invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Joris Slaets opent In voor zorg-najaarscongres: ‘Het gaat om het welbevinden, leefplezier van cliënten’

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Joris Slaets, hoogleraar ouderengeneeskunde aan het UMC Groningen, wond er geen doekjes om in zijn toespraak bij het In voor zorg-najaarscongres op 16 december 2013. Het gaat bij ouderen niet om zorg, maar om kwaliteit van leven. Bestuurders van zorgaanbieders moeten zichzelf daarom een paar heel kritische vragen stellen.

Omslagpunt 'van behandelen naar mishandelen'

Verhalen doen het altijd goed om mensen mee te slepen in het betoog en dus begon hoogleraar ouderenzorg Joris Slaets zijn bijdrage met een verhaal. Hij stelde zijn toehoorders voor aan mevrouw Pekela uit Groningen, 82 jaar oud en sinds het overlijden van haar man alleenstaand. Haar zoon woont elders. Mevrouw Pekela wil graag op zichzelf blijven wonen, maar ze is wel broos. Samen met haar zoon gaat ze naar haar huisarts om over de situatie te praten. ‘U kunt toch beter naar een verpleeghuis’, stelt die. Mevrouw Pekela gaat schoorvoetend akkoord en verhuist naar een verpleeghuis 2 dorpen verderop. Een paar maanden later is ze dood.

Slaets is genadeloos in zijn oordeel. ‘Er is zoiets als schadelijke zorg’, stelt hij. ‘Op een gegeven moment wordt het omslagpunt bereikt waarin behandelen mishandelen wordt. Het probleem zit dan in het gezamenlijke proces van besluitvorming.’ En het is duidelijk wat hij met dit laatste bedoelt: dit gezamenlijke besluitvormingsproces is een proces van professionals over de cliënt, geen proces waarin de cliënt zelf een actieve rol speelt.

Welbevinden en leefplezier

Slaets stelt dat grenzen aan de zorg moeten worden gesteld, maar dat de zorg ook anders moet worden vormgegeven. ‘In het ziekenhuis wordt geen grens gesteld aan de behandeling, maar in het verpleeghuis worden de luiers geteld. Dat is het dictaat van de beleidsregels en de indicatoren (externe link). Medewerkers bij zorgaanbieders gaan zich meer daarop richten dan op de cliënt om wie het feitelijk gaat.’

Gelukkig zijn er goede uitzonderingen, stelde hij, en hij verwees naar de Noord-Groningse zorgaanbieder De Hoven. ‘Die heeft alle zorgplannen weggegooid en aan cliënten gevraagd wat zij willen’, zei hij. ‘De normatieve kaders van de indicatoren verzieken het behandelbeleid. Er is dus een heel andere set indicatoren nodig. Het gaat om welbevinden, om het leefplezier van mensen. We zijn vergeten wat dat betekent. We stellen onvoldoende de vragen: “Waar beleeft u plezier aan?” en “Wat wilt u wel en wat ook juist niet?”. De hele zorg is ingesteld op negatief welbevinden. Maar daarin zijn we dan ook heel goed hoor: de narigheid in bedwang houden doen we echt fantastisch.’

Uitdaging voor de zorgbestuurders

Het is duidelijk waarom het in de transitie van de langdurige zorg gaat, stelde Slaets: erbij horen, iets betekenen voor anderen. ‘Mensen hebben belang bij een sociaal netwerk om zich heen’, zei hij. ‘En de fysieke omgeving, de bereikbaarheid van winkels en dergelijke, moet goed geregeld zijn. We moeten ermee ophouden de vragen die dit opwerpt te beantwoorden met een zorgaanbod.’

Dit legt een grote uitdaging bij de bestuurders in de zorg, stelt Slaets, want die besturen naar zijn mening nogal eens vanuit een ander belang dan het belang van de cliënt (externe link). ‘Hebt u in u nieuwjaarstoespraak niets anders te melden dan dat uw organisatie straks hetzelfde moet gaan doen voor minder geld, dan hebt u iets niet goed begrepen’, zei hij.

‘U moet het anders gaan doen. U moet op de werkvloer ruimte bieden aan uw medewerkers om uw cliënten kwaliteit van leven en leefplezier te bieden. Op dit moment is nagenoeg iedereen in de ouderenzorg ziek. Het moet gek lopen wil je op je 75ste geen 5 medische diagnoses hebben. De bandbreedte van wat normaal en gezond is, moet worden verruimd. En de formele en informele zorg moeten beter worden geïntegreerd. Anders blijven we mensen over de schutting van de zorg gooien.’

4 alternatieve opties van beleid

Slaets ziet 4 opties die als alternatief kunnen dienen voor het beleid dat nu in relatie tot de ouderenzorg gemeengoed is. Het eerste alternatief is dat professionals zichzelf de vraag stellen: “Wat ik doe, helpt dat voor het leefplezier van de cliënten en de medewerkers?”. ‘Als het antwoord nee is, dan moet u nog maar eens goed nadenken over at u doet’, zei Slaets.

Het tweede alternatief is de vraag stellen of het aanbod iets bijdraagt aan de samenleving. ‘Anders komen we er niet’, zei hij. ‘Dit heeft alles te maken met verantwoord bestuur, bestuur dat erop gericht is de solidariteit in de samenleving in stand te houden.’ Het derde alternatief ligt besloten in de vraag: “Hebt u voldoende een indicatie om volgend jaar te kunnen vertellen dat u het goed gedaan hebt?”. En de vierde: “Helpt uw organisatie in het proces van gemeenschappelijke besluitvorming over wat de cliënt nodig heeft?”(externe link). ‘We moeten borgen dat de cliënt belangrijker is dan de indicator’, stelde Slaets. ‘Dit is wezenlijk om te kunnen komen tot vraaggestuurde zorg.’

Met andere woorden, de zorg moet zijn moreel kompas terugvinden, vindt Slaets. ‘En dat moet uit de hele samenleving komen’, zei hij. ‘Die zal het niet langer accepteren als het niet gebeurt. Met controles en protocollen komen we er niet.’

Verlag door Frank van Wijck

Meer weten

 

Dossier(s)

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg