invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Vakschool Curriculumontwikkeling in Amsterdam: onderwijsconcept van de toekomst

Gepubliceerd op:

Eigenlijk is het een oud concept dat opnieuw wordt uitgevoerd, maar dan aangepast aan de eisen van deze tijd: de Amsterdamse Vakschool voor de zorgprofessionals van de toekomst. Voor de ziekenhuizen al een succes, voor de langdurige zorg gaat de Vakschool in februari 2017 van start.

Ooit, we spreken dan over een jaar of 15 geleden, waren er verspreid over het land verschillende verpleegkunde-opleidingen. De meeste gelieerd aan de UMC’s in Nederland: scholen waar de verpleegkundigen van de toekomst werden opgeleid door veelal mensen uit de praktijk: medisch specialisten bijvoorbeeld.

De verpleegkundigenopleidingen van beide ROC’s in Amsterdam zijn voortgekomen uit dergelijke vakscholen. Het idee achter het ROC was goed: het onderwijs professionaliseren. In de praktijk merkte Flip Derks, manager van de afdeling zorg en welzijn van ROC TOP, dat praktijk en onderwijs van elkaar werden losgezongen. Voor de school was de stage in de praktijk haast een vervelende bijkomstigheid; voor de leerbedrijven was het vervelend dat zij hoegenaamd geen invloed hadden op wat er op school geleerd werd. Derks: “Ik schrok daarvan toen ik hier 9 jaar geleden aan de slag ging. Ik wilde praktijk en onderwijs weer dichter bij elkaar brengen. Maar het leerbedrijf meer invloed geven op het onderwijs, daar schrokken op hun beurt de leraren weer van.”

Simpel idee

Het idee van een Vakschool Curriculumontwikkeling was echter geboren. Het idee is simpel, maar vraagt in de uitvoering een grote betrokkenheid van alle partijen. Op een woensdagochtend begin november zit een groepje van zeven mensen bijeen. Het is een bont gezelschap van praktijkopleiders van Amstelring en Cordaan, twee grote Amsterdamse zorgorganisaties, en opleiders en een opleidingscoördinator van ROC TOP en ROC van Amsterdam, de twee ROC’s van de hoofdstad. Hun taak is het gezamenlijk bepalen van het curriculum voor de eerste groep studenten die in februari 2017 de Vakschool zullen volgen. Allemaal verzorgenden niveau-3 die in tweeënhalf jaar hun diploma verpleegkundige niveau-4 kunnen behalen.

Bijzonder aan de Vakschool is dat deze groep mensen niet alleen in de aanloop van het traject bijeen zullen komen, maar structureel iedere week met elkaar aan tafel zullen zitten. Dat is een van de ideeën om ervoor te zorgen dat praktijk en onderwijs op elkaar blijven afgestemd. Daarnaast zal er een continue kruisbestuiving zijn van opleiders uit het onderwijs die zullen meelopen in de praktijk, bijvoorbeeld om te zien hoe het classificatiesysteem Omaha werkt, en van mensen uit de praktijk die komen lesgeven op de ROC’s, verpleegkundigen bijvoorbeeld. Over en weer kan men van elkaar leren, zo is het idee, en het zorgt er bovendien voor dat de twee werelden: onderwijs en zorg, op elkaar blijven aangesloten.

Naast het op elkaar aangesloten zijn, is voor het curriculum belangrijk dat de zorg de laatste jaren in rap tempo is veranderd. Een andere populatie in de verpleeghuizen met een zwaardere zorgvraag en de invloed van de mantelzorger bijvoorbeeld, stellen andere eisen aan de zorgprofessional. Het allerbelangrijkste voor de verpleegkundige van de toekomst is dat zij of hij leert redeneren en reflecteren. Waar de verzorgende IG-3 nu geneigd is om klakkeloos te doen wat een arts of protocol voorschrijft, moet de verpleegkundige-4 zelfstandig leren oordelen op basis van haar kennis.

Anekdote

Een van de praktijkopleiders vertelt over een verzorgende die bij een cliënt met obstipatie de nodige vraagtekens had. ‘Een beetje obstipatie’ hoeft niet zorgwekkend te zijn. Maar waar het om gaat is onder meer wat ‘een beetje’ eigenlijk is; wat het normale patroon van deze cliënt is en of de familie wellicht aangeeft dat hun moeder toch wat anders is dan anders. Deze verzorgende beargumenteerde zelfstandig dat het verstandig was om de geriater erbij te halen en de praktijkopleider die de anekdote aanhaalt vertelt dat zij dacht: “Dit is het gedrag dat we graag bij onze medewerkers willen zien.”

De nieuwe Vakschool gaat hierop inspringen door zowel kennis en casuïstiek aan te bieden als ook competenties volgens de CanMeds (internationale rollen voor zorgprofessionals) te doen ontwikkelen. Kan iedere verzorgende IG-3 aan de Vakschool deelnemen? Mensen moeten wel aan enkele eisen voldoen, vertelt Jos de Bruijn van Cordaan. “Verzorgenden worden getest op persoonlijkheidskenmerken en capaciteiten, onder meer de aanleg om zich zowel verbaal als numeriek te kunnen ontwikkelen.” De zorgorganisaties gaan potentiële kandidaten zelf hierop testen.

Staan de medewerkers te trappelen? Een aantal realiseert zich wel dat als ze bepaalde taken willen blijven doen daarvoor een opleiding nodig is, vertellen de mensen die bijeen zitten om het curriculum ontwikkelen. In het Amsterdamse is vrij lang te weinig aandacht geweest voor het ontwikkelen van medewerkers die al wat langer in dienst zijn. De impact van een groep cliënten met een zwaardere zorgvraag dan voorheen, mantelzorgers die een grotere rol innemen, de transities in de langdurige zorg, maar ook specifiek voor Amsterdam geldende invloeden: de krapte op de arbeidsmarkt en de moeite die men zich daardoor troostte om de medewerkers binnen te houden en de vele nationaliteiten in één organisatie. Het zijn factoren die met elkaar bepalen dat bij- en nascholing niet genoeg is geweest in het verleden.

Nodige hobbels

Dat de Vakschool voor zorg en welzijn een succes gaat worden, daaraan twijfelt Derks niet. De Vakschool voor de ziekenhuiszorg bestaat al enkele jaren en dat is inmiddels een bewezen succes. Derks: “Meer dan 90 procent van de mensen haalt de eindstreep van de opleiding.” Maar dat wil niet zeggen dat er de nodige hobbels zijn te nemen. Ontwikkelingen gaan razendsnel; in de zorg, maar ook qua digitalisering van onderwijs. Neem blended learning; het stelt hoge eisen aan de opleiders uit onderwijs en praktijk. Maar ook van de student worden de nodige digitale vaardigheden verwacht. 

Het onderwijs moet af van het idee dat zij het het beste weten, zegt Derks. Dat vraagt geduld, maar het betekent ook dat hij keer op keer duidelijk maakt dat de leraren rekening mógen houden met de leerbedrijven. Het onderwijs zit vol met regels, zegt hij, en dat kan de leraar nogal belemmeren om het anders te doen dan de regels voorschrijven. “Als leerbedrijven aangeven dat ze graag competentie-ontwikkeling zien volgens de CanMeds, vinden zij het MBO tegenover zich dat stelt dat zij moeten opleiden volgens het kwaliteitsdossier.” Telkens weer aangeven dat de wensen van het leerbedrijf gevolgd mogen worden, is dan ook wat hij doet.

Er moet nog wel wat gedaan worden, voordat de eerste groep in februari van start kan. De negen thema’s die men in tweeënhalf jaar gaat doorlopen, zijn bepaald. Per thema wordt nu tot in detail het curriculum uitgewerkt. In februari beginnen de studenten met vakinhoudelijk handelen, het eerste thema; van het opzetten van een plan van zorg tot en met het vaktechnisch handelen dat getoetst wordt door het afleggen van proeven van bekwaamheid. Bij ieder van de tien thema’s wordt gewerkt met een specifieke doelgroep voor ogen, voor het eerste thema is dat de geriatrische doelgroep.

Amsterdamse situatie

Bijzonder aan de Amsterdamse situatie is dat er twee ROC’s zijn, die in dit traject intensief moeten samenwerken. Datzelfde geldt voor de verschillende zorgorganisaties; om de klassen vol te krijgen, is het noodzakelijk dat medewerkers vanuit meerdere organisaties gaan deelnemen. Cordaan en Amstelring doen al mee, Amsta en Zorgroep Amsterdam-Oost willen ook aanhaken. De samenwerking tussen al die organisaties en mensen verloopt overigens tot nu toe in een prettige en constructieve sfeer. Men heeft er duidelijk zin in en ziet van alle kanten de meerwaarde van de Vakschool.

Flip Derks zegt dat een dergelijke intensieve manier van samenwerken vereist dat je elkaar vertrouwt. Dat je op een emotioneel niveau de verbinding met elkaar aangaat en elkaar over en weer het succes gunt. “Oude emoties van miskenning en misgunnen hebben plaatsgemaakt voor het zien van elkaars kracht en voor vertrouwen. Dat is niet op een papiertje te vangen, daarvoor moet je echt de ruimte maken om elkaar te leren waarderen.” Dat geldt voor de ROC’s en het geldt voor de zorgorganisaties. Een aantal jaren geleden zeiden de zorgorganisaties nog: ‘we leiden op voor organisatie X.’ Nu zegt men in koor: ‘we leiden op voor Amsterdam.’ Derks: “Die omslag in het denken is fascinerend om te zien.”

Interview door Ellen Kleverlaan

Meer weten

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg