invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Verhalen zeggen vaak meer dan cijfers

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Versa Welzijn startte in 2016 met het meten van resultaten en effecten van haar werk. Zo kan men de meerwaarde aantonen bij opdrachtgevers en goede registraties aanleveren bij  het Wmo-loket. Maar de zelfredzaamheidsmatrix en effectencalculator hebben meer positieve bijeffecten.

‘Ik weet nog precies wanneer we startten met de zelfredzaamheidsmatrix’, zegt Tine Hoofd, projectleider In voor zorg! en programmaleider Innovatie primair proces bij Versa Welzijn. ‘We zaten in een woelige periode. Bij de Wmo-loketten moesten onze medewerkers voor het eerst registraties overleggen aan de Wmo-consulent. Maar we bleken niet dezelfde taal te spreken. Daardoor kreeg niet iedere inwoner de zorg die hij of zij nodig had en waren de verwachtingen niet altijd gelijkgestemd. In dezelfde periode introduceerden we een nieuwe manier van werken, in het kader van In voor zorg!. Ons werk moet onder andere kwalitatief aantoonbaar effectief zijn. Maar hoe meet je dat? Een collega wees op het bestaan van de zelfredzaamheidsmatrix (ZRM); een hulpmiddel om eenduidig te werken en te registreren. Het aardige van ZRM is bovendien dat het een door de gemeenten gevalideerde en erkende meetmethode is.’

Tijd en inzet

Ook Ad Otjes, regiomanager bij Versa Welzijn, zag al snel het belang van ZRM. ‘In verschillende gemeenten werden we eerder geconfronteerd met registraties in het kader van persoonsvolgende financiering. Ik zag dat bij betrokken medewerkers het besef groeide dat een goede registratie van ons werk belangrijk is – om de resultaten ervan te meten, onze meerwaarde aan te tonen en deze kwalitatief te onderbouwen. Bovendien bleek dat een goede registratie uiteindelijk geld oplevert. Zo werkten onze medewerkers gerichter aan de vraag van de inwoner en de Wmo-medewerkers. Dat bespaarde tijd en inzet. Ik was dan ook blij met de invoering van ZRM.’

Soms heftig

Via ZRM wordt de ervaren vooruitgang van cliënten in een score zichtbaar gemaakt. Dat gebeurt altijd samen met de cliënt. ZRM is doorgevoerd in de verschillende registratiesystemen van Versa Welzijn. Volgens Simone Hinrichs, sociaal werker in de gemeente Huizen, leidt de werkwijze tot meer dan alleen een cijfermatige onderbouwing van het werk. ‘Mensen zien door ZRM waar ze staan, waar ze vandaan komen en hoe hun leven er op dat moment uitziet. Dat is soms heftig, maar biedt ook perspectieven. Ik maak zo’n tweegesprek vaak extra gezellig, met een kop koffie erbij. Dan komen de verhalen vanzelf los. Uiteindelijk geven we samen aan op een schaal van 0 tot 5 hoe het met iemand op dat moment gaat. Het is ontzettend mooi om de trots van een cliënt te zien als deze daarin vooruitgang bemerkt. Ook voor mij als sociaal werker is dat bijzonder. Vaak werk ik langere tijd met iemand samen en raak ik eraan gewend dat hij of zij weer groeit en bloeit. In een ZRM-gesprek zie ik ook weer waar iemand vandaan komt.’

‘ZRM biedt onze medewerkers een beter gestructureerd contact met de cliënt en cliënten krijgen een beter inzicht in hun eigen functioneren’, benadrukt Otjes. ‘Maar ook onze verhouding met opdrachtgevers veranderde door de werkwijze. We kunnen beter laten zien dat ons werk ertoe doet. Op het gebied van resultaten, kosten én de mening van de cliënten zelf. Ambtenaren zijn Versa Welzijn meer gaan vertrouwen doordat ze zien dat we betrouwbare gegevens kunnen leveren over de effectiviteit van ons werk.

Meer vertrouwen

Vanuit In voor zorg! werd ook de effectencalculator aangereikt om de resultaten van het werk bij Versa Welzijn te meten. De effectencalculator maakt vooral de kosten versus de opbrengsten van interventies inzichtelijk. Otjes: ‘Het instrument laat zien wat de interventie voor de cliënt opleverde, maar ook wat er was gebeurd als deze niet had plaatsgevonden. De uitkomst is soms behoorlijk confronterend. Zowel qua kosten, als de verhalen die het oplevert. Want juist die verhalen zeggen vaak veel meer dan de cijfers. Stel dat een gemeente wil weten of het geld voor de inzet van een belbus goed wordt besteed. Vroeger kwamen we dan met een lijst cijfers: het aantal ritten van de bus, de bestemmingen, het aantal gereden kilometers. Via de effectencalculator kunnen we bijvoorbeeld drie deelnemers uitnodigen, aangevuld met twee vrijwilligers en een ambtenaar. Zo toon je redelijk objectief aan wat het effect is van zo’n mobiliteitsdienst. Een van de deelnemers kan bijvoorbeeld vertellen dat hij of zij zonder de belbus niet naar een ziekenhuisafspraak had kunnen komen, met alle mogelijke gevolgen van dien.’

Zinvol

Dat voor de effectencalculator meerdere mensen gesproken moeten worden, maakt het instrument ook arbeidsintensiever. ‘We zetten het mede daardoor minder vaak in’, zegt Hoofd. ‘ZRM doen we regelmatig en in principe met elke cliënt die een traject doorloopt van meer dan zes uur. Met de effectencalculator toetsen we de doelmatigheid van een interventie via meerdere personen die maatgevend zijn. Maar voor beide instrumenten geldt: je moet niet alleen registreren om het registreren. Het moet zinvol zijn, vooral voor de deelnemers. Als jongeren elke vrijdagavond samen gaan voetballen, hoef je daar geen uitgebreide individuele metingen of registratie van bij te houden. Hoogstens zou je een keer per jaar een effectenregistratie kunnen doen.’

Productiviteit vergelijken

Volgens Otjes duurde het wel even voordat medewerkers van Versa Welzijn nut en noodzaak van het meten inzagen. ‘Je kunt het duizend keer uitleggen, belangrijk is dat mensen de voordelen zelf ervaren. In de periode dat we ZRM invoerden, stonden we bij Versa Welzijn voor stevige bezuinigingsuitdagingen. Als we onze meerwaarde als organisatie niet konden aantonen, moesten er mensen uit. Dat zorgde ervoor dat mensen de noodzaak gingen zien.’

Tevreden opdrachtgevers

Otjes adviseert voor het gebruik van de meetinstrumenten eerst te kijken bij organisaties die deze al hanteren. ‘Wanneer je weet wat wel en niet werkt en wat het doet met medewerkers en deelnemers, stap je er makkelijker in.’ Hoofd vult aan: ‘Bij ons was echt sprake van een noodzaak om zo te gaan werken. Anders kregen we geen voet aan de grond bij het Wmo-loket. Maar de bijeffecten mogen er ook zijn: tevreden opdrachtgevers, enthousiaste medewerkers en trotse cliënten.’

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg