invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Wethouder Annemieke van de Ven: ‘De Ruwaard wordt goud waard’

Gepubliceerd op:

De proeftuin Ruwaard in de Osse wijk Ruwaard heeft de inwoners ervan enorm veel opgeleverd. Ze ervaren eigen regie en doen daardoor veel minder een beroep op het aanbod van welzijn en zorg. Oss wil deze aanpak met een radicaal eenvoudige werkwijze op termijn uitbreiden naar de hele gemeente. En het feit dat Oss gidsgemeente is in het programma “Gezond in …” betekent dat ook andere gemeenten van deze aanpak kunnen leren.

Wie het ‘Huis van de wijk’ in Ruwaard binnenloopt, loopt een grote kans begroet te worden door een boomlange man die Jouri heet en die doodleuk zegt: ‘Ik ben de koffiejuf’. Jouri is een van de mensen die zich actief inzet om het ‘Huis van de wijk’ tot een succes te maken, een plaats waar iedereen die in Ruwaard woont de ruimte krijgt om zichzelf te zijn en iets te doen voor en samen met andere buurtbewoners. ‘Echt iemand met wie je voorheen in de GGz therapie zou doen in de dagbehandeling’, zegt Fred Pijls, bestuurder van GGz Oost Brabant. ‘Zo zien we in Ruwaard veel meer voorbeelden van inwoners die zelf echt grote stappen hebben gezet. Zoals de stap van begeleid wonen naar zelfstandig wonen, of van dagbesteding naar vrijwilligerswerk. Als ik zie wat dat doet met mensen… Daar kan de behandeling in het formele circuit niet tegenop hoor.’

Het effect van de proeftuin Ruwaard, gericht op de ontwikkeling van participatie, integraal sociaal werk en ondersteuning, mag beslist een succes genoemd worden, vindt ook de verantwoordelijke wethouder Annemieke van de Ven (CDA). Ze vertelt: ‘In de paar maanden dat ik in deze functie zit heb ik gezien dat hier niet over maar met mensen wordt gewerkt. Het mooiste verhaal dat ik heb meegekregen is dat van een man die zijn leven niet meer op orde kreeg, nadat vijf jaar geleden zijn kind overleed. Hij kon geen regie meer nemen en zijn huis was een enorme puinhoop. Hij heeft geestelijke ondersteuning gekregen, maar is ook in contact gebracht met de kringloop om stukje bij beetje zijn huis – en daarmee ook zijn leven – weer op orde te krijgen.’ Pijls vult aan: ‘Normaal gesproken zou je voor zo iemand de DBC aanpassingsstoornis openen en starten met behandeling.’

Uitgaan van de kracht van mensen

Die DBC kan nu dus gesloten blijven. ‘En dat komt omdat in de proeftuin Ruwaard is uitgegaan van het geloof in de kracht van burgers’, zegt Pijls, ‘en omdat bestuurlijk lef is getoond om die kracht te benutten. De kracht van de proeftuin is dat vanuit de gemeente en de aanbieders op het gebied van wonen, welzijn en zorg lijnen zijn gelegd naar de mensen in de wijk.’ Van de Ven knikt en zegt: ‘Je ziet dat bewoners zich serieus genomen voelen. Ik merkte dat heel duidelijk tijdens een recente werkconferentie hier in de raadszaal van het gemeentehuis, waarin we de proeftuin heel transparant evalueerden. Daar zaten bewoners bij en ik genoot van het feit dat ze zich zichtbaar op hun gemak voelden en een inhoudelijke bijdrage leverden aan het gesprek. Daaraan zag ik hoe goed het is geweest dat Rijksoverheidstaken naar de gemeenten zijn verlegd. Hierdoor is het belang van de burgers voorop komen te staan. En het heeft ervoor gezorgd dat de aanbieders nu de ruimte hebben om niet te denken vanuit hun organisatiebelang, maar om primair te luisteren naar mensen en hun problemen.’

De beweging op gang brengen

Dat klinkt mooi, maar het heeft die aanbieders ook geconfronteerd met een discussie over hun waarde voor de samenleving en dus hun continuïteit. ‘Dat is zeker waar’, stelt Pijls. ‘Je kunt daar echter heel lang en heel theoretisch over blijven discussiëren, maar op een gegeven moment moet je het toch echt gewoon een keer gaan dóen. De gekozen aanpak betekent dat mensen meer eigen regie gaan voeren over hun leven en dus minder een beroep doen op het professionele aanbod van welzijn en zorg. Natuurlijk betekent dit dat aanbieders krimpen, maar laten we ervan uitgaan dat we het goede willen doen voor de burgers. Dan ontstaat ook ruimte voor het gesprek over de financiën en het tempo. Als ik aan de onderhandelingstafel zeg dat wij als aanbieder over drie jaar twintig procent kleiner zijn, begrijpen mijn gesprekspartners echt wel dat ik een werkgeversverantwoordelijkheid heb. Je haalt dan de angel uit het gesprek en hebt een gemeenschappelijk gedeelde waarde. Onze primaire zorgverzekeraar, VGZ, is van de zinnige en zuinige zorg. Die begrijpt dat met zo’n proeftuin de schadelast voor haar verzekerden omlaag gaat. Van die zijde zien we dus ook de bereidheid om meerjarenafspraken te maken. En als degene met wie je aan de onderhandelingstafel zit bestuurlijke dekking heeft, dan komt daar de beweging ook op gang.’

De innovatiekracht benutten

Het gesprek hierover begint nu op gang te komen, stelt Pijls, maar zoiets vergt tijd. Hij legt uit: ‘Op dit moment moeten we nog administratief minuten schrijven in de klantcontacten. Het gaat echter niet om minuten, maar om burgers die fijn kunnen wonen, goede buurtcontacten hebben, geen crisisopnamen meer meemaken, vrijwilligerswerk doen of zelfs naar een baan geleid worden. Om dit te veranderen was een beleidsregel innovatie nodig van de Nederlandse Zorgautoriteit. Die is er nu gelukkig, en waar we nu samen met VGZ aan werken is een gezamenlijk voorstel om hieraan praktische invulling te geven, waarmee we naar de NZa kunnen. Op dat punt staan we nu. En wat mij sterkt in de opvatting dat we daarin succesvol zullen zijn, is de resultaten uit de eerste analyse van de effecten van  de proeftuin, twee maanden geleden. Met deze analyse konden we laten zien hoe goed het voor burgers is wat we doen, wat dit hen oplevert en wat het aan kosten bespaart. Toen we dit duidelijk maakten, zag ik voor het eerst de twinkeling in de ogen bij de mensen van VGZ.’

Van de Ven: ‘De mensen uit de wijk die daarbij zaten, gaven duidelijk aan hoezeer hun gevoel van welbevinden is toegenomen. Dát is waar het om gaat. We hebben al heel veel bereikt, de Ruwaard wordt goud waard. Er zit een beweging van onderop in.’

Professionele begeleiding

De proeftuin heeft dankzij In voor zorg! de kans gekregen van procesbegeleiding gebruik te maken, onmisbaar volgens beiden. 'Je hebt in zo’n traject met uiteenlopende aanbieders, de gemeente en zorgverzekeraars echt onafhankelijke programmaondersteuning nodig’, zegt Van de Ven. ‘Je moet heel diverse partijen gezamenlijk in beweging brengen en daarvoor moet je een veilig klimaat ontwikkelen. De ondersteuning door mensen die ervaring hebben in zulke processen helpt daarbij.’ Pijls vult aan: ‘Zeker, die ondersteuning heeft het mede mogelijk gemaakt de dialoog te bevorderen op alle niveaus en cruciale procesmomenten:  bijvoorbeeld in de vorm van zo’n werkconferentie met bewoners erbij die Annemieke al noemde. Daar zitten methodieken achter die je echt even nodig hebt om zo’n bijeenkomst tot een succes te maken. Het programmateam zien wij in deze periode dan ook als een onmisbare factor. We financieren als aanbieders van wonen, welzijn en zorg samen met de gemeente een wijkaanjager, de zorgverzekeraars financieren de programmamanager en ondersteuning en In voor Zorg! financiert de transitiecoach. Daardoor krijgen we ook bijna automatisch toegang tot de kennis van deze partijen, zoals van de zorgverzekeraars, en via In voor zorg! krijgen we ook kennis uit andere proeftuinen waarvan wij leren en zij weer van ons. Dit programmateam functioneert als buitenboordmotor en als een vliegwiel voor onze radicale veranderingen.’

Vervolgstappen zetten

De proeftuin Ruwaard heeft de inwoners van die wijk al veel gebracht. ‘Maar hier laten we het natuurlijk niet bij’, zegt Van de Ven. ‘Omdenken houdt niet op bij de grenzen van een stadswijk. Heel Oss kan op termijn beter worden van de aanpak die we in Ruwaard hebben gekozen, dus we gaan door.’ Dat dit waardevol is, staat ook voor Pijls als een paal boven water. ‘Problemen eerder signaleren door meer actieve burgerparticipatie staat ook op ons wensenlijstje’, zegt hij. ‘Nog te vaak komt er pas actie op het moment dat zich een crisis voordoet, dat wil je voorblijven. En liefst niet alleen in Oss. Als GGz-aanbieder hebben wij een adherentiegebied van 42 gemeenten. Als we voor alle kwetsbare mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen in al die 42 gemeenten dezelfde beweging op gang kunnen brengen, dan bereiken we écht iets waardevols voor de samenleving.’

En ook daar blijft het niet bij. De gemeente Oss is gidsgemeente van het stimuleringsprogramma “Gezond in…” voor de lokale aanpak van gezondheidsachterstanden. ‘De activiteiten die we in het kader van proeftuin Ruwaard hebben ontwikkeld, hebben er alles mee te maken dat we die gidsfunctie konden gaan vervullen’, zegt Van de Ven. Maar onze rol als gemeente voor de inwoners van Oss is veel breder dan alleen wat we met die proeftuin wilden bereiken. We willen ook een rol spelen in gezonde leefstijl, bijvoorbeeld voor kinderen uit achterstandswijken. Die beweging naar positieve gezondheid langs de lijnen van leefstijl, werk, inkomen en wonen zal steeds meer een speerpunt in ons gemeentebeleid worden.’

Meer weten

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg