Wij denken met de centen mee

Wij denken met de centen mee

“Ze kwamen aan ons bedoeninkje”. Aldus kenschetst verpleegkundige in de wijk Nelly van Culenborg de nu afgesloten periode waarin zorgorganisatie STMR de praktische organisatie van de zorg steeds meer centraliseerde.
Nelly en haar collega’s zijn blij dat ze sinds kort zelf het heft weer in handen kunnen nemen.
Nelly van Culenborg werkt inmiddels 17 jaar voor STMR die een breed palet aan zorg in de regio Rivierenland levert. De laatste jaren ging Nelly met tegenzin naar haar werk. De kleinschalige setting waarin STMR-teams vanouds hun eigen werk organiseerden, verdween achter de horizon. Plannen, roosteren: het werd allemaal op centraal niveau gedaan.
Nelly: “Centrale planners kenden de cliënten niet. Daar begon het mis te gaan. Op papier zagen planningen er goed uit. Maar in de praktijk wisten we dat voor cliënt A meer tijd nodig was en voor mevrouw B juist minder”.
Ander bezwaar was dat de centrale planners de verpleegkundigen in de wijk en de verzorgenden soms in een spagaat brachten. “We maakten veel onnodige kilometers. Cliënten die we anders zouden clusteren, moesten nu verspreid over de dag worden bezocht. We reisden van hier naar Tokyo.
Kritisch meedenken gebeurde steeds minder. We deden alleen nog maar wat ons opgedragen werd”.

‘Op eigen kracht naar Meer vrijheid’

Met deze schets wordt STMR niet in het diskrediet gebracht. Wat bij STMR gebeurde, doet zich namelijk bij veel extramuraal werkende zorgorganisaties voor. Centraliseren van wat van oudsher op de werkvloer hoorde, leidt tot demotivatie: een kwestie van oorzaak en gevolg. Vaak heeft deze samenhang te maken met fusies: bij groter worden hoort centraliseren. En centraliseren is efficiënt, is dan de gedachte.
Hoewel fuseren ook bij STMR hoog op de agenda stond, besloot de Tielse zorgverlener het in 2009 radicaal anders te doen. STMR is vanouds een sterke organisatie met een krachtige binding met haar cliënten in de Betuwe. STMR-bestuurder Ron Axt: “We moesten het niet hebben van groter worden, maar van het beter benutten van onze eigen kracht”. Dit inzicht resulteerde in het strategisch bedrijfsplan ‘Op eigen kracht naar Meer vrijheid’.
Meer vrijheid betekende onder meer dat de werkvloer op wijkniveau meer bevoegdheden kreeg en dat extramurale teams kleinschalig gingen werken in KIT’s (kleine integrale teams). Toen dat gebeurde, ging de vlag uit in de diverse wijkposten van de STMR.
Nelly van Culenborg: “Roosteren en plannen doen we weer zelf, met slimme routes en een dusdanige inschaling dat er ook tijd en gelegenheid is om die ene cliënt net even wat meer tijd te geven als dat nodig is. Onnutte uren komen een stuk minder voor. Ook de huisartsen zijn blij, omdat er meer afstemming is tussen STMR, de cliënt en de huisarts”.

‘Bereid om iets extra’s te doen’

Nelly en haar 8-koppige wijkteam is gemiddeld aan het werk voor zo’n twintig cliënten in Beusichem, Zoelmond, Ravenswaay, Rijswijk en een deel van Asch.
De nieuwe aanpak vraagt de nodige flexibiliteit. “Maar”, zegt Nelly van Culenborg, “Dat is ook precies wat we willen. We zijn nu veel gemotiveerder. Iedereen is bereid om iets extra’s te doen. Het is onze eigen tijd waar we over beslissen. Zo voelt dat”.
Verpleegkundige in de wijk Nelly van Culenborg en haar collega’s hebben dan wel het beste voor met hun cliënten, maar hebben ze ook oog voor een efficiënte indeling van hun werk? “Wij denken met de centen mee”, reageert Nelly.
“Toen alles nog gecentraliseerd was, hadden we zoiets van: de gaten die tussen de opdrachten vallen, schrijven we gewoon als kantoortijd. Dat soort dingen doe je nu niet meer. Niet omdat het niet mag, maar omdat we vinden dat je dat niet kunt maken. We plannen het beter in en als er toch ergens een gat van een half uur valt, dan doe je eens iets extra’s voor een cliënt die net wat meer aandacht nodig heeft”.
Inmiddels heeft de STMR 31 Kleine Integrale Teams. Dorien de Gooijer, manager verpleging en verzorging: “Het ene team is al wat verder dan de ander, maar  alle verpleegkundigen en verzorgenden plannen en roosteren binnen hun eigen team en overleggen gezamenlijk over cliënten en over mogelijke preventieve maatregelen. Het enthousiasme is groot”.

Familie werkt mee

En de cliënten? Wat merken zij van de omslag? “Onze cliënten krijgen minder verschillende mensen over de vloer. Het voelt vertrouwder aan voor ze. We doen de laatste tijd ook meer samen met de familie van onze cliënten”, meldt Nelly als zij tijdens haar ochtendronde bij mijnheer Veelenturf naar binnenstapt.
“Bij mijnheer Veelenturf komt dochter Ien elke dag langs. Ien schrijft mee in het zorgdossier van haar vader die zwaar diabetes heeft. Zo weten we van elkaar wat we doen. Waar dat nodig is, geven we haar ook adviezen voor de ondersteuning van haar vader”.
Ook bij mevrouw Uittenboogaerdt is het een kwestie van teamwork met haar dochter. “Goed samenspel”, zegt mevrouw Uittenboogaerdt die van zichzelf weet dat ze niet de makkelijkste is. “Ik ben lastig. Ik wil zoveel mogelijk dezelfde mensen om me heen hebben. Ik merk dat het de laatste tijd steeds beter lukt om dat voor elkaar te krijgen”. Dat is nog een hele puzzel, want mevrouw Uittenboogaerdt krijgt niet alleen elke dag een verpleegkundige, maar ook twee keer in de week verzorgenden en huishoudelijk medewerkers aan huis.

Engelen van de streek

Als cliënt mijnheer Van Duin het niet in de gaten heeft, kijkt Nelly van Culemborg tijdens haar ochtendronde even op haar horloge. Nog drie cliënten te gaan deze ochtend. De tijd begint te dringen. Toch neemt ze op haar gemak nog even wat zaken door met mijnheer Van Duin. Later zegt Nelly: “Wij weten precies hoeveel tijd we per cliënt hebben, maar cliënten hoeven daar niks van te merken vind ik”.
Twee straten verder wandelt Nelly naar binnen bij mevrouw De Vries die in een aanleun-appartement woont. Ze heeft sinds kort een stoma. Dat gaat goed, maar soms schiet de stoma los met alle vervelende gevolgen van dien. “Dan schaam ik me zo, ik durf jullie dan eigenlijk niet te bellen”. Nelly stelt haar gerust. “Daar hoeft u zich niet voor te schamen. Als de stoma losraakt, komen we gewoon tussendoor even langs. Daar maken we tijd voor”. Mevrouw De Vries: “Jullie zijn voor mij de engelen van deze streek”.

Trendbreuk loont

Werken met kleine integrale teams is één van de onderdelen uit het strategisch plan ‘Op eigen kracht naar Meer vrijheid’. Het plan voorziet ook op overhead-niveau in integraal werken. Ook van medewerkers die geen direct contact met cliënten hebben, wordt verwacht dat zij een open mind hebben voor wensen en behoeften van cliënten en voor grensoverleggende oplossingen.
Het HRM-programma van STMR is inmiddels aangepast aan de nieuwe werkelijkheid van de STMR. Onder de titel ‘Samen tot meer resultaat’ is een cultuur- en ontwikkelprogramma voor alle medewerkers in de organisatie in gang gezet. Het programma duurt twee jaar. De nieuwe cultuur en bijpassende competenties moeten binnen deze periode herkenbaar en meetbaar de dagelijkse praktijk gaan kenmerken.
Het nieuwe ‘eigen kracht’-scenario heeft na krap één jaar financieel de eerste vruchten afgeworpen. Met een positief resultaat van circa 0,6 miljoen euro is het eigen vermogen van STMR ten opzichte van voorgaand jaar inmiddels met circa 47% toegenomen tot 2,3 miljoen euro. Bestuurder Ron Axt: “In combinatie met de prognoses over 2010 kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een financiële trendbreuk. Het weerstandsvermogen is echter nog kwetsbaar en moet binnen enkele jaren groeien naar 10 tot 15%”.


STMR in het kort

STMR (Stichting Thuiszorg en Maatschappelijk Werk Rivierenland) biedt voor allerlei levensfasen in de regio Rivierenland een breed assortiment aan diensten en producten op het gebied van zorg, welzijn en services. STMR beschikt over een budget van circa 42 miljoen euro en heeft circa 1.500 medewerkers in dienst. De focus van de dienstverlening richt zich op de regio Rivierenland (circa 220.000 inwoners) met de gemeenten Buren, Culemborg, Geldermalsen, Lingewaal, Maasdriel, Neder-Betuwe, Neerijnen, Tiel en Zaltbommel.


De namen van de cliënten in dit verhaal zijn uit privacy-overwegingen geanonimiseerd.

Laat een reactie achter

Laat een reactie achter




In voor zorg! is een initiatief van het ministerie van VWS en Vilans
Copyright © In voor zorg! 2009 Disclaimer