Careyn en Centrum Huisartsen Schiedam willen geïntegreerde eerstelijnszorg

Gebouw van Careyn

Visie, dromen en idealen: Ton van Overbeek, bestuurder van In voor zorg-deelnemer Careyn, en Geert van Rooij, huisarts bij Centrum Huisartsen Schiedam, hebben ze en werken er hard aan om ze waar te maken. Wat Careyn ‘Het Dorp’ noemt, heet bij Centrum Huisartsen Schiedam ‘Wat goed is voor de patiënt’. Beide visies staan voor een samenhangend en geïntegreerd zorg- en dienstenpakket. Aangeboden in de wijk, dus dichtbij de mensen. In voor zorg! helpt Careyn de visie concreet maken. Hiervoor zijn in verschillende wijken pilots van start gegaan. De samenwerking met het Centrum Huisartsen Schiedam is er één van.

Het Dorp

Een grote zorgorganisatie, die toch kleinschalig blijft. Het lijkt een paradox. Careyn, wil laten zien dat het kan. Bij het zorgconcern werken 14.000 mensen. Samen leveren zij een uitgebreid zorg- en dienstenpakket, van preventie, zorg en behandeling tot welzijn en wonen.

Met Het Dorp schetst Careyn het ideaal van een brede maatschappelijke onderneming op wijkniveau. Dat kan als organisaties samenwerken: vrijwilligers- en welzijnsorganisaties, huisartsen, paramedici, ziekenhuizen, woningcorporaties. En elkaars grenzen mogen overschrijden. ‘Stel dat je de zorg helemaal opnieuw mag inrichten. Dan beschrijft Het Dorp hoe ik het geregeld zou willen hebben: laagdrempelig en niet-gefragmenteerd. Duidelijk voor de patiënt, die niet, zoals nu, heen en weer hoeft tussen verschillende soorten diensten. Het resultaat is beter én goedkoper.’

Ton van Overbeek, bestuurder van Careyn, spreekt vanuit een sterke overtuiging. Hij reist stad en land af om mensen, ministeries en gemeenten over de streep te trekken. ‘Met vergaande samenwerking en een wijkteam als aanjager kunnen zorgaanbieders, overheid en verzekeraars de kwaliteit van leven binnen een wijk verhogen.’

Wat goed is voor de patiënt

Het Centrum Huisartsen Schiedam werkt al met zo’n wijkteam. ‘Onze patiënten worden benaderd door één team’, vertelt huisarts Geert van Rooij. ‘Praktijkondersteuners, wijkverpleegkundigen, huisartsen, fysiotherapeuten, ze werken allemaal samen. Want je moet mensen inzetten daar waar ze bekwaam zijn. We werken vanuit één gebouw, met één telefoonnummer, één patiëntendossier, één e-mailadres, één balie en één website.’

De professionals kennen de wijk en de wijk kent de professionals. De wijkteams weten waar behoefte aan is en kunnen de juiste zorg en ondersteuning indiceren. Daarnaast maken de professionals afspraken met vrijwilligers en mantelzorgers over hulp en crisisopvang. Want problematiek hoeft lang niet altijd tot betaalde inzet van professionals te leiden. Geert van Rooij: ‘Zelfmanagement, versterking van de eigen verantwoordelijkheid van burgers en de sociale zelfredzaamheid staan centraal.’

Het project met als doel verbinding te leggen tussen alle aanbieders in de eerste lijn heet ‘Wat goed is voor de patiënt’. Het bracht Geert van Rooij in contact met Careyn. Ton van Overbeek: ‘Het Centrum Huisartsen Schiedam brengt onze visie al in praktijk. We besloten er één project van te maken.’ In voor zorg! ondersteunt bij het ontwerp en de borging van de nieuwe werkwijze.

Geïntegreerde eerstelijnszorg

In voor zorg! gaat zorgen voor een fundament onder de samenwerking binnen de eerste lijn’, zegt Geert van Rooij. Of, zoals Ton van Overbeek het verwoordt: ‘In voor zorg! maakt de nieuwe manier van kijken en werken uitvoerbaar’. Daarvoor heeft In voor zorg-coach Hans Dijkema acht projecten gedefinieerd. Ketenbrede, gezamenlijk triage bijvoorbeeld, maar ook een preventieprogramma en e-health. ‘Het zijn allemaal uitwerkingen van geïntegreerde eerstelijnszorg’, vertelt Hans Dijkema. ‘Kernwoorden zijn: dichtbij, samenhangend, korte lijnen en betaalbaar. Want hoe slimmer je de taken binnen de eerste lijn organiseert, hoe meer ruimte de dokter heeft voor medische zaken.’

Huisarts Geert van Rooij illustreert het met een voorbeeld: ‘Als ik tien minuten aandacht aan een patiënt besteedt, kost dat € 11. Mijn ervaren doktersassistente, die jarenlang op de huisartsenpost heeft gewerkt, is voor € 4,50 klaar. Dan kan zij beter geprotocolleerde handelingen verrichten als oren uitspuiten en uitstrijkjes doen. Bovendien kan ik die tijd weer aan andere dingen besteden.’ Toch zit de winst vooral in de zorg aan de patiënt: die wordt beter. ‘En minstens zo belangrijk’, voegt bestuurder Ton van Overbeek hieraan toe, ‘het is leuker voor de medewerkers. Want er wordt meer appel gedaan op hun talenten en vaardigheden.’

Schotten

De voordelen spreken voor zich, maar de praktijk is weerbarstig. ‘Er zijn veel verschillende financieringsregelingen’, legt In voor zorg-coach Hans Dijkema uit. ‘Het doel is al die potjes bij elkaar te brengen.’ ‘Schotten’ noemt Ton van Overbeek het. Ze belemmeren het leveren van een geïntegreerd aanbod. Voorbeelden zijn de grenzen tussen cure en care en de welzijnstaken die bij gemeenten liggen. ‘Het huidige Nederlandse zorgstelsel moet om. Beleid moet gericht zijn op deïnstitutionaliseren. Zelfs als dat zou betekenen dat mijn eigen organisatie moet verdwijnen! Het maatschappelijk rendement staat voorop.’

Geert van Rooij legt uit hoe het zo gegroeid is: ‘Huisartsen hebben de afgelopen zestig jaar een bepaalde positie verkregen. De tweede lijn heeft zich ontwikkeld, de thuiszorg is ontstaan. Tegelijkertijd werden de kosten steeds hoger. Nu rijzen ze de pan uit. De politiek neemt allerlei bezuinigingsmaatregelen. Maar het eigenlijke probleem zijn al die krachten of werelden binnen de zorg die slecht met elkaar verbonden zijn. Ze liggen te ver uit elkaar. Er zijn bijvoorbeeld geen gemeenschappelijke patiëntendossiers, er wordt niet vanuit één gebouw gewerkt. Er worden tijd en energie verspild.’

Wijkgebonden budget

Samenwerking binnen de eerste lijn vereist dus ook gezamenlijke financiering. Huisarts Geert van Rooij: ‘Daarvoor is ruimte in wet- en regelgeving nodig. De politiek maakt onderscheid tussen AWBZ, Zorgverzekeringswet en Wmo, terwijl het geld voor geïntegreerde eerstelijnszorg uit al die potjes moet komen. Wij willen werken met een wijkgebonden budget. Het is de enige manier om het te kunnen organiseren. En vanzelfsprekend willen we verantwoording afleggen over de resultaten.’

Bestuurder Ton van Overbeek omschrijft het als ‘een lumpsumbudget waarmee een groep mensen bediend wordt’. En passant merken ze op dat de andere hobbel voor vergaande samenwerking binnen de eerste lijn, gemeenschappelijke zorgdossiers, niet zo groot is als mensen wel denken. Ton van Overbeek: ‘Het elektronisch patiëntendossier is vooral een politiek hangijzer. Praktisch gezien is niemand erop tegen als hij iets mankeert.’ Geert van Rooij valt hem bij: ‘Privacy? Onzin, als iemand beter wil worden, is hij gebaat bij het delen van zorginformatie. Wij hebben een praktijk van 15.000 mensen. Er is nog geen één geweest die weigerde zijn dossier open te stellen voor een fysiotherapeut of andere zorgverlener.’

Leervermogen

Naast de samenwerking tussen Careyn en Centrum Huisartsen Schiedam begeleidt In voor zorg-coach Hans Dijkema nog vier andere pilots binnen het werkgebied van Careyn. Vier thuiszorgteams hebben de opdracht na te denken over de visie Het Dorp in de praktijk. Denk aan vragen als: hoe groot moet een wijkteam zijn? Welke disciplines en welke bevoegdheden bezit het team idealiter? Welke schaalomvang kan een buurt hebben? Hans Dijkema: ‘Hieruit leren we praktische dingen. Mijn opdracht is het leervermogen te versterken. Wat het ene team bedenkt, kan het andere ook gebruiken.’

Hij benadrukt dat de wil om te veranderen niet alleen voortkomt uit de wens de klant tevreden te houden. ‘De medewerker terugwinnen of behouden is een even dwingend motief. Careyn wil het weer leuk en boeiend maken voor de professional.’ Een mooi initiatief vindt hij de groep verpleegkundigen die zelf om tijd en ruimte vroegen om op pad te gaan binnen de organisatie. ‘Als een soort ambassadeurs. Voor een organisatie als Careyn, die lange tijd vooral top-down was ingericht, zijn dit belangrijke impulsen.’ Bestuurder Ton van Overbeek is tevreden: ‘De visie krijgt nu gestalte op de werkvloer. We hebben onlangs een projectdirecteur aangesteld om alle resultaten te verzamelen. Zodat de pilots straks een programma zijn.’