invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Het afscheid als nieuw begin

Gepubliceerd op:

Met het eindcongres op 19 april namen ruim duizend bezoekers afscheid van het programma In voor zorg! Maar het gedachtegoed van dit op samenwerken en leren van elkaar gebaseerde programma leeft voort. ‘De langdurige zorg beter maken doe je met elkaar’, zei demissionair staatssecretaris Martin van Rijn. Met In voor zorg! is een stevige basis gelegd voor het voortduren van die samenwerking.

Meerwaarde

De sessie die tijdens het eindcongres van In voor zorg! veruit de meeste toehoorders trok, was het gesprek van demissionair staatssecretaris Martin van Rijn van VWS met vier bestuurders uit de zorg. Bestuurders met heel verschillende achtergronden: Ruud Rutten (nu Tactus maar in het verleden Thuiszorg Rotterdam), Ella van Lingen (nu Reinaerde maar toen Vitras/CMD), Erik Hisgen (Amstelring) en Rob de Jong (Pluryn). Maar over één ding waren ze het allemaal eens, namelijk hoe het programma In voor zorg! de organisaties waar ze werken of in het verleden werkten heeft geholpen om de verandertrajecten in gang te zetten die daar nodig waren.

Om die hulp te krijgen in de tijd dat hij nog bestuurder was van Thuiszorg Rotterdam, stuurde Hisgen een brief naar VWS met een inhoud die kort gezegd neerkwam op de boodschap “Help”. ‘In voor zorg! voorzag in die hulp’, vertelde hij. En die hulp nam hij met beide handen aan, al merkte hij wel dat de scan die nodig was om te bezien hoe de organisatie ervoor stond – en of die wel levensvatbaar genoeg was om geholpen te worden – erg confronterend was. Ook was het even slikken bij het besef dat de organisatie de geboden hulp moest terugbetalen aan het ministerie als ze zich niet aan de afgesproken veranderplannen hield. Maar hij besloot de stap te zetten en was daar achteraf blij mee.

Hetzelfde gold voor Van Lingen. ‘We waren als organisatie losgeraakt van de visie op de cliënt en hadden de behoefte terug te keren naar de kern, maar geld voor ontwikkeling ontbrak. In voor zorg! kwam dus op een goed moment. Ook wij vonden de scan spannend. Maar het feit dat je op basis van de uitkomst ervan een verandering kon vormgeven maakte dat het behalve een confrontatie ook een uitdaging werd. Maar inderdaad: je moest wel serieus afwegen of je het kon waarmaken.’

Rutten heeft voor Tactus, actief in de verslavingszorg, ook de meerwaarde van het In voor zorg-programma ervaren. ‘Het is een cadeautje om mensen van buitenaf te hebben die meekijken en meedenken als je organisatie een majeure verandering ondergaat’, zei hij. En dat deed Tactus zeker, want het nam in een jaar tijd afscheid van 30 procent van zijn medewerkers op het niveau van beleidsafdeling en management.

Spannend voor VWS

Ook voor het ministerie van VWS was het programma spannend, memoreerde Van Rijn. ‘De tijd van beleid maken vanuit de ivoren toren lag al lang achter ons toen mijn voorganger met het programma startte’, zei hij. ‘De opzet van het programma was dus wel logisch. Dit neemt niet weg dat het proces van verandering in de langdurige zorg dat ermee moest worden bewerkstelligd moeilijk en niet altijd leuk was. Je hebt als zorgaanbieder een gebouw, een organisatie, een organisatiestructuur en cliënten en dat moet je allemaal ter discussie durven stellen. Zelf als zorgorganisatie het voortouw nemen om die verandering vorm te geven vereist lef. En het leidde ertoe dat wij als ministerie ook kritisch naar onze eigen rol moesten gaan kijken. Als je regels en je beleid belemmerend zijn voor de innovatie in de langdurige zorg die je wel nodig vind, dan moet je daar echt wat mee.’

Heeft dit tot de gedachte geleid dat VWS zelf ook een In voor zorg-achtig traject zou moeten doorlopen? Binnen VWS bestaan wel projecten die erop lijken, stelde Van Rijn. ‘We hebben heel veel overleg met de partijen in het veld’, zei hij, ‘omdat we willen weten wat ons beleid betekent voor de mensen op de werkvloer. De praktijkgerichtheid van In voor zorg! heeft zeker geholpen om ook de praktijkgerichtheid van ons ministerie te versterken.’

gesprek staatssecretaris van Rijn

Kennis delen

De Jong merkte op hoe mooi hij het vond dat het programma gericht was op het delen van kennis en ervaringen. ‘Wij wilden het vooral benutten om een continue cultuur van innovatie te creëren’, zei hij. Zo was het ook bedoeld, reageerde Van Rijn. ‘Het mooiste is natuurlijk als het een aanzet geeft tot continue vernieuwing. We hebben weliswaar een systeem opgezet, maar de samenleving verandert. Als je daar te laat op inspeelt, gaat dat heel schoksgewijs en dat wil je niet.’

Van Lingen: ‘Toen In voor zorg! begon, was de gekozen opzet van het programma – met de gedachte dat het een impuls kon bieden aan voortdurende vernieuwing – behoorlijk nieuw. Het is goed dat die aanpak is gekozen, want die gaat ons als sector de komende jaren zeker verder helpen.’ Het was in eerste instantie echter niet vanzelfsprekend dat die cultuur van leren van elkaar als basis voor continue vernieuwing zou ontstaan, stelde Hisgen. ‘Delen was verre van vanzelfsprekend in de marktwerking die toen inmiddels in de zorg was ontstaan’, zegt hij. ‘Inmiddels is dat gelukkig veel gemakkelijker geworden.’ Maar goed ook, vulde Rutten aan. ‘Als individuele organisaties hebben we tegenwoordig niet meer de menskracht en de middelen om innovatie vorm te geven. We hebben daarvoor elkaar nodig.’ En dan doen je ook wat je cliënten van je verwachten, stelde Van Lingen. ‘Zorg is geen doel maar een middel om het beste uit jezelf te halen. En dat doe je het best in duurzame circuits die jouw organisatie overstijgen, want dan komt wat je doet ten goede aan de samenleving als geheel.’

De cliënten betrekken

Van Rijn benadrukte dat het erom gaat bij de verandering die in gang is gezet de cliënt te betrekken. ‘Daar zijn heel verschillende methoden voor’, zei hij, ‘van zorgplannen voor individuele cliënten tot programma’s om vrijwilligers en mantelzorgers te betrekken. In de werkbezoeken die ik doe vind ik het altijd heel inspirerend om te zien hoe zorgaanbieders hier op een vernieuwende manier mee omgaan. Daarbij helpt het als ze ook in andere organisaties kunnen kijken om te zien hoe die met die cliëntparticipatie omgaan.’

Rutten: ‘De cliënten zitten nu al veel dichter op het proces dan eerder het geval was. Inspraak en participatie nemen op alle niveaus toe en dat wordt ieder jaar sterker.’ De vraag is wat dit betekent voor de toekomst van cliëntenraden. Hisgen stelde dat in zijn organisatie al wordt gediscussieerd over de overgang naar participatieraden. Van Lingen zei cliëntenraden als een middel te zien en niet als een doel. ‘Als er veel betrokkenheid en inspraak zijn, wat is dan nog de meerwaarde van een formele cliëntenraad?’, was de vraag die ze opwierp. Van Rijn knikte. ‘De invloed van cliënten gaat zeker toenemen’, zei hij, ‘in welke vorm dan ook.’

panelgesprek

Trots uitstralen

Van Rijn hechtte er belang aan te benadrukken hoe trots de aanbieders in de langdurige zorg op zichzelf mogen zijn. ‘De sector heeft die zorg nodig en verdient die ook’, zei hij. ‘En In voor zorg! is een stimulans geweest om die trots uit te dragen.’ Hij zei te betreuren dat de buitenwereld soms nog een ander beeld schetst van de langdurige zorg. ‘Natuurlijk moeten we aandacht hebben voor de dingen die niet goed gaan’, zei hij, ‘maar de impuls voor vernieuwing begint met trots zijn op het werk dat je doet.’

Die trots zou zelfs heel vanzelfsprekend moeten zijn, vond De Jong. ‘Kijk eens naar wat we de afgelopen jaren al hebben bereikt’, zei hij. ‘Na de transitie hebben we enorme stappen gezet om op lokaal niveau heel veel nieuwe initiatieven te laten ontstaan.’ In voor zorg! was daarin een belangrijke katalysator geweest, vonden allen. Zou er geen nieuw programma moeten komen? ‘Dat moet eigenlijk wel’, gaf Van Rijn toe. ‘We zijn al bezig met kwaliteitsprogramma’s maar er moet zeker ook een stimulans zijn om te zorgen dat de lokale vernieuwingen die zich nu overal aftekenen landelijk gedeeld worden, zodat aanbieders kunnen leren van elkaar. We zijn op het departement ook aan het discussiëren over de vraag hoe we dit kunnen aanpakken.’

Iemand uit de zaal wilde weten of ook onderwijs en onderzoek een vaste plaats kunnen krijgen in die vernieuwing, om te bewerkstelligen dat jonge mensen zich ook aangetrokken voelen tot de langdurige zorg. Van Rijn: ‘Ons ministerie is meer dan ooit in gesprek met onze collega’s van onderwijs om te bespreken wat de ontwikkelingen in de zorg moeten betekenen voor de curricula en om te bekijken hoe we de praktijk en de opleidingen met elkaar kunnen verbinden.’

Kortom, In voor zorg! is afgelopen maar niet voorbij. Toen Van Rijn voorafgaand aan het tafelgesprek de eindpublicatie en het evaluatieonderzoek in ontvangst nam, zei hij in zijn dankwoord: ‘Ik ontvang niet vaak rapporten waarin staat “Wat is het goed gegaan”. Dit rapport zegt dat wel en dat is vooral een compliment aan het veld omdat het heeft samengewerkt om de zorg beter te maken. Er is maar één manier om de langdurige zorg beter te maken en dat is met elkaar.’

Verslag door Frank van Wijck

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg