invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Interzorg: voorbeeld invoering wijkgerichte, zelfstandige teams

Gepubliceerd op:

Klein, eigenwijs, creatief, de dingen net iets anders doen: het is kenmerkend voor Interzorg. De laatste jaren is de organisatie behoorlijk gegroeid. Het In voor zorg-traject van Interzorg was dan ook gericht op ‘groot zijn en klein blijven voelen’. Met als resultaat wijkgericht werken in kleine zelfstandige teams.

Op zich niets nieuws, maar de manier waarop is onderscheidend: met elkaar, hands-on, grote betrokkenheid van de medewerkers en commitment van het bestuur. Bovendien heeft Interzorg alle stappen en hulpmiddelen in een handboek bijeengebracht. Interessant voor organisaties die ook kleine, zelfstandige teams willen invoeren! Een verslag van de eindevaluatie van het In voor zorg-traject van Interzorg.

Afsluiting In voor zorg-traject

Eigenzinnig is Interzorg ook in de afsluiting van het In voor zorg-traject. Normaal gebeurt dat in een gesprek met directie en bestuur van de organisatie. Bij Interzorg zitten naast bestuurder Yvonne Althuizen, directeur bedrijfsvoering Art Lemkens en Marloes Martens, manager zorg en intern projectleider van het In voor zorg-traject, ook teamleiders en zorgcoördinatoren aan tafel. Onder leiding van In voor zorg-tranchemanager Marie-Antoinette Bäckes onstaat een boeiend gesprek.

Wijkgerichte, zelfstandige teams zijn niet nieuw. Wat maakt het traject van Interzorg bijzonder?

‘De pilot was nog bezig en de andere medewerkers stonden al te trappelen om mee te doen’, zegt Yvonne. ‘Het is exemplarisch voor hun enthousiasme, maar ook voor de goede communicatie en de verbinding onderling.’ Art vult aan: ‘En we hebben de zelfstandige teams niet klakkeloos naar voorbeeld van andere organisaties ingevoerd. Natuurlijk hebben we de goede dingen overgenomen. Maar anders dan andere organisaties hebben wij nadrukkelijk gekozen voor teamleiders die een aantal wijkteams aansturen. Daarnaast heeft elk team een zorgcoördinator, die verantwoordelijk is voor het coördineren van de zorg rondom de klant.’

Grote thuiszorgorganisaties zijn bezig met wijkgericht werken, kleine (thuis)zorgorganisaties richten zich juist op specifieke doelgroepen. Zo bezien heeft Interzorg een uitzonderingspositie. Als vrij kleine organisatie kiest de organisatie voor wijkgericht werken. Hoe onderscheidt Interzorg zich van de concurrentie en hoe maakt de organisatie zich zichtbaar voor gemeenten en cliënten?

‘De platte organisatie, met management, directie en medewerkers die met elkaar de organisatie in de wijk vormgeven, is typisch voor Interzorg’, zegt Art. ‘Het gevolg is dat we middenin de gemeente staan, actief en dichtbij. Heel onderscheidend is dat we snel kunnen reageren. Dat valt gemeenten ook op. Bijvoorbeeld dat wij na 2 voorbereidende gesprekken al met een pilot kunnen starten.’ Teamleider Carine voegt toe dat ook de enorme betrokkenheid van de medewerkers onderscheidend is. ‘Dat uit zich in een grote bereidwilligheid en flexibiliteit. De cliënt staat altijd voorop, daar doen we alles voor. Wij zijn trots op Interzorg en dragen dat ook uit.’ Marloes wijst op nog een ander onderscheidend aspect: er komen veel minder zorgverleners bij een cliënt over de vloer. ‘In de ochtendronde heeft elke cliënt 2 vaste zorgverleners. Bij cliënten die ’s ochtends, ’s middags en/of ’s avonds ondersteuning krijgen, zijn het er niet meer dan 10. Dat kunnen de meeste andere organisaties niet bieden.’

In 2003 startte Interzorg met het leveren van zorg in het kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Van 50 medewerkers groeide de organisatie in rap tempo naar 300 medewerkers. Wat is concreet het verschil tussen de situatie in 2011 – vlak voor het In voor zorg-traject startte – en nu?

Yvonne vat het kort samen: ‘In het begin waren we heel persoonlijk, dichtbij, maar ook inefficiënt. Het centrale kantoor was de basis waar medewerkers elkaar ontmoetten. Tijdens de groei wonnen we aan efficiency, maar verloren we iets van die nabijheid. De medewerkers voelden zich minder verbonden, er begon anonimiteit te ontstaan. Bovendien werd er centraal gepland. Nu zijn we denk ik weer terug bij het oude, persoonlijke Interzorg, met dien verstande dat de efficiency gebleven is en de wijkteams de thuisbasis voor de medewerkers vormen. Bovendien roosteren de teams nu zelf.’ Zorgcoördinator Karin vertelt dat ze in 2005 bij Interzorg startte, toen de organisatie nog klein was. ‘Eerst kende ik alle cliënten en alle medewerkers. Dat veranderde toen Interzorg groeide. Je kreeg een route en kwam overal terecht. Grote winst van het werken in kleine wijkteams is de continuïteit. Je weet precies wat je moet doen, wat er speelt bij een cliënt en wie wat regelt. Dat levert rust op voor de cliënt, maar ook voor ons! We voelen ons weer meer betrokken én verantwoordelijk. Cliënten waarderen het ook, ze zijn zeer tevreden.’

De medewerkers willen niet meer terug. Zijn er nog aandachtspunten?

‘We zijn natuurlijk nooit klaar, maar blijven voortdurend in ontwikkeling, ook omdat de toekomst voortdurend in beweging is’, benadrukt Art. Zorgcoördinator Jacqueline merkt op dat Interzorg het liefst had gezien dat elk wijkteam samenvalt met een klein geografisch gebied. ‘Maar dat is niet altijd mogelijk. Wijkteam Brevum bijvoorbeeld bedient meerdere kerkdorpen.’ En er is wel eens een ‘roosterprobleem’ bij verpleegkundige handelingen zegt teamleider Babette. ‘De verpleegkundigen in ons team kunnen soms niet alle voorbehouden handelingen uitvoeren. Dan laten we een verpleegkundige uit een andere wijk overkomen. Gelukkig hebben zij daar totaal geen moeite mee, dus een echt probleem is het niet.’ Art legt uit dat dit een gevolg is van de bewuste keuze om meerdere niveaus in een team te hebben. ‘Buurtzorg kiest bijvoorbeeld voor 2 niveaus, verpleegkundigen en verzorgenden. In onze teams is ook plaats voor helpenden niveau 2. Wat weer goed is voor de lokale arbeidsmarkt, nog zo’n onderscheidend aspect.’

De grote betrokkenheid van de medewerkers en het commitment van het bestuur komen telkens naar voren als typerend voor Interzorg. Hoe uit zich dat in de praktijk?

‘Bestuur en management tonen openlijk hun waardering voor medewerkers’, zegt zorgcoördinator Kim. ‘Dat werkt heel motiverend. We hebben in de zomerperiode bijvoorbeeld heel hard gewerkt, alle vakanties zijn opgevangen binnen het eigen team. Het is fijn dat het management dat ziet en de medewerkers bedankt.’ Allemaal zijn ze het er over eens dat de zomerperiode dé test was voor de zelfsturende teams. Zorgcoördinator Karin: ‘Als je samen zo’n klein team vormt, doe je sneller wat voor elkaar.’ Zorgcoördinator Carine zegt dat dit ook voor ziekmeldingen geldt. ‘Een mooi voorbeeld is de medewerker die zich laatst ziekmeldde, maar het roosterprobleem al had opgelost. Gewoon door onderling met een collega af te stemmen. En omdat ze maar een dagje ziek dacht te zijn, nam ze de volgende dag de werkzaamheden van haar collega over. Van een ziekmelding is dan eigenlijk geen sprake meer, ze hebben gewoon geruild.’

En de snelheid en creativiteit van Interzorg?

‘Vlak voor de zomer hebben we Mien Thuis (externe link) bedacht, een professionele organisatie die huishoudelijke diensten biedt aan iedereen die daar behoefte aan heeft’, zegt Yvonne. ‘3 maanden later, op 24 september 2013 ging Mien Thuis officieel van start! De doelgroep van Mien Thuis zijn niet alleen de cliënten van Interzorg, maar veel breder: jonge, drukbezette gezinnen, ouderen die moeite krijgen met bepaalde huishoudelijk klussen.’ Ze vertelt dat het een enorme positieve energie geeft in de organisatie. ‘Het is fijn om deze extra dienst te kunnen aanbieden’, zegt zorgcoördinator Marja. ‘Je kunt aangeven: ook dit regelen we voor u! Interzorg en Mien Thuis vullen elkaar aan. Samen zij ze heel sterk en krachtig.’ Art merkt op dat ook de gemeenten erg enthousiast zijn. ‘Ze waarderen het als een organisatie initiatief neemt. En het vergroot onze zichtbaarheid.’

Hoe ziet de toekomst van Interzorg eruit?

‘We blijven met elkaar zoeken naar oplossingen voor wat er gebeurt in de wereld om ons heen’, zegt Art. ‘Door out of the box te denken en ideeën van onze medewerkers serieus te nemen.’ Maar eerst gaat Interzorg de kleine zelfstandige wijkteams in de hele organisatie doorvoeren. ‘Fase 1.0 noemen we dat. Ondertussen beginnen de pilotteams aan fase 2.0. Ze gaan zich richten op de transitie. Hoe kunnen we de eigen regie van cliënten versterken? Wat is onze rol in de wijk? Hoe dat er precies uitziet, weten we nog niet. Gemeenten zijn zelf ook nog zoekende. Dat is niet erg. Feit is dat een klein wijkteam in elk model gemakkelijk kan participeren.’

Verslag door Ingrid Brons.

Meer weten

 

Dossier(s)

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg