invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Verslag Doorwerksessie In voor zorg-symposium 'Zorg vormgeven in de wijk'

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Valt het u ook op dat de interessantste gesprekken vaak in de wandelgangen ontstaan? Gesprekken met collega-aanbieders die toevallig met dezelfde dilemma’s worstelen. En die misschien al een creatieve oplossing hebben gevonden waar u uw voordeel mee kunt doen. Op 28 oktober waren ‘de wandelgangen’ integraal onderdeel van het symposium. Tijdens de doorwerksessie gingen de deelnemers samen aan de slag met eigen vraagstukken.

Open agenda

Kenmerkend voor een doorwerksessie is de open agenda, die de deelnemers ter plekke invullen. Want wie wil kan een vraag inbrengen. Jan Smit (partner bij smit | kempink development) begeleidt de doorwerksessie en geeft een korte inleiding. Hij legt de werkwijze uit en helpt de vragen te inventariseren.

Dan gaat de doorwerksessie echt van start. Voor elke vraag staat een gesprekstafel klaar. Wie een vraag inbrengt, leidt de gesprekstafel. De andere deelnemers schuiven aan waar ze willen. Want iedereen is vrij om te gaan en staan waar hij wil. Boeiende discussies woon je bij tot het eind. Voldoet de sessie niet aan je verwachting? Dan schuif je ergens anders aan. Om de uitkomsten van alle discussies met elkaar te kunnen delen, krijgen de gespreksleiders de opdracht kort de belangrijkste conclusies op te schrijven.

Zelforganiserend

De doorwerksessie geeft met een minimale structuur de ruimte aan het zelforganiserend vermogen. Dat is heel wat anders dan topdown organiseren, vertelt Jan Smit. ‘Onze maatschappij ontwikkelt zich tot een netwerksamenleving. Voor blauwdrukdenken en topdown implementeren komen horizontale communicatie en afstemming in de plaats. Samen bedenken we nieuwe werkelijkheden, samen komen we tot interactie. Gelukkig maar, want alleen zo breng je een echte organisatieontwikkeling tot stand.’

Smit benadrukt dat doorwerksessies als deze ook geschikt zijn om complexe vraagstukken met uiteenlopende partijen samen op te pakken. Handig met het oog op de komende transities. De methode van de doorwerksessie is ook bekend als ‘open space’.

Deelnemers aan de doorwerksessie

Casus: hoe betrek je de burger?

Bert Horssels (teamleider zorg bij de gemeente Goeree-Overflakkee) is een van deelnemers met een vraag: ‘Net als andere gemeenten bereiden we ons voor op de transities. Ik merk echter dat we vooral met aanbieders om tafel zitten. Ik mis de betrokkenheid van de burger. Hoe verander ik dat?’

Goeree-Overflakkee is een jonge, heringedeelde gemeente. ‘Dat heeft voor- en nadelen. Het nadeel is dat we zelf in opbouw zijn en ons tegelijkertijd moeten voorbereiden op de transities. Het voordeel is dat we in 2014 geen gemeenteraadsverkiezingen hebben.’ Aan zijn gesprekstafel zitten 3 medewerkers uit de zorg en een vertegenwoordiger van een platform voor bewoners. Hij beseft dat op zijn vraag niet zomaar een antwoord is te krijgen.

Wel ontstaan er boeiende discussie over claimgedrag – burgers die vinden dat ze recht hebben op zorg en ondersteuning – en het aanboren van de eigen kracht van mensen. ‘Die kanteling heeft tijd nodig, het is goed om te beseffen dat de transitie een geleidelijke weg is.’ Laagdrempeligheid is daarbij belangrijk. Bert hoort bijvoorbeeld hoe Utrecht op een slimme manier gebruikmaakt van bestaande netwerken in de wijk Kanaleneiland. ‘We moeten een ingang zoeken dichtbij de burger.’ Een van de gesprekspartners oppert dat de overheid meer voorlichting moet geven over de verandering die plaatsvindt. Omdat niet iedere burger evenveel maatschappijbesef heeft. Een taak voor de gemeente?

Bert neemt het mee. Maar wat het meest blijft hangen is toch wel de opmerking dat beleidsmakers en zorgaanbieders zelf ook burgers zijn. ‘Die vond ik leuk. Behalve professional zijn we allemaal ook burger of bewoner. Mijn vraag heeft geen concrete, praktische oplossing opgeleverd, maar dat had ik ook niet verwacht. Wel heb ik alle kanten van het verhaal kunnen horen, juist omdat er ook mensen met een uitvoerende functie in de zorg aan mijn tafel zaten. Daarnaast was het een hele actieve manier van werken. Bij workshops of presentaties die niet helemaal aan de verwachting voldoen, wil de aandacht nog wel eens verslappen. Vanmiddag heb ik me geen moment verveeld.’

Casus: kunnen huishoudelijke medewerkers ook werken in zelfsturende teams?

Clara van Maaren (servicemanager bij Amstering) vraagt zich af of huishoudelijke medewerkers ook in zelfsturende teams kunnen werken. ‘Eigenlijk hebben we al besloten om onze huishoudelijke medewerkers zelfsturend te maken. Ik ontmoet echter vaak mensen die het ons sterk afraden. Daarom wilde ik het graag vandaag hier inbrengen. Leuk is dat de sessie me weer overtuigd heeft dat het kan. We realiseren ons dat het niveau van de medewerkers echt lager is dan in VenV-teams. Dat betekent dus dat er meer begeleiding nodig is. Ik kreeg de tip duidelijke profielen van de medewerkers op te stellen. En we hebben het erover gehad dat er in de praktijk altijd wel 1 of 2 medewerkers in een team zitten die boven de anderen uitstijgen. Dat is een geruststellende gedachte.’

Casus: hoe geef je medewerkers de verantwoordelijkheid terug, zodat ze niet meer bang zijn voor de regels?

‘Een echte oplossing heeft mijn gesprektafel niet opgeleverd’, zegt Anja Ouwehand (manager bij PartiCura). ‘Wel herkende iedereen de vraag. We zitten in een veranderende wereld, het is fijn om dat gevoel te kunnen delen. In zo’n doorwerksessie kun je ook wat meer de diepte ingaan dan wanneer je naar een presentatie zit te luisteren. Natuurlijk hebben we ook wat tips en trucs uitgewisseld. Bijvoorbeeld dat je successen moet vieren. Dan beloon je de medewerkers voor het nemen van beslissingen.’

Verslag door Ingrid Brons

Meer weten over het In voor zorg-symposium 'Zorg vormgeven in de wijk'

Meer weten over bijeenkomsten van In voor zorg!?

Dossier(s)

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg