invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

De Ondernemende Huisarts: sturen op kwaliteit, geld, verminderen werkdruk en invloed

Gepubliceerd op:

Een zorggroep ‘avant la lettre’. Zo omschrijft Jan Erik de Wildt De Ondernemende Huisarts, kortweg DOH. De Wildt is directeur bedrijfsvoering en geeft een inkijkje in het gedachtengoed achter DOH. Waar mogelijk gaat hij in op vragen vanuit de zaal, die hij eerst inventariseert. Zoals: Hoe ziet de samenwerking met ketenpartners eruit? Hoe kan een huisarts alle verwachtingen straks nog combineren met zijn eigenlijk werk? Wat zijn de financieringstromen? Hoe is de informatieoverdracht geregeld? En wat is de rol van de praktijkondersteuner? ‘Te veel voor een uurtje, maar ik ga het wel proberen!’

Coöperatieve vereniging

DOH is in 2005 opgericht. Het is een coöperatieve vereniging, de aangesloten huisartsenpraktijken zijn lid. Er doen 16 huisartsenpraktijken mee, in totaal 75 huisartsen, 78 praktijkondersteuners (POH’s) en 83 doktersassistentes. In samenwerking met ketenpartners bieden ze kwalitatief hoogwaardige eerstelijnszorg aan ruim 110.000 patiënten in de regio Eindhoven.

Lid zijn van DOH is niet vrijblijvend. De praktijken moeten de visie en missie van DOH onderschrijven, 5.000 tot 12.000 patiënten hebben, NHG geaccrediteerd zijn, een praktijkondersteuner somatiek (POH S) en een praktijkondersteuner GGZ (POH GGZ) hebben, deelnemen aan alle chronische zorgprogramma’s van DOH, bereid zijn mee te werken aan projecten van DOH en structureel deelnemen aan onderwijs en onderzoek.

De Wildt legt uit dat dingen uit handen geven inherent is aan samenwerking in DOH. ‘Veel handelingen kan een andere zorgverlener of POH ook prima doen. Dat is wennen voor huisartsen, dat moeten ze leren.’ Er zijn daarom ook huisartsen uit de vereniging gestapt. ‘Zij wilden niet mee in deze ontwikkeling. Ze hebben er bewust voor gekozen zelf al hun patiënten te blijven zien. Toch denk ik dat de ingezette beweging onontkoombaar is. Want er komt ontzettend veel op huisartsen af.’

Aansturen of ondersteunen

DOH bestaat om de leden – de 16 huisartsenpraktijken – te ondersteunen. Dit doet DOH met 3,2 fte. Daarnaast zet DOH mensen vanuit de praktijk in, een paar uur per week. Denk aan huisartsen die ook kaderarts zijn voor diabetes, astma/COPD, CVRM, GGZ of ouderenzorg. Ook praktijkondersteuners vervullen coördinerende functies.

De Wildt noemt 4 belangrijke punten waarop DOH probeert te sturen: kwaliteit, geld, werkdruk verminderen en invloed. Werkdruk heeft alles te maken met de verwachtingen die maatschappij en politiek van huisartsen hebben. Invloed betekent zeggenschap houden over wat de artsen doen, hoe ze hun werk inrichten, maar ook kunnen afwijken van richtlijnen en protocollen. Die zeggenschap is heel belangrijk, zegt De Wildt. ‘Op de algemene ledenvergadering is het dilemma “ondersteunen of aansturen” vaak onderwerp van gesprek. Ik heb geleerd zo min mogelijk te sturen. Professionals moet je ruimte geven. Samen zijn ze heel goed in staat te bepalen welke richting ze op willen.’

Zorgprogramma’s

DOH staat voor kwaliteit, innovatie, ondernemen en transparantie. Dat kan alleen door nauwe samenwerking met andere zorgverleners. DOH heeft met zorgverzekeraars afspraken gemaakt over eerstelijns keten-DBC’s, voor astma, COPD, depressie, diabetes en CVRM. Dat kan, doordat DOH zo’n grote groep patiënten vertegenwoordigt.

Vanuit de huisartsenpraktijk heeft de praktijkondersteuner de rol van coördinator binnen de gehele keten. Met partners binnen de DBC heeft DOH een betaalde relatie. Daarnaast zijn er partners die wel meewerken in het zorgprogramma, maar die niet binnen de financiering vallen. Voorbeelden van partners zijn diëtisten, podotherapeuten, fysiotherapeuten, medisch psychologen, Eerste Lijns Diagnostische Centra, specialisten. ‘De specialisten betaalt DOH een uurloon vanuit de DBC’, vertelt De Wildt. ‘Dat geeft echter wel problemen met de ziekenuizen, die nu geld voor gebouw en overhead mislopen. Daarvoor verwijzen we de ziekenhuizen door naar de verzekeraars.’

Patiënt centraal?

Innovatie is nauw verbonden met onderzoek. Maar De Wildt heeft ook andere voorbeelden. ‘Wie staat op nummer 1? Juist, de patiënt. Toch is dat vaak niet zo. Vrijwel iedere huisartsenpraktijk regelt alles gedacht vanuit de organisatie, niet vanuit de patiënt.’ Met andere woorden: de organisatie van de praktijk staat centraal, dan komt de patiënt en daarna de ICT.

De Wildt stelt voor de volgorde te veranderen. ‘Plaats de patiënt op 1, zet ICT in waar mogelijk en richt vervolgens je organisatie in. Wij zijn nu bezig met de digitale praktijk. Het is een verandering waarvoor we 3 jaar nemen. Want huisartsen moeten anders leren werken.’ Een ander voorbeeld van werken vanuit de patiënt zijn zorgplannen. ‘Maak pas een plan als het nodig is, voor patiënten met complexe zorg. En handel alle andere gevallen individueel en snel af.’ Uit onderzoek blijkt dat huisartsen 50% van hun tijd besteden aan 20% van hun patiënten. Dit zijn de mensen met probleemzorg, vaak combinaties van aandoeningen. De resterende 80% krijgt zorg die de huisarts individueel en eenvoudig kan regelen.

Communicatie

Transparantie komt tot uiting in heldere communicatie over wat de zorg door de DOH-partners oplevert. Maar communicatie betekent ook ‘community’. ‘Sinds de start hebben ongeveer 5 huisartsenpraktijken zich nog bij DOH aangesloten. Wij doen veel om deze mensen mee te krijgen. Daarom heeft DOH een communicatiemedewerker in dienst.’ Ook zijn alle partners nu aangesloten op het DOH-intranet, waar alles voor iedereen beschikbaar is. Het brengt De Wildt bij een van de vragen die aan het begin van de presentatie werd gesteld: hoe is de informatieoverdracht geregeld? ‘We hebben nu een keteninformatiesysteem waarop alle ketenpartners zijn aangesloten. De hele regio gebruikt hetzelfde systeem, ook andere zorggroepen en apothekers.’ Het systeem heet Care2U en is een soort ‘schil’ die afzonderlijke systemen samenbrengt. ‘Voor het programma ouderenzorg, dat DOH nu ontwikkelt, onderzoeken we of ook ziekenhuizen en V&V-instellingen kunnen worden aangesloten.’

Zelfmanagement

In ondernemen probeert DOH de huisartsen te ondersteunen. De Wildt benadrukt dat ondernemen ook risico’s lopen betekent. ‘En we mogen fouten maken, mits we daar weer van leren, als continu ontwikkelingsproces.’ DOH wil voorop lopen binnen de eerstelijnszorg, zowel qua zorgvernieuwing als qua reguliere zorgprestaties. ‘Maar een van de belangrijkste oplossingen die wij zien voor de hoeveelheid werk die op huisartsen afkomt, is verrassend simpel. Namelijk dat het lang niet allemaal door huisartsen hoeft te worden gedaan. Denk na: wat is zorg en wat kun je bij de patiënt zelf laten liggen? Zelfmanagement dus. We moeten proberen de patiënt in de “lead” te krijgen. Ook dat is een proces dat we 3 jaar geleden al zijn gestart en stapsgewijs doorontwikkelen.’

Verslag door Ingrid Brons

Meer weten

 

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg