invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Verslag plenair gesprek In voor zorg-najaarscongres: Het moreel kompas wijst de weg

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

De transitie in de langdurige zorg komt niet met regels tot stand, maar met samenwerking. Dit uitgangspunt stond centraal in de discussie die maandagochtend 16 december 2013 de aftrap vormde voor het In voor zorg-najaarscongres. ‘Er zit heel veel kracht bij ouderen om er samen wat van te maken’, zei CDA’er Hannie van Leeuwen. ‘Als we die kracht goed gebruiken, zijn de regels niet nodig.’

Zorg en participatie

Het najaarscongres van In voor zorg! moest het stellen zonder Martin van Rijn. De staatssecretaris van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) kon niet worden gemist bij het overleg met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) over de transitie van de langdurige zorg. Maar niet getreurd, want directeur langdurige zorg Kees van der Burg van VWS was er wel. ‘Bij de gemeenten bestond onduidelijkheid over de vraag wie verantwoordelijkheid gaat dragen voor de participatie van de burger’, vertelde hij. ‘We proberen de cesuur daarin zo te leggen dat de geneeskundige zorg binnen de Zorgverzekeringswet wordt geregeld en dat de gemeenten in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) verantwoordelijk zijn voor de participatie.’

Samenwerking voorop

Tijdens dit laatste In voor zorg-congres van 2013 stond echter niet de cesuur centraal, maar de samenwerking. Dat bleek al snel toen dagvoorzitter Lennart Booij de gespreksdeelnemers naar voren haalde met wie Van der Burg in discussie mocht: Hannie van Leeuwen (prominent CDA-lid en lid van de programmacommissie van het Nationaal Programma Ouderenzorg), Wim van der Meeren (bestuursvoorzitter zorgverzekeraar CZ) en Pieter de Kroon (voorzitter raad van bestuur zorgaanbieder Vanboeijen).

Hannie van Leeuwen tijdens congres

Van Leeuwen zette meteen de toon door als oudere (ze is 88) de eigen regie te behouden: hoewel ze moeilijk ter been is, negeerde ze de uitnodiging van Booij om de eerste stoel te pakken en liep ze door naar de derde, om glimlachend plaats te nemen naast Van der Burg. De zaal lachte en klapte.

Ze haakte in op wat hoogleraar ouderengeneeskunde Joris Slaets (UMC Groningen) eerder op de ochtend had gezegd: de zorg moet af van de regels en moet veel meer gaan vertrouwen op haar moreel kompas om te doen wat kwetsbare mensen nodig hebben om bij te dragen aan hun kwaliteit van leven. ‘We hebben al heel veel geregeld om weer zo ver te komen’, zei ze. ‘Wat we nu moeten doen, is het veel meer overlaten aan het veld. Iedereen moet veel meer luisteren naar ons ouderen (externe link), dat doen ze nog te weinig. En wij moeten meer onze mond open doen, ons laten gelden.’

Veel meer dan zorg alleen

Van Leeuwen heeft een belangrijke rol gespeeld in de totstandkoming van het Nationaal Programma Ouderenzorg (NPO), maar ze zei: ‘Zorg is niet het belangrijkste voor ouderen. We hebben in het programma dan ook veel tijd besteed in het luisteren naar wat ouderen nodig hebben. En dat is gelukt, de wetenschap is goed naar hen gaan luisteren.’ Maar dat had feitelijk al veel eerder moeten gebeuren, vond ze. ‘We hadden veel eerder in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) moeten ingrijpen.’

Van der Meeren was het met haar eens. ‘We moeten de zorg anders inrichten’, zei hij. ‘Veel medewerkers in de zorg doen de dingen die ze doen omdat ze al zo lang gewend zijn het zo te doen. En wat wij zelf doen, zorg verzekeren, gaat nog teveel over verzekerde zorg. De AWBZ is veel te ruim geworden.’ Dit gebeurt op basis van aanspraken die zijn vastgelegd in regels en indicatoren, stelde hij. ‘En daar kun je wel nieuwe regels en indicatoren voor in de plaats stellen, maar dat werkt niet. We moeten er vooral voor zorgen dat we mensen zo min mogelijk hinderen om te doen wat ze moeten doen.’

Van der Meeren tijdens congres

Een belangrijke rol hierin zal weggelegd zijn voor de wijkverpleegkundige, memoreerde Van der Burg (externe link). ‘Het beleid is erop gericht de wijkverpleegkundige alle ruimte te geven om te participeren in het sociale wijkteam van de gemeente’, vertelde hij. ‘Daarop willen we hun bekostiging dus ook richten. En we willen voorkomen dat ze gehinderd worden om gebruik te maken van innovaties, bijvoorbeeld op het gebied van domotica.’

Van der Burg benadrukte dat dit aansluit bij hoe de Wmo bij de komst ervan in 2007 bedoeld was. ‘We wilden daarmee juist wonen, zorg en welzijn met elkaar verbinden’, zei hij. ‘Het is een buurtwet die erop gericht is op lokaal niveau te kijken naar wat mensen nodig hebben. Hierin ligt een kerntaak voor de gemeenten, en het is de taak van de zorgverzekeraars om daarop toe te zien.’

Van der Meeren zei de rol van de wijkverpleegkundige hierin heel spannend te vinden. CZ heeft op wijkniveau in West-Brabant al diverse experimenten gedaan om ervaring op te doen met de nieuwe rol die de wijkverpleegkundige krijgt. ‘We hebben daarin de ruimte genomen om voor te sorteren op de nieuwe situatie die in 2015 ontstaat voor de gemeenten’, vertelde hij, ‘bijvoorbeeld door de bekostiging voor de wijkverpleegkundige zorg vooruitlopend op die datum al op te rekken (externe link) zodat zij echt kunnen doen waarvoor ze bedoeld zijn.’

Transitie avant la lettre

De overheid moet stimuleren dat de veldpartijen die ruimte gebruiken, stelde Van der Burg. ‘En dat doen ze ook’, vertelde hij. ‘Mooie voorbeelden hiervan zijn in het NPO terug te vinden. En kijk ook naar de manier waarop zorgaanbieder De Hoven in Noord-Groningen de regels ondergeschikt heeft gemaakt aan wat de cliënten nu werkelijk nodig hebben. Dat is de transitie zoals we die voor ogen hebben avant la lettre. En tijdens de deelsessies van het congres vandaag komen veel meer voorbeelden over het voetlicht. Daarvan moeten we het hebben. Als overheid moeten we daarop aansluiten en ze codificeren in wetgeving.’

De Kroon tijdens het congres

Wat vraagt dit van bestuurders van zorginstellingen? (externe link) Vooral dat ze in staat zijn tot loslaten, bleek uit de woorden van De Kroon. ‘De vraag wanneer je het als aanbieder goed doet voor je cliënten, moet je niet vanuit bestuurlijk perspectief beantwoorden maar vanuit het perspectief van je cliënten’, zei hij. ‘Wij doen ons werk als zorgaanbieder alleen goed als we bijdragen aan een goed leven van onze cliënten en waardevol werk van onze medewerkers. En als daarin binnen een van onze woningen oplossingen tot stand komen die daarop aansluiten – bijvoorbeeld dingen organiseren die voorkomen dat mensen ervaren dat er in het weekend niets te doen is –  moeten we niet naar de zorgverzekeraar toe stappen om daarvoor extra geld te vragen. Dan moeten we juist aan de familie van onze cliënten vragen of die eens een keer willen komen koken.’

Er samen voor zorgen

Van Leeuwen werd enthousiast van wat ze hoorde. ‘Dit spreekt me enorm aan’, zei ze. ‘In voor zorg! (dat Vanboeien begeleidde) doet ontzettend goed werk. Daarnaast moet het tussen de oren komen van iedereen in de samenleving dat dit de kant is die we op moeten. We moeten er samen voor zorgen dat die participatiesamenleving ontstaat waarin iedereen bereid is om iets te doen voor iemand die kwetsbaar is (externe link). We moeten proberen die kwetsbare mensen een plek in de samenleving te bezorgen en we zijn een eind op weg om dat te doen. Ik hoop dat de zorgverzekeraars nu in de praktijk brengen wat ze zeggen, namelijk dat ze alles doen om dit mogelijk te maken, anders komt er niets van terecht.’

Dit was voor Van der Meeren niet tegen dovemansoren gezegd. ‘Ik heb er ontzettend veel zin in’, zei hij. ‘De solidariteit in de samenleving in stand ouden zien wij als een van onze kerntaken.’ En hij zei terdege te beseffen wat daarin de rol van de zorgverzekeraar is: ruimte geven. ‘Wij moeten zo weinig mogelijk verhinderen dat mensen kunnen doen wat ze doen’, zei hij.
Maar daarin verwachten de zorgaanbieders ook iets van de zorgverzekeraars.  ‘Ze moeten heel eerlijk vertellen hoeveel geld er is en inzetten op samenwerking om het goed te doen in plaats van uit te gaan van regels en protocollen’, zei De Kroon. Van der Meeren begreep het. ‘We moeten flexibel beton creëren’, zei hij. ‘We moeten ruimte creëren en regels oprekken voor zover dat binnen onze mogelijkheden ligt. Maar we zijn wel gebonden aan regels van de Nederlandse Zorgautoriteit.’

Het kernbegrip is ruimte

Toch was Van der Burg beslist niet negatief over hoe de zorgverzekeraars – of de gemeenten – zich nu al voegen naar de nieuwe werkelijkheid. ‘Het kernbegrip van de hervorming is ruimte’, zei hij. ‘Die nemen ze ook om met elkaar in gesprek te komen en ze spreken daarin ook elkaars taal. Ze zijn nog nooit zo dichtbij elkaar geweest. En dat lukt nu omdat de gemeenschap vraagt om een andere zorg (externe link).’

Van Leeuwen benadrukte dat dit doel alleen bereikbaar is met lokaal maatwerk dat lokale verschillen toelaat. ‘Zeker de grote gemeenten zullen in samenspraak met de Wmo-raden heel goed in staat zijn om de Wmo goed uit te voeren’, schatte ze in. ‘De gemeenten beseffen echt wel dat ze niet om die raden heen kunnen. Veel moeilijker vind ik de verpleging en verzorging. Ik heb er begrip voor dat die naar de Zorgverzekeringswet gaan, maar dat vraagt wel om goede samenwerking tussen zorgverzekeraars en gemeenten.’

Toch vindt De Kroon die Wmo-raden niet doorslaggevend. ‘Ik vind de invloed van die Wmo-raden prima’, zei hij, ‘Maar de werkelijke beslissingen over welke kant we op moeten, moeten van de cliënten en de medewerkers komen. Dáár moet het gebeuren.’ Applaus was zijn deel.

Verslag door Frank van Wijck

Dossier(s)

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg