invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Stichting Onder Een Dak: Buurtcentrum als spil in meedoen en ontmoeten

Gepubliceerd op:

Een organisatie voor begeleid en beschermd wonen ombouwen tot een club die actief midden in de wijk en met de buurtbewoners aan de slag gaat: dat is wat Stichting Onder Een Dak in Maassluis nastreeft. En het werkt. Cliënten worden buurtgenoten.

Maassluis, een prachtig havenstadje aan de Nieuwe Waterweg, ligt er op deze kille winterse dag verstild bij. Die verstilling is schijn, want daarachter gaat een levendige samenleving schuil: ook in Maassluis proberen allerlei soorten mensen het met elkaar te rooien. Precies op dat vlak is de Stichting Onder Een Dak (Stoed) actief. Twee jaar geleden vertelde directeur Robert van der Krogt over de activiteiten van Stoed. Met behulp van In-voor-zorgcoaches zocht de organisatie voor begeleid en beschermd wonen naar een omslag, waardoor kwetsbare mensen nog veel meer dan voorheen hun plek midden in die samenleving zouden krijgen en waarbij zij ook veel meer gezamenlijk zouden optrekken met andere buurtbewoners van Maassluis. (Zie: Stoed: ‘Ik wens iedere gemeente zijn eigen Hooftzaak’). Van der Krogt blikt nu terug. Er zijn sindsdien belangrijke resultaten geboekt, stelt hij, “al hebben we nog een hoop te doen”.

Minder staf

Het vorige artikel eindigde met de centrale functie die het ‘buurthuis 3.0’ voor de Maassluizer gemeenschap moest krijgen. Daar waren financiële middelen voor nodig en het was op dat moment beslist niet zeker dat die er zouden komen. Stoed vernieuwde, maar tegelijkertijd dreigde zij fors te moeten bezuinigen. “Die bezuinigingen op hulpverlening hebben we weten te voorkomen”, zegt Van der Krogt, “vooral door te kiezen voor een radicaal andere aanpak.” Die bestond er onder andere uit het aantal staffuncties te reduceren, de teamleidersuren te halveren en het werk zoveel mogelijk op de werkvloer te concentreren. “Hulpverleners zijn best in staat beleid te ontwikkelen, daar heb je lang niet altijd speciale staffunctionarissen voor nodig.” Zo verdwenen onder meer de functies van manager personeel en organisatie en die van beleidsmedewerker.

Wonen, meedoen, ontmoeten

Uitgangspunt van alle veranderingen is de samenkomst tussen mensen met een kwetsbare psychische achtergrond en andere wijkbewoners. “In wezen zijn we natuurlijk allemaal kwetsbaar”, zegt Van der Krogt, “de lijn is maar dun. In de zoektocht naar een betere kwaliteit van leven voor onze cliënten kwamen we erachter dat het model van zelfredzaamheid met zijn mooie geïnstitutionaliseerde systemen een soort non-fictie creëert. Hoezo zelfredzaam? We zijn allemaal sociale wezens en in onze maatschappij gaat het veel meer om samenredzaamheid. En samen leven, samen redzaam zijn is ons uitgangspunt geworden. Dat idee is veel belangrijker dan het voortbestaan van onze organisatie. De letters van de WMO staan voor ons voor Wonen, Meedoen en Ontmoeten, want dat is waar het volgens ons om gaat bij samenredzaamheid.”

Van buurthuis naar buurtcentrum

De verandering van zienswijze en de doorgevoerde reorganisatie heeft een heel scala aan activiteiten in gang gezet. Het buurthuis werd een buurtcentrum, want daarmee ligt de nadruk meer op ontmoeten en meedoen. “Het geeft ook aan dat het een plek is voor iedereen. Het is irrelevant of iemand wel of niet kwetsbaar is, iedereen is welkom”, zegt Van der Krogt.

De ambulante medewerkers van Stoed zijn veel meer dan voorheen gaan werken vanuit buurtcentrum De Hooftzaak. Ze richten zich niet meer puur op woonbebeleiding, maar proberen de cliënten zo veel als mogelijk te betrekken bij hun omgeving en bij het buurtcentrum. Daar kunnen ze eten, werken, mensen ontmoeten. Er zijn activiteiten zoals een fietsenwerkplaats, een keuken, een winkel, een creatieve ruimte, waar iedereen aan kan deelnemen. Van der Krogt: “Zo komen onze cliënten vooruit. Van daaruit groeien ze verder, vinden ze vrijwilligerswerk en soms zelfs betaald werk.”

Het buurtcentrum lééft

“Het aantal bezoekers en vrijwilligers is flink gestegen, zowel cliënten als buurtgenoten. Aan reacties uit de omgeving valt te merken dat het buurtcentrum een geweldige functie vervult.” Terugblikkend op de afgelopen twee jaar, somt Van der Krogt een aantal van de veranderingen en activiteiten op. “We hebben er flink aan getrokken om de de verschillende groepen mensen met elkaar te verbinden. De avonden waarop cliënten en buurtgenoten welkom zijn voor een maaltijd, worden goed bezocht, net als het ontbijt op de woensdagochtend. Goede restaurants uit Maassluis kookten afgelopen jaar, telkens bij de wisseling van de seizoenen, kwaliteitsmaaltijden tegen tarieven die voor onze gasten betaalbaar zijn: net onder de vijf euro. Dat werd een geweldig succes. Er zijn bingo-avonden, de verkiezing van de stadsdichter is hier georganiseerd en regelmatig zijn er bijeenkomsten waar onze cliënten hun herstelverhalen vertellen. Daar zitten inmiddels steeds vaker verhalen tussen van niet-cliënten.”

aan tafel bij stoed

Eropaf

Dankzij de omslag in organisatie en de keuze voor het uitgangspunt van samenredzaamheid, lukte het om de verwachte bezuinigingen van 25 procent op het budget in 2015 om te buigen naar een groei van 10 procent. “We wachten niet af totdat we geld hebben voor een bepaalde activiteit, integendeel”, zegt Van der Krogt. “Als we een maatschappelijk vraagstuk signaleren, gaan we daarop af. Zo regelden we in 2016 – samen met een jongerenwelzijnsorganisatie - opvang en hulp voor zo’n 200 vluchtelingen met een A-status. Toen de gemeente zag dat we dit aankonden, kwam zij ook met de benodigde bekostiging over de brug. Hetzelfde geldt voor de opvang van daklozen in Maassluis. Dat zijn er weliswaar niet zoveel, maar ook voor hen zoeken we de band met de samenleving.”

Buurtkamers

Er zijn plannen om het concept van buurtcentrum De Hooftzaak uit te breiden naar andere wijken. Samen met andere organisaties en bewoners van Maassluis werkt Stoed aan nog 2 á 3 van deze buurtcentra. Daarnaast is in september de eerste buurtkamer geopend, De Ververij in de Vertowijk. Het is een tweekamerappartement met tafels, stoelen, een koffiehoek. Het streven is dat er binnen afzienbare tijd zo’n 6 buurtkamers zijn: minibuurtcentra midden in woonwijken die geheel worden gerund door buurtbewoners en buurtorganisaties zoals wijkteams, de thuiszorg en woningcorporaties. Steun- en ontmoetingspunten moeten het zijn die de buurt een toegevoegde waarde geven én die een plek zijn waar ook kwetsbare mensen zich thuisvoelen. Stoed betaalt de locaties en blijft verder op afstand.

Gast en gastheer

Robert van der Krogt is ervan overtuigd dat de cliënten van Stoed het best worden geholpen door voortdurend de verbinding te zoeken met buurtbewoners en met andere organisaties. “We zien steeds meer in dat we niet de gastheer zijn, maar juist de gast. Hulpverleningsorganisaties hebben sterk de neiging om als gastheer op te treden, met alle bijkomende regels. Maar hier streven we ernaar dat de buurtcentra ook echt van de buurt zijn. Je ziet nu ook steeds minder onze medewerkers in De Hooftzaak en steeds meer buurtbewoners en cliënten die samen de activiteiten oppakken. Die beweging willen we doorzetten. De naam Stoed wordt zo ook steeds minder van belang; die verdwijnt binnenkort ook van het pand waar buurtcentrum De Hooftzaak in zit.”

Inspringen en terugtreden

Intussen zorgt Stoed er wel voor op de achtergrond altijd bereikbaar te zijn voor heel Maassluis. Als ergens een cliënt in een crisis belandt en voor overlast zorgt in de wijk, zijn hulpverleners paraat om in te springen. Omdat de organisatie dankzij de omslag over veel locaties beschikt, is het ook gemakkelijk om desnoods een cliënt (tijdelijk) elders onder te brengen. Maar het verdient de voorkeur wanneer deze gewoon op de vertrouwde plek kan blijven wonen. Zo balanceert Stoed voortdurend tussen inspringen en terugtreden en is daarom in de ene wijk veel zichtbaarder aanwezig dan in de andere.

“We zijn er nog niet”, zegt Van der Krogt, “zo werken onze eigen mensen nog hard aan hun kennis en expertise. Maar het stemt me positief wanneer ik zie dat buurtbewoners veel meer betrokken zijn met elkaar en daarmee ook met de kwetsbare buurtgenoten. Ook zie ik hoe onze cliënten goed gedijen binnen deze nieuwe opzet. Begin vorig jaar liep een  Syrische man die al enige tijd in Maassluis woont het buurtcentrum binnen. Hij wilde graag koken voor zijn landgenoten die toen net in de opvang  aankwamen. Sindsdien werkt hij als vrijwilliger in de keuken van De Hooftzaak. Binnenkort gaat hij zelfs, betaald, als kok werken in een van de restaurants die eenmalig het maal bereidden voor gasten van De Hooftzaak. Dat is toch prachtig?”

Interview door Stef van Delft

Meer weten

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg