invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

De acht lessen van In voor zorg!

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Onderzoek van Sioo leidde tot acht lessen die uit het programma In voor zorg! kunnen worden getrokken. Deze acht lessen vormen essentiële ijkpunten om veranderprocessen in de langdurige zorg succesvol te laten verlopen. Dit maakt het mogelijk dat, hoewel het programma nu afgelopen is, toch concrete lijnen naar de toekomst kunnen worden getrokken.

Met het eindcongres van 19 april is het hoofdstuk In voor zorg! weliswaar afgelopen, maar uit de resultaten van dit programma kunnen natuurlijk wel lessen worden getrokken die waardevol blijven voor de toekomst van de langdurige zorg. Dit memoreerden Henk Nies (raad van bestuur Vilans) en Arianne van Staveren (directeur LESI en associate bij Sioo) in de keynote lezing die ze tijdens het eindcongres verzorgden.

In voor zorg! diende drie doelen’, vertelde Nies. ‘Het eerste was aanbieders in de langdurige zorg helpen om toekomstbestendig te worden. Het tweede doel was een platform bieden voor toepassing van kennis op het gebied van organisatie en beleid. En het derde was de kloof tussen overheid en praktijk verkleinen. Deze drie doelstellingen bij elkaar opgeteld moesten leiden tot beter beleid dat ook beter wordt uitgevoerd.’

In de loop van het programma hebben zich op maar liefst 433 plekken in de langdurige zorg intensieve verandertrajecten afgespeeld, begeleid door In voor zorg-coaches. Op het hoogtepunt trok de website www.invoorzorg.nl 350.000 unieke bezoekers per jaar, van wie velen maandelijks terugkwamen. De vierhonderd bijeenkomsten die in het kader van het programma werden belegd, zijn in totaal door 20.000 mensen bezocht. ‘Zelden is op een zo grote schaal gewerkt aan verandering in de langdurige zorg’, concludeerde Nies.

Eindpublicatie en evaluatieonderzoek

Over In voor zorg! verscheen een eindpublicatie en een evaluatieonderzoek onder de naam Doen wat nodig is, verzorgd door Sioo. In dit onderzoek zijn acht lessen uit het programma benoemd:

  1. Hergebruiken: hergebruiken wat bestaat en inspelen op wat langskomt.
  2. Regie: disciplineer en regisseer zelfsturing.
  3. Samenwerking: zoek, deel, maak, bind en verander.
  4. Leiderschap: responsief of directief?
  5. Praktische wijsheid: kennis als werkwoord.
  6. Gedeeld leiderschap: gedeeld beeld als voorwaarde voor eigenaarschap.
  7. Vasthouden: hou de opbrengsten vanaf dag één vast.
  8. Tijd: de factor tijd wordt altijd onderschat.

Uit de zaal kwam de vraag wat Nies en Van Staveren vinden van de overall resultaten van In voor zorg! Een vraag die zich moeilijk laat beantwoorden, stelde Van Staveren, omdat haar bureau alleen is ingeschakeld om een eindonderzoek te verrichten en niet aan de start van het programma was ingeschakeld om een nulmeting te doen. ‘Maar we hebben natuurlijk wel ons oor te luisteren gelegd, veldpartijen diepgaand bevraagd en ervaringen opgehaald. Op basis daarvan hebben we de werkingsmechanismen benoemd die in ons rapport terug te vinden zijn.’

Nies vulde aan: ‘Aan het begin van het traject hebben we wel aan alle organisaties die wilden deelnemen gevraagd wat ze wilden verbeteren en bereiken en hoe ze dat zichtbaar wilden maken. We hebben ook gekeken of we al die plannen bij elkaar konden optellen, maar dat zou een enorme administratieve belasting vergen en die wilden we nu juist niet. We hebben wel alle trajecten geëvalueerd en een aantal case studies gedaan, maar een oorzaak/gevolg relatie aanwijzen wordt bemoeilijkt door wat er in de jaren waarin het project liep allemaal gebeurd is in de langdurige zorg. Die veranderingen zijn enorm geweest, niet alleen bij de organisaties die hebben meegedaan maar ook bij andere. Niet in de laatste plaats de omslag naar zelfsturing. In een aantal gevallen heeft die een positieve verandering gebracht. In sommige gevallen is die minder succesvol geweest en is die feitelijk gewoon als een platte bezuiniging ingezet. Ook hebben we gezien dat organisaties zijn gestopt omdat ze te klein of te weinig professioneel waren om in het veranderende veld te kunnen blijven voortbestaan. Over de hele linie genomen kunnen we stellen dat de sector echt veranderd is en dat we enorm vooruit gegaan zijn. Ik denk dat we het in Nederland op het gebied van de langdurige zorg erg goed doen. In het eindrapport zijn ook voorbeelden te vinden die dit staven, in de vorm van stijgende cliënt- of medewerkerstevredenheid. De kern van wat we wilden bereiken was echter niet alleen cijfers bieden, maar ook de verhalen erachter.’

Henk Nies

Autonomie van aanbieders faciliteren

Op het punt van de les “regie” is het belangrijk om te beseffen dat In voor zorg! heeft ingezet op autonomie van de aanbieders en die ook heeft gefaciliteerd. ‘Tegelijkertijd was er ook een disciplinerend kader’, zei Van Staveren, ‘van aanbieders die meededen aan het programma werd verwacht dat ze een scan van de organisatie lieten maken, de gewenste verandering door coaches lieten begeleiden en de ontwikkelingen lieten monitoren. Dat hielp om de vaart erin te houden. Aanbieders hebben hierdoor op een heel gedisciplineerde manier hun eigen regie kunnen pakken.’ Dat is niet zonder gevolg gebleven, vulde Nies aan. ‘Ze worden echt anders geleid nu dan acht jaar geleden toen het programma begon. De raad van bestuur neemt niet langer de verantwoordelijkheid over van de mensen die het werk uitvoeren. De bestuurders zijn minder directief geworden. Soms hebben de coaches van In voor zorg! hierin ook een rol gespeeld door lastige vragen te stellen, onrust te creëren. Dat brengt de boel in beweging. Maar in een enkel geval hebben zorgorganisaties bij de intake als reactie op die lastige vragen al gezegd: we gaan niet verder.’

Ook hun werkgeverschap is veranderd. In eerste instantie was een aantal bestuurders er – met het oog op de krapte op de arbeidsmarkt – op gericht alle medewerkers binnen boord te houden. ‘Ook degenen die niet goed functioneerden dus’, zei Nies. ‘Maar gelukkig zagen we ook bestuurders en management die de verantwoordelijkheid namen om afscheid te nemen van mensen die de organisatie niet verder hielpen en nieuwe talentvolle mensen aan te trekken. Naar voor die mensen, maar beter voor de organisatie en daarmee ook voor de cliënten.’ Arbeidsmarkt is dus zeker wel een issue geweest in In voor zorg!, benadrukte Van Staveren. ‘Het past ook bij de eerste les: inspelen op wat langs komt’, zei ze.  

Vasthouden en loslaten

Een begrip dat impliciet in alle acht de lessen besloten ligt is loslaten. Van Staveren: ‘Een van de lessen heet weliswaar vasthouden, maar dit gaat over vasthouden van wat goed gaat. Oude patronen en denkbeelden loslaten is daar sterk mee verbonden. Dit heeft ook te maken met eigenaarschap. Eigenaarschap is iets wat je als organisatie gezamenlijk moet dragen, het bestuur, het management en alle medewerkers.’

Nies: ‘Je hebt in het proces van komen tot gedeeld eigenaarschap wel iemand nodig die je wijst op je reflexen en die je helpt om los te laten. De externe coaches van in voor zorg! hebben daarin zeker een rol gespeeld.’ En zo is met relatief beperkte middelen veel bereikt, concludeerde Gerhard Smid van Sioo, die aan het einde van de sessie kort het woord kreeg. ‘Ik heb ook programma’s in andere sectoren dan de zorg geëvalueerd, en ik was aangenaam verrast over hoe met relatief weinig geld via In voor zorg! heel veel bereikt is in de langdurige zorg’, zei hij. ‘De boodschap van veel mensen die in die zorg werken: “We hebben ons werk weer terug” is een signaal dat bestuurders zijn gaan nadenken over de vraag hoe ze hun werk het best kunnen organiseren. Er is veel ruimte gecreëerd voor medewerkers om hun werk op basis van hun eigen professionele inzichten te doen.’
 
Verslag door Frank van Wijck

Meer weten

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg