invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Opening Quintus - Bouwen met respect voor de cliënt

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

In de overheidsplannen voor de ouderenzorg is extramuralisatie het kernbegrip. Je zou bijna denken dat het geen zin meer heeft nog een nieuw verzorgingshuis te openen. Toch deed Respect Zorggroep Scheveningen precies dat. Mét een bevlogen toespraak van staatssecretaris Martin van Rijn, en met de presentatie van het rapport 'De vergrijzing voorbij' van adviesbureau Berenschot.

Wilde mevrouw Sillevis, 107 jaar oud en daarmee de oudste bewoner van de nieuwe locatie Quintus van Respect Zorggroep Scheveningen, nog wat zeggen? Nee hoor, ze wilde gewoon op de knop drukken, samen met staatssecretaris Martin van Rijn. En met die druk op de knop was de officiële opening van Quintus een feit.

Bijzonder

Een bijzondere opening, als je stilstaat bij de woorden van bestuurder Paul Schoof van Respect Zorggroep Scheveningen. Hij stelde: ‘Als alle overheidsplannen voor extramuralisatie in de ouderenzorg doorgaan, blijft op termijn slechts tien procent van onze huidige verzorgingshuisbewoners over. Deze plannen vertegenwoordigen dus het einde van een tijdperk en ze gaan een enorme impact hebben op het bouwbeleid en de exploitatie van verpleeg- en verzorgingshuizen. Wij spelen hierop in door de verbinding te leggen tussen intra- en extramurale zorg en door bouwprojecten te realiseren die aansluiten bij de behoeften die de hedendaagse oudere heeft, en die dankzij de inzet van domotica faciliteren dat we zo efficiënt mogelijk voor deze cliënten kunnen werken.’

De vergrijzing voorbij

Hoe zien die ouderen en de zorg die zij nodig hebben er eigenlijk uit? Deze vraag stelden Eveline Castelijns, Annick van Kollenburg en Wine te Meerman, drie adviseurs van Berenschot, zichzelf een jaar geleden. Het antwoord op hun vraag vinden we terug in het boek 'De vergrijzing voorbij'. En omdat Respect Zorggroep Scheveningen nu toch een feestje had, nam het de gelegenheid te baat om de presentatie van dit boek met de opening van haar nieuwe vestiging te laten samenvallen.

Castelijns vertelde: ‘Ons doel met dit boek was meer in detail naar de ouderenzorg te kijken. De omvang van de veranderingen die zich in dit domein afspelen en de snelheid waarmee dit gebeurt, hebben een enorme impact op die ouderen zelf, op de professionals in de ouderenzorg en op de beleidmakers. We nemen nu echt afstand van de traditionele ouderenzorg, en dat betekent dat nieuw denken nodig is.’ In de presentatie die zij samen met de andere auteurs gaven, rekenden zij af met de mythe dat er zoiets zou zijn als “de oudere”. ‘Nog teveel wordt gedacht dat je op je 65ste afgeschreven bent’, zei Te Meerman. ‘De kwetsbare oudere is slechts een beperkt segment van de totale groep ouderen, een segment dat zich beperkt tot die mensen die niet meer in staat zijn om via hun eigen netwerk hun zorgbehoefte in te vullen.’

Professionals en mantelzorgers

Een enquête die de drie in het kader van hun werk aan het boek hielden onder ouderen, wees uit dat deze doelgroep best bereid is om te betalen voor extra voorzieningen die passen bij haar levensfase: eigen sanitair in de woning, vers bereide maaltijden, een tuin of terras. ‘Het gaat hen niet om extra vierkante meters’, zei Van Kollenburg.
Een andere uitkomst die tot nadenken stemt is dat ouderen voor hun persoonlijke verzorging het liefst te maken hebben met professionals. ‘De mantelzorgers staan hiervoor echt op afstand’, zei ze. ‘In het licht van de groeiende roep om inzet van mantelzorgers is dit echt iets om goed bij stil te staan. Het vraagt om goede communicatie tussen de mantelzorgers en professionals om de zorgvraag af te bakenen. De professionals moeten overzicht hebben over wie wat doet.’

Er is nog een conclusie uit het boek die beslist de moeite waard is om over na te denken. In tegenstelling tot landen als Japan komt in ons land een ontwikkeling als de robotnurse nog nauwelijks van de grond. En Te Meerman vertelde ook waarom: ‘Er zijn vooralsnog nog genoeg mensen die in de zorg willen werken. Van een tekort is nog helemaal geen sprake.’

Urgente discussie

Het boek is een open uitnodiging om tot een dialoog te komen over hoe het nu verder moet met de ouderenzorg. Er ligt immers bijvoorbeeld nogal een probleem op de loer als mensen aan de ene kant aangeven bereid te zijn een eigen bijdrage te leveren voor hun ouderenzorg, maar aan de andere kant zeggen van dag tot dag te leven en hiervoor dus geen geld te reserveren.

Staatssecretaris Martin van Rijn kent de problemen in de ouderenzorg, en maakte in zijn dankwoord bij het in ontvangst nemen van het eerste exemplaar van 'De vergrijzing voorbij' duidelijk dat een oplossing hiervoor wat hem betreft heel urgent is. ‘Twee thema’s komen in de discussie over de ouderenzorg steeds terug’, zei hij: ‘kwaliteit en houdbaarheid. In relatie tot kwaliteit is het belangrijk mensen te helpen om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen, en als dat niet meer kan intramurale voorzieningen te bieden waarin het goed toeven is. Op beide punten kunnen we ons afvragen of we het goed doen. In dit kader moeten we ons ook afvragen of we het wel altijd over zorg moeten hebben. Moeten we betekenisvol leven niet meer centraal stellen, zoals de auteurs zeggen? Ik denk het wel, want eenzaamheid kun je niet verzekeren.’

De rol van de gemeenten

Van Rijn plaatste deze opmerking in het licht van het beleidsvoornemen een grotere rol te geven aan de gemeenten voor de invulling van lokaal zorgbeleid voor ouderen. ‘Dat klinkt zo gemakkelijk’, zei hij, ‘maar het leidt wel tot discussies. Wat kunnen mensen zelf, wat kan hun sociale netwerk en wat moet de gemeente doen? Zijn gemeenten wel in staat om zorg op maat te leveren? Zijn zorgverleners in staat op lokaal niveau tot integrale zorg te komen? Je kunt daar wetgeving voor schrijven, maar die vormt nooit het totale verhaal. Het vraagt ook inzet van de ouderen, de gemeenten en de zorgverleners op lokaal niveau en is dus meer dan alleen een stelseldiscussie. En het speelt zich ook nog eens af in een tijd van economische crisis. We móeten de discussie dus wel aan en daarom ben ik ook zo blij met de aanzet die dit boek daartoe geeft. Het laat zien dat al over deze problematiek wordt nagedacht, dat daarbij lokaal en integraal de kernbegrippen zijn en dat niet de productie maar het resultaat centraal staat.’

Nog genoeg bestaansrecht

Respect Zorggroep Scheveningen blijkt in de nieuwbouw van Quintus te hebben voorgesorteerd op de andere nieuwbouwplannen die de organisatie in de pijplijn heeft. Het heeft voorzien in grotere huiskamers, waarin de bewoner naar wens een traditionele of kant en klare maaltijd kan nuttigen. Hij kan ook gebruikmaken van het a la carte restaurant. Iedere bewoner heeft eigen sanitair, en een flexibele muur die het mogelijk maakt de sanitaire ruimte te vergroten. Iedere kamer heeft een eigen bel en slot. Er is een persoonvolgsysteem en er is persoonsbeveiliging rond het bed. En er is een tv met internet, zodat het zorgdossier in het bijzijn van de bewoner en diens familie kan worden besproken.

Te midden van alle discussie over de toekomst van de ouderenzorg opent Respect Zorggroep Scheveningen dus toch nog gewoon een nieuwbouwlocatie voor mensen die verzorgingshuiszorg nodig hebben. En die dient bovendien als voorbeeld voor alle andere nieuwbouwplannen. ‘Als je het hele verhaal aanhoort, kun je je afvragen waarom we dit doen’, zei bestuurder Frank Lentz. ‘De vraag is of we in de toekomst nog bestaansrecht hebben. Maar ik denk dat het antwoord beslist “ja” is. Vooral voor mensen in de laatste vijf jaar van hun leven, maar ook voor jongere mensen die door bijvoorbeeld niet-aangeboren hersenletsel afhankelijk van zorg worden of voor jong dementerenden. De huisvestingsproblemen in de grote steden spelen een rol in het gegeven dat deze mensen toch vaak op intramurale zorg aangewezen zijn. Er is een groot tekort aan levensloopbestendige woningen.’

Tekst: Frank van Wijck

Meer weten

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg