invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Geen traditioneel zeggenschap maar een Raad van overleg en advies

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Jeroen Rovers, directeur-bestuurder van welzijnsorganisatie Sociom, weet waar zijn organisatie goed in wil zijn: burgerinitiatieven ondersteunen. Maar doen zijn sociaal werkers inderdaad de juiste dingen? Een Raad van overleg en advies (ROA) gaat uitkomst bieden: een gecombineerd inspraakorgaan, waarin bewoners, vrijwilligers en wellicht ook medewerkers zitting hebben. Geen traditioneel zeggenschap, maar meedenken met de organisatie, bij voorkeur in een vroeg stadium. Een gesprek over een spannende zoektocht, met Jeroen Rovers, vrijwilliger Barend Voskuilen en sociaal werker Wendy Huijbers.

Raad van meedenkers

Sociom is een fusieorganisatie van welzijn en maatschappelijk werk, legt Jeroen Rovers uit. ‘De organisatie voor maatschappelijk werk had een cliëntenraad, de organisatie voor welzijn niet. Want welzijn heeft geen cliënten, maar bezoekers of deelnemers. Eigenlijk zijn alle inwoners klant van welzijn. We moesten de cliëntenraad dus omvormen. Bovendien hadden we nog geen vrijwilligersraad. Zo kwamen we op een Raad van meedenkers, later omgedoopt tot Raad van overleg en advies.’ Een werkgroep, met mensen uit de ‘oude’ cliëntenraad, vrijwilligers en medewerkers, bereidt op dit moment een advies voor: hoe de ROA er idealiter moet uitzien. En dat is nog best lastig, want de raad moet aan allerlei voorwaarden voldoen.

Zoekende

Jeroen benadrukt dat Sociom nog erg zoekende is. ‘Het is nieuw, we duiken erin. Er ligt nog niets vast. Behalve dat de zeggenschap moet plaatsvinden binnen het gebiedsteam. Daar moet het gebeuren, daar zoeken inwoners, sociaal werkers, vrijwilligers en opdrachtgevers elkaar op. Vervolgens spreekt een afvaardiging vanuit alle gebiedsteams – dus inwoners, vrijwilligers en wellicht ook sociaal werkers – met directie en eventueel MT over overstijgende zaken. Het doel is dat inwoners, vrijwilligers en medewerkers daadwerkelijk invloed hebben, op alle niveaus binnen de organisatie. We zijn nu voorbeelden aan het verzamelen: welke onderwerpen horen bij de ROA en hoe gaan we dit dan doen.’ Sociom werkt met integrale gebiedsteams om haar visie – samenhang in de samenleving versterken, waardoor de samenleving (collectief) een vangnet voor elk individu wordt – in de praktijk te brengen. Deze teams bestaan uit sociaal werkers met ieder eigen specialistische kennis. De sociaal werkers werken in een vast gebied naar eigen voorkeur en zijn zelforganiserend en resultaatverantwoordelijk.

Stem spiegelen

Barend Voskuilen, al jaren vrijwilliger bij buurtbemiddeling, maakt deel uit van de werkgroep ROA. ‘Ik zie de ROA als een gecombineerd inspraakorgaan. Ons doel is niet macht, maar invloed, of beter: “samenzeggenschap”. We zitten dus niet bovenop de kleine lettertjes van de wet, op de rechten en plichten van medezeggenschap. In plaats daarvan zoeken we naar een manier om signalen van klanten, inwoners en vrijwilligers een juiste plek te geven. Zodat er wat met hun suggesties wordt gedaan. We willen de stem van die groepen op een energieke en positieve manier spiegelen met de ideeën van de organisatie.’ De werkgroep is nu 3 keer bij elkaar geweest. Inmiddels staat er een missie op papier. ‘De essentie van de missie is dat Sociom niet meer zonder de ROA wil en dat de raad daarom onmisbaar is.’

Cyclisch meekijken

Traditioneel zeggenschap komt doorgaans pas in een later stadium in beeld. ‘Als het beleid klaar is, mogen de or en de cliëntenraad er nog wat over zeggen’, legt Jeroen uit. De ROA wil een stap voor zijn en juist meedenken in de voorbereiding: welke signalen zijn er en wat doen we ermee? Om vervolgens ook terug te kijken: welke resultaten heeft het beleid? ‘Cyclisch meekijken’ noemt Barend het. En naast cliënten, inwoners en vrijwilligers, neemt hij bij voorkeur ook de stem van medewerkers mee. ‘Dan kan de ROA een echte meedenker worden, die signalen vanuit wijken en wijkteams, vanuit andere stakeholders en vanuit de eigen organisatie met de leiding bespreekt.’

Geen Poolse landdag

Het doel is dat de ROA kan aansluiten waar nodig en via een linking-pin-constructie contact houdt met waar de signalen ontstaan. ‘Maar zonder daar een dagtaak aan te hebben’, nuanceert Barend. ‘Dat is de uitdaging.’ ‘En we moeten er ook geen Poolse landdag van maken’, vult Jeroen aan. Hij trekt de vergelijking met de weg die de raad van toezicht recent is ingeslagen. ‘Om beter te zien wat er echt gebeurt, hebben de 5 leden ieder bij een van de werksoorten aangeklopt – denk aan opbouwwerk, maatschappelijk werk, dagbesteding – en daar een intensief gesprek gevoerd. Want als je zelf met medewerkers spreekt hoor je meer.’ ‘Precies’, valt Barend hem bij: ‘Het gaat om voldoende samenspraak met de organisatie.’

Evenwicht

De term ‘evenwicht’ keert steeds terug in het gesprek. Bijvoorbeeld het evenwicht tussen signalen vertalen en te veel bemoeienis met de organisatie. Barend: ‘Wij willen niet van elk beleidsstuk iets vinden.’ Of het evenwicht tussen meedenken en een formele positie. ‘Met Jeroen kunnen we goed door één deur, maar stel dat er ooit een directeur komt met wie het minder soepel loopt. Dan moet de ROA terug kunnen vallen op een aantal zekerheden, zodat de stem van de ROA gehoord blijft worden.’ En dan nog het evenwicht in de informatievoorziening. ‘Wij zijn samen met Jeroen op zoek naar “harde” informatie. Dus wat betekenen de signalen nu echt en welke informatie ontbreekt nog. Ook denk ik dat meetbaar maken hier een rol speelt. Er is een doel, en de teams bepalen hoe ze dat willen bereiken en meten. Vervolgens bespreken we samen de uitkomsten: is het doel bereikt, kan het beter, moeten we stoppen? Zonder daar een heel meet- en monitorcircus van te maken overigens, het gesprek aangaan staat voorop’

Dynamiek

Maar het belangrijkste is toch wel dat de link met de basis – de inwoners en de vrijwilligers in de dorpen – goed blijft. Jeroen: ‘De ROA mag geen zelfstandig orgaan worden dat vooral met de bestuurder overlegt. Zo’n club waarvan ik denk “oh ja, ik moet het ook nog even aan de ROA voorleggen”. Daarom is het goed dat niet alles is geregeld of geprotocolleerd, en ik hoop dat we ook nooit zo ver komen.’ Barend benadrukt dat het juist een taak van de ROA is naar beide kanten in gesprek te blijven. ‘De bestuurder, de teams én de medewerkers moeten het gevoel hebben dat de ROA iets toevoegt. Dat het een orgaan is waarmee ze hun informatie willen delen en waarvan ze advies willen krijgen.’ Rijst de vraag hoe je aan al deze voorwaarden vormgeeft. Zo bezien lijkt de ROA nog best ver weg. Niets is minder waar. ‘Eind van het eerste kwartaal van 2017 is de ROA een feit’, stelt Barend. ‘We kunnen nog heel lang blijven nadenken, maar op een gegeven moment moet je gewoon starten. Ongetwijfeld zal de ROA zich dan nog (om)vormen, maar die dynamiek is juist goed, dan ben je aan het bouwen.’

Voelsprieten

En hoe kijken medewerkers tegen de ROA aan? ‘Positief!’, zegt Wendy Huijbers. ‘Ik vind het heel belangrijk dat de vrijwilligers echt gehoord worden. Zij zijn het verlengstuk van het personeel van onze organisatie. Hun aantal is 4 á 5 keer zo groot als het aantal medewerkers.’ Zelf werkt Wendy bij het vrijwilligerssteunpunt. ‘Ik noem mijn vrijwilligers altijd “mijn visitekaartje”. Zij zijn onze voelsprieten. Zij verschaffen ons veel waardevolle informatie, maar moeten ook de juiste en voldoende informatie van ons krijgen. Ik denk dat de ROA daarin een rol kan spelen.’ Dat past bij de transformatie naar beroepskrachten die de vrijwilligers ondersteunen in plaats van dingen zelf te doen, aldus Jeroen. ‘De bezuinigingen hebben dus ook een onverwacht positief effect gehad omdat we nu extra kritisch kijken naar de inzet van beroepskrachten. We leren om meer bij de burger zelf neer te leggen, om de mogelijkheden van de eigen kracht van de bewoners en vrijwilligers centraal te stellen. Al deze ontwikkelingen zetten onze organisatie weer even op scherp. Ik hoop dat de ROA ons daarin blijvend kan ondersteunen.’

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg