invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

'Zorg in verbinding': Het congres van de goede verstaanders

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Maandagochtend 11 juni 2012. Deze dag begon een bijzonder In voor zorg-congres met zorgorganisatie Omring als gastheer. 'Verbinden' was het thema. Hiermee werd een actueel thema aangehaald, want iedereen weet dat verbinden anno 2012 absoluut noodzakelijk is.

Het congres werd bezocht werd door meer dan 500 geestverwanten. Door vertegenwoordigers van organisaties die wéten dat kleinschaligheid, dat zelfregie van team & client en dat coachend leiderschap de enige weg is om de langdurige zorg een reëel perspectief te geven. Op vorige congressen klonk nog verbazing door bij het horen en zien van de goede voorbeelden. In Zaandam niet meer.

Was daarmee het congres niet een beetje overbodig? Juist niet. Wat hier gebeurde, was dat mensen 'eager' waren om van elkaar te horen hoe ze het doen en hoe ze van elkaar kunnen leren om het nóg beter te doen. Het waren vooral goede verstaanders die elkaar hier ontmoetten. Om toch bij het thema te blijven: met elkaar doorgaan op de nu ingeslagen weg, dat verbond de honderden deelnemers op 11 juni in Zaandam.

Aan het eind van dit verslag vindt u een link naar de presentaties.

Van vervreemding naar betrokkenheid

Omring plukt op dit moment de vruchten van de omslag naar het werken met kleine zelfstandige extramurale teams. Bestuurder Victor van Dijk vertelde 11 juni aan de dagvoorzitter wat er sinds eind 2009 is veranderd.

Victor van Dijk

'Bijna 3 jaar terug zagen we dat onze organisatie aan het vastlopen was: stijgend ziekteverzuim en gelijkblijvende of dalende productiviteit. Je merkte het ook aan de gesprekken. Er werden rand-discussies gevoerd. Over het koffiekwartiertje bijvoorbeeld. Over de zorg zelf hadden we het veel te weinig.
We dachten de weg terug te vinden door de logistiek te verbeteren. Toch zat daar de oplossing niet. Het was achteraf gezien vooral een gevoel van vervreemding waar we mee te maken hadden. Vervreemding van de zorg. We bleven er een beetje in hangen. Het MT en de OR zeiden op een gegeven moment: we moeten nu ècht wat gaan doen.'

'Dit wat ik hier doe, is van míj'

'Wat nu wezenlijk anders is dan 3 jaar geleden is dat we 54 teams voorbereiden op het zelfstandig werken, ondersteund met coaches. Het ene team is daar verder in dan het andere. We zitten middenin het proces. Dat wetende is het bijzonder dat we nu al zien dat de resultaten in de thuiszorg verbeteren, terwijl we nog maar halverwege het veranderingsproces zitten. Niet alles is helemaal anders. We registreren bijvoorbeeld nog steeds achter de voordeur onze tijd. Maar toch is er meer ruimte. Medewerkers voelen: dat wat ik hier doe, is van míj. Dat stimuleert. Steeds vaker ook pakken teams zelf de roostering en planning op. Ondertussen hebben we wel minder managers. De resterende managers stellen zich richting de nieuwe teams faciliterend op. Het is vooral een oefening in de kunst van het loslaten.'

'De moed om echt stappen te zetten'

'Van Buurtzorg hebben we bij de introductie van de nieuwe benadering veel geleerd. Maar In voor zorg! was toch doorslaggevend. Ik denk dat we het zonder In voor zorg! niet hadden gedurfd. We kregen van In voor zorg! een goede adviseur, Marjolein Lotsy. We kregen toegang tot het netwerk van In voor zorg! En het belangrijkste: In voor zorg! gaf ons de moed om echt stappen te zetten en om te beginnen met kleinschalige teams.'

Keukentafelgesprekken als vertrekpunt

Wijkverpleegkundige Anja Swikker coacht haar team bij Omring in het zelfsturend worden. Ze vertelde op 11 juni de zaal wat in haar beleving anders was geworden.'Vier jaar terug deden we vooral heel veel. Grote teams met veel cliënten. We deden wat elke wijkverpleegkundige altijd al deed: zorg leveren zoals wij dachten dat het goed was. Vanaf het allereerste contact was de insteek: hoe kunnen we vanuit de zorg een antwoord geven op het probleem van de client.'

Anja Zwikker

'Nooit vergeet ik het moment dat we het anders gingen doen. Ik kwam bij een mevrouw die in een verzorgingshuis opgenomen wilde worden. Om een beter beeld te krijgen, ging ik eerst uitgebreid met deze mevrouw aan de keukentafel praten. Het bleek dat het eigenlijke probleem was dat zij niet meer in staat was de grote tuin achter haar huis bij te houden. We hebben toen een tuinman voor haar geregeld. Ondertussen woont deze mevrouw nog steeds zelfstandig in haar huis met tuin.'

Plannen binnen het team

Er is meer veranderd. Een grote hartenwens werd werkelijkheid: de planning in het team zelf doen. Anja: 'De planner zat tot voor kort 25 kilometer bij ons vandaan. Nu zit de planner in het team. Destijds zeiden we al dat de planner bij het team moest komen, want het werkte gewoon niet, dat plannen op afstand. Er ging van alles mis. Maar er werd in die tijd slecht naar de werkvloer geluisterd.'

Meer plezier

Anja geeft toe dat niet elke collega tot nu toe even open staat voor de nieuwe manier van werken met het keukentafelgesprek als vertrekpunt. 'Maar het groeit. Je speelt in op wie al enthousiast is. En het helpt enorm als je kunt laten zien dat cliënten gelukkiger zijn door deze benadering. Niet alleen de cliënten worden er gelukkiger van. In mijn team ging het ziekteverzuim in vier maanden tijd van 8 naar 5%. Mensen hebben meer plezier in hun werk.'

De coalitie van de goedgezinden

‘Je kunt hier niet tegen zijn. Dit is hóudbare zorg. Dat kan daarom ook niet meer worden teruggedraaid, ongeacht welke politieke constellatie je in Nederland hebt.’ Aldus Marcelis Boereboom, directeur-generaal Langdurige Zorg bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), in een reactie op de verhalen van Victor van Dijk en Anja Swikker.

Marcelis Boereboom, Victor van Dijk en Anja Zwikkers

‘Het is, zoals Victor zei, inderdaad de kunst van het loslaten. Vertrouwen hebben dat het goedkomt en niet meteen in een kramp schieten als er ergens incidenteel eens iets misgaat. Dat geldt voor zorgorganisaties, maar dat geldt ook voor de overheid. Te lang hebben we gereageerd op incidenten door regels aan te passen en door nieuwe regels te lanceren. Den Haag moet niet alles regelen. Den Haag moet nu juist een bijdrage leveren aan het letterlijk ontregelen.’

Het Deense model

Victor van Dijk had op een andere manier toch nog wel zorgen over regels en regelgeving: ‘We krijgen steeds meer met gemeenten en andere samenwerkingspartners te maken. Voor ons, maar ook voor gemeenten staan er complexe vraagstukken voor de deur. In de plaats Hoorn zijn zeventig zorgaanbieders actief. Knoop dat maar eens netjes en zonder problemen aan elkaar vast. Ik heb daar zorgen over.’

Marcelis Boereboom kon zich dat voorstellen, maar kon niet nalaten om op de situatie in Denemarken in te zoomen: ‘Daar is de kanteling waar wij nu mee beginnen, al in 1992 gemaakt. In de Deense samenleving is het voor alle partijen gewoon geworden om iemand met problemen tegemoet te treden met de benadering van ‘U heeft een probleem. Weet u al hoe u dat gaat oplossen en als u bij dat zelf oplossen steun nodig hebt, hoe kunnen we u vanuit de gemeenschap daar bij helpen? Daar werkt die aanpak. Zonder overbodige regels en is het effectief.’

300 zorgorganisaties

Aan In voor zorg! doen inmiddels heel veel zorgorganisaties mee. Maar er zijn ook organisaties die In voor zorg! niet zo zien zitten, alhoewel ze er wel baat bij zouden kunnen hebben. Marcelis Boereboom zei daar 11 juni over: ‘We richten ons niet langer op organisaties die niet mee willen veranderen. We hebben nu via In voor zorg! 300 instellingen die de vruchten plukken van houdbare zorg en van een opzet die toekomstbestendig is. Op die 300 organisaties focussen we ons. Zij maken het verschil. Ik noem dit de coalitie van de goedgezinden.’

De wandelgangen

Het gonsde tijdens de koffiepauzes, de lunch en de borrel. Met gretigheid wisselden de congresgangers ervaringen uit over verwachtingen en ervaringen rond de nieuwe manier van werken.

deelnemers van het congres bijeen in de pauze

Centraal in de koffiegesprekken stond het grotere gemak waarmee je dingen kunt bereiken als je als medewerker zelf de touwtjes in handen hebt en als je de omgeving van de client een plek in het proces kunt geven. Twee willekeurige voorbeelden van wandelgangen-gesprekken: de familie-aanpak van de Regionale Stichting Zorgcentra de Kempen en de filosofie van Het Dorp van Careyn.

Verbinden in de Kempen

Sjanet Craens, teamleider zorg met verblijf bij van de Regionale Stichting Zorgcentra de Kempen (RSZK) in Noord-Brabant is trots op haar werk en dat wil ze anderen graag laten weten. Ze vertelt: ‘Twee maanden terug zijn wij samen met In voor zorg! gestart met een pilot op de locatie De Beukenlaan. Gaat om het leveren van zorg aan dementerende cliënten die intramuraal verblijven. Het bijzondere is dat het verschil tussen intramuraal en extramuraal wordt weggewerkt. Wat wel blijft, is een administratief verschil. Dat kan door de financiering niet anders.’

‘In onze aanpak speelt de familie de hoofdrol. De familie kent de cliënt het beste. Nog niet zo lang gelden hadden we multidisciplinair overleg met alleen medewerkers. Nu doen we dat overleg standaard met de familie erbij, En als het over somatiek gaat, is ook de cliënt zelf erbij. Die aanpak levert zoveel meer op.’ ‘Ik heb gemerkt dat je niet moet blijven hangen in ‘we hebben geen tijd en geen geld.’ Het zit vooral in hoe je met elkaar omgaat.’

Ze vervolgt: ‘We hebben sinds kort een duet-fiets. Dat is een gewone fiets in combinatie met een rolstoel aan de voorzijde. Die wordt vaak gebruikt. In het verzorgingshuis hebben we een meneer die al jaren niet bij zijn vrouw thuis is geweest. Hij kan niet tegen de taxi of een busrit. Maar de fiets bleek geen probleem. Iemand van de familie fietst en hijzelf zit voorin. Een paar maanden terug is hij op die manier voor het eerst zijn vrouw thuis weer gaan bezoeken. Fantastisch vond hij het. Die winst is niet in geld uit te drukken. Wel in gedrag. De meneer uit dit voorbeeld heeft aanzienlijk minder last van stress.’

Bij RSZK leggen ze dus op verschillend niveau verbindingen: tussen zorgsoorten en met de familie. Maar ook letterlijk per duet-fiets. Sjanet Craens ziet dit principe ook op een andere manier in haar organisatie terug. ‘Een paar jaar geleden zette de directie het strategisch beleid uit. Nu gaan we er met de hele organisatie en met alle niveaus een daglang over praten. En dan pas wordt de strategie vastgesteld. Dat voelt toch anders.’

Het Dorp van Careyn

Els van der Vlugt van Careyn geniet van het Omring-congres: ‘Zoveel energie en zoveel nieuwe initiatieven. Er is wel wat losgemaakt hoor met In voor zorg!’ Ook haar organisatie is volop bezig met vernieuwen. Careyn (vooral sterk in thuiszorg) staat op het punt kleinschalige thuiszorg organisatiebreed in te voeren. Diverse pilots wezen de afgelopen maanden uit dat Careyn op de goede weg is.

Els: ‘We gaan persoonlijke zorg en welzijn in de directe leefomgeving van de klant organiseren. Dus dichtbij en met oog voor de sociale context. Voor deze nieuwe aanpak kiezen we als metafoor Het Dorp.’ Niet zo gek natuurlijk. In een dorp kennen mensen elkaar en is de afstrand tussen mensen klein en de betrokkenheid groot. In Het Dorp is sprake van sociale samenhang en solidariteit: de mensen zijn bereid iets voor elkaar te doen. Dat indachtig trekt Careyn een brede kring om die lokale ‘zelfhulp’ te ondersteunen. Els: ‘We doen dat samen met anderen: mantelzorgers, vrijwilligers, huisartsen, verzekeraars, paramedici, welzijn, ziekenhuizen en woningcorporaties.’

Ze vervolgt: ‘We hebben een visie, een opleidingsplan en ervaring met pilots. Kijk vooral op de website van Hetdorp (externe link). Deze maand (juni 2012) starten 36 extramurale teams. Eind dit jaar moeten alle 200 teams kleinschalig werken. Volgende fase is dan dat ook de intramurale zorg van Careyn kiest voor kleinschaligheid en zelfsturing.’

Precies 21 workshops begeleidden dit verbindende congres. Twee impressies: een heel praktisch verhaal en een workshop waarin de deelnemers meedachten over nieuw beleid. Ofwel, de dementiezorgaanpak op Texel en voetangels & alternatieven voor een al te rigide minutenregistratie.

Dementie op Texel

Omring houdt graag de lijnen kort. Om daar sterker in te worden, heeft Omring diverse pilots opgestart om in de extramurale zorg slimme verbindingen te leggen en om tegelijkertijd zonder rompslomp de juiste ondersteuning te bieden. Een mooi voorbeeld van zo’n aanpak is op Texel te vinden, waar Omring twee jaar geleden een eerste DOT-Team opstartte. DOT staat voor Dementie Ondersteuning Thuiszorg. De Dot-teams bestaan uit bijgeschoolde ziekenverzorgenden en thuiszorgmedewerkers. Ze zijn ingesteld omdat de gewone thuiszorg te maken kreeg met een enorme toename aan dementerenden.

Briefje op de koffietafel

Ineke Zijm, verzorgende DOT-team: ‘We zagen dat dementerenden een beetje verdrinken. Er kwamen teveel verschillende mensen aan huis die bovendien niet goed met elkaar hadden afgestemd wat er gebeuren moest en hoe de aanpak was.’ Minder medewerkers, vaste gezichten, integraal samenwerken met andere partners op het eiland: dat waren sleutelwoorden.

Coördinerend verpleegkundige Jeanette ter Steege van het DOT-team: 'Het begon in 2010 met een briefje bij ons op de koffietafel: ‘Wie wil er in het nieuwe DOT-team werken, scholing wordt geregeld.’ Die brief was allesbepalend. Je werd niet aangewezen. Je dacht er over na en je meldde je aan. Klein, overzichtelijk en direct: dat sprak ons wel aan.’

Vertrouwen winnen

Het Texelse DOT-team werkt samen met de stichting Geriant. Geriant doet met vakspecialisten het onderzoek en de diagnose en stelt een plan op waarmee de cliënt zo lang mogelijk zelfstandig thuis kan blijven wonen. Geriant, het DOT-team, de huisarts, huishoudelijke zorg, dagopvang, GGZ, ziekenhuis in Den Helder en het CIZ: het is een soepel lopende keten zo blijkt. De sleutel is vertrouwen kweken. Het Texselse DOT-team vertelde 11 juni hoe gestaag aan dat vertrouwen bij cliënten werd gewerkt. Dat vertrouwen moet je winnen. Cliënten laten de buitenwereld vaak weten dat hulp niet nodig is en dat ondersteunende maatregelen niet op hen van toepassing zijn. De doorgewinterde DOT-ers van Omring herkennen dat en spelen er slim op in.

Jeanette ter Steege: ‘De cliënt beweegt zich in zijn dementie en het team beweegt mee. Mensen met dementie zijn vaak wantrouwig of zorgmijdend. Een verzorgende moet geduld hebben, langzaam het vertrouwen zien te winnen. Het kan weken duren voordat je iemand onder de douche krijgt.’ De teamleden werken in koppels, waardoor de dementerende twee vaste gezichten over de vloer krijgt. Het team krijgt daarbij letterlijk een gezicht voor de cliënten die moeite hebben om namen te onthouden. Jeanette: ‘Onze portretfoto’s kwamen op de zorgmap te staan.’

Kostenbesparing

Na Texel zijn in de kop van Noord-Holland meer van dit soort teams gestart. Ze bestaan steeds uit 12 tot 18 medewerkers die 30 tot 50 cliënten bijstaan. Inzet is om mensen met dementie door het geven van de juiste ondersteuning langer thuis te laten wonen. Het Texelse team berekende dat twee jaar zorg aan huis een fikse besparing oplevert in vergelijking tot de kosten die in een verpleeghuis moeten worden gemaakt. En dat is – behalve winst in kwaliteit van leven – toch ook het vermelden waard.

deelnemers aan het congres lopen langs het gebouw

Het hete hangijzer van de minutenregistratie

Zorgmedewerkers, instellingen en politieke partijen roepen regelmatig op om de minutenregistratie af te schaffen. Kan het anders? Zijn er alternatieven? Tegenstanders van het systeem vinden dat medewerkers zich meer met de zorg en minder met registratie moeten bezighouden. Voorstanders vinden het een prima middel waarmee de cliënt kan nagaan wat er geleverd wordt.

Het Ministerie van VWS zoekt al langere tijd naar alternatieven. Aangegeven is dat op de langere termijn voor de extramurale zorg EZP’s of resultaatfinanciering wel eens een betere optie kan zijn. Vooralsnog is de minutenregistratie actueel. Maar dat sluit niet uit dat in de tussentijd die minutenregistratie niet anders kan worden ingericht. Sanne Lubbers van het Ministerie van VWS leidde op 11 juni de workshop waarin deelnemers konden aangeven hoe de minutenregistratie anders en minder tijdrovend kan worden opgezet.

 ‘Uw input kan ik meenemen in een brief die ik voor de staatssecretaris aan het voorbereiden ben. In die brief komen voorstellen voor alternatieven voor de huidige manier van registeren. Nog voor de zomervakantie wil staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten hier iets mee doen.’ En dus werd dit een workshop waarvan de effecten op korte termijn terug te vinden kunnen zijn in concreet overheidsbeleid.

Misverstanden

Voor de intramurale zorg wordt gewerkt met zorgzwaartepaketten en is minutenregistratie niet noodzakelijk. Voor extramurale zorg is minutenregistratie nog wel nodig. De registratie bepaalt hoeveel geld een zorgorganisatie krijgt van het zorgkantoor. De registratie is ook van invloed op de eigen bijdrage van de cliënt. En de registratie is ook een basis voor de salarisadministratie van de zorgorganisatie. Nuttige informatie dus, maar dat wil niet zeggen dat de zorgverlener met een stopwatch naast het bed moet staan. Dat de zorgverlener van minuut tot minuut moet registreren hoeveel zorg wordt geleverd, berust op een misverstand. Toch is juist door de naamgeving ‘minutenregistratie’ ook wel te begrijpen hoe dat beeld is ontstaan.

Er zijn meer misverstanden. In de praktijk is minutenregistratie ook een instrument voor het management. Je kunt er organisatieprocessen mee beheersen, die dan vervolgens weer gecontroleerd moeten worden. Zo kan een op zichzelf goed verklaarbaar systeem langzaam maar zeker uitdijen naar iets waarvan de logica steeds lastiger aan te geven is.

Voor- en tegenstanders

 ‘Doe alle extramurale zorg in een persoonsgebonden budget en keer het uit zoals ook de kinderbijslag wordt uitgekeerd’, was één van de suggesties. ‘Waarom trekken we intramurale en extramurale financiering niet gewoon gelijk?’, wilde iemand anders weten. ‘Dat kan niet’, legde Sanne Lubbers uit. ‘Bij intramurale zorg kun je functies onderling uitwisselen en mag je de tijd over meer patiënten of onderdelen uitsmeren. Extramuraal luistert dat veel nauwer. Je mag de geleverde zorg niet tussen cliënten substitueren.’

Niet iedereen vindt dat minutenregistratie overboord moet worden gezet. ‘Ik spreek met cliënten die zeggen dat het ze meevalt en dat het een goed systeem is waarmee je als cliënt kunt nagaan of je alleen betaalt voor de zorg die je ook echt hebt gekregen’, aldus een workshopdeelnemer. Anja van der Meulen van Zorggroep Meander in Veendam: ‘Wij doen een proef met Menzis, waarbij de wijkverpleegkundige de indicaties doet en het zorgplan vaststelt. Op de gerealiseerde planning word je afgerekend. Op deze manier is er niets mis met het registreren van tijd. Klanten vinden het fijn.’

Een spontane enquête tijdens de workshop leerde dat iets minder dan de helft van de aanwezigen er voorstander van is om de huidige minutenregistratie in één klap om te zetten naar een alternatief systeem. Iets meer dan de helft ziet meer in een geleidelijke verandering, waarbij aan de hand van inzicht en ervaring wordt toegewerkt naar een systeem dat beter bevalt.

Het brede pakket

Sommigen willen het liefst maar meteen doorschakelen. Niet gaan sleutelen aan de bestaande minutenregistratie, maar zo snel mogelijk overstappen op een systeem van extramurale zorgpakketten. Workshopdeelnemer Anton van Aart: ‘Dan heb je een breed pakket waarin zorgverlener en cliënt de ruimte hebben om samen te bepalen wat goed is om te doen.’

Gespreksleider Sanne Lubbers wees op haken en ogen voor de korte termijn: ‘Er gaat nu veel uit het extramurale deel naar gemeenten en verzekeraars. Zolang daarover nog details onduidelijk zijn, is het lastig om te bepalen wat je al dan niet in zo’n extramuraal pakket stopt.’

Anton van Aart: ‘Laat onverlet dat een op functies gebouwd systeem zoals de minutenregistratie gebaseerd is op wantrouwen.’ Jorim den Hertog van Osira Amstelring wees op een ander voordeel van de brede aanpak: ‘Als je werkt met een breed pakket, is het een kwestie van bepalen hoeveel je ongeveer nodig hebt. Soms heb je pech en lever je meer zorg dan is ingeschat, de andere maand is het misschien weer wat minder, maar gemiddeld genomen zit je goed.’

Functies als complicerende factor

Voor verschillende geïndiceerde functies gelden verschillende tarieven. De minutenregistratie moet met deze functies rekening houden. In de beleving van enkele workshopdeelnemers is dit type functies hiermee een complicerende factor geworden die niet onmiddellijk verband houdt met kwaliteit van de geleverde zorg.  ‘Zo’n functie zegt eigenlijk niets’, vond een deelnemer. ‘Je wilt weten of iemand z’n medicijnen die dag wel heeft geslikt en of iemand naar het toilet is geweest. De functieregistratie zegt daar niets over. Alleen in de relatie cliënt/zorgverlener kan worden bepaald hoe redelijk de geleverde extramurale zorg is. Werken met een afgesproken budget is beter.’

Staar je je dan niet blind op de hoogte van het budget?, wilde een collega weten. De reactie: ‘Ik geloof er niks van. Als de cliënt en de zorgverlener weten hoeveel zorg er binnen een bepaald budget kan worden geleverd, is dat juist goed voor het bewustzijn. Dan ga je met elkaar in gesprek wat er wel en wat er niet kan worden gedaan.’

De rol van de accountant

En dan is er nog de rol van de accountant. ‘De accountant staat op inzage in de  minutenregistratie’, meldde één van de aanwezigen. Sanne Lubbers was daar verbaasd over. ‘De accountant wil gedetailleerd kunnen controleren wat er financieel is afgesproken in de organisatie. De minutenregistratie is zo’n afspraak en dus vindt de accountant inzage in die registratie relevant’, lichtte de deelnemer toe. Kortom een interessant bij-effect van de registratie: nooit op die manier gewild door het ministerie, maar in de praktijk van de bedrijfsvoering en de controles daarop wel vergroeid tot iets waarvan – zo lijkt het – niet kan worden afgeweken.

Hoe verder?

Landelijk zijn er meer ervaringen met het hanteerbaar houden van de minutenregistratie. Zoals de PDA en een kastje bij de deur van de cliënt waar de zorgverlener bij binnenkomst de telefoon langs haalt en dat ook doet bij het verlaten van de woning van de cliënt. Zorgkompas heeft hier ervaring mee. Maar er kan ook voor gekozen worden om de zorgtijd af te leiden uit de planning of een zorgarrangement, zoals Rivas doet. Het uitgangspunt is dan dat de planning of het zorgarrangement gelijk is aan de realisatie.
Met dit soort ervaringen, de eerste ideeën en leerpunten uit het experiment ‘Regelarm’, de meldingen, zoals binnengekomen bij het meldpunt minutenregistratie èn met de input uit de workshop op 11 juni in Zaanstad wil de staatsecretaris nog deze zomer tot een ontwerp komen dat als landelijk model kan dienen voor de tijdregistratie.

deelnemers aan het congres om ronde tafel met elkaar in gesprek

Meer dan 500 mensen hebben deze dag ideeën en ervaringen uitgewisseld, van elkaar geleerd, en elkaar geïnspireerd. Hiermee is het congres erg geslaagd te noemen en is een belangrijke doelstelling van de dag en het programma gehaald.

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg