invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

De inwoner moet inwoner blijven in zijn wijk

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Samenwerking tussen zorg en welzijn? In Zeist bewijst VAKM dat het prima kan. En dat het mooie resultaten oplevert. Vitras biedt thuis- en wijkzorg, Abrona ondersteunt mensen met een verstandelijke beperking, Kwintes helpt bij psychische en psychosociale problemen en MeanderOmnium werkt aan het welzijn van alle inwoners van Zeist. Als VAKM maken ze samen de beweging van formele naar informele zorg. ‘Meedoen in Zeist, op weg naar een nieuwe samenleving’ heet het project. Vier bestuurders aan het woord.

Hoe is de samenwerking ontstaan?

Dinie van der Linden (Vitras): ‘Vitras, Abrona en Kwintes werkten al samen, bijvoorbeeld in Veenendaal. We hebben een klik, we vinden elkaar op visie. Een logische stap was te kijken waar we nog meer vernieuwend bezig konden zijn.’ Erwin Hagen (MeanderOmnium): ‘Als welzijnsorganisatie is samenwerking met andere partijen altijd het uitgangspunt. Afhankelijk van het thema wisselen de samenwerkingspartijen. In de huidige transitie lag het voor de hand partijen op te zoeken die kennis in huis hebben die wij niet bezitten, zoals Vitras, Abrona en Kwintes.’ Jan Duenk (Abrona): ‘Voor mij was het van meet af aan duidelijk dat invulling geven aan de Wmo alleen samen kan. Omdat de Wmo in belangrijke mate over welzijn en meedoen gaat, was aansluiting zoeken bij een welzijnsorganisatie vanzelfsprekend.’ Jan Willem van Zuthem (Kwintes): ‘Het traditionele denkschema van de Wmo is “we zoeken een oplossing in de nulde lijn en roepen gespecialiseerde begeleiding in als dat niet lukt”. Dat willen wij niet. We willen toevoegen, niet overnemen. De inwoner moet inwoner blijven in zijn wijk.’

Welke invloed heeft samenwerking met een brede welzijnsorganisatie op zorgorganisaties?

Jan Willem (Kwintes): ‘Voor ons staat inclusie voorop, het begrip volwaardig inwonerschap. Binnen de GGZ wordt steeds duidelijker dat dat is wat onze cliënten nodig hebben. In plaats van ze “gevangen te houden” in een-op-een-begeleiding, zijn ze misschien veel meer geholpen binnen de wijk. Als het lukt om ze deel te laten uitmaken van een buurt – waar ze ook veel meer waarde aan ontlenen – kunnen we de specialistische begeleiding anders invullen. Aansluiten bij het sociaal domein, bij welzijn dus, biedt deze mogelijkheid.’ Dinie (Vitras): ‘Vitras omvat thuiszorg, maatschappelijk werk, een stukje jeugd, we zitten een heel eind richting de Wmo dus. Toch werkte iedereen nog in zijn eigen kokertje. Binnen Meedoen in Zeist zijn onze medewerkers in de wijk verbonden met andere organisaties en disciplines. Daardoor is een kanteling ontstaan, namelijk de ruimte om met vrijwilligers te werken, zelfs binnen de thuiszorg. De medewerkers worden uitgedaagd om meer met vrijwilligers, mantelzorgers en de omgeving te doen. Zorg is het sluitstuk. De Wmo biedt nieuwe perspectieven voor de klant én de professional.’ Jan (Abrona): ‘Het is de kunst te weten waar je goed in bent. Dat betekent ook dat collega’s beter zijn op andere vlakken. Bijvoorbeeld in het werken met vrijwilligers. Niet dat wij dat niet deden, zeker wel, maar op een meer afgebakende manier. Wij zien hoe vrijwilligers nog meer een aanvulling en verrijking kunnen zijn. En dat opent perspectieven voor de langdurige zorg! Ik zie in de Wmo initiatieven die ook in de Wlz heel goed kunnen werken. Bijvoorbeeld dat cliënten veel meer zelf kunnen dan wij nu denken. Welzijnsorganisaties hebben een andere manier van kijken.’

Wat is er nodig om zo’n samenwerking te kunnen aangaan?

Erwin (MeanderOmnium): ‘Zorgorganisaties moeten eerst een andere visie hebben op zorg. In zo’n samenwerking stappen met oude ideeën werkt niet.’ Dinie (Vitras): ‘Ik kan me nog goed herinneren hoe we daar in de voorbereiding mee hebben gestoeid: dat we moesten beginnen met de voorkant versterken, dus niet de professional, maar de inwoner. Belangrijk is het besef dat het om maatschappelijke relevantie gaat.’ Jan (Abrona): ‘Visie en vertrouwen is essentieel. Dus: wie kan hier de beste hulpverlening bieden? Concreet betekent dat in staat zijn te kunnen afschalen. Behoud van schaalgrootte en groei mogen geen issue (meer) zijn! Want het gaat om de inwoner. Als MeanderOmnium betere ondersteuning kan bieden, laat je dat toe. Jouw organisatie voegt toe waar nodig en schaalt af waar het kan. Als bestuurder ervoor zorgen dat je organisatie hierin kan meebewegen vind ik veel mooier dan bewaken wat je hebt.’ Jan Willem (Kwintes): ‘Natuurlijk moet je voorbereid zijn op een eventuele krimp. Maar eerlijk gezegd verwacht ik die niet. Zolang we ons werk goed doen, zal de vraag niet minder worden. Wel wordt onze expertise steeds vaker anders ingezet. Bijvoorbeeld meer op de context, de buurt.’

Jullie samenwerkingsproject heet Meedoen in Zeist. Wat staat er nu?

Erwin (MeanderOmnium): ‘De bedoeling is juist dat er niets staat. We willen geen nieuwe organisatievorm ontwikkelen. Meedoen in Zeist is een aanpak. Het is een manier van denken, een bepaalde benadering van de vraag.’ Dinie (Vitras): ‘Er is wel een vaste uitvalsbasis. Vandaaruit zoeken onze medewerkers de wijk op en hebben ze contact met buurtbewoners en andere professionals. Ze voeren gesprekken zonder dingen te problematiseren en laten meer over aan de inwoners zelf.’ Jan Willem (Kwintes): ‘Sleutelwoorden zijn vinden en verbinden.’ Jan (Abrona): Binnen Meedoen in Zeist weten de medewerkers dat er ook andere oplossingen zijn dan die vanuit hun eigen professie.’

Welke concrete resultaten hebben jullie tot nu toe geboekt?

Dinie (Vitras): ‘Het aantal doorverwijzingen naar geïndiceerde zorg is lager, omdat er andere – informele – oplossingen zijn gevonden.’ Jan Willem (Kwintes): We begeleiden nu minder mensen intensief ambulant.’
Jan (Abrona): ‘Medewerkers zijn zelfbewuster. Ze vertonen ondernemend gedrag, omdat ze ruimte en vrijheid krijgen. Ze leggen verbindingen en benutten kansen die ik nooit had bedacht.’

Hoe krijg je medewerkers mee in deze verandering?

Dinie (Vitras): ‘De randvoorwaarden zijn heel belangrijk. Als je in je eigen koker blijft, stellen professionals zich anders op dan wanneer je zegt “we gaan samenwerken, anders werken”. Belangrijk is dat je die samenwerking ook bestuurlijk uitdraagt.’ Erwin (MeanderOmnium): ‘Ruimte bieden en ingrijpen als je ziet dat het niet goed gaat. En de boodschap uitdragen! Ook binnen welzijn is de nieuwe Wmo, met het bijbehorende gedrag, een uitdaging. Meedoen in Zeist vraagt een manier van kijken en werken die al mijn medewerkers zouden moeten toepassen. Daarom wisselen we medewerkers heel bewust uit, iedereen moet de kans krijgen die ervaring op te doen.’ Jan (Abrona): ‘Je faciliteert je medewerkers in het vertonen van ander gedrag. Je stimuleert, toetst af en toe, bewaakt ook: doe jij de dingen die wij vanuit de visie voor ogen hebben?’ Jan Willem (Kwintes): ‘En het mooie is dat dit precies is wat professionals willen. Zij zien samenwerking alleen maar als winst, omdat ze de inwoner sneller kunnen helpen.’

Waar liepen jullie tegenaan?

Jan (Abrona): ‘Een variabele in de samenwerking is de gemeente. De visie van een gemeente kan anders zijn dan die van ons. Voor zorgorganisaties is het de uitdaging goed aan te sluiten bij gemeenten die ieder hun eigen dynamiek hebben.’ Jan Willem (Kwintes): ‘Als samenwerkende partijen sta je al snel 3-0 achter. Omdat in de ogen van veel gemeenten samenwerking een machtsblok is.’
Dinie (Vitras): ‘Maar Zeist stond van begin af aan open voor deze nieuwe aanpak. Mooi vind ik het dat wij het onderling weinig over geld hebben gehad. Nu ligt wel de vraag bij de gemeente of dit project financieel geborgd kan worden. Op gemeentelijk niveau waren we het op inhoud snel eens, maar financieel is dat lastiger.’ Erwin (MeanderOmnium): ‘We zijn eerst gewoon aan de slag zijn gegaan en zijn nu pas in gesprek over het geld. Meestal is het andersom.’ Jan Willem (Kwintes): ‘Ondanks de goede bedoelingen van de decentralisatie zie ik veel gemeenten nu een vorm van AWBZ uitvoeren. Wel begrijpelijk overigens, dat ze kiezen voor het beheersbaar houden van de budgetten bij zo’n grote transitie. Het staat echter haaks op samenwerking opzoeken.’ Jan (Abrona): ‘Een AWBZ-achtige uitvoering staat op gespannen voet met de differentiatie die de Wmo zou moeten bieden: wat heb jij nodig. Dat kan voor elke persoon verschillend zijn. Wijkgebonden budgetten zouden mooi zijn. Net als het belonen van de terugtrekkende beweging van professionals, omdat inwoners zelf door kunnen.’

Hoe hebben jullie de samenwerking verankerd?

Jan (Abrona): ‘Niet. We hebben geen samenwerkingscontract, geen verdeelsleutels. We vinden elkaar op inhoud. We willen ervoor waken blauwdrukken te ontwikkelen. Een gezamenlijke visie en het gedeelde uitgangspunt dat de inwoners centraal staan zijn voldoende.’ Jan Willem (Kwintes): ‘Het formaliseren van samenwerking kan ook een nadeel zijn.’ Dinie (Vitras): ‘Voordat je het weet creëer je een nieuwe organisatie! En dat is funest. Zodra je er een hekje omheen zet, ontstaat er een andere dynamiek.’ Erwin (MeanderOmnium): ‘We willen de aanpak nu graag ook in andere wijken introduceren.’

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg