invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Symposium over ondersteuningsplannen: óver of mét de cliënt

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Voor wie is het ondersteuningsplan er in de eerste plaats, voor de medewerker, de organisatie of voor de cliënt? Of voor alle drie in gelijke mate? Deze vraag werd vaak gesteld tijdens het symposium 'Goed werken met ondersteuningsplannen' op 27 november 2012. Vertegenwoordigers van gehandicaptenorganisaties zochten elkaar die dag op in Utrecht om kennis en ervaring uit te wisselen tijdens workshops en een uitgebreide kennismarkt. Het symposium ‘Goed werken met ondersteuningsplannen’ is georganiseerd door In voor zorg! in samenwerking met het Leernetwerk ondersteuningsplannen.

Onderaan dit verslag vindt u de presentaties.

Het symposium ging over ondersteuningsplannen, maar eigenlijk meer nog over het communiceren met cliënten. Want dat laatste is echt een hot issue. Hoe pak je die communicatie aan? Doe je dat via een ondersteuningsplan of kan het ook anders?

De verschillen in inzichten en ervaringen waren groot, zo bleek op 27 november. En dat was ook meteen de meerwaarde van deze dag waarop alles bespreekbaar was. Alphons Lunter van Stichting De Noorderbrug uit Groningen: ‘Dat een cliënt aan een medewerker vraagt: ‘Wat schrijf jij vandaag over mij op?’, daar wordt een medewerker bloednerveus van.’

'Mag dat dan?'

Ook cliënt Johan op den Camp heeft een ondersteuningsplan. Hij woont in een gezinsvervangend tehuis van Middin (voorheen Steinmetz | De Compaan) en krijgt 1 keer in de 2 weken ondersteuning. ‘Dat heb ik nodig. Dat maakt mijn hoofd weer vrij. Ik leer zo over dingen te praten’, zo vertelde hij 27 november.

Maar welke rol heeft hij als cliënt in dat ondersteuningsplan? Op de vraag van een workshopdeelnemer of hij ook zelf wel eens iets in het ondersteuningsplan schreef, reageerde Johan met: ‘Mag dat dan? Daar zijn begeleiders toch voor?’ Al doet het antwoord anders vermoeden, Middin is hard bezig om de cliënt een actieve plek te geven in het ondersteuningsplan. Nelly de Munnik: ‘Wij zijn als onderdeel van het verbeterplan van In voor zorg! het project ‘In voor Dialoog’ begonnen. Zes verschillende ondersteuningsplannen worden omgezet naar 1 methodiek. We oefenen medewerkers in pilotteams in het voeren van een goed gesprek. Daar hebben we een toolkit voor met instrumenten zoals reflectiewandelingen en het schrijven van een brief rond een thema’.

Maar ze geeft toe: ‘Samen met cliënten een plan maken is niet eenvoudig. Medewerkers hebben de neiging óver cliënten te praten. Echt luisteren naar de cliënt gebeurt nog te weinig. Daarom moeten we niet te veel in de methodiek zelf duiken’.

Het goede gesprek is van iedereen

Nelly de Munnik vervolgt: 'Je ziet ook dat door de functiedifferentiatie iets opmerkelijks gebeurt. Het komt voor dat een medewerker een cliënt voor een gesprek verwijst naar de persoonlijk begeleider. Dat kan niet, vind ik. Iedereen is verantwoordelijk voor het goede gesprek met de cliënt.'

bord waarop deelnemers aan het symposium tips kwijt kunnen

Dat vindt ook Henk Westervelt van Estinea uit Aalten: ‘Bij ons krijgen ook de huishoudelijk medewerkers een training in het communiceren met cliënten. Bij Estinea voeren we leefwensgesprekken. De cliënt is daar altijd bij, ook al is hij ernstig meervoudig gehandicapt. We hebben 2 jaar gezocht naar de beste methodiek. En iedere keer legden we het weer terug bij de cliënt om te zien of het werkte. Rode draad is steeds dat je een gesprek voert op basis van totale communicatie. Met foto’s, picto’s en gebaren dus. Daarbij sta je open voor wat de klant zelf inbrengt. Dat staat haaks op sturende communicatie.’

'Vraag het hem opnieuw'

Dat consequent de cliënt betrekken bij gesprekken en plannen blijft een opgave. Bij De Noorderbrug proberen ze de kwestie op te lossen door het ondersteuningsplan anders te noemen: het Samenwerkplan.

Alphons Lunter van De Noorderbrug: ‘Het blijft een valkuil om de methodiek te vullen zonder het gesprek echt aan te aan. “Hij is het er wel mee eens”, zegt een medewerker dan. “Nee” zeggen wij dan weer. ‘Ga terug naar de cliënt en vraagt het hem opnieuw.’ Alphons wijst er ook op dat de zorgbegeleider niet altijd het Samenwerkplan wil delen met collega’s. “Wat moet die man van dagbesteding met mijn cliëntendossier”, hoor je dan. ’

De systeemwereld en de leefwereld

Het is een spanningsveld om al werkend ten behoeve van cliënten in de gaten te krijgen dat de communicatie te wensen overlaat. Rein Koning, kwaliteitsfunctionaris van Sherpa uit Baarn, maakt zich daar boos over: ‘Ik hoor vandaag opvallend vaak dat mensen de dialoog met hun cliënten zijn kwijtgeraakt. De systeemwereld heeft kennelijk de leefwereld overgenomen. Ik vind dat een fiasco!’

Het is een zoektocht, maar een zoektocht leidt vaak ook tot ontdekkingen. Alphons Lunter van de Noorderbrug nogmaals: ‘Bij ons komen vooral cliënten met niet-aangeboren hersenletsel. Ooit hadden deze mensen geen hersenletsel. En dan is het gek om te ontdekken dat verliesverwerking nooit structureel aan de orde is geweest in gesprekken met de cliënt. Nu wel inmiddels. En de cliëntenraad is daar heel blij mee.’

'Liever een kort ondersteuningsplan'

Bij Abrona willen ze vooral met beknopte ondersteuningsplannen werken. Cliënt Marco Kortekaas vertelde tijdens het symposium: ‘Liever 3 pagina’s dan 30. Korte zinnen en begrijpelijke taal, dat is wat ik wil. ’ Beleidsmedewerker Ellen van den Dungen van Abrona: ‘Een plan moet goed begrijpbaar zijn voor de cliënt. Alleen wat ècht voor de ondersteuning nodig is, komt in het plan. De rest van de informatie bewaren we elders.’ Marco Kortekaas traint sinds kort cliënten en ouders in het maken van ondersteuningsplannen: ‘Als ik het als cliënt vertel aan een andere cliënt of aan een ouder, dringt het beter door dan dat een begeleider het vertelt.’

Aswintha Shirzad van Profila Zorg ontdekte 27 november een methode die makkelijk inzicht biedt in wat de cliënt beweegt: ‘Ik zag net bij Pameijer een slimme manier om meer van je cliënten te weten: je zit in een kring en iemand zegt: ‘Wil iedereen die veters in z’n schoenen heeft, opstaan?’ En zo gaan de vragen steeds dieper, zoals ‘Wie is er wel eens bang geweest?’ Ik vind het een heel slimme aanpak om je cliënten spelenderwijs beter te leren kennen’.

vrouw schrijft iets op bord tijdens symposium

Talenten en ervaring actief inzetten

Pameijer pakt trouwens ook de participatie van de cliënt doortastend aan. Empowerment is op dit moment dé insteek bij deze Rotterdamse organisatie. De cliënt wordt er niet alleen getraind om zelf een stem te hebben in zijn of haar ondersteuningsplan, de cliënt wordt ook steeds vaker bevorderd tot een medewerker met zijn of haar talenten en ervaring als werkkapitaal.

Wilma van der Meer van Pameijer: 'Ons doel is om in elk team een ervaringsdeskundige te hebben’. Die ervaringsdeskundige verruilt dan de status  van cliënt voor die van vrijwilliger en soms zelfs wordt het een betaalde kracht.' Priscilla Kootstra is zo’n vrijwilliger. Ze zegt: ‘Empowerment heeft veel voor mij betekend. Ik help nu andere cliënten. Daar heb ik nog wel een coach bij nodig, maar ik merk dat deze manier van werken heel veel mensen bij Pameijer echt vooruit helpt.’

Die empowerment-ervaring krijgt bij Pameijer binnenkort een structurele plek in de afspraken met cliënten. Jan-Rob Makkenze van Pameijer. ‘De inzet van talenten en vaardigheden is vanaf 1 januari 2013 een voorwaarde. Voor wat hoort wat. Wie z’n talenten en vaardigheden niet wil gebruiken voor zichzelf en voor zijn mede-cliënten kan vanaf die datum niet bij ons als cliënt komen.’

De knop is om

Het blijft taaie stof, hoe kun je cliënten en optimale ondersteuning op één lijn brengen? Begeleiders hebben het vaak razend druk en doen wat ze kunnen om cliënten van dienst te zijn. De winst van het symposium is dat de deelnemers elkaar inspireerden om de cliënt meer en duidelijker een pro-actieve rol in het ondersteuningsplan te geven.

Welzijnsbegeleider Rafaëlla Porcu van Norschoten uit Barneveld: ‘Je denkt steeds dat je het wel weet. Het is altijd hollen en vliegen namelijk, en dan is die gedachte wel makkelijk. Maar vandaag werd het weer eens duidelijk: de cliënt heeft veel meer antwoorden voor ons dan we denken. De knop is om.’

Presentaties

Plenaire presentatie

Ronde 1

Ronde 2

Ronde 3

Meer weten

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg