invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Perspectieven op de komende transitie op een minisymposium in Vught

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

De Reinier van Arkel groep is voor een groot deel gevestigd in ’s-Hertogenbosch en Vught. In die laatste plaats bevinden zich de gebouwen van de groep op een uitgestrekt terrein. Het zijn gebouwen met een rijke historie. Oorspronkelijke functie van De Weverij waar nu Demarrage zit, is net als nu dagbesteding. Naast een weverij werden er andere ambachtelijke werkzaamheden verricht, nu heeft het een eigentijdse functie en daarover gaat het op een mini-symposium dat de organisatie organiseerde op 11 juni.

De Reinier van Arkelgroep is een GGZ-instelling. Waar de zorg straks grotendeels door de AWBZ gefinancierd blijft, gaat de tak dagbesteding onder de Wmo vallen. Maar dat is niet de enige reden dat deze GGZ-instelling al een tijdje bezig is om Dagbesteding anders te positioneren. In voor zorg! begeleidt hen met een traject om Demarrage, onderdeel van de Reinier van Arkel groep, klaar te stomen voor de toekomst. Op het symposium op 11 juni 2013 kwamen drie perspectieven op dagbesteding en arbeid aan bod: gemeentelijk (bestuurlijk), behandeling & begeleiding en de cliënt. Verschillende mensen vertelden plenair en in workshops hun verhaal.

De bestuurder

Marie-Louise van der Kruis is lid van de Raad van bestuur. Sinds 2007 kijkt de GGZ al naar thema’s als het bevorderen van de regie over het eigen leven en de eigen verantwoordelijkheid van de burger en het beëindigen van de langdurige zorg-afhankelijke cliënt. Cliënten in de langdurige zorg hebben veelal een onvervulde behoefte aan zinvolle dagbesteding, namelijk werk. En dan liefst betaald werk. Dat is een opdracht aan de GGZ-instellingen, zegt van der Kruis. En dan het liefst met andere actoren in de maatschappij. We moeten af van de idee ‘als de cliënt maar bezig is’, naar een gerichte aanpak en focus op (betaald) werk.

De wethouder

Ook wethouder Seuren van de gemeente Vught zegt dat er meer aan de hand is dan een opgelegde transitie van AWBZ-zorg naar Wmo; na de Tweede Wereldoorlog hebben we een maatschappij gecreëerd waarin de overheid alle problemen oplost. Dat gaat niet meer zo. Het is financieel niet meer op te brengen en er is sprake van een te ver doorgeschoten betutteling. De overheid doet te veel, beslist te veel, daartegen komen mensen in opstand. Maar hoe het dan wel moet? Dat is ook voor de gemeente een zoektocht. Want het gevaar bestaat dat dit vraagstuk opnieuw top down wordt aangepakt, maar dit keer door de gemeente. Terwijl het een vraagstuk is dat de gehele samenleving aangaat, waarvan ook de zorginstellingen deel uitmaken.

De behandelaar

Helma Cissen, systeemtherapeut en psycholoog angststoornissen, vertelt dat het onderwerp werk weinig aandacht had binnen de kortdurende behandeling; twee derde van de cliënten heeft geen betaalde baan en andersom geldt: veel mensen met een Wajonguitkering hebben psychische klachten. Dat pleit voor het handen ineen slaan van het UWV en de GGZ. Lang was het adagium dat het goed was om bij een depressie afstand te nemen van het werk. Inmiddels is er een breed gedragen en wetenschappelijk gefundeerd besef dat hoe meer afstand er is tot het werk, hoe lastiger de re-integratie is. Dat besef gaat hand in hand met de huidige situatie, waarin de zorg onbetaalbaar dreigt te worden en er meer nadruk ligt op eigen verantwoordelijkheid etc. en dus meer aandacht voor werk binnen behandeling.

Werk betekent participatie binnen de maatschappij; onderzoek naar werkgerichte cognitieve therapie leert dat 65 procent van de mensen eerder aan het werk is dan mensen die een gewone cognitieve therapie volgen. Cissen pleit ervoor om werken vanaf het begin van een therapie mee te nemen. Dus niet pas ‘als mensen er weer aan toe zijn’. En het streven moet zijn: betaald werk. Er zijn nu verregaande besprekingen tussen GGZ en UWV.

De manager

Annemarie Eeftink is manager van Demarrage. Iedereen doet mee, is het motto vandaag. Met extra veel aandacht voor het cliëntperspectief. We moeten anders leren kijken, zegt ze. Iedereen heeft z’n krachtige kant, het is de kunst die te ontdekken of te zien. Ze zou ook graag een ervaringsdesk zien, met cliënten die anderen kunnen bijstaan bij deze zoektocht. Aanhaken bij wat goed gaat, dat is de kunst. Veel meer mensen moeten kunnen stijgen naar trede 5 of 6 van de participatieladder. Er zijn te veel partijen rondom de cliënt. Ook voor de hulpverlener is het daarom een verwarrende wereld. Veel krachten werken elkaar tegen. Demarrage toont best practices, van cliënten, maar ook door de alliantie met WSD-groep te tonen. Ketenpartners zijn enorm belangrijk voor een organisatie als Demarrage.

De cliënt

Ronald Wienbelt is bestuurder van de Landelijke Overkoepelende Cliëntenraad (LOC Zeggenschap in zorg). Voormalig psychiatrisch cliënt, werkt al 25 jaar bij de sociale werkplaats. Je kunt veel nadruk leggen op wat niet kan; je kunt ook de nadruk leggen op wat je wel kunt, zegt Wienbelt. Creëer je eigen kansen; mensen leren kennen? Begin met je buren. Zegeningen zijn er altijd te vinden. Maar dat heeft Wienbelt wel moeten leren. Hij heeft bijvoorbeeld moeten ervaren hoe het is om een praatje te houden voor een groep mensen. En wat bleek? Hij kan het goed. Het enige waar Wienbelt zich nog druk over maakt voordat hij een praatje moet houden is of hij wel op tijd zal zijn.

Nog een cliënt

Rutger Keizer is een cliënt van De Reinier van Arkel groep sinds 2009. Hij was sociaal geïsoleerd toen hij binnenkwam; stond op trede 1 van de zogeheten participatieladder. Het is dankzij zijn maatschappelijk werker van toen, dat Rutger überhaupt aan zijn resocialisatie begon, vertelt hij. Rutger begon met deelnemen aan de dierenweide bij Demarrage, vier dagdelen keer per week, veel vrijheid had hij daar. Hij kreeg de diagnose PDD-NOS en kreeg na twee jaar een praktijkplaats bij Demarrage. Samenwerken, op tijd komen, dat leerde hij daar. En in het trainingshuis; een woonvorm met 6 mannen en 4 vrouwen, allen met een aandoening op het autistische spectrum. Goed met geld omgaan, boodschappen doen, gezond eten, alles om straks zelfstandig te wonen leren zij in het huis. Nu werkt Keizer bij de technische dienst, waarvan hij vroeger alleen maar kon dromen. Op contract van de WSD-groep, een bemiddelingsorganisatie. Trede 6 van de participatieladder heeft hij inmiddels bereikt: een betaalde baan dus. Zijn volgende stap? Volgende maand betrekt hij zijn eigen woning met nog maar een uur ambulante hulp in de week.

De ketenpartner

WSD-groep bemiddelt mensen met een handicap naar werk. Ze werken al langer samen met Demarrage. Maar nooit werd het zo gemonitord als nu een pilot is opgezet. Een pilot om verbeterpunten in de samenwerking in beeld te krijgen en daarop te kunnen sturen. Demarrage doet trajectbegeleiding voor deze doelgroep en voor hen is het een doel om een WSD-traject in te gaan. En weer een stap op de (participatie-)ladder te zetten. Maar deze mensen moeten ook een stapje terug kunnen doen naar trajectbegeleiding van Demarrage. Demarrage en WSD moeten in elkaars verlengde werken, dat proces optimaliseren: dat is het doel van deze pilot.

De gemeente

Arnold van den Broek is ambtenaar bij de gemeente Boxtel, een van de drie gemeenten die mogen meepraten met Het Transitiebureau van VWS om vooraf te toetsen wat VWS op dit vlak naar de gemeenten toestuurt. Hoe zorgen we ervoor dat iedereen meedoet? De Wmo biedt nieuwe mogelijkheden om echt vanuit de cliënt te gaan denken. Dus niet: dit is het aanbod, wat wil je doen? Maar: wat wil de cliënt eigenlijk doen en hoe faciliteer ik dat als gemeente eventueel? We moeten leren samenwerken, zegt hij. Als gemeenten met zorginstellingen en zorginstellingen onderling. Want organisaties doen bijvoorbeeld hetzelfde voor verschillende doelgroepen. En het zijn niet de organisaties die mogen bepalen wie de zorg gaat leveren voor een cliënt, dat moet de cliënt zelf mogen doen. Niet alle organisaties die dagbesteding doen, zullen overeind blijven. En al die organisaties denken stuk voor stuk dat zij niet degenen zijn die zullen sneuvelen.

Verslag: Ellen Kleverlaan

Meer weten

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg