AAZorg: Thuiszorg die zichzelf overbodig wil maken

Alexander Anneveld van AAZorg

In het begin werd AAZorg nog wel eens gebeld door een alcoholist die dacht dat de vereniging van Anonieme Alcoholisten achter de afkorting zit. Maar AAZorg staat voor thuiszorg. En de 2 eerste letters van het alfabet verwijzen naar Alexander Anneveld, een 24-jarige 'jonge hond' die een gedegen thuiszorgorganisatie op poten zette. Met 54 gediplomeerde medewerkers biedt hij reguliere thuiszorg aan zo'n 180 cliënten.
Anneveld is een dwarsdenker: 'Wij willen mensen minder afhankelijk maken van zorg en langer thuis laten wonen. Dat zeggen we niet alleen, we doen het ook.'
Hij doet vanuit AAZorg mee aan de In voor zorg-masterclass voor kleine thuiszorgorganisaties.

Eerste kennismaking

Wie nu een thuiszorgorganisatie op wil zetten, heeft het niet gemakkelijk. Dat ondervond ook Alexander Anneveld. 6 jaar geleden al wilde de toen 18-jarige Alexander de zorg organiseren voor zijn 16-jarige zus die door een dwarslaesie meervoudig beperkt was geraakt. 'Dat was heel veel geregel. En als er dan eindelijk hulp was geregeld, kwam de ingezette reguliere thuishulp niet opdagen, of ze kwam later dan was afgesproken. Bovendien kwamen er steeds weer nieuwe mensen langs. Dat schoot niet op.'
Op dat moment studeerde Alexander Anneveld Bedrijfskunde. Geraakt door de ervaringen met de zorg voor zijn zus werd z’n laatste studiejaar ingevuld door het specialisme 'Ondernemen in de zorg'. Want inmiddels was z’n plan helder: hij wilde in de thuiszorg het verschil gaan maken.

Voldoen aan regels

Mei 2008 startte hij z'n eenmanszaak en ging hij verpleegkundigen zoeken; voor z'n zus en voor andere cliënten die van zijn diensten gebruik wilden maken. Maar Alexander Anneveld wilde geen kleine, particuliere aanbieder zijn, hij wilde een reguliere zorgorganisatie op poten zetten. 'Ik zocht uit aan welke wetgeving ik moest voldoen. De Wet toelating zorginstellingen was de eerste stap.' Daarna werkte hij een lange rij certificaties af. Ook als het om regelgeving ging die niet verplicht was, wilde hij daar aan voldoen. 'Ik wilde ook HKZ-gecertificeerd zijn. Dat was niet noodzakelijk, merkte ik. Er zijn genoeg thuiszorgaanbieders die geen kwaliteitscertificaat hebben. Vind ik vrij bizar. Als je met ongediplomeerde helpenden werkt, ben je niet professioneel bezig.'

Aanbestedingen

Na z’n HKZ-certificatie wilde Alexander Anneveld meedoen aan aanbestedingsrondes. In Den Haag was hij te laat. In Delft en Midden-Delfland eindigde hij als kleine aanbieder op de 5e plaats, waar maar 4 partijen werden toegelaten. De afwijzing werd tot zijn frustratie nauwelijks onderbouwd.
Na de afwijzingen richtte hij zijn pijlen op het zorgkantoor. 'Het duurde 9 maanden voor ik daar een afspraak had.' Maar de aanhouder won: Alexander Anneveld kon als reguliere thuiszorgaanbieder aan de slag.
Feest? Niet helemaal. 'Ik kreeg ineens heel veel bureaucratie te verstouwen. Ik moest aan 6 verschillende organisaties verantwoording afleggen. Dat brak medewerkers op. Ze konden ineens veel minder tijd aan de zorg besteden. Een deel van hen werd liever ZZP'er dan een onderdeel van AAZorg te blijven. Toen werd ik toch wel wat wanhopig.'
Alexander Anneveld zocht contact met een intramurale zorgverlener in de buurt. Deze 2 gingen personeel delen, waarbij AAZorg zich volledig richtte op extramurale cliënten. Het bleek het ei van Columbus.

Mensen minder afhankelijk maken van zorg

Wat maakt AAZorg nu zo bijzonder? Alexander Anneveld: 'Wij bieden begeleiding en een signaleringsfunctie. Wij willen vanuit die insteek maar één ding: bevorderen dat mensen minder afhankelijk worden van zorg.' Een nobele opstelling, maar rendeert zijn aanpak ook? 'Als je het – in mijn optiek – goed wil doen, moet je niet voor het grote geld gaan.'
Alexander Anneveld heeft een stip aan de horizon gezet. Hij wacht op ontwikkelingen die in zijn ogen onontkoombaar zijn.' Als je ziet met hoeveel miljarden de zorguitgaven stijgen en hoe alle andere ministeries daardoor enorm moeten bezuinigen, dan weet je dat dit met een paar jaar afgelopen is. Dan bestaat de AWBZ niet meer. In het tv-programma 'De Rekenkamer' is uitgerekend als je alle ouderen in Nederland permanent met een cruise mee laat varen je als land 50 euro per oudere goedkoper uit bent.'
Dat het zoveel geld kost, heeft – zo meent hij – onder meer te maken met de rechtlijnigheid waarmee de langdurige zorg wordt gefinancierd. 'Als je bij een PGB-aanvraag de juiste brief van de medicus hebt en je stuurt die brief mee naar het CIZ, dan krijg je altijd geld. Het CIZ kijkt alleen maar of aan de juiste formaliteiten is voldaan.'
Het alternatief dat AAZorg nu en in de toekomst zegt te kunnen bieden, is thuiszorg waarbij de noodzaak getoetst wordt en waarbij de inzet volledig is gericht op het overbodig maken van de zorg. 'Organisaties die dat kunnen, zijn hun geld pas echt waard. Wij willen geen urenfabriek zijn. Daarmee zouden we alleen maar bijdragen aan duurdere zorgverlening, zonder dat de cliënt uit de vicieuze cirkel raakt.'

Meer eenheid in aanbod

AAZorg timmert inmiddels flink aan de weg. 'We hebben veel Surinaamse medewerkers en veel Surinaamse cliënten: veel gezelligheid en veel empathie.
Hij wil graag alsnog een contract met de gemeente Den Haag, want daar zitten zijn klanten. 'Het is toch raar dat de gemeente nooit contact heeft gezocht, ondanks het feit dat wij 80 Hagenaars zorg bieden.'
Wat verwacht hij van de In voor zorg-masterclass? 'In voor zorg! helpt ons ons aanbod goed te verwoorden. Intramuraal en extramuraal hebben bij ons door de samenwerking met de intramurale organisatie in de buurt nu gescheiden zorgarrangementen. We willen leren hoe we dat meer als een eenheid kunnen neerzetten. Wij vinden dat in het belang van onze stakeholders en dus ook van onze cliënten. En zo’n masterclass is natuurlijk ook uitstekend voor je contacten.'