Met Vitaliteitsplan oudere werknemers behouden voor de zorg
Om ondanks de vergrijzing zorg te kunnen blijven bieden is er de komende jaren steeds meer personeel nodig. Op dit moment werkt 11% van de Nederlandse beroepsbevolking in de zorg. Door de vergrijzing zal dit percentage de komende tijd moeten stijgen tot 19 à 22%. Echter veel zorgverleners verlaten vanaf hun 45ste de zorg omdat het werk te belastend is. Het is dus zaak ook de oudere, ervaren zorgverleners te behouden.
Belastbaarheid
Gemiddeld genomen nemen na het 45ste levensjaar de conditie, spierkracht, gezichts- en gehoorvermogen bij veel mensen merkbaar af. Ook wordt het uithoudingsvermogen minder. De 45-plusser is bijvoorbeeld sneller buiten adem bij het traplopen en heeft langer nodig om daarvan te herstellen. Tot slot hebben mensen die ouder zijn dan 45 jaar meer moeite met verstoring van het bioritme. Ze hebben meer hersteltijd nodig na avond- en nachtdiensten, maar bijvoorbeeld ook bij een korte of verstoorde nachtrust. Voor veel zorgmedewerkers is dit aanleiding om na hun 45ste te stoppen met werken in de zorg.
Maar al neemt de belastbaarheid af, ouderen brengen waardevolle levens- en zorgervaring in, die we optimaal moeten benutten. Bovendien nemen sommige mentale vermogens juist toe bij het ouder worden. Zoals het analytisch en probleemoplossend vermogen, het spreken voor groepen, plannen, organiseren en het bemiddelen bij conflicten tussen collega’s. Dat is niet zo zeer een biologisch proces, maar heeft meer te maken met de groeiende werk- en levenservaring van de 45-plusser.
Het behouden van oudere werknemers in de zorg is een zaak van de overheid, werkgevers én werknemers samen. Dit kan door een Vitaliteitsbeleid in te voeren.
Vitaliteitsbeleid
Vitaliteitbeleid is bedoeld om bij te dragen aan het behoud van zorgverleners voor de organisatie én voor de zorg in het algemeen. Vitaliteitbeleid houdt rekening met de verminderende fysieke belastbaarheid van de ouder wordende zorgverleners en schept voorwaarden waardoor hij zo lang mogelijk het werk met plezier kan blijven doen. Uiteindelijk zal Vitaliteitbeleid leiden tot het behoud van ervaren vakmensen. Andere termen voor vitaliteitsbeleid zijn: seniorenbeleid of 45+ beleid.
Een goed Vitaliteitsbeleid verhoogt de motivatie en arbeidsproductiviteit van de zorgverleners en maakt gebruik van de aanvullende kwaliteiten van oudere zorgverleners. Ook voor de zorginstelling plukt de vruchten van een goed Vitaliteitsbeleid: de organisatie is aantrekkelijk op de arbeidsmarkt en de opgebouwde expertise blijft behouden.
Invoering
Gegevens verzamelen
Om Vitaliteitbeleid goed in te voeren is het allereerst noodzakelijk precies te weten wat er speelt. Het gaat om 2 soorten gegevens: de harde cijfers en de meer gevoelsmatige zaken. Deze 2 vullen elkaar aan.
Bij de harde cijfers gaat het om de opbouw van het personeelsbestand, de verloopcijfers en het verzuim. Op basis van de verzamelde gegevens kan er een prognose opgesteld worden over het personeelsbestand over bijvoorbeeld vijf jaar.
De gevoelsmatige zaken worden verzameld door in gesprek te gaan met de 45-plussers. Praat niet over ze, praat met ze. Waar lopen zij tegenaan in deze levensfase en welke uitdagingen zien ze?
Plan opstellen
Op basis van deze eerste stap volgt het maken van een SMART plan van het Vitaliteitbeleid. Het volgende is hierbij belangrijk:
- Maak het niet te omvangrijk, begin klein.
- Voorkom dat het verzandt door de taken en verantwoordelijkheden te borgen.
- Spreek helder af ‘wie, wat en wanneer’ doet.
- Zorg ervoor dat de eerste successen van het Vitaliteitbeleid zo snel mogelijk zichtbaar worden.
- Vier kleine vooruitgangen als stimulans om het beleid uit te bouwen en voort te zetten.
Persoonlijk Ontwikkelings Plan (POP)
Bij het ouder worden hoort ook het stellen van meer fundamentele vragen over hoe zorgverleners hun carrière zien, wat hun plannen zijn en of hun persoonlijke doelen de afgelopen decennia naar tevredenheid zijn gehaald. Als onderdeel van een Vitaliteitbeleid kan het maken van een Persoonlijk
Ontwikkelingsplan (POP) een plaats krijgen. Voorafgaand aan het maken van zo’n POP worden de persoonlijke competenties, ambities en interesses in kaart gebracht. Op basis daarvan worden afspraken gemaakt over hoe die ambities, zo mogelijk samen met de zorginstelling, waargemaakt kunnen worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om het volgen van een opleiding of het doen van een cursus.
Meer Weten
- Literatuur: Elf vragen over vitaliteitsbeleid
- Literatuur: Slim ouder worden in de zorg
pdf