invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Veronique de Kwant: ‘Samenwerking zoeken zit in mijn genen’

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Een echte netwerkorganisatie, maar met een zwakke interne structuur. Dat was twee jaar geleden de uitgangspositie van de Haarlemse welzijnsorganisatie Haarlem Effect. Een gezamenlijk ontwikkelde visie, objectieve samenwerkingscriteria en een duidelijke communicatieboodschap brachten daar verandering in. Medewerkers krijgen meer ruimte en benutten die ook. Directeur Veronique de Kwant is er trots op. Ook al betekent het dat zij nu meer aandacht aan de processen dan de inhoud besteedt.

Pioniersorganisatie

Veronique de Kwant is sinds 2007 directeur van Haarlem Effect. Daarvoor werkte ze al een paar jaar bij de welzijnsorganisatie. Haar kennis van het sociaal domein is groot, net als haar intuïtie. ‘Haarlem Effect is al jaren een echte netwerkorganisatie. We zetten onze kennis en faciliteiten in voor burgers die een actieve rol willen spelen. Wat dat betreft zijn we eigenlijk een pioniersorganisatie. Want de ontwikkeling die veel welzijnsorganisatie nu doormaken – namelijk collectieve kracht in de samenleving herkennen en ondersteunen – hebben wij al langer ingezet. Dat wij al zover zijn, heeft sterk met het leiderschap in de organisatie te maken. Samenwerking zoeken, met migrantenorganisaties, met speeltuinverenigingen, met buurtinitiatieven, met ondernemers en met andere partners in de stad, zit in mijn genen.’

Versnippering

Intussen groeide Haarlem Effect flink: in 2007 werkten er 40 mensen bij de organisatie, nu zijn het er 100. Ook het aantal vrijwilligers steeg sterk. ‘Als de organisatie zo groot is, past het niet langer dat de directeur steeds op nieuwe kansen inspringt en dan verwacht dat iedereen snapt waarom we doen wat we doen. Om focus aan te brengen moesten we intern nieuwe inspraak- en overlegvormen vinden. Bovendien had deelnemen in al die samenwerkingsprojecten ook een keerzijde: het bracht intern veel versnippering met zich mee. De medewerkers en de vrijwilligers raakten de verbinding kwijt. Ze vonden al die samenwerkingen wel interessant, maar wisten niet goed wat Haarlem Effect hun netwerken nog meer te bieden had.’

‘Iedereen doet ertoe’

Haarlem Effect had behoefte aan een kapstok voor de projecten en de basisvoorzieningen, een antwoord op de vraag ‘wat zijn wij met elkaar?’. ‘Haarlem Effect is een platte organisatie’, vertelt Veronique. ‘Met een directie en een MT – ieder met óók uitvoerende taken – en direct daaronder een heleboel mensen die samen met onze klanten en vrijwilligers aan de slag zijn. We hebben medewerkers in de sociale wijkteams, jongerenwerkers, pedagogisch medewerkers en speeltuinmedewerkers, sociaal-cultureel werkers, wijkcontactvrouwen, opbouwwerkers en werkbegeleiders. Allemaal hebben ze de wil om mensen kansen te bieden op ontwikkeling. Met een afvaardiging van al die mensen – ongeveer 20 in het totaal – zijn we om tafel gaan zitten, met de In voor zorg-coach, om te ontdekken wat ons bindt. Daaruit kwam ons motto “iedereen doet ertoe”. Het motto vormt de ruggengraat van de organisatie. Het helpt medewerkers begrijpen waarom we doen wat we doen: de dromen van inwoners uitvragen en kansen bieden om ze te verwezenlijken.’

Criteria voor samenwerking

De volgende stap was het ontwikkelen van objectieve criteria voor samenwerking. Veronique: ‘Anders gezegd: welke partners zoeken wij als “iedereen ertoe doet”? Een goed voorbeeld is onze recente samenwerking met EcoSol, een organisatie voor dak- en thuislozen met zwaardere problematiek, maar die wel kansen hebben en in beweging zijn. Wij willen een steeds bredere groep burgers bedienen met onze dienstverlening en vandaaruit is de samenwerking met EcoSol een logische stap. De samenwerking voldoet dan ook volledig aan onze criteria.’

Communicatieboodschap

De derde stap was het formuleren van een heldere communicatieboodschap, intern en extern. ‘Als kleine organisatie hebben we ons altijd erg op de inhoud gericht, we wilden graag op alle terreinen een bijdrage leveren’, legt Veronique uit. ‘Maar het is ook belangrijk om je bewust te zijn van je successen. Hoe maken wij het verschil voor bewoners?’ Het verzamelen van deze successen bevordert de interne en externe aansluiting. ‘Intern komen we meer over elkaar te weten. Daarmee vergroten we de mogelijkheden om projecten samen op te zetten. Een kookcollectief van vrouwen met grote afstand tot de arbeidsmarkt bleek bijvoorbeeld precies de juiste match met theatergroep Vonk, een groep van buurtbewoners met en zonder psychiatrische stoornis. Samen organiseerden ze een dinervoorstelling in een zorgcentrum. De bewoners deden aan de voorstelling mee met een lied of een verhaal. De ‘vonk’ sloeg over! Een ander voorbeeld zijn de deelnemers aan dagbestedingsprojecten die, als het beter met ze gaat, via een interne vacaturebank als vrijwilliger bij een jongerencentrum komen om de bezoekers drumles te geven.’ Extern helpen de successen om de belanghebbenden van Haarlem Effect – samenwerkingspartners en opdrachtgever – beter te informeren. ‘We laten zien wat we teweegbrengen.’

Inkijkje

Een logisch gevolg van de aandacht voor de successen is het groeiend bewustzijn in de organisatie. ‘Elk project heeft nu een kop en een staart’, zegt Veronique. ‘We formuleren de verwachtingen en kijken wat het oplevert. Daarvoor gebruiken we storytelling, zowel tekstueel als visueel. Daarnaast zetten we meetinstrumenten in om inzichtelijk te maken wat we bereiken.’ Een mooi voorbeeld van de aanpak van Haarlem Effect zijn de gesprekken waarvoor de organisatie niet alleen deelnemers maar ook professionals van samenwerkingspartners uitnodigde. ‘Dat hebben we het afgelopen jaar 2 keer gedaan. De gesprekken zijn in eerste instantie bedoeld om de ervaren baat van onze inzet boven water te krijgen en om verhalen voor onze communicatieboodschap op te halen. Een mooie bijvangst was dat de professionals uit de GGZ een verhelderend inkijkje kregen. Namelijk wat het deelnemers doet als zij in het wijkcentrum een andere rol krijgen en zelf invulling mogen geven aan het programma.’

Stevig huis

Terugkijkend op de ontwikkeling die Haarlem Effect heeft doorgemaakt, ziet Veronique een organisatie die onafhankelijker staat van haar als directeur. ‘Ik denk dat mijn visie – op wat wij als organisatie voor mensen kunnen betekenen en dat je daar als professional dienstbaar aan bent – belangrijk is. Dit wordt nu breder gedragen in de organisatie. Dat hebben we bereikt door dingen objectief en transparant te maken, door meer mensen te betrekken bij de keuzes en helder te maken waarom we dingen doen.’ Medewerkers zijn gegroeid, maar Veronique zelf ook. ‘Ik ben nu meer een ambassadeur van Haarlem Effect dan voorheen. Omdat het nu een stevig huis is met allerlei aanbouwen. Medewerkers geven de deelnemers aan activiteiten en in wijkprojecten de ruimte om zich te ontwikkelen, zonder dat ze overbodig zijn als professional. Hun nieuwe initiatieven staan niet op zichzelf, maar sluiten aan bij de koers die we varen.’

Focussen op de proceskant

Voor Veronique lijdt het geen twijfel dat de professionaliseringsslag die Haarlem Effect maakte echt nodig was. ‘Het was goed. Ook al wist ik van tevoren dat ik me nu meer moet focussen op de proceskant van de organisatie. We gaan bovendien over op een raad van toezicht-model en de leden van deze raad hebben goede informatie nodig. Toch zie ik zeker nog een rol voor mij op het gebied van innovatie en het van de grond tillen van nieuwe projecten. Het grote verschil is dat ik die nieuwe opdrachten nu makkelijker kan koppelen aan een medewerker die weet welke kant we op willen.’
Ondanks alle veranderingen heeft Haarlem Effect haar eigen identiteit niet verloren. ‘Ik vind het leuk dat we een laagdrempelige organisatie zijn gebleven. Dat we onze cultuur hebben weten te behouden.’ Veronique is trots op haar medewerkers. ‘Ik zie mensen die met veel plezier en betrokkenheid hun werk doen. Omdat ze de ruimte krijgen om zelfstandig een keuze te maken op basis van hun eigen professionele blik. Natuurlijk zie ik ook de werkdruk. Maar het is mijn stellige overtuiging dat het in deze organisatie opweegt tegen het plezier dat medewerkers hebben in hun werk.’

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg