invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Meten en monitoren: Wat levert sociaal werk op?

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Het zichtbaar maken van de effecten van sociaal werk wordt steeds belangrijker. Gemeenten willen grip krijgen op het effect van hun sociaal beleid, een groot deel van het gemeentelijke budget gaat hier immers naartoe. Opdrachtgevers willen steeds meer het effect van geleverde zorg en ondersteuning weten, daar waar zij voorheen vooral geïnteresseerd waren in het bereik. Hierbij gaat het alleen om het aantal cliënten, het aantal geleverde diensten of het aantal bijeenkomsten, zonder dat naar de effecten werd gekeken. Niet alleen opdrachtgevers, ook de organisaties voor sociaal werk willen graag intern en aan de buitenwereld kunnen laten zien wat hun activiteiten opleveren.

Om effecten zichtbaar te maken moet informatie worden verzameld, er moet worden gemeten en gemonitord. Hiermee heeft men in de zorg en welzijnssector over het algemeen geen positieve associaties; extra werk, administratieve lasten verantwoording en controle. Toch is één van de geleerde lessen van de Thematranche Welzijn dat het meten en monitoren van effecten verrassend veel oplevert.

In de Thematranche Welzijn hebben we dan ook een aantal belangrijke lessen geleerd over meten en monitoren. Hieronder vindt u ze op een rijtje:

1. Maak onderscheid tussen resultaat en effect en gebruik effectindicatoren als kompas

In de verandertrajecten van In voor zorg! speelt het meten en monitoren altijd een belangrijke rol. Enerzijds ter verantwoording richting de opdrachtgever, maar zeker ook als instrument om te kunnen bijsturen, leren en verbeteren. In de plan van aanpak fase van het verandertraject wordt het lange termijn doel geformuleerd en worden stappen (interventies) en mijlpalen benoemd om daar te komen. De geformuleerde interventies en mijlpalen kunnen worden gezien als het resultaat  van het verandertraject. Terwijl het lange termijn doel moet worden gezien als het beoogde effect. 

Als voorbeeld:
Het werken met meer vrijwilligers en het vergroten van de inzet van burenhulp, bijvoorbeeld met een digitaal systeem, zijn beoogde resultaten. Aan het eind van een bepaalde periode kan nagegaan worden of er inderdaad meer vrijwilligers ingezet worden of dat er meer beroep gedaan wordt op burenhulp (resultaat). Een aantoonbare grotere onderlinge verbondenheid én meer inwoners die zorgen voor elkaar door deze interventies, is het beoogde effect.

In verandertrajecten zien we vaak dat het behalen van de voorgenomen interventies en mijlpalen in de loop der tijd een doel op zich worden. Men verliest uit het oog dat dit slechts middelen zijn om iets te bereiken voor de inwoner of cliënt. Binnen de Thematranche Welzijn zijn veel organisaties aan de slag gegaan met het opnieuw vormgeven van het aanbod (van individueel naar meer collectief), de ontwikkeling van medewerkers (meer ondernemend, zelforganiserend), het leiderschap binnen de organisatie (meer faciliterend) en de samenwerking met gemeenten (partnerschap). Als we kijken vanuit het maatschappelijke perspectief zijn dit geen doelen op zich, maar  middelen om een maatschappelijk effect (voor inwoners) te bereiken.

Het gezamenlijk formuleren van de beoogde effecten van sociaal werk en effectindicatoren helpt om samen scherp te krijgen wat men met de interventies en stappen beoogt. Het kan goed zijn om dit te doen met de belangrijke stakeholders binnen de organisatie. Of samen met de gemeente en inwoners(vertegenwoordigers).

Wat streven we na voor de inwoners? Wat is het beoogde maatschappelijk effect? Het voordeel van sturen op effecten is dat steeds voor ogen wordt gehouden of wat we doen bijdraagt aan het gewenste effect voor inwoners.

Om aan het einde van de Thematranche Welzijn uitspraken te kunnen doen over wat de verandertrajecten hebben opgeleverd in termen van maatschappelijk rendement zijn er bij de start gemeenschappelijke  effectindicatoren benoemd:

  1. Het vergroten van de zelfredzaamheid van inwoners
  2. Het vergroten van de burgerinzet en verbondenheid
  3. Dure zorg voorkomen (substitutie van zorg door welzijn, meer doen met minder middelen).

Het formuleren van deze effectindicatoren heeft geholpen om focus en koers te houden tijdens het verandertraject. Naast het meten van de beoogde effecten kunnen ook de ingezette interventies en geformuleerde mijlpalen tijdens het verandertraject worden gemonitord. Deze gedachtegang is weergegeven in onderstaande visual.

infographic over de veranderingen met behulp van In voor zorg!

2. Maak gebruik van tellen en vertellen om effecten zichtbaar te maken

Bij het inzichtelijk maken van effecten denkt men meestal vooral aan kwantitatieve metingen met behulp van vragenlijsten. In de Thematranche Welzijn is dit door verschillende organisaties gedaan met behulp van de Klanteffectvragenlijst en de Zelfredzaamheidsmatrix. Het voordeel van de kwantitatieve informatie die deze instrumenten opleveren, is dat men een beeld krijgt van het ‘wat’ (wat is het effect), de frequentie (hoe vaak komt iets voor) of het ‘hoeveel’ (bijvoorbeeld hoeveel inwoners ervaren meer zelfredzaamheid).

Het nadeel ervan is dat de informatie die je ophaalt soms moeilijk te duiden is doordat je het verhaal achter deze cijfers niet kent. Daarvoor zijn kwalitatieve methoden meer geschikt, zoals Storytelling en de Effectencalculator. Deze instrumenten brengen het verhaal van een casus in beeld. Hiermee krijg je zicht op het ‘hoe’ (hoe is dit ontstaan, hoe wordt dit ervaren) en het ‘waarom’ (waarom is dit zo). Door de kwantitatieve en kwalitatieve informatie te combineren ontstaat een completer beeld van de werkelijkheid.

3. Gebruik effectmeting óók om te leren en verbeteren, zo krijgt het meerwaarde voor medewerkers

Meten en monitoren is een belangrijk een instrument om te kunnen leren en verbeteren. Over het algemeen zullen medewerkers niet erg warm lopen voor het uitvoeren van een effectmeting die alleen wordt gebruikt voor verantwoording. Dat is dan ook een gemiste kans.
Het organiseren en uitvoeren van een effectmeting kost tijd en aandacht van medewerkers die het toch al erg druk hebben. De ervaring leert dat het draagvlak voor effectmeting bij medewerkers toeneemt als het voor hen meerwaarde heeft. Bijvoorbeeld als de uitkomsten van enquêtes onder klanten aan hen op teamniveau worden teruggekoppeld. En als de meting aanleiding geeft voor gesprek en reflectie: wat zeggen deze resultaten ons? Wat doen we goed, en wat kan er beter?

De instrumenten Storytelling en de Effectencalculator, die door een deel van de deelnemende organisaties is ingezet, geven naast inzicht in de effecten, ook inzicht in waar de aanpak kan worden verbeterd. Het gesprek tussen professionals over een casus geeft aanleiding om gezamenlijk te reflecteren op de aanpak en de samenwerking. 

4. Kies het juiste instrument

Effectmeting kan worden gebruikt voor verantwoording, om te kunnen sturen, maar is zeker ook behulpzaam bij het leren en verbeteren. In de Thematranche Welzijn is geëxperimenteerd met een beperkt aantal instrumenten. Voor het in kaart brengen van effecten is echter een groot aantal instrumenten beschikbaar. Voor verschillende doelen zijn verschillende instrumenten geschikt. Het is van belang om dat instrument te kiezen dat het beste antwoord geeft op de vraag.

Om de zoektocht naar geschikte instrumenten gemakkelijker te maken heeft Movisie met haar partners een website ontwikkeld: De Instrumentwijzer. Op deze site zijn verschillende instrumenten verzameld en kort en bondig beschreven. Door middel van een keuzehulp is het mogelijk om het instrument te vinden dat het beste bij de vraag past. Zie: www.instrumentwijzer.nl

Dossier(s)

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg