invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Zorgaccent blijft inzetten op beeldbellen: 'Het is een kwestie van doen'

Gepubliceerd op:

“Nog even en onze cliënten vragen zelf om zorgcontact via een tablet”, stelt Erik Vuurboom, directeur Thuiszorg bij ZorgAccent. “We willen klaar zijn voor deze toekomstige klanten.” Wijkverpleegkundige Berna von Piekartz ervaart dat ze met beeldbellen de zelfredzaamheid van haar cliënten verhoogt. “Daarbij ondersteun je iemand en dat vind ik leuk.”

Toch stagneert de landelijke intrede van beeldschermzorg in de care, volgens de jaarlijkse eHealth-monitor van NIVEL en Nictiz. De onderzoeksinstituten adviseren meer aandacht voor de sociale factoren rond de technologie, voor de interactie tussen zorgverlener en zorggebruiker bijvoorbeeld. En binnen zorginstellingen is behoefte aan meer kennisdeling, aan de kans om te oefenen en aan zichtbare resultaten. Managers ervaren weerstand onder hun medewerkers en zien dat als een belemmering. Els Overweg, zelf werkzaam in de wijk, komt die argwaan ook wel tegen bij collega’s: “Waar is het goed voor? Ik wil er gewoon heen! En straks ben ik mijn baan kwijt…”, citeert ze.

Verleiden

Tegen deze tegenwind in gaat ZorgAccent ambitieus voort op de ingeslagen weg van het beeldbellen. “We moeten onze medewerkers binnen de zelfsturende teams daar wel echt toe verleiden”, legt Vuurboom uit. “We voeren hier niets meer van bovenaf in, de teams zijn vrij in hun manier van zorg aanbieden. Met of zonder beeldbellen - daar ga ik niet over.” Joyce Koster is lid van de Werkgroep Zorgtechnologie en werkt al enkele jaren actief aan het In voor zorg-traject ‘Beeldzorg’. Ze vertelt dat ze binnenkort teamleden gaat uitnodigen voor een bijeenkomst. “We zullen dan veel aandacht besteden aan wat de collega’s in de zorgteams écht willen. Van onze kant wijzen we op de mogelijkheden op technologisch gebied. Elk team heeft de mogelijkheid een zorginnovator aan te wijzen, die zou wellicht een rol richting beeldbellen kunnen nemen. Ook hebben we beeldzorg opgenomen in onze leeromgeving. En we vertellen natuurlijk hoe enthousiast een aantal teams en cliënten inmiddels is.” Koster benadrukt: “Maar de enige manier om collega’s écht te overtuigen van de meerwaarde van beeldzorg, is door het hen te laten ervaren. Dat helpt mensen over de drempel. Gewoon dóen!”

Generatiekloof?

Medewerkers geven wel eens aan dat ‘hun cliënten die nieuwe techniek niet meer aankunnen’. “Maar het is geen kwestie van leeftijd, het gaat erom of je het leuk vindt”, stelt Els Overweg. Ze merkt juist dat cliënten sneller met de app leren omgaan dan de wijkverpleegkundigen die het voor het werk moeten leren, tussen alle drukte door. Want veel cliënten hebben alle tijd en kunnen zich er rustig in verdiepen. Of oudere collega’s minder gauw overgaan tot beeldbellen dan jongere? Overweg: “Nee, dat denk ik ook niet. Wél zijn oudere medewerkers waarschijnlijk eerder geneigd om altijd en overal ‘warme zorg’ te willen blijven bieden. Zij hebben het gevoel dat ze eigenlijk in alle gevallen naar de cliënt toe moeten. Daarin zou het generatieverschil wél een rol kunnen spelen. Bij jongere mensen is eigentijdse communicatie immers al helemaal ingeburgerd.”

Triggeren

Een manier om cliënten en collega’s te triggeren is door hen via Facetime te laten communiceren met (klein)kinderen die ver weg op vakantie zijn. Els Overweg: “Dan ervaren ze hoe leuk en eenvoudig het eigenlijk is.” Ook onderling binnen het team communiceren via de app werkt drempelverlagend: “Het is veel minder storend als je bij het openen van je tablet een berichtje van een collega ziet dan dat je elkaar steeds moet bellen of appen. En die tablet maak je toch bij elke cliënt open voor het zorgplan. Ook maken we gebruik van Facetime voor het controleren van elkaars insulinepennen. Cliënten vinden het over het algemeen leuk om over je schouder mee te kijken. Zo gaat de gewenning vanzelf.”

Niet vanzelf

Joyce Koster vindt dat de implementatie van beeldbellen bepaald niet vanzelf gaat. Ze herinnert zich hoe veel medewerkers waren afgekomen op de ‘aftrap’ in 2014. En hoe enthousiast die waren. “Je zou toen hebben kunnen denken dat de implementatie snel en eenvoudig zou volgen. Maar dat valt tegen. Onze les is dat we het onze mensen zo gemakkelijk mogelijk moeten maken. Nóg gemakkelijker. We moeten het proces maximaal faciliteren.” Els vindt dat er ook wat van de medewerkers zelf mag worden verwacht “Soms is iemand onbereikbaar omdat het bij het installeren van de app al mis is gegaan. Dat kun je ondervangen als je binnen een team eens met elkaar gaat beeldbellen, al is het maar om te oefenen.” Joyce stelt dat de vaste gewoonten binnen teams ook een rol kunnen spelen: “Het kan geen kwaad af en toe eens van team te wisselen.”

Beeldbellen brengt rust

Binnen welk team je als wijkverpleegkundige ook werkt, de gemiddelde zorgvraag is een andere dan 10, 20 jaar geleden. Cliënten gaan eerder met ontslag uit het ziekenhuis en worden in een latere fase dan vroeger opgenomen in een verpleeghuis. De zorg in de wijk is complexer geworden, vergt meer handelingen en kent minder controlemomenten. Toch biedt beeldzorg regelmatig een oplossing: “Veel zorgmomenten vallen ongeveer tegelijk. Als je dan buitenaf werkt, is het stressen om alle cliënten op tijd hun medicatie te kunnen geven. Het brengt rust als je dan even vanachter de Ipad enkele mensen direct na elkaar kunt begeleiden”, schetst Joyce. Erik Vuurboom vult aan dat het bellen wel degelijk ook een sociaal effect heeft.

Niet óf-óf, maar én-én

Soms vergt doelmatige beeldzorg in de wijk een creatieve aanpak. “In het buitengebied haperen de verbindingen nog wel eens. Als je dan stap voor stap je cliënt door een bepaalde handeling moet heen loodsen, is dat lastig. Je kunt dan zo’n lange lijst met instructies op een simpel A-4tje naast de Ipad van iemand leggen. Dan beperk je de tijd waarin eventuele storingen kunnen optreden”, vertelt Els. Collega Berna benadrukt nogmaals het belang van het dóen: “We moeten vaker met elkaar meelopen, van elkaar leren. Dan blijkt het alles mee te vallen en gaan we er het belang van inzien.” Erik Vuurboom besluit: “We moeten de meerwaarde van het beeldbellen voor cliënten beter met elkaar delen. En steeds beseffen dat het niet óf technologie óf warme zorg is. Het is én-én.”

Interview door Linda van Ingen

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg