invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

'Houd het klein': verslag congres In voor zorg! Thuis

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Zo’n 800 deelnemers kwamen 10 december 2012 naar Nieuwegein voor het congres ‘In voor zorg! Thuis’ over kleinschalige thuiszorg. Careyn was de gastheer. Met het concept van ‘Het Dorp’ heeft deze organisatie grote stappen gezet in het klein houden van de thuiszorg.

Ook staatssecretaris Martin van Rijn van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) kwam naar Nieuwegein en onderstreepte daarmee het belang van de beweging.

Aan het eind van het verslag vindt u een link naar de presentaties.

Toevalstreffers

Kleinschalige thuiszorg wordt steeds gewoner. Maar nog lang niet iedereen doorgrondt de consequenties van klein werken. En – sterker nog – soms zijn het toevalstreffers waardoor iemand het voordeel van kleinschalig werken ‘ontdekt’. Dat gold ook voor bestuursvoorzitter Ton van Overbeek van Careyn die een tijd terug de overstap maakte van Daf Trucks naar de zorg. In een middag-workshop vertelt hij: 'Net als bij Daf Trucks was de zorg een fabrieksmatig proces. Ik vond dat niet zo gek. Tot mijn moeder en schoonmoeder ziek werden. Toen ontdekte ik dat we de zorg teveel hebben gespecialiseerd en geïnstitutionaliseerd. Dat moest anders. Goede zorg heeft de schaal van een klein dorp.'

Niet alle zorgorganisaties hebben de stap naar eigen regie en kleinschaligheid al gezet. Aline Beernink van Livio Thuiszorg uit Enschede: 'Wij gaan in januari 2013 kleinschalig werken invoeren, maar ik vind het allemaal nog zo vaag en ingewikkeld. Waar begin je? En wat spreek je nu precies af met andere partijen?'

De boel uit elkaar trekken

De Schiedamse wijkverpleegkundige Diana Plein heeft de omslag van fabrieksmatige zorg naar ‘Dorp-zorg’ meegemaakt. 'We hadden het altijd maar druk zonder dat je het gevoel had dat je wat bereikte.' Daar zit het cruciale verschil. Op dorpsniveau zijn de lijnen kort. Een klein clubje werkt integraal en respecteert elkaar. 'Alles gaat veel sneller en de cliënt heeft het gevoel weer te worden gehoord.' Hoe vanzelfsprekend kleinschalig werken ook lijkt, de omslag blijft in de praktijk moeilijk genoeg. Diana Plein: 'Teruggaan naar kleine teams was het lastigste. Je hebt het gevoel dat je de boel uit elkaar trekt.

We moesten ons vertrouwde team in 3 kleine teams opsplitsen. Daardoor moest ook de deskundigheid over 3 teams worden verdeeld. En terwijl het opgesplitst en kleiner was geworden en je als klein team veel meer zelf moest regelen, moesten ondertussen de klanten je ook nog weten te vinden.' Diana Plein benadrukt de nieuwe verhouding met de huisartsen. 'De huisarts was voorheen vaak niet te bereiken op het moment dat je hem nodig had. Bovendien werd je niet altijd serieus genomen door de artsen. Nu is dat anders. We hebben ervoor gezorgd dat artsen weten wat wíj doen in plaats van andersom.'

Diana Plein in gesprek tijdens de plenaire discussie

Hulptroepen waren hard nodig

Geert van Rooij is zo’n huisarts. Hij werkt al sinds 2003 met wijkverpleegkundigen in zijn Schiedamse praktijk. 'Wij werken in een achterstandswijk. De dagelijkse realiteit dwong af dat wij over de schutting heen gingen kijken. Hulptroepen waren hard nodig. Anders kregen we het niet gebogen.' Deze huisarts vond in Careyn een bestuurlijke partner om kleinschalig, integraal werken meer body te geven. Maar ‘meer body’ wil ook zeggen: klein houden.

Geert van Rooij: '10 tot 20 zorgverleners per buurt, dat is de kritische grens. Als het er meer worden, is het niet meer goed te dealen.' Parallel aan klein houden is zelfwerkzaamheid van de cliënt een voorwaarde. De huisarts: 'Je schrijft dus maximaal 4 fysio-behandelingen voor en niet een oeverloze reeks van massages. De cliënt moet zelf aan de slag met z’n herstel.'

Cijfers die voor zich spreken

Met casemanagement en delegeren kun je tastbare resultaten boeken, bewijst de samenwerking van de Schiedamse huisartsenpraktijk en Careyn. Geert van Rooij: 'We verwijzen nu 12% minder mensen naar de tweede lijn dan een paar jaar geleden.' Hij vervolgt: '65-plussers die in ziekenhuis moeten worden opgenomen, worden bij ons door wijkverpleegkundigen zowel thuis als in het ziekenhuis opgezocht. De gemiddelde huisarts in Nederland komt daar echt niet aan toe. Nog iets. We hebben uitgerekend dat het goed begeleiden van een dementerende bejaarde per jaar 152 verpleeghuisdagen scheelt.'

En ondertussen komt in de Schiedamse situatie de huisarts meer toe aan de essentie van zijn werk. 'Die essentie is dus niet het klaarzetten van pillen, zoals nog vaak gebeurt. Het zit ‘m in het doen van de consulten waar je deskundigheid als huisarts echt nodig is en het delegeren van de andere consulten. In Nederland doet de gemiddelde huisarts 70% van de consulten zelf. Bij ons is dat nog maar 30 tot 40%. De rest is gedelegeerd', aldus Van Rooij.

Rol van de gemeente

In het krachtenspel van kleinschalige thuiszorg, kwam 10 december 2012 regelmatig de rol van de gemeenten ter sprake. Wijkverpleegkundige Diana Plein ziet hobbels: 'Careyn gaat in 2013 integraal indiceren. Zelf indiceren dus. Dat neemt een stuk frustratie weg. Maar als de gemeente meer verantwoordelijk wordt en door de gemeenten aangewezen huishoudelijk medewerkers voor cliënten het 1e contact worden, kunnen we een stukje vroegsignalering gaan missen. Dat kan dan problemen opleveren in de afstemming van de zorg.'

Ton van Overbeek trekt het breder: 'De gemeente krijgt de regie, maar op dit moment is het gebied vaak nog onbekend en moeten we de gemeente de benodigde kennis wel aanreiken. Tweede beweging is dat gemeenten en zorgverzekeraars nu snel afspraken met elkaar moeten gaan maken.' Elke Louwers van de gemeente Kaag en Braassem vond dat de gemeente daarmee te passief werd neergezet: 'Bij participatie past niet om steeds te zeggen dat gemeenten zo lastig zijn. Wij in Kaag en Braassem doen niets anders dan aan het veld trekken. En wat die verzekeraars betreft, het is ronduit lastig om ze erbij te betrekken.'

Ton van Overbeek in discussie

Buurtmeester is goud waard

Deelnemers wezen 10 december 2012 ook herhaaldelijk op de rol van corporaties en de brede kennis van huismeesters die essentieel is voor de integrale teams op buurtniveau. Wijkverpleegkundige Wendy van Kalmthout-Goorden kan er over meepraten: 'Ik kreeg een tijdje geleden te horen dat iemand aan alcohol was verslaafd en psychische problemen had. Ik was op weg naar deze mevrouw, toen ik de buurtmeester passeerde van de flat waar zij woonde. We raakten aan de praat. Van hem hoorde ik dat er al 6 instanties over de vloer waren geweest. Die hadden allemaal wel iets gedaan, maar besloten daarna allemaal af te wachten hoe het verder ging. Hij wees me ook nog op 2 buren iets verderop die aan drugs waren verslaafd. Laat die 2 geen misbruik maken van de zwakke positie van jouw cliënt, was zijn boodschap. Die huismeester was goud waard. Ik ben daarna naar instanties gaan rondbellen. Het bleek dat de huisarts nog helemaal van niets wist.'

Gezondste gemeente van Nederland

Careyn rolt Het Dorp nu over haar werkgebied uit. Ton van Overbeek: 'Van Vinkeveen tot Baarle Nassau.' Elders gebeurt natuurlijk ook veel op dit gebied. Dan heet het niet ‘Het Dorp’, maar weer net iets anders. De principes wijken zelden veel van elkaar af. In de gemeente Wijchen zijn ze in dit verband wel heel ambitieus. 'Wijchen is over 5 jaar de gezondste gemeente van Nederland', riep de Wijchense huisarts Joop de Vette uit tijdens een workshop waar de Wijchense aanpak uiteen werd gezet. Huisarts De Vette werkt in zijn streven samen met de ZZG Zorggroep. Maar ook de gemeente zelf en andere partners haken aan. Het basisprincipe is opmerkelijk.

Joop de Vette: 'Zorg dat je een perspectief bent. Dus niet dat je een perspectief hebt, maar dat je er één bènt.' Gebiedsdirecteur Hans Vos van de ZZG Zorggroep: 'Het heeft allemaal te maken met wat wij noemen het evolutionair perspectief'. Hij bedoelt ermee dat je je niet vastbijt in je eigen kaders, maar oog hebt voor het feit dat alles doorlopend in ontwikkeling is en dat je door open te staan voor anderen heel nieuwe keuzes gaat maken. In  de kleine gemeente Wijchen heeft dat inmiddels geleid tot 3 centra: een leefstijlcentrum (gebaseerd op empowerment), een eerstelijnscentrum en een diagnosecentrum. Leefstijl en preventie zijn in Wijchen fundamenten van de nieuwe zorgvisie.

Een perspectief zijn

Hans Vos: 'Het is een paradigmashift. We creëren nieuwe waarden.' Yolande van den Brink van het project Zichtbare Schakels Rotterdam plaatste vraagtekens. 'Jullie hebben mooi praten, maar jullie zitten in Wijchen en ik in Rotterdam. Ik ben alleen al een half jaar bezig om binnen mijn team een wijkverpleegkundige erbij te krijgen. Laat staan dat ik de gemeente en andere partijen naar een evolutionair perspectief weet te krijgen. Ze zien me aankomen.' Hans Vos en Joop de Vette bezworen haar dat het ook in Rotterdam kan.

Hans: 'Het kost alleen tijd.' Joop de Vette: 'Ook wij hadden oorlog in de tent toen wij andere huisartsen een nieuwe manier van werken voorstelden.' Waar Hans Vos en Joop de Vette de aansluiting met Yolande van den Brink en anderen miste, had dat vooral te maken met het brede filosofische betoog tijdens de workshop, want per saldo houden ze ook in Wijchen van klein en praktisch. 'Hoe meetbaar is het wat je daar in Wijchen doet?', wilde iemand nog weten. Joop de Vette: 'Meetbaar zijn is echt iets van de oude cultuur. Het nieuwe geld komt achter de zorg aan.'

Concrete handvatten

Elders waren in Nieuwegein op 10 december 2012 overigens ook workshops die zeer concrete handvatten boden. Zoals ‘Het Spel’ bijvoorbeeld: een spel zonder gebruiksaanwijzingen, ontwikkeld door Careyn, waarmee je spelenderwijs leert hoe je anderen mee kunt krijgen in het kleinschalige, buurtgerichte werken. Ideaal voor Aline Beernink van Livio Thuiszorg en haar Enschedese collega’s die zich eerder die dag afvroegen welke concrete stappen je kunt nemen als je kleinschalig wilt gaan werken. De website van Het Dorp (externe link) geeft in dit verband een reeks nuttige handreikingen.

Vele kleine Careyntjes

Het ging op tijdens het In voor zorg-congres om de details en de uitwerking. Mensen overtuigen dat kleinschaligheid en zelfwerkzaamheid de juiste oplossing is, was echt niet nodig. Hoewel? Congres-deelnemer Arjen Gelre wist het zeker: 'Zelfredzaamheid leidt tot tweedeling in de zorg. Mensen gaan thuis verpieteren.'

staatssecretaris tijdens de plenaire discussie

Staatssecretaris Martin van Rijn pakte de handschoen op: 'Als we nu de organisatie van de zorg niet aanpakken, is het eerder andersom. We moeten ècht naar maatwerk, naar een nieuwe balans. Mèt zelfredzaamheid. Dan pas komt de ziel weer in de zorg.' Ton van Overbeek: 'We gaan van verzorging naar participatie. Dat staat voor ons op dit congres wel vast. Alleen weet 98% van de burgers dit nog niet.' Die omslag van verzorging naar participatie kan ingrijpende gevolgen hebben voor grote zorgorganisaties zoals Careyn. Ton van Overbeek: 'Als je het mensen mogelijk maakt om initiatief te nemen in de organisatie van de zorg, kan dat ertoe leiden dat we veel kleine Careyntjes krijgen die dan door burgers worden bestuurd. Dat is eerlijk gezegd mijn ideaal.'

Verslag door Rob van Es.

Meer weten

Tools

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg