliënten tevreden en hoe staat het met de kwaliteit van de zorg?’

Hoe belangrijk de organisatie rondom het kleinschalig wonen is, illustreert ze met een voorbeeld. ‘Met de invoering van kleinschalig wonen zijn de woningen van Coninckshof vaker zelf boodschappen gaan doen. Al snel bleek er niet genoeg geld in kas te zijn. Ooit was een bepaald kasmaximum afgesproken en dat was niet meer toereikend. Dan zie je dat ondersteunende diensten gaan meedenken. Samen zoek je een oplossing voor het probleem. Voor het huishoudpotje was dat vrij eenvoudig. Het hoofd zorg heeft nu een pinpas. Zo is er altijd voldoende geld in de kas.’ Een ander voorbeeld is het uitdelen van de medicatie. ‘In Vijverhof bleek de oude manier niet meer te werken. In plaats van een besluit van bovenaf, hebben we een team gevraagd een oplossing te bedenken. Dit advies is overgenomen door de andere teams.’

Competenties

Toen de kernteams in Coninckshof net van start gingen, zijn er teambuildingsbijeenkomsten geweest. ‘Om de medewerkers bewust te maken van wat het betekent om met elkaar een team te zijn’, vertelt Esther Boelens. ‘En dat in elk team verschillende competenties zitten. Welke competenties zijn dat en hoe kun je die gebruiken? En welke rol vervul je zelf? Zo leren de teams stap voor stap de taken in te vullen. Dat gaat gaandeweg. Het heeft ook tijd nodig.’ Ook de woonzorgcoördinatoren, kortweg wozoco’s, kregen trainingen. Want zij moeten hun medewerkers kunnen coachen. ‘Dus niet langer de problemen direct zelf oplossen, maar ze terugleggen bij de medewerker. En vragen hoe zij het willen oplossen.’ De Rijnhoven probeert aan te sluiten bij de fase waarin het team zich bevindt en daar de zelfregelende ruimte op aan te passen. Want een team dat al wat verder is, kan meer verantwoordelijkheden aan.

Woonteam

Wozoco Karin Theunissen is blij met de ruimte die ze krijgt. Zij geeft leiding aan vier kernteams, verbonden aan vier woningen. Samen vormen ze één woonteam. Een concreet voorbeeld van het zelf invullen van het werkproces zijn de werkoverleggen. ‘Met het team heb ik gekeken wat goed werkt. Het hele woonteam bij elkaar was onhaalbaar, één keer per twee weken vergaderen ook. Daarom doen we het nu per woning. Eén keer per maand, maar dan wel met een verplicht karakter.’ Binnen de teams bestaan duidelijke verschillen. ‘De ene medewerker moet ik ondersteunen, de ander juist loslaten. Je moet inspringen op de situatie. Als iemand niet weet waar te beginnen, geef ik sturing, breng ik structuur aan.’ Soms helpt het om medewerkers uitleg te geven, vertellen waarom het belangrijk is om op een bepaalde manier te handelen. ‘Dan kunnen ze het zich gemakkelijker eigen maken.’

Geurbeleving

Weerstand heeft Karin Theunissen niet ontmoet bij haar medewerkers. ‘Wel medewerkers die open aangeven dat ze het moeilijk vinden. Die eerlijkheid waardeer ik juist.’ Ze vindt het belangrijk om de motivatie van haar medewerkers te kennen. Waarom werken ze bij De Rijnhoven? ‘Ik zie ook medewerkers twijfelen’, vertelt ze. ‘Dat mag, deze manier van werken past niet bij iedereen. Zolang alles maar open en bespreekbaar blijft, daar gaat het volgens mij om.’ De cliënten varen er wel bij. ‘Dat zit vooral in kleine dingen. Ze eten bijvoorbeeld beter. De geurbeleving speelt een rol, nu de medewerkers zelf koken op de woning. En de bewoners hebben meer vrijheid, kunnen gaan wandelen wanneer ze dat willen.’ De manier van leidinggeven spreekt haar erg aan, tegelijkertijd is het ook voor haar een leerschool: ‘Ik moet bewust mijn mond houden soms!’

Huishoudelijke zorg

Behalve de kaders houdt De Rijnhoven zich ook met andere onderwerpen bezig. Esther Boelens: ‘Het bundelen van kennis is een aandachtspunt. Om een voorbeeld te noemen: wat is huishoudelijke zorg? Dat is best lastig voor een verzorgende, maar in een kleinschalige setting krijgen ze er wel mee te maken. We willen niet iedereen het wiel zelf uit laten uitvinden. Bovendien slokken op teamniveau de dagelijkse beslommeringen al snel alle tijd op.’ Verzorgenden moeten ook wennen aan de nieuwe situatie. ‘Sommigen verzuchten “ik heb thuis mijn eigen huishouding, moet ik hier ook koken?”. Anderen zien juist dat ze extra aandacht aan bewoners kunnen schenken. Eten koken wordt een activiteit op zichzelf. Waar hebben de bewoners zin in? Stamppot? Lekker, hoe maakte u dat vroeger? De bewoners kunnen mee boodschappen doen. En helpen met koken. Als de verzorgende aan tafel de aardappels gaat zitten schillen, zie je soms bewoners die eerst passief waren ook een aardappel pakken.’

Vrijwilligers

Een ander aspect dat De Rijnhoven met ondersteuning van In voor zorg! wil uitwerken, is de betrokkenheid van vrijwilligers en mantelzorgers. De participatie van familie is erg belangrijk voor het slagen van het concept kleinschalig wonen. ‘Ook de inzet van vrijwilligers verandert met kleinschalig wonen’, legt In-voor-zorgcoach Beatrijs Jansen uit. ‘In kleine groepen is er meer contact met vrijwilligers. Willen zij dat of helpen ze liever bij gezamenlijke bezigheden? We kijken hoe dat samenspel beter kan verlopen.’ Daarnaast gaat De Rijnhoven het concept van kleinschalige teams breder in de organisatie neerzetten. Esther Boelens: ‘In het verzorgingshuis en extramuraal gaan we ook werken met kleine teams en de zelfstandigheid van de medewerkers vergroten. Zodat ze nog beter kunnen inspelen op de behoefte van de client. Want dat is uiteindelijk de bedoeling van dit hele verandertraject.’